De zaal is een slagveld van slagroomsoesjes en een gevechtszone van gebakjes, waar saus en chocoladefondue als bloedvlekken over de vloer en tafels vloeien en de scherven van borden, potten en glazen de dansvloer bijzonder ongeschikt gemaakt hebben voor dansen. De taartjes, snacks en zelfs groenten en fruit vliegen door de lucht, als speren en pijlen, maar achter onze barricade, zitten we grotendeels veilig voor de schreeuwende en met eten gooiende massa.

“Ik weiger mee te doen met dit soort kinderachtige onzin!” klinkt het dan ineens door de zaal, waardoor mijn blik tot mijn spijt weer op Samuel valt. De jongen kijkt arrogant naar de strijders die niet bang zijn om vies te worden en naar ons in het bijzonder. Dat verandert echter al snel ik woede en frustratie, als iemand een bot vol gele saus met champignons leeg kiept, over zijn broekspijpen en die afschuwelijke paarse schoenen heen.

Meteen bij het zien van de saus die over zijn schoenen kruipt en de afzichtelijke kleur aan mijn zicht onttrekt, vormt er een brede grijns op mijn gezicht. "Weet je, dat is een hele verbetering,” roep ik naar hem. Ergens diep van binnen voel ik hoe een deel van mij me waarschuwt om mijn mond te houden. Dit is de jongen die me eerder tegen de wand van de lift aan drukte, die me maar wat graag wilde vermoorden om alles wat ik toen al gezegd heb. Het is onverstandig om hem verder uit te dagen, het is riskant en het levert niet genoeg op, maar de waarschuwingen in mijn hoofd klinken te ver weg om tot me door te dringen. Misschien dat de suiker en glitters mijn brein aantasten, of misschien dat er toch alcohol in de smoothies zat, maar het voelt alsof ik vlieg, en het kan niet hoog genoeg zijn. “Ik zou het zo laten,” roep ik, “misschien dat je dan niet helemaal een modeflater slaat."

Day kijkt me aan en schudt kleintjes zijn hoofd, met een blik vol bezorgdheid en teleurstelling. “Chris, dit is niet echt handig,” zegt hij zachtjes. Het zou genoeg moeten zijn om me weer met beide benen op de grond te krijgen, maar dat doet het niet. Zijn blik en woorden lijken volledig aan me voorbij te gaan, terwijl mijn focus op Samuel blijft.

De Beroeps kijkt even naar zijn in saus gedrenkte maar inmiddels wel iets minder lelijke schoenen en werpt me dan dezelfde ijskoude, dodelijke blik toe als eerder in de lift, maar dan verlegt hij zijn focus naar de uitgang van de zaal, waar hij op af beent. Een Capitoolbewoner die me vaag bekend voorkomt - zijn districtsbegleider, misschien? - en die het tot mijn verbazing gepresteerd heeft om nóg lelijkere schoenen te vinden, een soort lila slippers met vreemde, gekrulde punten, volgt hem op de voet. “Hier is niks wat mijn aandacht waard is,” snauwt Samuel, die het als geen ander voor elkaar krijgt om ondanks zijn hooghartige, zware stem alsnog kinderachtig te klinken. Hoewel hij niet mijn kant op kijkt terwijl hij ons voorbij loopt, is het overduidelijk voor wie die opmerking bedoeld is. “Ik ga ervando–” Voor hij zijn zin kan afmaken, stapt hij echter op een komkommer, die in het voedselgevecht op de vloer beland is. De groente rolt weg, waardoor Samuel zijn balans verlies. Een fractie van een seconde later, landt hij met zijn handen en knieën op de grond.

Meteen barst ik in lachen uit, waardoor de tranen in mijn ogen schieten, en alle angsten die in een onderdrukte hoek van mijn hoofd in opstand gekomen waren, vanaf het moment dat Samuels blik me mee terug nam naar de lift, verdwijnen als sneeuw voor de zon. Deze keer kan ik op hém neerkijken. Zijn eerdere dreigement, over mijn tong eruit rukken en aan de gieren voeren, is ineens lang niet zo geloofwaardig en angstaanjagend meer. Dit lijkt niet op een jongen die me zou kunnen vermoorden. Dit lijkt op iemand die ik makkelijk aan kan, en waarvan ik absoluut niets te vrezen heb. "Is dat de hobby waar je voor gekozen hebt?” roep ik naar hem, terwijl hij met een nijdige blik weer overeind krabbelt, waardoor hij meteen weer een heel stuk boven me uit torent. Het houdt me niet tegen. “Van je voetstuk vallen en je ouders teleurstellen?" Ik kan alleen maar hoger vliegen, sterker met ieder woord. Ik ben Icarus niet - ik ben de zon zelf. Het voelt alsof ik nooit zal vallen.

Naast me kan ook Day zijn lachen niet inhouden, waardoor ik me alleen maar sterker voel - sterk genoeg om met opgeheven hoofd terug te staren, als Samuel me een blik toewerpt die meer dan duidelijk maakt dat hij me het liefst aan stukken zou willen scheuren. Het lijkt haast een belofte te zijn, maar mijn blik terug is dat net zo goed: 'kom maar op. Ik ben niet meer bang voor jou.' Behalve zijn woedende blik, gebeurt er niets. Ik word niet weer tegen een muur aan geduwd, ik word niet in het nauw gedreven. "Bek dicht," snauwt de jongen me alleen maar toe. Het is alleen maar een aanmoediging om het tegenovergestelde te doen. Hoger en hoger vliegen, zonder te denken aan de mogelijkheid om te verbranden, en zonder te kijken hoe ver ik kan vallen.

"Is dat ook je plan voor de Spelen? Over een komkommer uitglijden en in je speer vallen?" roep ik Samuel na, met een brede grijns op mijn gezicht, terwijl hij op de voet gevolgd door zijn begeleider richting de uitgang beent. "Je moet iets, als ze je niet echt bij de Beroeps willen hebben."

Samuel antwoord niet, maar het is duidelijk dat mijn sneer meer dan genoeg effect heeft. Zo hard als hij kan, gooit hij de deur achter zich dicht, voor de neus van zijn begeleider. Die kijkt zijn tribuut een beetje beduusd na, voor hij de deur weer opent en achter hem aan loopt.

Ik grinnik en wil me weer tot Day richten, maar op dat moment gaan de lichten in de zaal uit. Meteen breekt er een verschrikt gejoel uit, gevolgd door een gespannen stilte als de lichten weer aangaan. Bij de schakelaar staat onze hoofdtrainster, die haar duidelijk niet geamuseerd blik de zaal - waarin iedereens aandacht inmiddels op haar gericht is - door laat glijden. "Nu is het klaar," zegt ze simpelweg, maar haar woorden worden vele malen versterkt, doordat een aantal gewapende vredesbewakers de zaal in lopen en bij de uitgangen gaan staan. De boodschap is meer dan duidelijk: dit feest is voorbij.

Pas als Day, Jade en ik even later in de lift naar onze verdiepingen staan, begint de bizarre realiteit tot me door te dringen. Ik ben op een feest geweest, wat op zich al een ongebruikelijke wending is, maar dat is pas het begin. Ik was daar samen met medetributen die me niet lijken te haten, ik heb een degelijk gesprek gehad met een Beroeps, we hebben een voedselgevecht gehouden en ik heb Samuel zien uitglijden over een komkommer. Het voelt alsof ik in één avond het tij volledig gekeerd heb, hoewel ik niet zeker weet of dat goed of slecht uit gaat pakken. Wie weet heeft alles vanavond me bondgenoten, kansen en sponsoren opgeleverd. Wie weet heeft het dat allemaal van me afgepakt. Het doet er allemaal niet toe - ik vlieg nog steeds.

Als Jade en ik elkaar aankijken, schieten we allebei meteen weer in de lach. Day kijkt ons allebei hoofdschuddend aan, zucht, maar lacht dan ook. "Dat feest was... anders dan ik had verwacht - maar het was wel leuk," zegt hij, met zijn brede glimlach nog altijd op zijn gezicht.

"Het was een ervaring," verzucht ik. Alles voelt plakkerig en ruikt zoet, en als ik naar Day kijk, zie ik dat hij onder de etensresten zit - oeps. "Je, eh, hebt wat taart, ehm..." Ik maak een vaag gebaar zijn kant op, maar het heeft geen zin om aan te wijzen waar de taart zit. Het zou een stuk makkelijker zijn om aan te wijzen waar de taart niet zit. "Of wilde je dat graag bewaren voor later?"

Day haalt een hand door zijn haren, waardoor er wat kruimels uit vallen, en haalt dan zijn schouders op. "Ik heb volgens mij wel meer dan wat taart," grinnikt hij. "Stiekem wilde ik inderdaad wat bewaren, maar ik wil het graag met je delen, hoor." Voor ik doorhebt wat hij daarmee bedoelt, gooit hij wat van die restjes mijn kant op - duidelijk geen echte aanval, maar genoeg om hem een verontwaardigde blik op te leveren.

"Dat is lief, maar ik heb ook al best wel wat." Ik kijk omlaag, naar mijn eigen kleren, waardoor het ineens tot me doordringt dat dit eigenlijk niet mijn kleren zijn: ik draag nog altijd Days hoodie, ook al is het inmiddels onder een laag van taart, pudding en een aantal sauzen. "Oh," mompel ik. Hoewel Ada degene was die begon met eten gooien, had ik waarschijnlijk een hele hoop vlekken op zijn hoodie kunnen voorkomen als ik niets terug gegooid had. Meteen voel ik het bloed naar mijn wangen stijgen. "Ik zorg dat je deze weer schoon terug krijgt."

Day lacht zachtjes. "Geen probleem." Zijn stem is warm en hartelijk, en zorgt ervoor dat ik me onmiddellijk een beetje opgelucht voel. Het maakt niet uit. Ik vlieg nog steeds. "Volgens mij lagen er nog genoeg andere glittertruien, dus ik kan deze wel even missen."

"Geen zorgen, Chris." Jade grijnst naar me. "Days eigen kleren zijn bijna net zo vies. Jullie zijn gewoon allebei duidelijk niet zo goed in voedselgevechten," zegt ze, met een zelfvoldane lach op haar gezicht.

"Hé, jij bent ook geraakt," antwoord ik hoofdschuddend, wijzend op de talloze vlekken op jaar jumpsuit, voor ik me weer tot Day richt. "Dus, eh, zie ik je morgenochtend?" De woorden hebben mijn mond verlaten voor ik erover kan nadenken, maar zodra ik het gezegd heb, beginnen mijn gedachten te stromen. Het voelt alsof ik hiermee een onuitgesproken afspraak met hem probeer te sluiten - nog niet echt een bondgenootschap, maar wel iets wat erop lijkt. Na alles wat er vandaag gebeurd is, van liftincidenten tot voedselgevechten, zou het meer dan begrijpelijk zijn als hij morgen liever met Jade of iemand anders op zou willen trekken - al is het maar om zoveel mogelijk potentiële tegenstanders te onderzoeken en zoveel mogelijk verschillende dingen te leren. En om heel eerlijk te zijn, is het zeldzaam dat iemand meer dan een uur met me op wil trekken, laat staan meerdere dagen.

Maar Day knikt meteen naar me, waardoor de stemmen vol zorgen in mijn hoofd weer naar de achtergrond verdwijnen. "Zeker," zegt hij. In zijn ogen fonkelen er weer sterren door het bladerdek, en zijn ontspannen glimlach geeft me het gevoel dat die sterren speciaal voor mij stralen. Er is even geen wereld om tegen te vechten en geen mensen die vanalles van me verwachten. "Als ik het me goed herinner dan zou jij de bijl nog uitproberen, toch? Dat wil ik niet missen."

"Ik heb zo het vermoeden dat ik je hulp daarbij nodig ga krijgen," geef ik toe. Beter nu alvast de lat laag hebben, dan morgen teleurstellen. Dat heb ik vandaag en iedere dag daarvoor al wel genoeg gedaan.

"Afgesproken." De lift komt tot stilstand en de deuren schuiven open, maar voor hij uitstapt, lacht Day nog even over zijn schouder naar mij. "Tot morgen, Chris."

"Geniet van je restjes taart," voegt Jade er breed grijnzend aan toe en ze steekt haar hand naar me op, terwijl ze samen met haar districtgenoot de lift uitstapt.

Ik zwaai naar hen. "Tot morgen," zeg ik, met een glimlach naar Day. Maar zodra de liftdeuren achter hem sluiten, besef ik me dat ik wél Icarus ben, en ik ben veel te hoog. En op dat moment begin ik te vallen.

Reacties (2)

  • Incidium

    Misschien dat de suiker en glitters mijn brein aantasten
    Ja dat zal het hem zijn Chris:D
    zijn in saus gedrenkte maar inmiddels wel iets minder lelijke schoenen
    Jeez Chris zet je prioriteiten op een rij, waarom obsedeer je zo om Samuels schoenen haha
    Dit lijkt op iemand die ik makkelijk aan kan, en waarvan ik absoluut niets te vrezen heb
    zolang je een komkommer bij je hebt, hoef je niet bang te zijn voor samuel XD
    De boodschap is meer dan duidelijk: dit feest is voorbij.
    want zonder samuel is het toch niks meer aan:D
    Day haalt een hand door zijn haren, waardoor er wat kruimels uit vallen
    het is beter dan glitters in je haar ¯\_(ツ)_/¯

    Leuk om te zien dat Jade en Chris het met elkaar kunnen vinden. Toch niet de hele wereld is tegen hem, huh.
    En wat een einde. Hoe durf je me met zo'n cliffhanger te laten zitten. Het is wel een mood dat Chris in griekse metaforen denkt haha

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Chris is gewoon principieel boos op Samuel en op die schoenen haten is makkelijkxD
      Ja joh het is geen feest als Samuel er niet is om over een komkommer te vallen
      Hij verdient een paar mensen met wie hij wel een beetje kliktxD
      En uiteraard want deze dude heeft definitely de Panem variant van gymnasium gedaan en hij lette stiekem beter op dan iedereen dacht

      1 maand geleden
  • Duendes

    Na meerdere hoofdstuk vol met gay panic is dit hoofdstuk vol met Chris in een adrenaline rush en helemaal euforisch en nog minder rem dan normaal ohgosh wat een sukkel maar wat een cutie maar ohno i love it YES awh

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Zat er alcohol in die smoothies? Mogelijk. En anders wel in een van de vele andere dingen die hij die avond gegeten en gedronken heeft. Oeps
      Hij is een puinhoop en we love him

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen