Dunya P.O.V:
Ik kan niet slapen, zacht loop ik naar het balkon, daar ga ik op een van de stoelen zitten. Ik staar over de donkere straten van Berlijn. Zo lijkt het net Amsterdam. Met de lichten, en de auto's die dag en en nacht rond rijden. Ik hoor uit een van de kamers geluid komen. Iemand die een nachtmerrie heeft. Ik steek een sigaret op. De rook glijd in krullen omhoog. Het zorgt er voor dat ik even mijn hoofd vergeet. Het geklop is weer begonnen en komt binnen als een bom. Ik hoor iemand door de suite heen schuifelen. Ik besteed er geen aandacht aan. Het geklop in mijn hoofd slokt al mijn aandacht op. Ik weet niet hoe het kan. Waarom kan ik mij nergens anders op focussen? Ik ben kapot. Dit is nacht 2 dat ik niet slaap en dat ik 72 uur tijd. Gister sliep ik niet echt, toen was ik steeds in een staat van out.

Ik merk dat het koud is, maar toch blijf ik zitten hoe ik zit. De kou herinnert me dat ik leef. Dat ik er nog ben. Dat er ooit een eind aan alle ellende moet komen. Ik durf niet meer te reageren op Dominique. Hij heeft me al 7 sms'jes gestuurd. 6x gebeld. Ik kan niet reageren. Ik wil zo graag, maar ik kan niet. Ik mag niet. Ik hoor iemand zacht schelden. "verdomme" een zucht vlak naast me. Verschrikt draai ik mij om. Tom staat in de opening, mijn hart slaat een slag over. Ik ben ondertussen al uit de stoel geschoven. Mijn rug staat tegen de reling van het balkon. Mijn sigaret heb ik uit mijn hand laten vallen. Mijn ademhaling gaat als een bezetene te keer. Mijn hart slaat er op los. Tom kijkt een beetje door mij heen. Ik pak mijn sigaret op, mijn hoofd bonkt er zo op los dat ik duizelig wordt. Ik kan nog net op de grond gaan zitten, maar het scheelde niet veel of ik was omgevallen.

Tom blijft afwezig naar buiten kijken, die heeft niet door dat ik er ook ben. Hij schud zijn hoofd. Hoe komt hij zo wit? Of vervagen de kleuren nu? Tom gaat uiteindelijk op de grond zitten naar een punt turend in de hemel. Mijn ogen volgen die van hem. Hij kijkt naar de sterren. Hoe kunnen wij zo veel op elkaar lijken en toch ook weer zo weinig? Komt het door onze opvoeding? Komt het doordat ik niet in Duitsland ben opgegroeid? Mijn telefoon gaat af, weer Dominique. "Moet je niet opnemen?" Tom reageert meer omdat het sociaal gewenst is, maar niet omdat hij dat wil. "Nee" Mijn stem valt weg. Hij kijkt mij aan. Snel steek ik een nieuwe sigaret aan. Ik heb even geen behoefte aan een uitbrander. Of ander gezaag. Weer kijk ik naar de krullen. Die de rook slierten maken. Tom komt ineens mijn kant op. De rook verlaat mijn neus. Tom blijft ineens stil staan. "Relax, ik wil alleen op de stoel gaan zitten." Dat hij dat zegt komt niet eens binnen. Mijn binnenste gaan in de overleef stand. Alles zegt fight or flight. "Relax, ik zit hier. ik kom niet dichter in de buurt." Tom is kortaf.

Dat hij kortaf is doet mij nog het minste, ik volg iedere beweging die hij met zijn voeten of een ander deel van zijn lichaam maakt. Ik heb het gevoel dat zijn hand om mijn nek zit en ik geen kant op kan. Ik zit in de val en ik heb het zelf gedaan. Ik ben hier op de grond gaan zitten. Tom kijkt nog steeds naar de sterren. Ik zit in een val. Ondanks dat Tom niet eens in mijn buurt zit voelt het alsof hij mij tegen de muur drukt. Dat zijn handen om mijn nek zitten en dat hij langzaam mijn keel dicht knijpt. Ik weet ook wel dat hij dat niet doet, maar het voelt zo. Het voelt verschrikkelijk. Ik voel mij benauwd, ik ben Bambi. Vast op het ijs. Het geklop van mijn hoofd gaat op de snelheid van mijn hartslag. Ik wordt er verschrikkelijk misselijk van. Weg kan ik niet. Ik ben volledig bevroren, ik kan geen beweging maken. Mijn telefoon gaat weer af. Weer zie ik Dominique in het scherm staan. "neem gewoon op." Zegt Tom kwaad. Het grijpt mij aan. Ik zit als bevroren naar het scherm te kijken. Mijn vingers beven. Ik kan niets meer. Verstijfd zit ik tegen de muur aan. Tom zucht, staat op en komt dichter bij. Onbedoeld houd ik mijn adem in. Hij pakt de telefoon uit mijn hand en neemt op "Jo, hoe'st daar?" Ik krijg geen lucht. Die onzichtbare hand knijpt mijn keel dicht en ik kan niets doen. Onbewust sla ik mijn armen om mijn hoofd. Bang dat ik een trap krijg. Of erger.

Tom hoor ik met Dominique praten, ik kan niet bewegen. ik kan niets doen. "Waarom neemt Dunya niet op?" Hoor ik Dominique na even zeggen. Tom staat daar met de telefoon naar mij uitgestoken. Ik kan niet eens mijn arm uitstrekken om de telefoon aan te pakken. IK ben te bang. Zijn houding, die houding.... Die dreigende houding. Ik ben te bang. Ik ben volledig verstijfd door angst. Tom zucht hard op. "Ik denk dat ze geen zin heeft om te praten of zo." Tom draait zich om en loopt naar binnen. Dan pas merk ik dat ik zit te trillen van de angst. Die manier van kijken. Die manier van kijken... het benauwd me. Mijn lijf reageert niet meer zo als het hoort. Angst heeft mij in zijn greep. Alles draait om die angst, ik kan niet meer. Ik ben op. Ik ben zo verschrikkelijk moe. Ik kan niet meer. Ik ben verlamd. Ik ben moe. Ik heb hoofdpijn... Ik... ik... Ik moet hier weg. Ik moet weg. Ik kan hier niet blijven. Tom is nog in gesprek met Dominique, zo stil als ik kan sluip ik de kamer uit. Op de gang zet ik het op een rennen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen