Arthur gaat, vroeg in de ochtend, op pad om de PROCLIVITAS te vinden. Hij kiest twee van zijn dapperste ridders uit om hem te helpen met leiden. En dan begint de reis...

De volgende morgen werd arthur wakker. Het was heel vroeg. Zijn hart klopte hevig. De reis ging beginnen, dat wist hij. Hij kleedde zich om, at zijn ontbijt, en ging naar buiten. Zijn ridders stonden hem daar al op te wachten. Ridders, bij elkaar! Riep arthur. En toen gingen ze allemaal naast elkaar staan. We weten dat als we niet snel iets doen, dat onze vijand ons rijk overneemt, riep arthur tegen de ridders. Dus daarom heb ik een plan: Kijk, ik heb dit boek gevonden. Er zit een kaart in. Hij liet de kaart zien. Die kaart leidt ons naar het krachtigste wapen ter wereld, genaamd: De PROCLIVITAS. Daar gaan we vandaag naar op zoek, riep arthur. En nu ga ik onze twee dapperste ridders kiezen die me helpen om jullie te leiden! Arthur koos de twee dapperste ridders van bravoure. (naam van het kasteel.) Ze heetten: Elia en arwynn. En even later gingen ze op pad. Ze zwaaiden. Dag! Riep arthur. Dag! Riepen natasha en markus terug. Goeie reis! En ze gingen op pad. Ze liepen. Urenlang zonder pauze. Totdat de zon onder ging. Toen ze eindelijk naar bed wilden zag arthur iets in de struiken. Hij kwam naar voren om het van dichtbij te bekijken. Hij deed de struiken opzij, en toen zag hij het. Het leek op een hamer. Hij vroeg aan een van zijn meest wijze ridders wat het zou kunnen zijn. Hij antwoorde dat het de hamer van thor was en dat thor waarschijnlijk aan hun kant stond en dat arthur hem daarom gevonden had. Arthur raapte de hamer op, nam hem mee, en ging zocht ergens een plek om te slapen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen