Chris + adrenaline = problemen + intense situaties
^ zie je, ik kan ook wiskunde

"Dat was slim." Day gaat verdwaasd overeind zitten, en draait met een pijnlijke frons met de pols waarmee hij zichzelf opving. Heel even ben ik bang dat hij verkeerd terecht gekomen is, en dat ik de stomme idioot ben die zijn bondgenootschap op de eerste dag verpest doordat hij zijn bondgenoot serieus pijn gedaan heeft. Maar dan lacht hij naar me, met in zijn ogen niet alleen een storm, maar ook een flits van een uitdrukking die ik maar heel zelden van iemand krijg, en die mijn hart een verwarde sprong laat maken: bewondering. "Goed gedaan."

"Ik zei toch dat ik een hoop geleerd heb." Ik kan een brede grijns niet onderdrukken, nu ik zo vol ben van de warme, welkome kriebel van enthousiasme en trots. Ik steek mijn hand uit en help Day weer overeind. "Dit was pas het begin. Wil je nog wat zien?"

Day knikt. "Ik ga hier vast spijt van krijgen, maar laat maar zien," zegt hij, terwijl hij een verdedigende positie aanneemt.

Ik laat dat me geen tweede keer zeggen, maar val meteen weer aan. Heel veel kracht zit er niet achter mijn stoten, en dat maakt ook niet uit. Het gaat om het aantal, om de snelheid, en om de plekken waar ik zou kunnen raken. Het enige wat ik hoef te doen, is Day uit balans te brengen, waardoor ik hem makkelijker tegen de grond zou kunnen werken. Als ik dat met alleen kracht zou doen, zou ik heel snel uitgeput raken, en is het niet eens zeker of het me überhaupt wel zou lukken om Day te vloeren. Ik kan er niet omheen dat de jongen uit District 7 aanzienlijk meer spiermassa heeft dan ik. Gelukkig hoef ik niet sterker te zijn dan hij, alleen slimmer.

In een serie snelle stoten richting Days maag en hoofd, weet ik de jongen aan het wankelen te brengen. Hij weet te voorkomen dat ik hem hard raak, maar ik heb hem in ieder geval de verdediging in gedwongen.

Dat duurt echter niet lang, want voor het me lukt om Day te laten struikelen, zet hij zijn voeten weer steviger op de grond, in de houding die hij tijdens het trainen met de bijlen aannam. Hij staat klaar om de tegenaanval in te zetten.

Ik zie zijn vuist aankomen en hef mijn hand op om de stoot op te vangen, maar realiseer me net op tijd dat ik daar lang niet sterk genoeg voor ben, ook al lijkt Day inmiddels weer aan het twijfelen gebracht te zijn. Snel duik ik omlaag om zijn stoot te ontwijken, en haal vanuit daar uit naar Days maag.

Tot mijn verbazing lijkt mijn eerdere twijfelachtige actie in mijn voordeel te werken, als een soort schijnbeweging, waardoor Day te laat beseft dat hij zijn verdediging heeft laten zakken. Mijn vuist maakt contact met zijn buik, en Day wankelt met een gepijnigde frons achteruit. Dat was een hele rake klap - zonder de beschermende kleding die we tijdens de trainingen dragen, had hij waarschijnlijk niet overeind kunnen blijven. "Dat was ook weer niet nodig." Days stem klinkt meer als gehijg, terwijl hij over de plek wrijft waar ik hem geraakt heb, maar hij glimlacht nog wel, tot mijn grote opluchting. Ik speel een gevaarlijk spel, door mijn nieuwe bondgenoot zo hard te raken, maar ik maak in ieder geval duidelijk wat ik kan. Het bewijst dat ik mezelf écht kan redden in een gevecht, ook in mijn eentje, maar ook dat ik hem de baas kan, als het ooit tot een duel zou komen. Ik hoop dat de dag dat ik Day in de arena moet bevechten nooit gaat komen, maar de wetenschap dat ik hem aan kan zolang ik een manier vind om hem te ontwapenen, biedt me voor nu het kleine beetje extra zekerheid dat ik nodig had. We weten nu allebei dat hij me niet zomaar kan verraden. Ik geef niet op zonder gevecht, dat nooit, en dit is een gevecht dat ik kan winnen. Het is één zorg minder.

Toch voel ik me schuldig over mijn rake klap. Het was veel en veel erger geweest als ik zijn organen hard geraakt had, of als hij de beschermende kleding niet aan had gehad, maar ik weet heel goed dat een dergelijke aanval flink veel pijn doet, en dat ikzelf waarschijnlijk niet overeind had kunnen blijven. Dat heb ik gisteren keer op keer ervaren. "Sorry,” flap ik eruit. “Gaat het?"

"Nee, ik denk dat ik deze klap niet overleef," antwoord Day, met een brede glimlach op zijn gezicht en een twinkeling in zijn ogen die verraden dat het best oké gaat. Langzaam ontspant hij weer en stapt weer naar voren. "Je hebt echt een heleboel geleerd." Weer valt er bewondering op zijn gezicht af te lezen, waardoor mijn gedachte automatisch afdwaalt naar een scenario waarin hij geen bescherming gedragen had - een scenario waarin ik hem zo hard geraakt zou hebben dat hij neer gegaan zou zijn. Ik zou hem moeten helpen, als het zo ver zou komen. In mijn hoofd dringen beelden van bloed zich aan me op, en zie ik Day op de grond liggen, terwijl iets me toefluistert dat het mijn schuld is, en mijn verantwoordelijkheid om alles goed te maken. Maar mijn handen zijn niet gemaakt om te helen, dat bewijst dit wel. Ik ben niet gemaakt voor behulpzaamheid, voor vrede. Ik ben gemaakt om te vechten, om altijd maar de randjes op te zoeken en dingen te breken. Ik hoop alleen dat ik dit bondgenootschap wel heel kan houden.

"Eh, ja, dat zei ik toch?" Ik glimlach zwak naar hem. "Sorry."

"Hé, geen zorgen. Niets aan de hand. Ik kan wel tegen een stootje." Day werpt me een geruststellende blikt toe en grinnikt even. "Hoewel het niet bepaald iets is waar ik een gewoonte van wil maken."

"Nee, natuurlijk niet,” zeg ik snel. “In de arena-" Mijn stem sterft weg, als de bloederige beelden zich meteen weer aan me opdringen. Ik kan het piepen van een hartmonitor horen, het alles brekende geluid van een flatline, het geluid van een kanon en de stem van mijn vader. Maar bovenal zijn teleurgestelde blik, die veel meer zegt dan hij met zijn stem kan doen - ‘als jij beter je best had gedaan…’. Als ik de zoon zou zijn die hij gewild had, zou ik alles kunnen voorkomen, alles kunnen verhelpen. Als ik meer op Luna zou lijken, zou ik mensen kunnen helpen, in plaats van alleen maar schade aanrichten. Als ik maar gewoon niet mezelf zou zijn- Ik haal diep adem en hef verdedigend mijn handen op, om mijn gedachten uit te schakelen op de enige manier die ik ken. Dit gevecht is nog niet voorbij.

Day kijkt me even bezorgd aan, maar hij stelt geen vragen. In plaats daarvan valt hij aan, snel en hard, maar deze keer niet naar mijn hoofd, zoals hij tot nu toe telkens gedaan heeft. Hij maakt dezelfde beweging die ik net maakte, duikt omlaag, en tegen de tijd dat het tot me doordringt wat hij van plan is, is het te laat om de aanval goed af te weren. Zijn vuist raakt mijn zij en ik krimp ineen, als in de felle pijnscheut door me heen voel trekken.
Ik zet een stap achteruit en raap mijn krachten bijeen, terwijl ik de pijn zoveel mogelijk probeer te negeren. Dit is het moment waar het op aankomt. Veel van mijn medetributen zijn vechten niet gewend, en zullen dat na een paar dagen trainen nog steeds niet zijn. De eerste keren dat ze raken, brengt dat ze mentaal uit balans. Ikzelf werd overmoedig, de eerste keer dat ik Bo raakte, maar Day is anders. Juist nu hij de kans heeft om het af te maken, zal hij gaan aarzelen. Dit is de kans die ik nodig had, en ik mag hem niet laten schieten.

Op het moment dat hij me verbaasd en geschrokken aankijkt, draai ik om hem heen, waardoor ik achter hem terecht kom. Hoeveel technieken ik ook geleerd heb gisteren en hoe ver ze me ook kunnen brengen, het blijven dingen die alleen nuttig zijn als beide tegenstanders ongewapend zijn. En daarin gaat een van de grootste adviezen schuil: als je wil winnen in een man-tegen-man-duel, neem een mes mee. Zo hard als ik kan, plant ik mijn vuist tussen Days schouderbladen - een actie die we wel eens toepassen als iemand ergens in lijkt te stikken - en kijk toe hoe hij ineen krimpt, naar adem hapt en begint te hoesten. In de tijd die hij nodig heeft om op adem te komen, haal ik in gedachten een mes tevoorschijn - hier in de trainingszaal mag ik geen echt exemplaar gebruiken, behalve bij het betreffende onderdeel, maar in de Spelen gelden dergelijke regels niet. Natuurlijk, het is niet eerlijk, maar dat is niets van dit alles, dus waarom zou ik nog proberen dat wel te zijn? Ik ben niet de zoon die ik zou moeten zijn. Geen heler, geen held. Ik ben een vechter en een overlever. Ik grijp Days schouder stevig vast, zodat hij niet om kan draaien of ontwijken, en leg mijn vinger als een mes op zijn keel. Mijn stem klinkt hijgend en schor, maar ik voel me ijzersterk, als ik mijn hoofd vlak bij het zijne breng en in zijn oor fluister; "Dus... Heb ik gewonnen?"

Reacties (2)

  • Incidium

    Dit is wel heftig. Chris krijgt te horen dat hij iets goeds heeft gedaan en durft het niet te geloven. En reflexief herinnert hij zichzelf eraan dat hij geen held is etc. Chris no accepteer een compliment.
    Ligt het aan mij of herken ik flarden van die twee gymlessen kickboxen die wij hebben gedaan? Leuk haha

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Hij doet zijn best maar hij is kinda selectief in wat hij wel en niet wil horen, whoops
      Ik moet mijn kennis ergens vandaan halen, dit is basically het enige referentiekader dat ik heb, whoops

      2 weken geleden
  • Duendes

    Chris is zó blij met een beetje bewondering en awh hij is net zo zwak voor validation als ik ohnoxD
    Also Chris heeft zo geen rem lieve schat Day kan wel wat hebben en je maakt het bondgenootschap echt niet zo snel stuk mAAR LAAT HEM ALSJEBLIEFT HEEL AWH
    Also Also damn Chris INTENS

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Oh true, I mean hij heeft net iets te vaak te horen gekregen dat hij niet goed genoeg is
      Getting some mixed messages hier. Wel of niet slaan? Hmm

      2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen