Wanneer je sleep deprived een hoofdstuk probeert te schrijven en dat eindigt in een hoofdstuk dat bijna dubbel zo lang is als gepland. Oeps


Day verstijft onder mijn aanraking, en voor één afschuwelijk en fantastisch moment is alles wat ik voel mijn razende, bonkende hartslag en de roes van de overwinning, maar dan duwt hij me met zijn elleboog van zich af, waardoor ik mijn balans verlies. Deze keer is het gevecht echter al voorbij, en dus laat ik me achterover op de mat vallen. Day draait zich naar me om, met een bezweet voorhoofd en nog altijd een korte, vlugge ademhaling. "Al drie keer en dat weet je best," weet hij hijgend uit te brengen, maar dan glimlacht hij. "Indrukwekkend, Chris."

Ik probeer mijn eigen ademhaling weer onder controle te krijgen, en wrijf ondertussen over de plek waar Day mij geraakt heeft. Het is niets ernstigs, maar het doet wel pijn en ik weet vrijwel zeker dat ik er een blauwe plek aan over ga houden. Als Day minder geaarzeld zou hebben en beter had geweten waar hij had moeten mikken, had dit gevecht heel anders kunnen aflopen, maar het feit blijft dat het me gelukt is om Day te verslaan. Het is niet zoals met Aderyn, of zoals met Samuel. Ik heb een duel gewonnen, en daar komt geen creatieve interpretatie van het begrip 'winnen' aan te pas - dat heeft Day ook gezien. "Ik wilde het gewoon even uit jouw mond horen."

Hij snuift verontwaardigd, laat zich naast me op de mat zakken en geeft me een zachte stomp tegen mijn schouder. "Pestkop." Hij lacht, maar zijn gezicht betrekt meteen weer tot een bezorgde, schuldbewuste frons als hij ziet dat ik mijn hand op mijn zij heb liggen. "Gaat het?"

"Je hebt mijn lever en maag gemist, dus het had een heel stuk erger gekund," antwoord ik grijnzend, maar dan begint het tot me door te dringen dat ik hém die vraag zou moeten stellen, niet andersom. Hij is degene die de meeste klappen heeft moeten incasseren, en hoewel het misschien niet de hardste klappen waren, weet ik waar ik gemikt heb. "En jij dan? Ik heb jou denk ik harder geraakt."

Day draait zijn schouders even, waarop hij meteen grimast. Meteen voel ik me weer de grote idioot die de wereld in me lijkt te zien: ik heb mijn nieuwe bondgenoot geslagen, met technieken die misschien wel een heel stuk lager en oneerlijker waren dan strikt noodzakelijk was. En toch is er, als Day me aankijkt, geen spoor van beschuldiging te vinden in zijn ogen. Er is alleen een zee van groen, kalmte en verwelkomendheid die voelen als de bossen thuis. "Ik heb zo het vermoeden dat ik morgen een flinke dosis spierpijn meeneem naar de privésessies, maar verder gaat het prima," zegt hij geruststellend.

"Ik denk dat het wel goedkomt. Hou het een beetje in beweging, zodat je spieren niet stijf worden." De woorden verlaten mijn mond zonder nadenken, maar zodra ik me daar bewust van wordt, klap ik mijn kaken op elkaar. Hij heeft niet om dergelijk advies gevraagd. Zelfs als hij dat gedaan had, had ik hem gewoon moeten doorverwijzen naar de EHBO-post van het trainingscentrum, in plaats van zelf antwoord te geven. Het idee was juist dat hij me door het gevecht niet als zijn persoonlijke arts zou zien. Snel probeer ik van onderwerp te veranderen, maar er schiet me niets te binnen. "Dus, eh, wat nu?"

Day knikt alleen maar. "In beweging houden klinkt als een plan, maar laten we de gevechtsonderdelen voor nu even overslaan en iets rustigers kiezen."

"Zoals?" Ik kijk de trainingszaal rond, maar er zijn niet echt onderdelen waar niet gevochten wordt en waar ik op dit moment behoefte aan heb. Hoewel ik weet dat Day een punt heeft - ikzelf ben ook behoorlijk uitgeput van het gevecht- heb ik niet bijster veel zin om bijvoorbeeld met vuurstenen te gaan wroeten en al helemaal geen zin om een basiscursus wondverzorging bij te wonen. Het liefste zou ik gewoon doorgaan met vechten, mijn hoofd leeg houden, maar ik weet ook dat ik dat niet erg lang meer zou volhouden.

Als Day zijn schouders ophaalt, betrekt zijn gezicht. Ook al doet hij zijn best om het te negeren, hij heeft wel degelijk pijn. "Camouflage?" suggereert hij, terwijl hij zijn handschoenen uittrekt en zijn haar, dat door het gevecht grotendeels door de war geraakt is, uit zijn gezicht veegt.

Eigenlijk ben ik geen groot fan van dat idee, maar dat probeer ik zoveel mogelijk te verbergen. Hoewel camouflage waarschijnlijk een onderdeel is waarbij ik veel te veel ruimte heb om na te denken, is het eigenlijk alleen maar eerlijk als ik nu gewoon in Days keuze meega. Ik heb hem immers hier mee naartoe gesleept, en dat heeft voor hem niet bijster goed uitgepakt. Dus ik knik naar Day, en begin mijn handschoenen ook uit te trekken.

Day lijkt echter mijn aarzeling op te merken, want de jongen trekt een wenkbrauw op en grinnikt. "Het hoeft niet per se, hoor. Als jij een ander voorstel hebt, mag dat ook." Hij staat op en helpt me overeind.

"Nee, schilderen klinkt best ontspannend, ofzo," zeg ik snel, terwijl ik onze handschoenen opberg en richting het camouflage-onderdeel begin te lopen. Zelfs als Day het echt oké zou vinden als ik hem mee zou slepen naar een ander intens, fysiek onderdeel, zou ik me daar schuldig bij voelen, in de wetenschap dat ik dan eigenlijk vooral mijn zin aan het doordrammen zou zijn. Daarnaast is het vast geen hele saaie training - gewoon een beetje schilderen, en ondertussen mijn spieren wat rust gunnen.

"Het klinkt in elk geval een stuk minder heftig en ik heb mijn energie voor de ochtend ondertussen wel weer verbruikt." Day lacht en gaat aan tafel zitten, die vol staat met bakjes en bekertjes vol kleurstoffen, planten en iets wat op modder lijkt, en misschien ook wel gewoon modder is.

Ik schuif naast hem aan, pak een aantal bakjes met planten op, en laat ze voorzichtig door mijn vingers glijden terwijl ik me de wetenschappelijke namen probeer te herinneren. Veel van de planten ken ik van thuis, en hoewel ik nooit hardop toe zou geven dat ik iets aan school leuk gevonden heb, is het leren over dergelijke planten altijd mijn favoriete onderdeel geweest. Technisch gezien hoefden we de wetenschappelijke namen meestal niet te kennen, maar het gaf me iets om op te focussen, zodat ik niet hoefde te luisteren naar de rest van de biologieles of naar de lessen van mijn vader over de medische toepassingen van dergelijke planten. Al die kennis kon me gestolen worden, en dat kan het eigenlijk nog steeds, hoewel de meeste lessen zich over de loop van de jaren toch wel in mijn geheugen gekerfd hebben. Het enige waar ik om geef, is dat ik de blaadjes tussen mijn vingers kan voelen en zachtjes de namen kan noemen, en voor even weer in de bossen van mijn thuisdistrict kan wanen. "Waarom zou je deze planten gebruiken om te verven als je ze ook zou kunnen eten, of als ze nuttige anti-giffen bevatten enzo?"

"Om het een beetje leuk te houden." Met een brede grijns op zijn gezicht, steekt Day zijn vinger in een bakje met een soort groene verf, en zet daarmee een streep op mijn hand. "Het staat je goed." In zijn ogen fonkelen weer pretlichtjes, waardoor ik blij ben dat ik heb ingestemd om hier wat te trainen. Bij iedere optie die ik had kunnen kiezen, was Day waarschijnlijk nog niet half zo in zijn element geweest. Ik heb voor één keer ergens goed aan gedaan.

"Mij staat alles goed," lieg ik, in de wetenschap dat het trainingsshirt dat ik nu draag een bewijs is van het tegendeel. In plaats van dit te strakke ding, dat benadrukt hoe niet-gespierd ik ben ten opzichte van zekere andere tributen, zou ik veel liever Days hoodie weer aantrekken, die nog steeds op mijn kamer ligt. Niet alleen staat geel me een stuk beter dan de donkere kleur van het trainingsshirt, het is ook nog eens een heel stuk comfortabeler. De gedachte dat ik hem eigenlijk terug zou moeten geven, duw ik voor eventjes aan de kant - dat komt vanavond wel, ofzo - en met een brede grijns op mijn gezicht, zet ik ook een groene streep op Days hand. "Maar jou staat dit ook best leuk."

"Niet alleen mode-expert maar ook al make-up artiest," antwoordt hij met een plagende grijns. "Je bent echt van alle markten thuis." Hij kijkt even naar de kunstige streep op zijn hand, steekt dan zijn vingers in de verf en begint te schilderen, tot de streep in een soort boom veranderd is. "De streep is gegroeid en het is nu een boom," kondigt hij aan. Hoewel hij erg zijn best lijkt te doen om zijn gezicht in de plooi te houden en serieus te klinken, verraden zijn ogen zijn plezier. "Wil je ook een boom?"

"Ik... Nee-" begin ik, maar ik kap mezelf meteen af als ik merk dat ik aan het liegen ben. Eerlijk is eerlijk, ik ben hier toch niet gekomen om heel serieus over camouflage te leren. Ik kan er maar beter een goede tijd van maken. "Ik bedoel, ja, graag." Ik steek mijn hand naar hem uit, die Day met de hand die nog niet onder de verf zit aanpakt. Van de kracht waarmee hij me eerder vanmorgen aangevallen heeft, is geen spoor - zijn hand is stabiel en ontspannen, en zijn aanraking is warm en voorzichtig.

Zwijgend kijk ik toe hoe hij de streep op mijn hand doortrekt tot op mijn bovenarm, en omtovert tot de schildering van een boom, op de manier waarop kinderen een boom uit zouden beelden. Op een vreemde manier, is het perfect. "Alsjeblieft, ik heb er een grote boom van gemaakt," zegt Day, maar in plaats van mijn arm los te laten, doopt hij een vinger in gele verf en schildert een zonnetje op mijn arm.

Ik kan mijn blik er niet van losscheuren. Het is ongetwijfeld niet de bedoeling van dit trainingsonderdeel, maar voor Day is mijn onderarm ineens een doek geworden, waarop hij de ene na de andere schildering doet verschijnen. Zijn vingers tintelen tegen mijn huid en de koude verf kriebelt, en er trekt een rilling over mijn rug. Ik zou moeten ontspannen door dit alles, maar het voelt alsof de hele wereld is stilgevallen, verdrongen door het geluid van mijn razende hartslag. Het enige waar ik aan kan denken, is dat ik me goed voel, en dat ik niet wil dat hij stopt en me loslaat. "Ik wist niet dat je zo'n kunstenaar was," zeg ik, terwijl ik voel hoe mijn mondhoeken zich tot een grijns verrekken, en ik trek een wenkbrauw op.

"Ik ook niet, eerlijk gezegd," geeft hij toe. Hij kijkt op van zijn kunstwerk en wrijft langs zijn wang, waar hij een groene streep achter laat, maar dat lijkt hij niet echt te merken. "Mijn zusjes zouden jaloers zijn als ze wisten dat ik zo goed kon tekenen."

"Het ziet er super uit," lach ik, terwijl ik mijn blik weer naar de tekening van de boom laat afdwalen. Het voelt als een symbool, en hoewel het een simpele tekening is, ben ik blij om hem op mijn arm te dragen. "Dus, wat zijn we nu? De Bosjesmannen?"

"De Bosjesmannen," bevestigt Day zonder een spoor van aarzeling, en hij knikt instemmend. "Waren we dat niet eigenlijk al?" Hij grijnst. "De bomendistricten en de parade-outfits waren al een duidelijke hint."

"Ik denk het," grinnik ik, en ik onderdruk de neiging om op te staan en het tegen de rest van de zaal te schreeuwen. Ik heb een bondgenootschap met Day. Ik ben een Bosjesman. "En nu is het helemaal bevestigd."

"Bondgenootschap de Bosjesmannen," zegt hij met een knik. "klinkt goed."

Ik kijk nogmaals naar de tekening, die inmiddels een heel boslandschap weergeeft. Het zou haast ideaal zijn: de arena als bosachtig gebied, waarin geen enkele andere tribuut, op onze districtsgenotes na misschien, zo in zijn element zou zijn als wij. Voordat ik echter stil kan staan bij de grote voordelen die ons dat op zou leveren, dringt de alternatieve optie zich aan me op. "Laten we dan maar hopen dat de arena geen woestijn is, zonder bomen."

Days gezicht betrekt onmiddellijk, waardoor ik er spijt van heb dat ik het überhaupt hardop gezegd heb. Nadenken over de arena is sowieso geen pretje, maar dit is niet het moment - niet nu alles even zo goed was. "Een woestijn zou wel een beetje een anticlimax zijn nu." De jongen schudt zijn hoofd, maar dan grinnikt hij en keert de luchtige, warme sfeer van eerder terug. "We eisen wel gewoon in ieder geval één boom."

"Maar dan wel een grote boom," peins ik. Ik weet hoe ik me in een boom kan verstoppen, en ik denk dat ik afgezien van Jade de snelste klimmer in deze zaal ben. In een arena zonder bomen zouden we daar helemaal niets aan hebben, of misschien juist in het nadeel zijn ten opzichte van een ander district. We hebben bomen nodig, als de plek waar we het meest in het voordeel zouden zijn. Ik haal mijn schouders op. "Desnoods als sponsorgift."

"Een complete boom?" Day schiet in de lach, maar knikt wel. "Goed idee."

"Eén boom is vast niet teveel gevraagd," concludeer ik, terwijl ik mijn vingers in de verf doop.

"Mijn boom is nog wel erg klein," merkt Day op, en hij strekt zijn arm naar me uit, met een warme grijns op zijn gezicht.

"Ik werk eraan." Zo goed als ik kan, wat dus tegenvalt, trek ik de strepen door naar Days onderarm, om een boom te schilderen die op de mijne lijkt. Aangemoedigd door Days glimlach, schilder ik zijn hele onderarm vol, tot er één hele grote boom op staat, met een parachute eraan. "Dus, ehm... zullen we straks samen lunchen?" Meteen als ik de vraag eruit geflapt heb, voel ik de stress terugkeren. Misschien dat ik teveel aan het pushen ben. Misschien dat ik te wanhopig lijk, of misschien dat ik daadwerkelijk te wanhopig ben. Hoewel ik het nog niet gehoord heb, zijn er door het feest vast een roddels in het Capitool ontstaan, en dingen als samen lunchen maakt dat vast niet beter. Dat verandert echter niet dat ik graag wil dat hij ja zegt, nu ik de vraag toch al heb gesteld. "Nu we de Bosjesmannen zijn, enzo."

Day kijkt op. "Ja, graag. Gezellig," zegt hij, en met een enthousiaste glimlach laat hij het grootste gedeelte van mijn zorgen meteen weer vervagen. "Op verdieping 11?"

"Tenzij je graag wil dat er messen naar je gegooid worden. Bij Luna is het hoogstens een pen." Dat weet ik niet helemaal zeker, maar ik heb het vermoeden dat Luna niets gevaarlijks zou doen als er een andere tribuut in de buurt zou zijn.

"Mijn voorkeur gaat uit naar een rustige lunch, eerlijk gezegd. Minder messen en adrenaline en meer pauze. Een pen kan ik wel aan." Day grinnikt.

"Op mijn verdieping, dus."

"Zeker weten." Hij buigt wat naar voren om zijn arm te bestuderen. "Lukt het al een beetje met je kunstwerk?"

"Soort van," antwoord ik. 'Mooi' zou misschien niet het juiste woord zijn om mijn schildering te beschrijven, maar ik weet dat dit op dit gebied zo'n beetje het toppunt van mijn kunnen is. "Wat vind je ervan?"

"Het is zonder twijfel de mooiste boom die ik in tijden gezien heb." Day lacht en kijkt dan even om, naar de klok. Het middaguur zijn we inmiddels al gepasseerd, ook al voelt het alsof we nauwelijks een uur bezig zijn geweest. "Wil je nog verder verven of zullen we maar gaan lunchen?"

"Ik denk dat we het beste kunnen gaan lunchen." Iets in me fluistert dat dat het verkeerde antwoord is, dat ik hier moet blijven zitten en het moment niet voorbij moet laten gaan, maar Day is al opgestaan en wast de verf van zijn vingers en handen af. De verf op zijn armen en gezicht laat hij zitten, waardoor de schildering van mijn boom nog steeds op zijn arm blijft pronken.

Het deel van mij dat fluistert om dit ene kleine goede moment dat ik voor de Spelen nog ga hebben niet los te laten, duw ik zachtjes aan de kant, terwijl ik Days voorbeeld volg. Ik ben blij dat we naar dit onderdeel gegaan zijn. Maar dit moment vasthouden, voelt niet meer als genoeg. Ik wil nog oneindig meer van deze momenten meemaken.

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    DE BOSJESMANNEN!!!!!!!!!!!!!!!!

    2 weken geleden
  • Incidium

    ik vind het wel mooi hoe Chris het camouflage onderdeel meteen bestempeld als 'schilderen'.
    Eerst een voedselgevecht, nu vingerverfen op elkaar? Chris en Day maken er wel een potje van haha. De latijnse namen van planten uit je hoofd leren in plaats van opletten klinkt heel erg als, de decimalen van pi uit je hoofd leren tijdens wiskunde in plaats van opletten uh. Raad eens wie dat heeft gedaan.
    Chris your gay is showing. Maar hij ontkent een keer niet dat hij iets wil! Vooruitgang(?)
    De Bosjesmannen! Het is officieel:D
    Lunchen op verdieping 11 ipv 7 is een zeldzame goede keus haha.
    Ik gun Chris ook meer romantisch geladen vingerverfsessies met Day

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Hij is niet in staat om dingen die hij niet wil leren serieus te nemen en hij verveelt zich te vaak, dus dan maar semi-nutteloze kennis opdoen. En hij is een groot (?) klein kind en dat haalt Day nog wat meer in hem naar boven awh
      Ja same awh

      2 weken geleden
  • Duendes

    Ik hou er zo van hoe Chris eerst echt is like "hmpf camouflage? Boring ehhhh" en dan per ongeluk zit te flexen met medische plantenkennis en Day is daar like "well voor de fun" en zit gewoon te kliederen awhh

    Zijn vingers tintelen tegen mijn huid en de koude verf kriebelt, en er trekt een rilling over mijn rug. Ik zou moeten ontspannen door dit alles, maar het voelt alsof de hele wereld is stilgevallen, verdrongen door het geluid van mijn razende hartslag. Het enige waar ik aan kan denken, is dat ik me goed voel, en dat ik niet wil dat hij stopt en me loslaat.

    Chris honey, you very gay(H)

    en ik onderdruk de neiging om op te staan en het tegen de rest van de zaal te schreeuwen. Ik heb een bondgenootschap met Day. Ik ben een Bosjesman.

    Dit is zó ongelofelijk cute man zeker omdat Bosjesman ergens zo stom klinkt en Chris klinkt gewoon zo trots en blij en AWH I CANT

    tot er één hele grote boom op staat, met een parachute eraan.

    Ik hou echt van dit beeld man wat adorable awhh

    Ik wil nog oneindig meer van deze momenten meemaken.

    DAT IS ZO CUTE EN ADORABLE - EN MOGELIJK EEN PROBLEEM WANT ZE ZITTEN IN DE HONGERSPELEN MAAR DAT TERZIJDE

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Dat is gewoon de dynamic van deze twee idiotenxDChris is sarcastisch en flext met dingen die hij ofwel eigenlijk niet kan ofwel nutteloos zijn, terwijl Day er met zo'n blije smoel bij zit. Wat een cuties
      I mean een stoerdere naam zou niet half zo passend zijn
      Yeah ze zijn nogal screwed maar ze hebben in ieder geval eventjes een goede tijd

      2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen