Ik voel me niet beter. Ik huil, en ik kan niet eens uitleggen waarom. Alles in mijn hoofd voelt wazig en chaotisch, en daarnaast trekt er een zeurende pijn door mijn knokkels, omdat ik de muur van mijn kamer gestompt heb en de muur gewonnen heeft. Ik kan mijn gedachtegang niet meer volgen, op losse flarden na die me op dwingende toon vertellen dat ik adem moet halen, maar iedere poging die ik doe, lijkt de zuurstof die ik binnen krijg niet voldoende te zijn. Ik trek mijn knieën op en maak mezelf klein op de grond, en laat de chaos razen.

Wat ik ook probeer, telkens brengen mijn gedachten met terug naar Luna en haar geërgerde blik, waarmee ze meer dan duidelijk maakt dat wie ik nu ben niet goed genoeg is - niet goed genoeg om de Spelen te winnen, en ook niet goed genoeg als bondgenoot, als mens. En hoe meer ik denk aan die blik, aan de teleurstelling in haar ogen, hoe meer ik de gelijkenis met mijn vader ga zien. Het is nooit goed genoeg, en ze zullen iedere kans aangrijpen om me daarop te wijzen, zelfs als ze het niet uitspreken. Ze hebben de rest van mijn leven al uitgestippeld, en naar mijn mening is nooit gevraagd.

Al dat gepraat over het belang van bondgenoten, in mijn plaats besluiten wat ik ga doen met de training en met wie, om vervolgens na alle moeite die ik gedaan heb om te zorgen dat Day me echt aan zijn kant wil, me voor zijn neus voor schut te zetten. Luna wist dat ik een dergelijke directe vraag niet goed zou kunnen beantwoorden - ze heeft lang genoeg bij me in de klas gezeten om dat te weten. Alles wat ze daarnet gedaan heeft, was om zichzelf slimmer te laten lijken, door mij mezelf af te laten branden. Ze is gewoon een betweter, die denkt dat ze alles over de Spelen weet met haar kleine beetje ervaring, en denkt dat ze als mentor maar alles voor me kan bepalen. Met haar nieuwe positie gedraagt ze zich ineens alsof zij de volwassene is, en ik een vervelend klein kind dat maar niet op wil groeien. Het is alsof ze besloten heeft dat zij de enige is die wijs genoeg is om alle beslissingen te maken, en me dus maar al mijn keuzes afpakt. Ik wilde geen bondgenootschap. Ik wilde niet trainen met Day, die eerste middag. Ik wil niet naar die stomme eetbare planten. Maar ze blijft maar antwoorden in mijn plaats, hoe vaak ze ook zegt dat ze mijn keuzes respecteert. De kans om op mijn eigen manier tot mijn eigen beslissingen te komen, geeft ze me niet. Ze heeft de belangrijke keuzes in mijn leven al bepaald, en als ik ze bekritiseer, krijg ik alleen maar te horen dat mijn mening verkeerd en irrelevant is. Ze is precies als hij.

“Ik weet wie je bent, zelfs als niemand anders dat nog weet. Jij bent Christian Solis Swan. En er is niemand die jou kan vertellen wat je moet zijn.” Haar woorden van in de trein voelen als ijskoude leugens nu. In plaats van te zien wie ik ben, ziet ze gewoon wie zij wil dat ik ben, en begroet me met teleurstelling en ergernis, telkens als ik niet aan dat beeld voldoe. Ze is niet meer dan nog één extra iemand die verwachtingen van me heeft, nog één extra iemand die me probeert te beïnvloeden. Eén extra iemand die me wel degelijk probeert te vertellen wie ik zijn moet.

Op het moment dat er zachtjes op mijn deur geklopt wordt, schiet ik geschrokken overeind en wordt ik ruw teruggetrokken uit mijn kolkende gedachten, naar een realiteit die hoogstwaarschijnlijk niet veel beter is. Heel even ben ik bang dat Luna binnen gaat komen om me de les te lezen over er zomaar vandoor gaan en je bondgenoot laten zitten, maar als ik Days stem hoor vanachter de deur, voel ik me wonder boven wonder nog slechter. "Chris? Alles in orde?" vraagt hij. De bezorgdheid in zijn stem roept een golf van schuldgevoel in me op, als ik me besef dat ik inderdaad niet zomaar weg had moeten lopen. Het is niet alsof het me iets goeds gebracht heeft - ik heb er alleen wat geschaafde knokkels en nog meer frustratie aan over gehouden - hoewel ik ook niet zeker weet wat ik gedaan zou hebben als ik aan tafel gebleven was, en de hele tijd iedereens oordelende blikken had moeten voelen. Waarschijnlijk had dan, uiteindelijk, iemand anders dan de muur - of eigenlijk mijn knokkels - het moeten ontgelden.

Ik geef geen antwoord, bang dat mijn stem mijn emoties zou verraden, maar als ik overeind kom en in de spiegel kijk, weet ik meteen dat mijn gezicht dat toch wel zou doen, als ik hem binnen zou laten. Mijn ogen zijn rood en ik tril over mijn hele lichaam. Van de strijder van vanmorgen, is niets meer over. De blik die ik krijg van mijn spiegelbeeld, is niet veel meer dan een schim van mezelf.

"Als je wil dat ik wegga, moet je het zeggen, hoor," hoor ik Day aarzelend zeggen, waardoor ik me wederom alleen nog maar meer verschrikkelijk ga voelen. Ik wil dat Day weggaat, me gewoon met rust laat, zodat ik niet na hoef te denken over Hongerspelen en bondgenootschappen en over hem. Maar de gedachte aan weer terugzakken in de donkere spiraal van mijn gedachten, de gedachten aan weer alleen zijn, is erger, dus voordat ik volledig besef wat ik doe, heb ik mijn hand al op de deurklink.

"Ja,” antwoord ik, en mijn stem slaat over, zodat mijn echte antwoord niet veel meer is dan een schel gepiep. “Nee." Ik duw de klink omlaag en schuif de door een stukje open, maar bevries dan, als mijn hoofd alle scenario’s opsomt die kunnen gebeuren vanaf het moment dat ik Day binnenlaat. Hij zou zien dat ik gehuild heb, hij zou beginnen over wat er tijdens de lunch gebeurde, hij zou me kunnen uitlachen, of misschien zou hij gewoon weer naar me glimlachen, met die twinkeling in zijn ogen, die hij waarschijnlijk iedereen geeft die er zielig of stomweg dieptriest uitziet.

"Mag ik binnenkomen?" vraagt hij zachtjes.

Mijn instinct zegt me om de deur dicht te smijten, weer in elkaar te duiken op de grond en daar nog even lekker verder te janken, maar dat doe ik niet. Er zou zoveel kunnen gebeuren vanaf het moment dat ik hem binnenlaat. Dieptriest of niet, de kans op een glimlach voelt alsof het het risico waard is. Langzaam trek ik de deur een klein stukje verder open. "Ja,” zeg ik, waarna ik hem snel de rug toe keer, om hem niet meteen te hoeven aankijken, en op mijn bed ga zitten.

"Dank je." Day slaakt een opgeluchte zucht, stapt naar binnen en sluit de deur achter zich. "Ik wilde even kijken of alles in orde is met mijn mede-bosjesman." Als ik voorzichtig opkijk, zie ik dat hij glimlacht, maar het is een zwakke, voorzichtige glimlach, zonder die twinkeling. Hij aarzelt nogmaals, maar knikt dan richting mijn bed. "Mag ik erbij komen zitten?" vraagt hij, waarop ik knik en een stukje opschuif. Nu hij eenmaal binnen is, voelt het alsof ik eindelijk weer wat lucht krijg, en eindelijk weer wat ruimte heb om te denken. Day gaat naast me zitten, op de rand van mijn bed, en even zwijgt hij. "Wil je vertellen waarom je boos bent, of liever niet?" vraagt hij dan.

"Ik ben niet boos." De woorden verlaten mijn mond een stuk scherper dan de bedoeling was. Ik had hem niet binnen moeten laten. Praten - liegen - over dit alles is wel het laatste waar ik nu zin in heb. Ik wil nu even niet redelijk en beleefd zijn, netjes de regels volgen. Maar op het moment dat ik het zeg, realiseer ik me ook dat ik écht niet meer boos ben. De woede is weggeëbd en heeft een koude leegte achtergelaten.

"Wat dan?" Day laat zich achterover op mijn bed zakken en staart omhoog, naar het plafond.

"Ik voel me een stomme idioot wiens enige antwoord op de vraag welke planten eetbaar zijn 'iets uit de koelkast of fruit' was." Mijn stem trilt nog steeds, maar slaat tot mijn opluchting niet meer over, en ik slaak een diepe zucht. Ik ben een idioot, die niets meer weet op het moment dat het hem direct gevraagd wordt, maar zodra er niemand meer is die er iets om geeft, wel gewoon weer alle antwoorden heeft. "Ik kom uit District 11, nota bene. Ik had toch op zijn minst spinazie kunnen noemen, ofzo. Of paardenbloemen."

"Je had op zich wel gelijk," antwoordt Day. "Maar volgens mij weten we allemaal dat je een stuk meer weet dan wat je aan tafel zei - ik weet dat in elk geval wel zeker.” Hoe ongeloofwaardig het ook voelt dat hij echt gelooft dat ik meer weet, na mijn ongelooflijk slappe verdediging in het gesprek van daarstraks, zijn stem klinkt oprecht. “Onverwachte overhoringen werken gewoon slecht."

"Luna had me niet zo voor het blok mogen zetten." Meteen als ik de naam van mijn zus noem, kan ik voelen hoe de frustratie terug sluipt in mijn stem, en ik bijt op mijn lip om mezelf ervan te weerhouden om harder te gaan snauwen. "Ik weet niet wat ze daarmee denkt te bereiken, maar ik heb er geen zin in."

“Ik denk dat Luna een punt wilde maken, maar dit was misschien niet bepaald de geschikte manier. Maar we hoeven er ook niet per se naar te luisteren," zegt Day rustig. Zijn warme glimlach is terug, en het maakt me even niet meer uit dat waarschijnlijk iedere sneue jongen die een krijgt. Het feit dat zijn stem geen spoor van veroordeling bevat, is alles wat er nog toe doet. "Als jij straks niet naar het plantenonderdeel wil, dan doen we iets anders. Wij moeten uiteindelijk kiezen."

"Het probleem is dat ze gelijk heeft,” flap ik eruit, en zoals dat meestal gaat met dingen die ik zeg, wens ik meteen dat ik dat niet gedaan had. Ik wéét dat Luna gelijk heeft, ik wéét dat dit haar pogingen zijn om me te helpen, maar ik wil er niet naar luisteren. Ik wil gewoon het idee hebben dat ik zelf ook goede keuzes kan maken, en die kans geeft ze me niet. “Dat is waarschijnlijk het nuttigste onderdeel nu. Ik kan gewoon niet alle tijd die ik krijg om dingen te leren gebruiken om, nou ja, jou in elkaar te slaan.” Ik voel het bloed naar mijn wangen stijgen en wend mijn blik snel af. “Sorry nog daarvoor."

"Het is al goed, Chris." Day komt weer een stuk overeind en legt zijn warme hand op mijn arm in een geruststellend gebaar. "Je hebt ondertussen al bijna vaker je excuses aangeboden dan dat je me geraakt hebt." Hij laat me snel weer los en tovert een plagerige grijns op zijn gezicht, en meteen is ook de twinkeling in zijn ogen terug. "Ik ben allang blij dat je niet alle tijd hebt gebruikt om me in elkaar te slaan, want dat zouden drie zware dagen zijn geweest.”

"Gelukkig dat we aan dezelfde kant staan," mompel ik, maar de woorden hebben mijn lippen nog niet verlaten, of beelden van bloed en lijken dringen zich weer aan me op. Alleen is het dit keer niet Days levenloze lichaam dat ik voor me zie, maar dat van mezelf. Het is alsof mijn brein me een stille, maar uiterst dreigende waarschuwing geeft. Geen enkel bondgenootschap duurt eeuwig. Voor hetzelfde geldt stopt dit op het moment dat het startsein klinkt. Mijn stem is nauwelijks verstaanbaar, zacht en aarzelend als ik verder praat. "Toch?"

"Zeker weten,” antwoordt Day, zonder ook maar een moment te twijfelen. Hij kijkt me recht aan en grijnst. "Daar zijn we tenslotte Bosjesmannen voor, nietwaar?"

Ik zou het niet zo makkelijk moeten geloven, niet in de Spelen, maar als ik naar de schilderingen op mijn arm kijk - de boom, de zon - kan ik niet anders, en knik ik. Toch lukt het me niet om alle duistere beelden volledig weg te duwen, en blijft de gedachte dat het allemaal maar een kwestie van tijd is, zich nog steeds aan me opdringen. Een deel van mij, waarvan ik niet meer zeker ben of het mijn angst is, mijn verstand, of allebei, blijft fluisteren dat er een moment komt dat het allemaal voorbij gaat zijn. Het voelt alsof de gedachten mijn keel dichtschroeven, zodat ik er nauwelijks nog geluid uit krijg, en opnieuw voel ik mijn ogen prikken. Ik wil niet dat het zo eindigt. Ik wil helemaal niet dat het eindigt. "Is dat voor altijd?" vraag ik, en ik zoek zijn fonkelende blik op, waarmee ik hem smeek om alsjeblieft in te stemmen, of het de waarheid is of niet. Ik kan nu geen nee horen. Alsjeblieft.

Maar Day aarzelt geen seconde voor hij vastbesloten naar me knikt. "Zo makkelijk kom je niet meer van dit bondgenootschap af." Hij glimlacht, maar in zijn ogen woedt een storm, die me vertelt dat hij ieder woord meent. "Wat mij betreft is dat minstens voor altijd."

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Wow de pijn zit echt diep hier...
    Dat is zo lief! Hij weet zelfs een getraumatiseerde Chris te kalmeren
    Update: DE BOSJESMANNEN FOREVER!!!

    2 weken geleden
  • Incidium

    Nawh dit is zo sad D: de Hongerspelen zijn cancelled, Chris en Day verdienen beter

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Tijd voor AU's dan maar

      2 weken geleden
    • Incidium

      zeg dat wel uhh
      ik heb heel misschien al plannen voor als Samuel helemaal uit is haha

      2 weken geleden
    • Incidium

      zeg dat wel uhh
      ik heb heel misschien al plannen voor als Samuel helemaal uit is haha

      2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Ja same hier

      2 weken geleden
  • Duendes

    Dit hoofdstuk is zo intens en Chris is één grote wervelwind aan emoties en gedachten maar also hij liet Day wel binnen YES en hij lijkt Day eindelijk soort van te geloven dus dubbel YESYES

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen