Foto bij – 16 –

‘Waarom zie je er zo raar uit?’ vroeg Holly zich hardop af, afgeleid van haar corndog en krulfrietjes. Zij had niet eens door dat ik zo af en toe een paar frietjes stal, ook al waren het er veel te veel voor haar om allemaal op te krijgen.
      Theodore, aan de andere kant van de tafel in de diner, keek vragend op toen hij doorhad dat het meisje tegen hem had gesproken. ‘Raar hoe?’ vroeg hij niet-begrijpend.
      Holly lachte zacht. ‘Met een pet en een zonnebril,’ verduidelijkte zij zichzelf. Zij pakte de aviator zonnebril van de man, die hij had neergelegd op de tafel, met haar heerlijk vette handen en zette deze op om uit te proberen. ‘De zon schijnt niet eens, dus dan zie je toch niets?’
      De meiden hadden het juist gezellig gevonden dat er nog een “vriend” meeging naar Coney Island. Het was vrij koud, waardoor het rustig was en daardoor waren er ook geen lange wachtrijen voor de attracties. Vrolijk hopte de tweeling van de ene bezigheid in de andere. Zij waren te vol van plezier om er bij stil te staan dat zij Theodore niet kenden en spraken honderduit tegen hem alsof zij hem al jaren kenden, maar klaarblijkelijk veranderde dat op het moment dat wij een onderbreking maakten om rustig iets te eten en te drinken.
      ‘Omdat ik een prins ben, en ik wil niet herkend worden,’ antwoordde Theodore zowaar eerlijk.
      Emma verloor ook de aandacht voor haar corndog. ‘Een echte prins?’ vroeg zij stomverbaasd met
een nog halfvolle mond.
      De heuse Kroonprins van Engeland knikte met een glimlach. ‘Ja,’ bevestigde hij nogmaals.
      ‘Zoals Prince Charming?’ wilde Holly weten, de zonnebril weer afzettend.
      Theodore lachte nu ietwat ongemakkelijk. ‘Exact. Zoals in de verhalen,’ bleef hij geduldig de vragen beantwoorden. ‘Ik kom net zoals jullie tante en vader uit Engeland.’
      Holly leunde dichter naar Theodore over de tafel, totaal geïntrigeerd. ‘Heb je ook een prinses?’ vroeg zij nieuwsgierig door.
      ‘Jazeker. Ik ben met een… heel mooi meisje getrouwd,’ herformuleerde de prins zijn zin tijdens het spreken. Al ging het hem niet gemakkelijk af, merkte ik op. Toch ontweek hij mijn peilende blik en hield zijn aandacht gefocust op de tweeling.
      Emma, die naast hem zat, trok aan de mouw van Theodore zijn winterjas. ‘Heb je ook een paard?’ mengde zij zich vol hoop tussen de brandende vragen van haar zus.
      ‘Meerderen,’ knipoogde de man aller-charmantst, alsof het hun geheim was.
      Verlangend keek Emma naar mij op. ‘Wanneer mag ik mee naar Londen?’ smeekte zij onmiddellijk.
      ‘Heb je ook een paleis?’ bleven de vragen komen van Holly.
      Ietwat verontschuldigend trok ik Holly weer recht naast mij op de bank. ‘Holls, laat hem even rustig eten, oké?’ lachte ik door de onschuldige aandoenlijkheid. ‘Bovendien moeten wij zachtjes doen, anders wordt Teddy alsnog herkend en hebben de pet en zonnebril geen zin gehad. Eet even door, anders wordt het koud.’
      Om aan te geven dat zij haar mond zou houden, sloeg Holly even haar hand voor haar mond, voordat zij deze weer opende om verder te eten van haar corndog. Emma daarentegen bleef de prins dromerig aanstaren, al dacht zij waarschijnlijk alleen maar aan alle paarden die hij mogelijk kon bezitten.
      Na enkele tientallen seconden had Theodore het door en keek naar het kleine meisje naast hem op de bank. ‘Eet maar even door, lieverd,’ glimlachte hij bemoedigend. ‘Ik zal jou thuis foto’s laten zien van mijn paarden. Dan mag jij alles vragen wat jij maar wilt.’
      ‘Word jij koning?’ kon Holly haar nieuwsgierigheid niet bedwingen.
      Streng keek ik mijn nichtje aan. ‘Dat was geen uitnodiging om nu verdere vragen te stellen, Holly,’ waarschuwde ik.
      Theodore schonk ook het meisje tegenover hem een glimlach. ‘Straks,’ stelde hij haar gerust.


‘Ga jij ook naar balfeesten toe?’ bleven de vragen stromen vanuit Holly. Er kwam werkelijk geen einde aan. Ik hoopte alleen maar dat Charles al geld aan de kant zette om haar straks naar een Ivy League school te kunnen sturen. Lieve help, zeg…
      Theodore knikte. ‘Ja, alleen noemen wij deze niet zo,’ antwoordde hij nog altijd met bijzonder veel geduld. ‘Meestal wordt er ook niet gedanst, maar eten wij samen.’
      Holly zat op de grond, maar leunde met haar ellenboog op de bank waarop Theodore rustig zat. ‘Hoe noemen jullie ze dan?’ vroeg zij door.
      ‘Banketten. Het zijn vaak uitgebreide diners met belangrijke mensen, waarvoor wij ons netjes moeten aankleden,’ legde de man uit. ‘Dansen doen wij alleen als het echt speciaal is.’
      Mijn nichtje knikte begrijpend, alsof zij mentaal elk antwoord uitvoerig opsloeg. ‘Heeft jouw prinses dan ook grote jurken aan?’ ging zij ongestoord verder met haar vragen. ‘Ik vind die jurken mooi… En draagt zij dan ook een kroon?’
      Daarop schudde Theodore ontkennend zijn hoofd. ‘Kronen zijn alleen voor de koning en de koningin. Vanaf het moment dat wij getrouwd waren mag zij wel tiara’s dragen. Tiara’s lijken op haarbanden, maar zijn vaak extra mooi met dure stenen.’ Waar haalde hij het geduld vandaan? ‘Maar ja, de prinses mag hele mooie jurken dragen tijdens banketten,’ beantwoordde hij alsnog de eerste vraag.
      Verveeld sloeg ik een grote slok wijn achterover, waarna ik mijn wijnglas weer bijvulde aan de bar van het kookeiland. Emma lag al een half uur heerlijk te slapen in mijn bed, maar het zag er niet naar uit dat Holly snel zou volgen.
      ‘Wat gebeurt er wanneer een prins of prinses doodgaat?’ ging Holly over op een heel luguber onderwerp.
      Genoeg. ‘Kom, Holls. Het is echt bedtijd nu,’ drong ik ietwat ongeduldig aan. ‘Jouw zus slaapt al bijna een uur, dus het is de hoogste tijd. Zeg Teddy even welterusten.’
      Theodore lachte om mijn overdrijving, maar knikte toen instemmend naar Holly, die hem vertwijfeld aankeek. ‘Het is bedtijd,’ was hij het gelukkig met mij eens. ‘De volgende keer praten wij verder.’
      ‘Wanneer ben jij er weer?’ wilde Holly uiteraard weten.
      De man haalde zijn schouders op. ‘Snel, hopelijk,’ wist hij slim te antwoorden.
      Met tegenzin stond Holly op en gaf Theodore een knuffel. Lief omhelsde hij haar stevig terug, voordat zij hem gedag zei en doorliep naar de badkamer om haar tanden te poetsen.
      ‘Schattige leeftijd,’ klonk Theodore lichtelijk cynisch en weldegelijk vermoeid na alle, vele vragen.
      Lachend hief ik mijn wijnglas op. ‘Kan ik jou interesseren in een glas alcohol?’ nodigde ik uit.
      Theodore schudde zijn hoofd en stond op. ‘Nee, ik moet gaan. Het is al laat en mijn Veiligheidsofficier staat nog steeds voor de deur…’ wees hij vaag naar de voordeur. ‘Spreken wij elkaar morgen weer?’
      Hoewel ik blij was met deze reactie, omdat ook ik moe was, viel het mij toch zwaar om na zo’n lange, gezellige dag afscheid te moeten nemen. ‘Ja, natuurlijk. Zeg maar hoe laat,’ gaf ik de man mijn gehele dag. ‘Chuck haalt de meiden al vroeg op.
      ‘Als jij vroeg op bent, kunnen wij misschien wel samen hardlopen voor de zondagsbrunch?’ stelde de man voor.
      Oh, nee…
      ‘Ja, dat is goed. Central Park?’ maakte ik desalniettemin het voorstel af.
      Theodore knikte. ‘Klinkt goed. Stuur mij jouw locatie maar. Rond een uur of tien?’ gaf hij een tijd.
      Met tegenzin knikte ook ik. ‘Prima,’ bevestigde ik. ‘Rond tien uur stuur ik jou mijn locatie rond Central Park.’
      In dat moment kon ik eigenlijk alleen maar aan pizza en slaap denken, maar Theodore groette mij al. Zacht kuste hij mijn wang, waardoor ik opschrok en hem niet-begrijpend aankeek. Tegelijkertijd kwam Holly de badkamer weer uitgelopen, omgekleed in haar nachtjapon. Even wist ik niet meer waar ik moest beginnen.
      ‘Lieverd, ik kom eraan,’ wist ik mijn prioriteiten juist te stellen.
      Theodore stapte met een glimlach achteruit, zich logischerwijs van geen kwaad bewust. ‘Dan zie ik jou morgenochtend. Fijne avond nog,’ zei hij mij, voordat hij nog kort naar Holly zwaaide en de deur uitliep.
      Snel nam ik nog een slok van de wijn, voordat ik met Holly meeliep naar mijn slaapkamer, om haar daar naast Emma warm in te stoppen in mijn bed. Gelukkig duurde het ook niet al te lang voordat zij in slaap viel, waardoor ik fijn weg kon kruipen onder een deken op de bank.


Je hoofd leegmaken samen met de reden waardoor jouw hoofd volkomen vol raakt en overuren draait… Laat mij je vertellen, dat werkt niet. Tegelijkertijd wilde ik mij niet laten kennen, want de conditie van Theodore was bijster goed, en ik moest toegeven dat ik mij daardoor geïntimideerd voelde. Zo ook zijn Veiligheidsofficier, die hem schaduwde, was alom bekend met het kunnen van de kroonprins.
      Langzaam dwarrelden sneeuwvlokken naar beneden. Ze voelden koud aan op mijn warme huid, terwijl de natte sneeuw ons begon te doorweken.
      Na eindelijk terug te zijn gekomen op onze startlocatie, liet ik mij simpelweg buitenadem neerzakken op de grond om bij te komen. Tien hele kilometers… Dit was onmenselijk, zeker op zondagochtend. Het deed mij niets dat ik zo op deze manier nog verder doorweekt raakte, want spierpijn ging ik toch wel hebben. Zelf rende ik altijd zo’n vijf kilometer, hoogstens zes of zeven op een goede dag en dan in een rustig tempo.
      Theodore, die in eerste instantie niet direct doorhad dat ik achterbleef, draaide zich enkele meters verder lachend om. Hij liet zijn schouders hangen en stapte naar mij terug, zijn hand naar mij uitstekend.
      Daarop schudde ik afwijzend mijn hoofd en liet mij juist achterover vallen. Ik was zelfs te gesloopt om woorden te kunnen formuleren.
      ‘Goed, dus dat was effectief…’ merkte de man spottend op, terwijl hij naast mij neerhurkte. Traag schudde ik mijn hoofd en probeerde mijn hart te kalmeren. ‘Je hield anders aardig goed mijn gewoonlijke tempo bij.’ Was dat een compliment of een zelfmoordpoging? Momenteel was ik daar nog niet over uit.
      Lichtelijk bezorgd kwam de Veiligheidsofficier bij ons staan. ‘Alles in orde, meneer?’ vroeg hij voor de zekerheid.
      ‘Jazeker. Waarschijnlijk een slechte zaak van blaren en een slechte conditie,’ antwoordde de man mompelend, met een irritante grijns op zijn gezicht.
      Kapot kwam ik weer omhoog om te zitten. ‘Tien kilometer. Wie rent er nu tien kilometer?’ fluisterde ik met brandende longen.
      Theodore stond op en bood mij nogmaals zijn hand aan om mij omhoog te trekken, die ik nu dan toch maar aannam. Eenvoudig, zonder zelf al te veel moeite te hoeven doen, hees hij mij weer recht op mijn benen. ‘Brunch?’ stelde hij glimlachend voor. Hij nam het flesje water van zijn Veiligheidsofficier aan en gaf deze door aan mij. ‘Alsjeblieft… Dus waar kun je hier leuk eten?’
      ‘Eerst een douche,’ mompelde ik na een paar slokken water te hebben gedronken, waarna ik het flesje weer teruggaf en gepijnigd verder liep. ‘Achterlijke…’
      De man lachte hartelijk. ‘Schold jij mij zojuist uit?’ vroeg hij diepverontwaardigd.
      Zinloos gebaarde ik maar wat met een diepe zucht en liep gewoon door. Hoe sneller ik weer thuis was en onder de warme douche zou staan, hoe beter.


Fris, maar gebroken, zat ik iets meer dan een uur later tegenover Theodore aan een tafel in één van mijn favoriete lunchrooms. Dit was waar mijn dagdromen van gemaakt waren, maar in dit moment… Nee, het was slechts ongemakkelijk, van mij uit. Gelukkig leek hij daar niets van door te hebben.
      Zwijgend luisterde ik naar zijn verhalen over zijn thuis. Hij raakte het pijnlijkste onderwerp niet aan, nu wij in het openbaar waren. Vooralsnog leek niemand hem te herkennen, want waarom zouden zij ook de Kroonprins van Engeland hier verwachten, in een kleine lunchroom in het hart van New York City? Tenslotte had hij geen echte reden om hier te zijn.
      ‘Vertel jij eens iets,’ spoorde Theodore mij aan.
      Niet-wetende wat te zeggen, haalde ik mijn schouders op. ‘Zoals wat?’ vroeg ik terug.
      Theodore nam een slok van zijn thee, maar besloot er toen nog een beetje meer melk bij te schenken. ‘Jij bent de beste vriendin van Elise, jij werkt voor Novelsy, hebt een broer, twee schattige nichtjes en een nieuwe vader… Maar dat is alles dat ik van jou weet,’ somde hij eenvoudigweg op. ‘Wel, en dat jij nog nooit een serieuze relatie hebt gehad. Begin anders daar, wat is het verhaal?’
      Ongemakkelijk ademde ik uit en beet met gesloten mond op mijn tong, omdat ik mijn ongeluk niet kon geloven. ‘Ik heb de juiste man nog niet ontmoet,’ antwoordde ik zo simpel mogelijk.
      ‘Je hoeft ook niet de juiste te ontmoeten,’ was de prins van mening. ‘Gewoon iemand met wie je plezier kunt hebben. De rest komt vanzelf.’
      Nogmaals haalde ik mijn schouders op. ‘Wel, dat is tot dusver nog nooit gebeurd,’ reageerde ik afstandelijk en pakte mijn glas verse sinaasappelsap op. ‘Maar goed, “ik heb dan ook geen leven”.’
      Theodore keek mij emotieloos aan. ‘Waarom zou jij dat zeggen?’ vroeg hij aangedaan.
      Ik nam een slok van het sap. ‘Omdat het waar is,’ lachte ik schamper.
      ‘Waarom zou jij dat teruggooien in mijn gezicht?’ had ik de man daadwerkelijk gekwetst. ‘Jij weet dat het de ergste nacht van mijn leven was en dat ik slechts uithaalde.’
      Voorzichtig haalde ik diep adem en zette het glas terug op tafel. ‘Sorry…’ zei ik zacht.
      De man keek mij iets te lang aan, alsof hij iets probeerde te ontrafelen. ‘Wel, het is ook bewonderenswaardig,’ merkte hij uiteindelijk op. ‘Niet iedereen is zo gemakkelijk als mijn vrouw…’ Hij schudde kort zijn hoofd. ‘Geruststellend, om er het minste van te zeggen.’
      Vlug kuchte ik, omdat ik eigenlijk moest lachen om de nuchtere opmerking. Theodore keek op, maar grijnsde toen hij mijn gezicht zag, dat ik zo strak mogelijk probeerde te houden.
      ‘Wel, het is waar,’ mompelde de man zacht. ‘Vele mannen kunnen dat bevestigen.’
      Lipbijtend schudde ik mijn hoofd, in de hoop niet te zullen lachen. ‘Stop het,’ verzuchtte ik met een verzoekende ondertoon.
      Theodore zat rechter en keek mij vragend aan. ‘Goed, dus hoe vaak kan ik nog verwachten dat jij mijn uitingen terug smijt in mijn gezicht?’ kwam hij serieus ter zake.
      Eveneens rechtte ook ik mijn schouders. ‘Gezien de opmerkingen… Lang,’ antwoordde ik eerlijk. ‘Ik kan het niet helpen.’
      De prins lachte. ‘Dus jij blijft mij eraan herinneren dat ik insinueerde dat jij een heks zou zijn?’ vroeg hij ter verduidelijking.
      ‘Wel, sinds jij mij wist te raken… Ja,’ kwam ik tot de simpele conclusie.
      Meteen verdween de lach. ‘Ik heb jou gekwetst?’ constateerde hij meer dan hij het vroeg. Angstvallig bleef ik stil, niet zeker over hetgeen een juiste reactie zou zijn. ‘Waarom?’
      Onwennig lachte ik. ‘Waarom jij mij kwetste?’ vroeg ik niet-begrijpend.
      ‘Nee, waarom kwetste jou dat?’ herformuleerde Theodore de vraag. ‘Het was niet serieus bedoelt.’
      Wederom bleef ik even stil en ontweek uiteindelijk zijn blik, door neer te kijken op mijn half opgegeten hartige wafels. ‘Omdat jij de kroonprins bent,’ was het enige antwoord dat ik kon geven.
      Theodore bleef mij nadenkend aankijken. ‘Als er iemand zou zijn voor wie dat niets uit zou maken, had ik gedacht dat jij het zou zijn,’ zei hij mij uiteindelijk.
      Ik slikte moeilijk. ‘Dan ken jij mij niet heel goed,’ reageerde ik zacht. ‘Als jij mij daadwerkelijk zou kennen, zou jij weten dat ik behoudend en conservatief ben. Zeer conventioneel zelfs.’
      De man glimlachte. ‘Geen wonder dat mijn vader blij was met de vriendschap tussen Elise en jou tijdens haar middelbare schooltijd,’ mompelde hij hardop terugdenkend. ‘Zij wil nog wel eens neigen naar het progressieve.’
      ‘Mede daardoor trouwde zij Caspian,’ moest ik bekennen. Theodore keek vragend op van zijn toast. ‘Ik probeerde Cas te helpen haar hart te veroveren, omdat… Omdat ik ervan overtuigd ben dat het haar uiteindelijk gelukkiger heeft gemaakt.’
      Voor een moment wist de kroonprins niets uit te brengen. ‘Wauw…’ ademde hij uit en ik dook ongemerkt ietwat in elkaar, bangig voor zijn volle reactie. ‘Hoezeer ik het ook met je eens ben en haar subtiel eveneens van gedachten probeerde te laten veranderen, zij was erg gelukkig met Levi toentertijd. Zei luisterde sowieso altijd beter naar jou, dan naar haar familie.’
      ‘Oh, ik heb haar relatie met Levi aangemoedigd,’ verduidelijkte ik direct. ‘Alleen was hij nooit monarchiemateriaal en dat wist Lisl.’
      Theodore lachte geamuseerd. ‘Exact dat was de reden dat zij hem leuk vond,’ was hij daarvan overtuigd. ‘Zeg maar dezelfde reden waarom ik Sophia trouwde. Ik had jouw hulp ook goed kunnen gebruiken.’
      ‘Waarom luisterde jij niet naar Caspian?’ kon ik mijn mond niet houden, hoewel ik mijn stem gedempt hield. De man keek mij vragend aan. ‘Cas probeerde jou te waarschuwen, voordat jij haar trouwde. Hoe kun jij iemand trouwen die jouw beste vriend probeerde te verleiden? Serieus, hoe kun jij dat aanhoren en haar vervolgens ten huwelijk vragen? Vervolgens zet jij het door, terwijl jij wist dat zij op haar knieën ging voor jouw andere vrienden…’
      Schuldbewust keek Theodore terug, opdat ik hem onbegrijpend aanstaarde. ‘Ik ben niet perfect, Harlow,’ was zijn verklaring.
      En ineens begreep ik het. ‘Dus omdat jou iets is overkomen als kind, waar jij niets aan kon doen, neem jij genoegen met haar?’ vroeg ik om bevestiging van mijn gedachtengang. ‘Omdat jij te horen hebt gekregen dat jij geen kinderen zult kunnen krijgen, verdien jij daarmee ook dit? Waarom zou dat gelijk staan aan elkaar?’
      Daarop haalde de man ongemakkelijk zijn schouders op. ‘Ik kan haar niet alles geven,’ probeerde hij het op zijn manier goed te praten.
      ‘Vertrouw mij, er zijn vrouwen die jou dit nooit aan zouden doen,’ beloofde ik waarheidsgetrouw.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen