Als ik de volgende morgen de zaal in loop waar we kunnen wachten op de privésessies, merk ik meteen dat ik heel erg vroeg ben. De zaal is nog grotendeels leeg, en zelfs Cabe en Aderyn, die als eerste aan de beurt zijn en meestal ook als een van de eersten bij de trainingen aanwezig zijn, zijn er nog niet. Voor iemand die pas vijf uur na aanvang van de eerste privésessie aan de beurt is, ben ik belachelijk vroeg - iets waar ik niet goed over nagedacht had, toen ik vanmorgen eerder opstond om de medebewoners van mijn verdieping te ontlopen. Door mijn gesprek met Celese, heb ik niet meer het gevoel dat ik gewoon maar wat kan snauwen en wat boze blikken kan geven aan Ada en Luna, maar ik weet ook niet zo goed wat ik dan wel moet doen, en dus heb ik er maar voor gezorgd dat ik onderweg naar beneden was, voor de rest goed en wel wakker was. Niet mijn meest geweldige beslissing ooit, maar daar sta ik dan ook niet om bekend.

Tot mijn opluchting is Parveen een van de weinige tributen die er wel al is, dus in plaats van ongemakkelijk alleen te gaan zitten en te wachten tot Day of Bo binnenkomt, met het risico dat ik eerst alleen zit te wachten met een hoop Beroeps, loop ik op de jongen uit District 3 af en ga bij hem aan tafel zitten. "Goedemorgen," zeg ik met een glimlach. "Alles goed?" Hoewel ik graag eerder weer met Parveen had willen praten, is het er door mijn trainingen met Day en Jade en mijn duels met Bo bij ingeschoten.

Parveen, die met zijn vingers aan het spelen was, kijkt verrast op als hij mijn stem hoort. "Oh, hey,” zegt hij. “Het gaat wel, denk ik. Met jou?"

Grijnzend haal ik mijn schouders op. "Zo'n beetje wat je zou verwachten, twee dagen voor ik mogelijk pijnlijk dood ga,” geef ik zo luchtig mogelijk toe, maar als ik de woorden uitspreek, gaat er onmiddellijk een rilling over mijn rug en dringen beelden van bloed zich weer aan me op. Mijn eerste instinct is om ze direct zo hard mogelijk weg te duwen en iets te gaan slaan, maar als ik denk aan wat Celese gezegd heeft, adem ik diep in en uit, en probeer de gedachten te laten wegdrijven. Het gaat wel. “Maar op zich valt het nog mee,” zeg ik snel, om het onderwerp snel weer van de naderende dood af te halen. “De trainingen waren best gezellig."

"Oh ja, dat is waar.” Parveen staart even peinzend voor zich uit, alsof hij heel diep in gedachten verzonken is, maar lijkt zich dan weer te realiseren dat hij zich in het hier en nu bevindt en kijkt vragend mijn kant op. “Heb je veel getraind dan?"

"Ik denk het? Ik weet niet of het bijzonder veel was, maar ik heb vast een hoop nuttige dingen geleerd," lach ik. Zo ver ik weet, waren de trainingen min of meer een verplichting, of anders op zijn minst een hele nadrukkelijke aanbeveling, voor het grootste deel van de tijd. Waarschijnlijk heb ik niet veel meer training gehad dan een hoop anderen. "Ik kan nu mensen tackelen, enzo." Ik hef mijn handen op in een gevechtspose en geeft de lucht een harde stoot. Hoewel de lucht niet echt laat blijken dat het hem veel doet, ben ik best tevreden. Ik ben sterker dan ik een paar dagen geleden was.

"Oh ja, dat kan zeker wel van pas komen," antwoord Parveen, kijkend naar mijn stoot. Dan slaat hij zijn ogen neer, en als hij weer begint te praten, is zijn stem een stuk zachter. "Misschien had ik daar wat meer aandacht aan moeten geven."

Ik laat mijn armen weer zakken en kijk de jongen nieuwsgierig aan. Hij impliceert dat hij nauwelijks - of misschien zelfs helemaal geen - tijd besteed heeft aan gevechtstrainingen - een conclusie die me ongemakkelijk maakt. Als hij helemaal geen idee heeft hoe hij enig wapen kan hanteren, zou hij in vrijwel ieder duel weerloos zijn, en hoewel ik hem dat niet zou zeggen, maakt het de kans dat hij snel sterft een heel stuk groter, terwijl hij wel een van de laatsten is die het verdient om hier te zijn. Ergens in mijn hoofd fluistert een stemmetje dat het misschien het beste is: één tegenstander minder. Er kan maar één overlever zijn. "Wat heb jij dan zoal gedaan?" vraag ik. Hij moet zijn tijd hier ergens aan besteed hebben, en hoewel een wapen kunnen hanteren je leven kan redden, geldt dat net zo goed voor veel van de andere onderdelen.

"Ik heb geprobeerd wat met de wapens te doen, maar had eerder het gevoel dat ik daarmee mezelf meer zou verwonden dan anderen,” mompelt hij, met zijn blik ongemakkelijk op zijn handen gericht. “Dus heb wat meer gekeken naar de survivalonderdelen."

Ik knik en tover een schaapachtige grijns op mijn gezicht. "Daarom heb ik de zwaarden ook maar een beetje links laten liggen na die eerste ochtend,” geef ik toe, hoewel ik daar eigenlijk nog steeds van baal. Ik was graag teruggegaan naar dat onderdeel, om te proberen het wapen toch nog wat meer onder de knie te krijgen, of op zijn minst wat meer gevoel te krijgen voor de exemplaren die niet van hout gemaakt zijn, maar op een paar korte trainingen na, ben ik er nauwelijks meer geweest. Na de duels van de eerste ochtend, heeft Aderyn het zwaardvechtonderdeel behandeld alsof het haar persoonlijke duistere vampier-koninkrijk is, waar geen stervelingen welkom waren - alleen een aantal van haar mede-bloedzuigers. “Ik weet niet of je dat gezien hebt, maar het was, eh, niet zo best." Meteen als ik dat eruit flap, heb ik spijt. Ik ben helemaal niet slecht in het zwaardvechten. Misschien dat mijn trainingen van thuis minder effect hebben gehad dan ik graag gewild had, maar ik ben nog steeds een betere zwaardvechter dan de gemiddelde tribuut en Samuel. Ik heb Aderyn hard geraakt, en hoewel ik niet zeker ben of de uitkomst anders zou zijn als ik nu een herkansing zou krijgen, schrijf ik mezelf ook echt niet zomaar af. Ik maak een kans. Ik schud mijn hoofd en zucht. "Maar ik denk dat bijna iedereen wel kan winnen, als je je sterke punten maar gebruikt,” zeg ik, zo bemoedigend mogelijk, maar zelf ben ik niet helemaal overtuigd. Ergens is Luna’s overwinning het bewijs dat je niemand meteen kan afschrijven, maar uiteindelijk heeft ze zelf niet heel veel invloed gehad op haar overwinning. Het was Josiah - held, klootzak, wat dan ook - die uiteindelijk de afloop bepaald heeft. “Ik denk dat je misschien verder komt zonder vechttechnieken dan zonder een idee van hoe overleven werkt.” Tributen die zich ergens in de arena met wat eten weten te verbergen, zijn wel vaker heel erg ver gekomen. “Als je door het Bloedbad komt, tenminste." Ik huiver, als de bloederige beelden zich opnieuw aan me opdringen - dit keer in de vorm van het Bloedbad van vorig jaar. En hoewel ik probeer de beelden aan me voorbij te laten gaan, lukt het me niet om het gruwelijke beeld los te laten van Jaden - Luna’s districtgenoot en het broertje van mijn vriend Nate - die een pijl door zijn longen kreeg terwijl hij spullen voor zichzelf en mijn zusje ging halen, en al bloed ophoestend neerviel. Hij was niet eens op slag dood - het duurde minuten, waarin de camera’s zich af en toe afwendden van de gevechten om te laten zien hoe een jongen aan het vechten was voor iedere ademteug.

"Ik hoop het maar, ja. Misschien... Als je direct wegrent heb je de grootste kans, maar ja, dat ligt er ook aan wat anderen van plan zijn te doen." Parveen zucht diep. "Heb je al enig idee wat je straks tijdens de sessies gaat laten zien?"

"Ik weet niet of het echt uitmaakt,” zucht ik, opgelucht dat ik uit mijn gedachten getrokken word, terug naar het niet optimale, maar wel een stuk betere hier en nu. "Er zijn twintig tributen voor mij aan de beurt, dus tegen de tijd dat ik iets kan doen, zijn we waarschijnlijk een paar uur verder en ik betwijfel of de spelmakers dan nog echt op zitten te letten." Ik haal mijn schouders op, maar tover dan een grijns tevoorschijn. "Dus ik denk dat ik maar gewoon heel luidruchtig de aandacht moet trekken, ofzo. En als dat lukt, moet ik ze maar laten zien wat ik geleerd heb." Ik demonstreer nog een stoot en schud dan mijn hoofd. "En jij?"

Parveen knikt, en dan verschijnt er ook op zijn gezicht een onzekere glimlach. "Uhm, ik heb nog geen idee eigenlijk. Ik heb het al opgegeven om een hele hoge score te halen. Het is een beetje ongemakkelijk dat ik tussen de Beroeps door moet, sinds, nou ja, ik denk dat zij beter zijn in een indruk maken dan ik,” mompelt hij en hij haalt zijn schouders op.

"Ik denk dat dat wel meevalt.” Ik werp een schuine blik op de Beroeps, waarvan ongeveer de helft inmiddels aanwezig is en bij elkaar aan tafel zit, en kan het niet laten om mijn neus op te trekken. “Geloof me, jij bent een stuk gezelliger. En ook een heel stuk slimmer, volgens mij, dus ik denk dat je vast wel iets indrukwekkends kunt laten zien," zeg ik bemoedigend, en deze keer meen ik het helemaal. Ik zou een bondgenootschap met Parveen zonder ook maar een seconde aarzeling verkiezen boven een bondgenootschap met Aderyn en haar mogelijk-ook-ondode onderdanen, zelfs als ik de garantie zou hebben dat ze me niets zouden doen. Parveen is misschien een beetje onhandig en niet heel erg sterk, maar volgens mij is hij slimmer dan de hele Beroepstroep bij elkaar - Samuel niet meegerekend, want die haalt het totale IQ van die groep waarschijnlijk alleen maar omlaag. Als de kansen een beetje in zijn voordeel zijn, geloof ik echt dat Parveen het best ver zou kunnen schoppen.

Hij knikt een paar keer en glimlacht dan terug naar mij, waardoor de kuiltjes in zijn wangen verschijnen en het bloed naar zijn wangen stroomt. "Bedankt daarvoor,” zegt hij. “Ik denk ook wel dat je iets kan laten zien wat genoeg indruk op hen allemaal maakt."

"Ik hoop het." Ik grijns naar hem. "Iemand zal ze een beetje wakker moeten schudden, na vijf uur trainingen bekijken."

"Misschien zijn ze wel erg leuk om te bekijken,” zegt hij, terwijl hij weer peinzend in het niets staart en zijn hoofd schudt. “Ik heb geen idee, eerlijk gezegd."

"Dat ligt er natuurlijk aan hoe spectaculair het is. Zes uur aan bloedstollende gevechten en briljante, vindingrijke ideeën zal best interessant zijn, maar ik betwijfel of iedereen zoiets neer kan zetten." Ik zucht en schud ook mijn heeft. Ik weet dat er in Luna’s jaar behoorlijk wat stunts zijn uitgehaald. Hoewel eigenlijk niemand mag weten wat er precies gebeurd is, heeft Luna me verteld dat er een lamp kapot was tegen de tijd dat zij aan de beurt was - waarschijnlijk het toedoen van haar bondgenoot, Abby. Maar ondanks de show die de tributen de spelmakers gegeven hebben, was er van hun aandacht niets meer over, tegen de tijd dat het de beurt was aan mijn zusje. Voor haar vindingrijkheid was maar weinig aandacht. "Maar het maakt eigenlijk ook niet uit wat de spelmakers vinden. Ik ben hier niet echt voor hun plezier. En hé, zelfs als ze niet eens de moeite doen om op te kijken en me gewoon een drie geven, of zoiets, is dat niet de grootste ramp. Misschien is het juist wel een voordeel als je medetributen je onderschatten." Ik weet dat het wel eens gebeurd is dat de winnaar slechts een drie of vier voor zijn of haar privésessies gescoord had. De meeste aandacht gaat uit naar de hoogste cijfers: dat kan iemand de meeste sponsoren opleveren, maar maakt je ook automatisch een belangrijke prooi voor iedereen die ook een hoog cijfer had. Het schijnt zelfs dat er tributen zijn die daarom expres een laag cijfer proberen te halen: als niemand je als een bedreiging ziet, zullen ze ook niet meteen op je gaan jagen, en zodra je redelijk ver komt in de Spelen, trek je meestal vanzelf de aandacht van mogelijke sponsoren.

"Ja, ik denk niet dat ik me echt druk ga maken om wat voor soort cijfer ik krijg,” zegt Parveen, die nog altijd nadenkend voor zich uit staart. “Ik heb mij altijd al afgevraagd waarop het gebaseerd is, eigenlijk."

"Van wat ik gehoord heb: de mening van dezelfde groep dronken oude mannen die straks in de arena besluiten wat voor monsters er achter ons aankomen,” verzucht ik. Luna heeft niet veel over de spelmakers verteld, maar een goed woord zat er eigenlijk niet tussen. “Niet de meest objectieve jury, maar je doet er niet veel aan."

"Oh ja, natuurlijk." Parveen knikt bedenkelijk. "Wel zonde dat het zo subjectief is dan. Het had wel wat kunnen zijn."

"En als het echt een eerlijke test zou zijn, was het als niet-Beroeps vast een stuk makkelijker geweest om ook een hoog punt te halen." Ik knik instemmend en zucht. "Het maakt eigenlijk ook niet uit. We gaan het zien."

"Ja, precies. Maar ik denk niet dat we echt iets aan kunnen doen behalve proberen tenminste iets goeds daar neer te zetten." Parveen kijkt naar de deur, waarachter de privésessies gehouden zullen worden, en er verschijnt een bezorgde, onzekere blik in zijn donkere ogen. Een pluk van zijn witblonde haar, dat voor zijn ogen gevallen is, werkt een schaduw over zijn gezicht, en even ziet hij er heel kwetsbaar en klein uit.

"Precies," zeg ik, terwijl ik nog één keer mijn meest geruststellende glimlach zijn kant op werp. "Het komt vast allemaal goed. Blijven lachen, weet je nog?" Ik sta op van de tafel, waardoor mijn blik die van Bo kruist, die net de zaal in komt lopen. Als hij me ziet, glimlacht hij, en steekt hij groetend zijn hand op.

Parveen knikt, ook al lijkt hij nog niet volledig overtuigd. "Ik zal het proberen,” zegt hij, en dan kijkt hij me even recht aan. “Maar daar moet jij je dan ook aan houden."

Ik grijns naar hem, ook al weet ik niet zeker hoe lang ik nog kan blijven proberen te lachen. Ik wil het op zijn minst proberen. "Komt goed,” zeg ik dus maar, mijn twijfels verbergend. “Succes straks."

"Bedankt,” zegt Parveen, die alweer af lijkt te dwalen in zijn gedachten, maar wel nog even warm naar me glimlacht, voor ik richting Bo kan lopen om mijn grote trainingsmaatje te begroeten. Hij verdient meer dan wat voor cijfer de spelmakers ook maar gaan geven. Ik voel hoe mijn maag en hart in opstand komen, als een beeld van de blonde jongen door mijn hoofd schiet, met een lege, nietsziende blik in zijn donkere ogen. Hij verdient een ander leven, waarin hij zich geen zorgen hoeft te maken over wapens en trainingsscores. Een leven waarin hij bij zijn gezin is, nobelprijzen wint, gelukkig wordt. Maar ik weet dat hij, nu hij getrokken is voor de Spelen, dat leven nooit helemaal zal kunnen krijgen. Hij weet het ook - dat moet wel - en toch glimlacht hij, ook al is het misschien alleen maar omdat ik dat van hem heb gevraagd. “Jij ook."

Reacties (2)

  • Incidium

    oeh Parveen! Leuk om hem weer te spreken:D. Zijn er Nobelprijzen in Panem? Bij deze wel haha.
    Samuel komt dus echt 20 seconden voor zn training begint die wachtruimte in. Grappig dat hij en Chris daarin tegenpolen zijn haha

    6 dagen geleden
    • Samanthablaze

      Ja ik kon het moeilijk bij één gesprek laten, ook omdat Chris hem echt wel graag mag
      Oh dat is echt wel typisch ookxD

      6 dagen geleden
  • Megaeraaa

    Gaat Luna zich geen zorgen maken als Chris al 's ochtends vroeg verdwenen is?

    Vamperyn is back!!!!(duivel)

    Het schijnt zelfs dat er tributen zijn die daarom expres een laag cijfer proberen te halen
    Val!

    6 dagen geleden
    • Samanthablaze

      Oh absoluut zeker wel
      En uiteraard, want vampiers uitroeien is moeilijk

      6 dagen geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen