Een hele hoop duels later, waarin ik weliswaar erg vaak gevloerd word, maar ook Bo een paar keer goed weet te raken, zitten we allebei buiten adem in de ring. Hoewel ik me behoorlijk beurs voel, en weet dat ik morgen waarschijnlijk flink wat spierpijn ga hebben, voel ik me ontspannen. En daarnaast lijkt de training daadwerkelijk zijn vruchten af te werpen: telkens als Bo me tegen de grond werpt, helpt hij me overeind, legt me uit hoe hij het gedaan heeft en helpt me om die strategie onder de knie te krijgen - net zo lang tot ik ze zelf ook enigszins succesvol uit kan voeren. Hoewel ik het niet hardop zeg, ben ik blij dat dit het onderdeel is waar ik voor gekozen heb.

“Hé, mag ik- Wat is…” Bo maakt een gebaar naar zijn hals, en dan naar mij. “Mag ik vragen wat dat is?”

Ik volg zijn gebaar en kijk omlaag naar mijn eigen hals, en zie dat Luna’s medaillon inmiddels niet meer veilig weggestopt is onder mijn t-shirt. De zilveren hanger bungelt duidelijk zichtbaar op mijn borst. Haast automatisch schiet mijn hand naar het sieraad toe en ik voel mijn gezicht weer rood worden, maar ik laat mijn hand weer zakken als ik me besef dat het inmiddels niet meer echt uitmaakt. Bo heeft het ding al gezien, en zal zijn nieuwsgierigheid waarschijnlijk niet zomaar laten gaan, ook niet als ik zijn vraag zou negeren. “Mijn aandenken,” mompel ik. “Het is van Luna.”

“Dat verklaart dat- Ik dacht al dat ik het eerder gezien had. Ik bedoel, op televisie, vorig jaar. Ik heb de spelen gevolgd, dus…” Hij schudt zijn hoofd. “Ik had een punt, denk ik, maar ik weet niet meer echt wat, en nu weet ik niet meer wat ik moet zeggen. Ik…” Bo haalt even diep adem en slaakt een diepe zucht. “Zou ik… Mag ik hem zien?”

Mijn instinct is om ‘nee’ te zeggen, maar voor ik dat gedaan heb, besef ik me dat ik de sluiting al aan het losmaken ben. De ketting glijdt van mijn hals, en ik reik hem uit naar Bo, die hem heel voorzichtig aanpakt en door zijn vingers laat glijden. “Het hoort geluk te brengen, maar tot nu toe lijkt het vooral veel tickets naar de Hongerspelen op te leveren.”

Bo knikt bedenkelijk. “Maar hij is wel al ooit een arena door gekomen, toch? Dus misschien…” Hij haalt zijn schouders op. “Misschien dat hij toch een beetje geluk brengt.”

“Als dat het geval is, dan is het een heel bitter soort geluk,” weet ik binnensmonds uit te brengen. Het soort geluk dat je een arena zowel in als uit krijgt, is het soort geluk dat je vooral veel trauma’s op lijkt te leveren, maar je wonder boven wonder toch in leven houdt. “En ik hoop dat dat geluk nog niet op is.”

“Ik oo- Ik bedoel, dat zou… Het is beter dan helemaal geen geluk, denk ik. Ik weet het niet.” Hij wrijft over het zilver, maar aarzelt als hij de sluiting raakt. “Wat zit er in? Als ik dat mag vragen. Was dat te persoonlijk? Sorry, ik kan me voorstellen dat je zoiets liever niet deelt. Je hoeft niet te antwoorden.”

“Het zijn gewoon familiefoto’s,” zeg ik, verbaasd over mijn eigen eerlijkheid. Een oude foto van ons gezin en de trouwfoto van mijn ouders. Het zijn allebei niet echt foto’s die ik graag weer wil zien - bang dat ik mezelf en Luna niet meer herken in onze jongere, lachende gezichten, en bang dat ik ga schreeuwen, huilen of allebei op het moment dat ik mijn vaders gezicht weer zie, met een uitdrukking die suggereert dat hij echt familie voor me is, en dat hij echt iets geeft om zijn gezin.

Bo’s vingers blijven even op de sluiting rusten, maar tot mijn opluchting maakt hij het sieraad niet open. In plaats daarvan glimlacht hij, en geeft hij het voorzichtig aan me terug. “Het is fijn om een stukje van hen bij je te dragen,” zegt hij dan. “Ik geloof best dat dat, nou ja, wat geluk kan brengen.” Zijn vingers reiken weer naar zijn eigen aandenken, en hij glimlacht, hoewel zijn ogen niet echt mee lachen.

“Doet de jouwe dat ook?” vraag ik hem, met een knik naar het koord om zijn hals. “Geluk brengen, bedoel ik.”

“Ik hoop het, maar daar is hij niet voor gemaakt.” Hij neemt het ringetje aan het koord tussen zijn vingers, al net zo voorzichtig als hij met mijn ketting deed. “Het is een soort trouwring, van mijn vader. Het is meestal niet praktisch om ringen te dragen als we met de dieren aan het werken zijn, dus bij ons in het district is het gebruikelijk om ze zo te dragen. En aangezien ze toch niet om je vinger hoeven te passen…” Hij haalt zijn schouders op. “Zilver is niet echt goedkoop, en behoorlijk moeilijk te krijgen waar ik vandaan kom, dus, nou ja, het is klein, maar het symbool blijft hetzelfde.” Hij glimlacht zwakjes. “Toewijding. Oneindigheid. En de belofte om ervoor elkaar te zijn en nooit op te geven om de ander te beschermen, denk ik. Tenminste, dat is hoe ik het zie. Misschien zoek ik er gewoon teveel achter - ik bedoel, het is eigenlijk gewoon een touwtje met een ringetje eraan.”

“Het is mooi,” zeg ik, en ik glimlach. “En sowieso een heel stuk subtieler dan dat ding van mij, maar het is ook gewoon…” Ik haal mijn schouders op, en duw het beeld van mijn vader heel snel zo ver mogelijk weg naar een donkere hoek van mijn hoofd. “Het klinkt als een hele fijne herinnering aan je familie.”

“Dat is het ook,” zegt hij, maar dan aarzelt hij, en kijkt me onderzoekend aan. “Is… Is die van jou dat niet?” vraagt hij dan voorzichtig.

Niet meer, zou ik willen zeggen, maar de woorden blijven steken in mijn keel. In plaats daarvan sta ik op, hang het medaillon weer om mijn hals en stop het weer veilig weg onder mijn shirt. “Het is nog niet zo heel laat,” merk ik op, in de hoop dat hij niet verder vraagt naar alles waar ik liever niet aan wil denken. “Zullen we nog wat gaan trainen?”

Even is de twijfel van Bo’s gezicht af te lezen, maar dan staat hij op en rekt hij zich uit. “Heb je nog niet genoeg gehad?” vraagt hij dan. “Ik bedoel, ik heb je een paar keer best hard geraakt, dus ik kan me voorstellen dat je, nou ja, een beetje beurs bent.”

“Oh, zeker weten.” Ik glimlach, opgelucht om een ander onderwerp aan te kunnen snijden. “Daarom denk ik dat het tijd word dat ik nu jou wat ga leren. Je zei daarstraks toch dat je denkt dat je nooit zo zou kunnen klimmen als ik? Daar kan ik misschien wat verandering in brengen.”

Meteen verdwijnt de aarzeling van zijn gezicht, en maakt het plaats voor een enthousiaste twinkeling in zijn donkerbruine ogen. “Echt waar?” Hij trekt snel zijn handschoenen uit en kijkt naar de touwen en klimtoestellen aan de andere kant van de zaal.

“Natuurlijk,” zeg ik, terwijl ook ik mijn handschoenen uit trek en de ring uit stap. “Jij hebt mij ook enorm geholpen, dus dit is wel het minste dat ik terug kan doen, toch?” Ik trek hem mee naar het klimonderdeel en pak het touw stevig vast, waarna ik mezelf bij wijze van demonstratie vast een stukje omhoog trek. Met een brede glimlach op mijn gezicht kijk ik over mijn schouder naar Bo, en steek mijn hand naar hem uit. “Jij hebt mij geleerd hoe ik kan vechten. Nu leer ik jou hoe je kunt vliegen.”

Reacties (2)

  • Incidium

    Dit was een prettig hoofdstuk:Dwat gezien de situatie best indrukwekkend is. Vorig hoofdstuk dacht ik een beetje ¯\_(ツ)_/¯ over Bo, maar in deze begin ik hem te mogen. Alweer iemand die het niet verdient hier te zijn... rip

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Het is in ieder geval super chill om te schrijven
      Alleen wel eh kinda sad dat er nog steeds maar één winnaar is

      3 weken geleden
  • Duendes

    Awh gosh Bo is echt freaking adorable man en ze hebben zo'n leuke dynamic en het is ergens best ontspannend om Chris niet de hele tijd in gay panic te horenxD
    Also ik hou van Chris zijn dramatische flair met een vleugje Extra like hoe je kunt vliegen damn heftig

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      I know, daarvoor is er nog tijd genoeg
      Ja same het is heerlijk dramatisch en dat is genieten

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen