“Ik zie dat je je plek gevonden hebt.” Als ik opkijk, moet ik mijn best doen om niet achterover te struikelen van schrik, want een paar meter verderop, met haar kwade blik strak op mij gericht, staat Ada. Ze knikt even richting May en trekt haar wenkbrauwen naar me op, terwijl ze haar stem verheft, en daarmee steeds meer aandacht van de overige gasten naar mij en zichzelf toe trekt. “Heb je maar meteen aangeboden je bij hén aan te sluiten? Je bent nog een grotere klootzak dan ik al dacht.”

Ik krijg niet de kans om te vragen waar ze het over heeft, of wat ze nou eigenlijk wil bereiken, want voor ik mijn mond open kan doen om te antwoorden. Gooit ze in een strakke lijn het broodje dat ze vasthad op me af. Snel probeer ik achteruit te springen, maar aangezien daar het buffet staat, weet ik mezelf maar net overeind te houden en knalt het broodje, waar een soort dikke pudding in blijkt te zitten, tegen mijn heup, waar de smurrie een grote vlek achterlaat. Schijnbaar zijn we de fase waarin we proberen met elkaar te praten voorbij, en weet je wat? Prima. Ik heb het gehad met Ada, met haar vooroordelen en met haar surreële beeld van mij en de wereld om ons heen. Als zij mij tot de slechterik in haar verhaal wil maken, dan kan ze een slechterik krijgen. Als zij mij als een Beroeps wil zien, dan zal ik met haar vechten alsof ik er echt een ben. Zij wil een winnaar zien? Oké dan. Kom maar op.

Snel gris ik een schaal met slagroomsoesjes van het buffet en gooi die op haar af, maar mijn worp is niet zo secuur als die van haar. Hoewel een deel van de soesjes haar raakt, vliegen de meeste haar voorbij, en tegen een aantal andere gasten, die verschrikte kreten slaken, nu er ineens een hoop eten door de lucht vliegt.

Het is alsof ik het startsein voor een veldslag gegeven heb: een groot deel van de menigte, dat net nog beschaafd met elkaar stond te praten, grijpt naar het dichtstbijzijndste broodje, taartje, cakeje of wat dan ook, terwijl andere mensen gillend uitwijken, de zaal uit proberen te vluchten of gefrustreerd beginnen te schreeuwen, terwijl ze de etensresten van hun dure pakken en jurken af proberen te vegen. In het spervuur van voedsel dat ontstaat, is Ada binnen enkele seconden uit het zicht verdwenen, maar zelfs nu ze weg is, stopt het voedselgevecht dat losgebarsten is niet.

Erg lang krijg ik niet de kans om verdwaasd toe te kijken, want de meeste mensen die ik geraakt heb met de slagroomsoesjes, blijken al snel uit te zijn op wraak - wat ik ze niet helemaal kwalijk kan nemen. In een poging me te beschermen tegen de stukken taart die op me neer regenen, veeg ik de laatste schalen van een van de tafels van het buffet, duw de tafel op zijn kant en kruip erachter, om vanuit die verscholen positie zoveel mogelijk terug te gooien. Al gauw ben ik niet de enige die doorheeft dat dat de slimste strategie is, want een paar van de kinderen die daarnet met Day aan het spelen waren, volgen mijn voorbeeld, en beginnen vanachter de buffettafels etensresten in de richting van hun ouders te gooien.

Ik kijk om, op zoek naar de jongen, en vind hem aan de rand van de zaal. Maar waar ik verwacht had dat hij net als de kinderen gezellig mee zou doen met ons voedselgevecht, staat hij alleen maar van een afstand toe te kijken, zonder zijn kenmerkende glimlach op zijn gezicht. Ik gebaar naar hem om mee te komen doen, maar hij ziet me niet - denk, nee, hoop ik. Ik draai me om naar een van de kinderen, duw een stuk taart in zijn hand en wijs richting Day. "Hier, gooi deze maar tegen Danny aan. Dan komt hij vast ook wel gezellig meedoen," zeg ik.

Het jongetje knikt meteen enthousiast, springt achter de tafel vandaan en gooit grijnzend de taart tegen hem aan, waarna hij lachend mijn kant op wijst.

Ik grijns en zwaai, als Days blik de mijne kruist, en kijk toe hoe hij op me af loopt. Maar in plaats van naast me te komen zitten en me mee te komen helpen de gasten uit het Capitool te bekogelen, pakt hij een bord pudding op, die hij zonder aarzeling over mijn hoofd kiept. Voor ik echter iets terug kan gooien, is een van de andere gasten me voor, en krijgt Day een broodje tegen zijn achterhoofd. Snel knielt hij naast me, achter de dekking van de tafel, en grijnst. "Eigen schuld, dan had je maar geen kinderen op me af moeten sturen."

Ik haal een hand door mijn haar en gooit een deel van de pudding - en wat roze glitters, die om een of andere reden nu wél voor een deel los lijken te komen - terug naar Day, terwijl de rest ervan op mijn - nee, zijn - hoodie druipt. Daar hoef ik me in ieder geval niet schuldig over te voelen, aangezien hij dat eten zelf naar me toe gegooid heeft. Ik grijns naar hem, terwijl ik opsta en een broodje naar een willekeurige Capitoolbewoner gooi. "Je moet ook gewoon gezellig meedoen. Leven." Meer kan ik echter niet zeggen, aangezien op dat moment een van de mensen die ik eerder geraakt heb op me af komt rennen en een pot tomatensaus over me leeg kiept. Terwijl de rode drap aan alle kanten van me af duipt, duip ik snel weer achter de tafel.

Day schiet in de lach en begint snel een aantal broodjes en cakejes te verzamelen. "Ja, ja, ik doe al mee." Voorzichtig gluurt hij over de rand van de tafel, waarna hij voorzichtig iets overeind komt en in een strakke lijn een broodje gooit - tegen Alex, die verward opkijkt, ons ziet en een stuk taart dat nog op een van de tafels stond op ons af gooit.

De zaal is een slagveld, een arena, maar ik voel me sterk. We zijn zwaar in de minderheid, maar Day en ik, samen tegen de wereld, voelt al een stuk beter dan proberen me in mijn eentje staande te houden. Voor even bestaan er geen twijfels, geen onzekerheden en geen angsten. Wij kunnen dit winnen. We kunnen alles en iedereen verslaan.

Samen gooien we zo’n beetje al het eten binnen handbereik over de rand van de tafel heen, eerst richting Alex, maar daarna ook tegen de andere gasten, totdat ik een kleine inschattingsfout maak - de vrouw naar wie ik een broodje gooide werd daar bozer om dan ik had verwacht, en kan ook een heel stuk harder gooien en beter mikken dan waar ik rekening mee gehouden had. Het stuk aardbeien-slagroomtaart dat ze gooit, raakt me recht in mijn gezicht. Dramatisch wankel ik achteruit en laat me op de grond zakken. "Ik ben geraakt, het is voorbij," verzucht ik, met mijn blik op het plafond gericht.

Opnieuw proest Day het uit, en snel knielt hij naast me neer. Zijn gezicht staat serieus en bezorgd, maar in zijn ogen schitteren pretlichtjes, als het licht van sterren dat door het bladerdek heen valt. "Nee, Chris, gaat het wel?” zegt hij, maar hij kan een zacht gegrinnik niet onderdrukken. “Hou vol. Laat je niet uit het veld slaan door een stuk taart."

"Het is te laat, er is teveel suiker en waarschijnlijk kleurstof." Ook ik doe mijn best om mijn gezicht in de plooi te houden, maar zodra ik Day recht aan kijk, lukt dat me niet meer. Ik laat de slappe lach het overnemen, terwijl ik de grootste stukken taart van mijn gezicht af veeg.

Al net zo dramatisch, legt Day een hand op mijn schouder. Ook al is het allemaal maar een spel, een soort fantasiewereld waarin we gewoon kinderen zijn, geen tributen, zijn aanraking voelt warm, ondersteunend en licht, en ik kan me niet voorstellen dat dezelfde handen ooit iemand kwaad zouden doen. En hoewel er nog steeds een stemmetje in mijn hoofd - waarschijnlijk mijn verstand - fluistert dat dit te gevaarlijk is, duw ik het stemmetje ver weg. Er is vanavond even geen ruimte voor de bittere realiteit die mijn verstand me wil voorschotelen. "Niet opgeven!” lacht Day. “Het zijn geen glitters, dus je overleeft dit wel."

"Jawel," probeer ik uit te brengen, half buiten adem door het lachen, en ik wijs naar mijn haar. "Zie je? Glitters."

“Ik zie vooral veel saus en wat puddingresten," antwoordt hij grinnikend.

Op dat moment duikt Jade achter de tafel, waarbij ze een vliegend broodje ontwijkt. Haar haar hangt inmiddels in losse plukken langs haar gezicht en ze heeft pudding en saus op haar wang en kleren, maar ze grijnst breed en kijkt over haar schouders naar ons. Snel "Jongens, ik heb wel wat hulp nodig aan het front. Samen lachen kan weer als we deze strijd gewonnen hebben," verklaart ze dramatisch, waarna ze maar meteen de daad bij het woord voegt door wat resten van een cake over de rand van de tafel heen te smijten en net op tijd weer weg te duiken voor een aantal gehaktballen, die onze kant op suizen.

"Oh, tuurlijk." Nog altijd hikkend van het lachen krabbel ik overeind, terwijl ik de overgebleven voorraden verzamel en me bij haar voeg, samen met Day. Ook al heb ik lagen aan plakkerige etensresten over me heen, er is geen plek op de wereld waar ik nu liever zou willen zijn. Dit is de hele wereld, en voor één keer heb ik het gevoel dat we daarvan kunnen winnen. Als alle stomme dingen die ik ooit gedaan heb me hier hebben gebracht - in het Capitool, op een feest, naast een stralend lachende Daniel Ethan Hale - dan zou ik al die duizenden vergissingen zo weer begaan. Er is nergens waar ik nu liever zou willen zijn.

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Dit is echt zo geweldig, ik heb er geen woorden voor! Day die een hele kom pudibg over Chris kiepert. Alex die bekogeld wordt. Dit is mijn favoriete deelxD

    ik weet het, ik ben verschrikkelijk dat ik dit nu pas lees maar ik had het druk

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Geen probleem joh, het was ook heel veel in een hele korte tijd

      1 maand geleden
  • Incidium

    Ik moest mn lach inhouden om mensen hier niet wakker te maken:Ddit is zo dramatisch, Chris krijgt zo de volle laag terwijl Day bijna ongeraakt is. Is dat een metafoor? wie weet lol. Ik wil ook naar een feest en dan taart in mensen hun gezicht gooien

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Lekker extra, ik geniet hiervanxD
      Misschien is het wel foreshadowing, wie weet
      En oh dat klinkt als mijn soort feestje, I'm in

      1 maand geleden
  • Duendes

    Het is zo intens cute en precious en gosh Chris ga je nu nog steeds ontkennen dat je Day- eh misschien als mogelijke boyfriend bondgenoot ziet??

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Hm kan nu haast niet meer hè? Maar de kast zit wel nog altijd stevig op slot

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen