Ineens is de lift te klein, te benauwd, te leeg, en wankel ik achteruit, op zoek naar houvast, maar het gevoel van het koele glas tegen mijn vingers is niet genoeg. Ada’s beschuldigingen galmen door mijn hoofd, net als de woorden van de Capitoolbewoner die me aansprak op het feest. Ik kan hun blikken nog steeds voelen branden, terwijl hun verwachtingen zich als een wurgslang om me heen lijken te wikkelen, die lucht uit mijn longen perst. Mijn reflectie in het glas lijkt niet langer op mij - het beeld dat zij van me hebben, als een Beroeps, als een winnaar, als Days vriend, verstikt alles wat ik ooit heb willen zijn.

“Dat is wie je bent.” Hoewel ik weet dat het maar in mijn hoofd zit, voelt de herinnering aan mijn vaders stem helemaal als een hand om mijn keel. Ik sta weer tegenover hem, in de afscheidskamer van het gemeentehuis, maar er is niets van de woede en frustratie over die ik toen voelde. Ik ben weer een dertienjarige, die alleen in een hoekje van zijn kamer zit, hopend om voor één keer goed genoeg te zijn, terwijl hij probeert alles wat er eerder die dag tegen hem geschreeuwd is te vergeten. Ik ben weer een elfjarig kind, dat versuft toekijkt hoe alweer een onbekende zijn laatste adem uitblaast, en zich afvraagt of alles anders zou zijn geweest als hij gewoon gedaan had wat er van hem gevraagd werd. Ik ben weer een negenjarig jongetje, die volledig in het zwart gekleed toekijkt naar het gat in de grond dat dichtgegooid wordt, met zijn snikkende zusje aan zijn hand. Ik ben weer een kind, en er is niets dat ik tegen hem kan doen of zeggen om te zorgen dat hij zijn verwachtingen - mij - loslaat.

‘Het is niet echt,’ vertel ik mezelf, terwijl ik mijn ogen sluit en de herinneringen uit probeer te bannen. ‘Het is niet echt. Het is niet echt. Het is niet echt.’ Maar als ik mijn ogen weer open doe, is het enige resultaat dat ik me voel alsof ik weer met Samuel in de lift sta. Maar deze keer voelt het alsof hij zijn hand niet tegen het glas aan ramt, maar om mijn hals sluit, en deze keer is er niemand om me te redden. Ik kan zijn blik voor me zien, vol woede en wraaklust, vol met bloeddorst. Na wat er vanavond gebeurd is, is het over met nieuwe kansen. Hij gaat me niet laten leven, hoe hard ik ook zou smeken. Dit is waar een leven aan stomme dingen me gebracht heeft: een feestje, weliswaar, maar eentje die mijn doodvonnis bezegelt en viert, met alles wat ik er gezegd en gedaan heb. Ik heb al mijn kansen verspeeld. Alle gesprekken die ik hier in het Capitool heb gevoerd, leiden tot een zwaard op mijn keel, een speer in mijn maag, een bijl in mijn rug, bloed aan mijn handen en een eindeloze reeks van verstikkende verwachtingen.

Ik knijp mijn ogen dicht. Het is niet echt. Het maakt niet uit dat het niet echt is - ik krijg geen lucht.

Als de deuren na wat als een eeuwigheid voelt eindelijk weer open schuiven, struikel ik haast naar buiten. De taart, de beweging van de lift en spanning in mijn lijf hebben me kotsmisselijk gemaakt.

“Chris, waar denk je-” Ook al lijkt het van heel ver weg te komen, ik krimp ineens als ik de harde, scherpe klanken van Luna’s stem hoor, maar ze maakt haar zin niet af. “Chris,” zegt ze dan zacht. “Wat is er aan de hand?”

Als ik antwoord probeer te geven, is een gesmoorde snik alles wat ik over mijn lippen krijg. De gedachten laten me los, en ineens merk ik dat ik sta te trillen op mijn benen, dat mijn zicht wazig is en dat mijn wangen nat zijn.

“Chris,” probeert Luna nog een keer. “Focus op je ademhaling. In. Vasthouden. Uit. Nog een keer.”

Ik sluit mijn ogen en volg haar instructies op, tot ik mijn hartslag weer tot rust voel komen. Als ik mijn ogen weer open, staat Luna voor me en reikt me een glas water aan, waar ik snel een paar slokken van neem.

“Trek eerst dat- Is dat Daniels hoodie?” Ze zucht en schudt haar hoofd. “Laat maar. Trek hem maar uit, dan zorg ik dat hij gewassen wordt.” Ze pakt mijn vest van een van de stoelen, geeft hem aan en gaat dan op de bank zitten, terwijl ik de gele hoodie vol vlekken over mijn hoofd trek en op het aanrecht leg. Om de een of andere reden voelt het alsof de dag daarmee echt voorbij is. “Ada kwam net ook al onder het eten binnen, weigerde iets te zeggen en is meteen naar haar kamer gegaan,” zegt Luna, als ik naast haar kom zitten en het vest aantrek. “Wat is er gebeurd?”

Ik veeg mijn wang af en haal nogmaals diep adem. “We hebben ruzie gehad.”

“Op het feest?”

“Ook,” mompel ik. “Maar ook daarvoor al. Ze zei dat je alleen je best doet voor mij, en toen ik boos werd-” Ik haal mijn schouders op. “Ze maakte me uit voor een winnaar en een moordenaar, alsof ik- alsof iemand hier om gevraagd heeft.” Ik hou mijn blik strak op de grond tussen mijn voeten gericht, maar ik kan Luna’s spanning voelen. De dingen waar Ada me voor heeft uitgemaakt, zijn dingen die zij daadwerkelijk is, hoe graag ze ook zou willen dat het niet zo was. “Ik…” probeer ik zo snel mogelijk verder te gaan. “Ik ben naar de zevende verdieping gegaan en heb met Danny gepraat, en daarna zijn we samen naar het feest gegaan. En dat was… best oké, denk ik. Maar op een gegeven moment begon Ada weer tegen me te schreeuwen en toen gooide ze eten naar me en toen ontstond er een voedselgevecht en nu-” Ik gebaar naar mezelf en zucht. “Nou ja, dit dus.”

“Is dit- Ben je zo van slag door de ruzie met Ada?” Ze fronst. “Dat is niets voor jou.” Ze heeft gelijk. Ik heb zo vaak ruzie. Ik zoek het op, lok het uit, en verklaar mezelf de winnaar. Ik ga telkens weer op zoek naar dat gevoel van adrenaline.

Ik haal mijn schouders op. “Ik weet het niet. Misschien. Het is alleen-” Ik heb al zoveel vijanden gemaakt. En deze keer doet het er toe. “Iedereen heeft een beeld van me, maar het is nooit wie ik ben.” Ik bijt op mijn lip en slik, als ik me realiseer dat ik daaraan begin te twijfelen. Het is niet wie ik wil zijn. Maar als door mijn hoofd schiet dat het bloed aan mijn handen best wel eens dat van Ada zou kunnen zijn, voel ik me er lang niet zo slecht over als ik graag zou willen.

Luna zucht en zwijgt even. “Je was ineens weg,” zegt ze dan. “Ik heb je niet terug zien komen van de training, en ik kon je nergens vinden. Ik dacht dat-” Ze schudt haar hoofd, en werpt me dan een gefrustreerde blik toe. “Ik maakte me zorgen om je. En dan blijkt dat gewoon vrienden aan het maken bent en op een feestje met eten zit te gooien. Je-”

“Hij is mijn vriend niet,” snauw ik. Ik schrik zelf van de felheid in mijn stem en sla snel mijn ogen neer. “We zijn gewoon- Ik bedoel, er is geen ‘we’. Het is niets.”

“Ik heb Daniel niet eens genoemd, Chris,” antwoordt Luna zacht. “En jullie hebben een groot deel van de dag samen getraind. Ik wil niet zeggen dat jullie vrienden zijn, maar als je blijft zeggen dat het niets is…” Ze aarzelt even. “Ik heb geprobeerd met zijn mentor te praten, maar die leek niet heel erg onder de indruk. Ik denk dat er best wel wat andere tributen zijn die graag een bondgenootschap met hem aan zouden gaan. Als je blijft zeggen dat het niets is, kan het ook nooit meer worden dan dat,” zegt ze, en ze kijkt me recht aan. “Ik weet dat ik hier meer op aan het aandringen ben dan je wilt, dus ik ga het je nog één keer vragen, en als je antwoord dan nog steeds ‘nee’ is, zal ik er niet meer over beginnen, maar als het ‘ja’ is, moet je er ook echt voor gaan. Geen ontkenningen meer. Geen spelletjes.” Ze haalt diep adem. “Wil jij Daniel als je bondgenoot?”

Heel even voel ik de paniek weer opwellen, als beelden van zijn lijk, mijn lijk en bebloede bijlen en zwaarden zich aan me opdringen. Nee. Er is geen hij en ik. Het is niet echt. Het is niet-

Maar als mijn angstige toekomstbeelden plaats maken voor mijn herinneringen, zie ik alleen nog maar de schittering in zijn ogen en zijn glimlach. “Ja,” zeg ik, hoewel mijn stem schor klinkt en bij iedere klank lijkt te haperen. “Ik wil dat- Ja. Alsjeblieft.”

Reacties (3)

  • Incidium

    Oh Chris arm kind. Hij verdient beter dan de stress van zijn kloteverleden en de stress van de Hongerspelen en zijn naderende dood, tegelijk.
    En Luna verdient ook beter. Ze neemt al de verantwoordelijkheid op zich om het leven van haar broer te redden, en dan moet ze hem ook nog mentale steun geven. Wat een zooitje is het allemaal.
    En Day! Hij lijkt verrassend goed te dealen met alles. Maar dat gaat vast een keer fout. En Chris gebruikt Day echt als zijn steun :/ Poor boys.
    Beter wordt het niet meer, maar misschien dat ze met zn drieen kunnen voorkomen dat het erger wordt.

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Yeah de spelen zijn niet echt, ehm, de optimale situatie om je problemen te gaan fixen, dus het is idd vooral een kwestie van voorkomen dat er meer problemen komen - waar Chris bepaald geen ster in is, helaas

      3 weken geleden
    • Duendes

      Zolang je het vanuit Chris leest, lijkt Day overal goed mee te dealen en alles aan te kunnen:Y)
      Alleen kijkt Chris mogelijk wel een beetje door een roze bril oeps

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Hij heeft een roze en een zwarte. De roze voor iedere keer dat Day glimlacht en een zwarte voor iedere keer dat ie met iemand anders praat - en voor als hij en Jade explosies veroorzaken, zodat ze er cooler uitzien

      3 weken geleden
    • Incidium

      pffffft ik denk dat Parveen ze daar wel bij kan helpen misschien

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Oh no Jade en Chris zijn al een disaster duo, met Parveen erbij zouden ze te machtig zijn

      3 weken geleden
  • Megaeraaa

    een bijl in mijn rug,
    Hé, Danny zou zoiets nooit doen!

    Wow dit is weer een heftig hoofdstuk!

    Eigenlijk, het laatste dat Luna van Chris ziet is dat hij er hulpeloos bij staat terwijl ze een paniekaanval heeft en dan blijft hij de rest van de dag weg om 's avonds helemaal in paniek en onder de taart binnen te vallen na een feest waar zij hem had verboden naartoe te gaan. Hoezo zou ze dan niet ongerust moeten zijn?

    YAAAY!!!! DE BOSJESMANNEN ZIJN TERUG!!!

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Dat weet Chris niet. Het lijkt te mooi om waar te zijn, dus het is moeilijk om het te vertrouwen

      Nou ja nadat Day wegging hebben Luna en Chris nog even samen gezeten, maar inderdaad, vervolgens verdwijnt hij voor de rest van de middag en de hele avond. Ze heeft alle reden om heel erg boos te zijn maar goed je kunt moeilijk tegen je broertje gaan schreeuwen als hij al aan het hyperventileren is

      3 weken geleden
  • Duendes

    Awh gosh Chris arme schat shit awh zoveel gebeurt op één dag dat hij letterlijk een grote paniekaanval error doet awh
    Maar Luna is echt een schat en ik hou van haar en OEF ze moet inderdaad wel bezorgd zijn want Chris is gewoon ineens de hele avond weg zonder enige uitleg en gosh Chris kennende betekent dat sowieso problemen oef

    En YES Chris heeft eindelijk besloten niet meer te ontkennen dat hij best bondgenoten wil zijn met Day WOOHOO dat is een goede stap GO CHRIS:Y)

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Jep het is even een momentje één en al anxiety
      En ja ik bedacht me dus ineens hoe lang hij weg was, en dat is dus echt al sinds dat incident na het meswerpen geweest. En hij is niet teruggekomen om te eten ofzo, en was niet nog steeds in de trainingszaal, dus had hij goed op de ziekenboeg kunnen liggen ofzo

      Hij had eerder al min of meer ja gezegd maar dat was niet echt vrijwillig en deze keer wel dus yay nu kan Luna dat gaan regelen

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen