"Denk je dat we ons gewoon zouden kunnen verstoppen?” peins ik, tegen beter weten in, terwijl ik in de verte staar. Het idee is stom, onzinnig en hopeloos, zoals gewoonlijk met mijn ideeën, maar het is alsnog verleidelijk: een groot potje verstoppertje, tot we een kans zien om weg te vluchten, of tot ze het opgeven. “Ze kunnen ons niet in een arena zetten als ze niet weten waar we zijn."

"Het idee is verleidelijk, maar ik ben bang dat dit ook onder de categorie slechte ideeën valt," bevestigt Day mijn gedachten. Hoewel hij niets zegt waar ik het niet mee eens ben, doet het toch een beetje zeer om dat uit zijn mond te horen - het komt immers van iemand die met stenen naar de Boetebol gegooid heeft. Day schudt zijn hoofd en zucht. "Jammer genoeg."

"Ooit ga ik ergens mee komen dat wél een goed idee is," verzucht ik. "En ik moet opschieten." Als ik niet binnen een paar dagen met iets kom, is de kans om iets te bedenken waarschijnlijk verkeken. Lijken komen nog minder vaak met goede plannen dan ik, dus dat mijn lijk ergens mee zou komen is helemaal onwaarschijnlijk.

"Laat het weten als je iets verzonnen hebt, oké?" Day kijkt even naar mij, met gelukkig inmiddels weer een glimlach op zijn gezicht.

"Jij ook,” mompel ik. “De kans dat jij ergens mee komt is groter." Day mag dan een groot, ontzettend stom risico genomen hebben tijdens zijn Boete, ik weet dat hijzelf slimmer is dan dat. Als hij met een idee komt, is het waarschijnlijk bij voorbaat al beter dan een plan van mij - of op zijn minst wat minder riskant.

"Ik zal mijn best doen." Hij zucht en schudt zijn hoofd. "Niet nadenken lukt toch steeds minder, dus dan kan ik beter proberen iets te verzinnen."

"Ik denk het." Ik richt mijn blik weer op de wereld onder ons. Hoewel ik weet dat het op alle mogelijke manieren onmogelijk is, fluistert een stem in mijn hoofd om omlaag te vliegen, in de mensenmassa te verdwijnen en gewoon een nieuw leven op te bouwen in het Capitool. Als er één plek is waar het mogelijk is om onherkenbaar te worden, is het Panems hoofdstad wel. We zouden ons niet meer bezig hoeven te houden met de situatie in de districten, of met de Spelen. Het zou alleen nog maar een sensationeel, luguber televisieprogramma zijn, waarbij we ervoor zouden kiezen om er gewoon nooit meer naar te kijken. We zouden kunnen doen wat iedereen hier doet: negeren dat de rest van het land op instorten staat, negeren hoeveel mensen er dagelijks sterven aan honger en ziektes. Het zou misschien egoïstisch zijn, maar we hebben al jaren in die omstandigheden geleefd, en het heeft ons alleen een doodvonnis opgeleverd. We mogen egoïstisch zijn. Het is niet alsof onbaatzuchtigheid wordt beloond.

We zouden weg kunnen vliegen, weg van de districten en de arena en alles wat ons wil doden. We zouden niet sterven in de Spelen. Maar we kunnen niet vliegen, en dus is het dak nog steeds gewoon een kooi.

Als Day na een lange stilte weer begint te praten, trilt zijn stem, en praat hij zo zacht dat de woorden nauwelijks boven de wind uitkomen. "Ik weet echt niet hoe ik dit ooit zou moeten doen- dit…” Hij gebaart naar niets in het bijzonder, en ik begrijp precies wat hij bedoelt, “alles."

Ik bijt op mijn lip en sluit mijn ogen, maar het lukt me niet om de donkere wolken weg te laten drijven. Het zijn er simpelweg te veel. "Ik zou willen dat ik een antwoord had, maar de enige manier om niet te verliezen is om niet getrokken te worden." We hebben al verloren. Zelfs als we - nee, één van ons - uit de arena weten te komen, zullen we voor de rest van ons leven alleen nog maar bloed zien in onze dromen. Het hele land zou een mening hebben, en te weinig mensen zouden beleefd genoeg zijn die mening voor zich te houden. Vanaf het moment dat de overwinning aangekondigd wordt, kan de overlever nooit meer volledig onzichtbaar zijn, en nooit meer een keuze maken zonder daarvoor veroordeeld te worden. En nog steeds is aan die toekomst denken beter dan denken aan wat ons waarschijnlijk écht te wachten staat.

We gaan dood. Ik heb die zin al zo vaak in allerlei soorten en maten in mijn hoofd gehad, dat de betekenis ervan niet eens meer echt binnenkomt. Ik weet wat doodgaan is - ik heb het al zo vaak zien gebeuren, dat ik zou willen dat het me niets meer zou doen. Zodra de beelden van lijken en bloed zich weer aan me opdringen, voel ik de misselijkheid weer opkomen, maar ik kan niet meer anders dan ernaar kijken. Ik zie mezelf, alsof ik in een spiegel kijk, maar alles is rood en mijn blik is leeg, en op de plek waar mijn hart zou moeten kloppen, steekt het metaal van een zwaard door mijn borstkas heen. Ik zie mezelf met lichaamsdelen die in allerlei onmogelijke hoeken staan, ik zie mezelf met mijn hals en gezicht onder het bloed, ik zie mezelf stikken in mijn eigen speeksel en bloed, en telkens weer zie ik mijn donkere ogen die nergens meer naar kijken.

In de donkerste gedachten, ben ik niet alleen. Ik zie Aderyn boven me uit torenen, terwijl ze langzaam haar wapen uit mijn lichaam trekt en met een tevreden glimlach op me neerkijkt. Ik zie Samuel, die mijn keel loslaat en achteruit stapt, als mijn lijk aan zijn voeten op de grond valt. Ik hoor Day een zachte verontschuldiging fluisteren, als hij naast mijn levenloze lichaam knielt en nog één keer zijn bijl opheft. Maar ik zie hem ook in elkaar zakken, terwijl hij naar zijn buik grijpt en er bloed tussen zijn vingers door stroomt. De blik waarmee hij naar me opkijkt, gekwetst en verraden, vertelt me meer dan genoeg: mijn schuld.

Ik voel mezelf vallen. Al mijn grip op de wereld verdwijnt en mijn gedachten hebben vrij spel, als de grond onder mijn voeten ineens niet meer lijkt te bestaan en de gruwelijke beelden in een steeds hoger tempo in mijn gedachten opkomen. Het universum voelt te klein, alsof het me niet genoeg ruimte geeft om te kunnen ademen en ik moet vechten voor iedere ademteug en iedere hartslag. Ik moet hier weg, ik moet me ergens aan vasthouden, ik moet íéts hebben dat me hier weer uittrekt, maar het hier en nu bestaat niet meer. Ik leef in een storm van bloederige toekomstbeelden en gefluister over hoe alles misschien anders geweest zou zijn, als ik ergens een andere keuze gemaakt had.

Als ik Days huid onder mijn vingers voel, komt alles in één keer weer tot stilstand. Mijn hand op zijn arm is de steun die me weer met beide benen op de grond zet, zodat ik niet langer mezelf verlies in mijn eigen hoofd. Ik ben hier, op het dak met Day. Ik kan ademen. Ik leef. Langzaam richt ik mijn vertroebelde blik op hem. "Maar we kunnen nog wel even doen alsof alles oké is, toch?" Mijn stem slaat over als ik de toon van wanhoop herken. Ik moet een bevestiging hebben, zelfs als het niet te waarheid is. Ik weet niet wat ik anders moet doen.

Day knikt, tot mijn grote opluchting. "Ja." Ook zijn stem klinkt hees, en hij slikt. "Laten we dat maar zo lang mogelijk blijven doen." Ondanks het feit dat hij trilt, alsof hij het liefste zou gaan huilen of schreeuwen of allebei, glimlacht hij, voordat hij diep ademhaalt en snel zijn ogen afveegt. "Bedankt, Chris," zegt hij dan, al zou ik niet weten waarvoor. Ik heb eerder het gevoel dat ik mijn excuses aan zou moeten bieden: sorry dat ik je pijn gedaan heb. Sorry dat ik je telkens wijs op het feit dat we allemaal dood gaan. Sorry dat ik het idee dat je me gaat vermoorden, of ik jou, niet uit mijn hoofd kan zetten. Sorry dat ik maar de helft van wat ik zou willen zeggen, daadwerkelijk hardop uitspreek - want ik bied mijn excuses niet aan, en blijf in plaats daarvan zwijgend naast hem staan. Day kijkt me even aan en trekt dan een wenkbrauw op. "Ben je meteen vanuit de privésessies naar het dak gekomen?"

Ik knik naar hem en haal mijn schouders op. "Ik wilde even in het niets schreeuwen, denk ik." Ergens wil ik dat nog steeds: al mijn emoties eruit gooien en even helemaal niets meer geven om wat iemand van me denkt. Dat is zoveel makkelijker als je het idee hebt dat er niemand naar je kijkt.

"En nu heb je nog steeds niet kunnen schreeuwen." Day glimlacht scheef naar me en gebaart naar de horizon. "Ga je gang als je nog steeds wil schreeuwen.,” zegt hij. “Of doe je dat liever zonder gezelschap?"

Ik schud mijn hoofd. "Nee, dat is het niet. Het is-” Ik weet het niet. Hoewel alle angsten en frustraties nog steeds door me heen stromen, heb ik geen idee meer wat ik zou willen zeggen. “Ik weet gewoon niet meer goed wat ik wilde schreeuwen."

"Ik snap het wel." Hij knikt begripvol. "Het is soms ook wel even fijn om niet op de verdieping te zijn."

“Zeg dat wel,” mompel ik. De elfde verdieping van het tributengebouw, is zo’n beetje de laatste plek waar ik wil zijn nu, op de arena na. Er zijn teveel mensen die me het gevoel geven dat ik iets fout doe. “Het is niet echt een thuis."

Day schudt zijn hoofd en even is hij stil, maar dan grinnikt hij zachtjes. "Thuis wordt er gelukkig een stuk minder met messen gegooid."

Ik doe mijn mond open om te antwoorden waarom thuis zijn beter is, maar ik sluit hem weer als ik me besef dat ik geen echt antwoord heb. Mijn verdieping verschilt niet eens zo heel veel van mijn district: een hoop mensen die me teleurgesteld of boos aankijken, met wie ik telkens maar weer ruzie schop, en Luna en ik die technisch gezien samen zijn, maar elkaar in de praktijk niet echt spreken. Sinds de lunch van gistermiddag, heb ik mijn zusje nauwelijks nog gezien, laat staan dat we hebben kunnen praten. Het feit dat ik vanmorgen eerder opgestaan ben om haar en de rest van de bewoners van onze verdieping te ontlopen, begint steeds meer aan me te knagen. Ik voel het bloed uit mijn wangen trekken, als ik me realiseer hoe kwaad ze wel niet moet zijn. Het zijn de laatste dagen voor de Spelen, en in plaats van te proberen goed te maken dat ik er nooit genoeg geweest ben, doe ik precies wat ik de afgelopen maanden telkens heb gedaan: ik loop weg en ontwijk haar, en probeer zo min mogelijk na te denken over alles wat ik daarmee kapot maak.

"Ik denk dat ik zo maar eens terug moet gaan, al is het maar om de hoeveelheid messen te beperken," zucht Day. Hij werpt een blik over zijn schouder, richting de lift en glimlacht.

"Ik denk ook dat ik terug moet," antwoord ik, ook al is dat het laatste wat ik wil. Ik wil hier niet weg, naar mijn verdieping, om me daar te verantwoorden voor alle stomme dingen die ik gedaan heb. Maar hier alleen blijven, zonder enige steun, is geen echte optie.

Day laat de reling los en zet een paar stappen richting de lift, maar blijft staan als hij ziet dat ik niet meteen volg. "Waarom lijk je daar meer tegenop te zien dan tegen je privésessie?"

Ik wend snel mijn blik af, bang om daar iets van de teleurstelling te zien die ik zelf voel. "Ik heb Luna sinds gistermiddag niet meer gesproken."

Days toon is echter niet veroordelend, alleen maar verbaasd. "Helemaal niet meer?"

"Niet echt," mompel ik, nog altijd zijn blik ontwijkend. "We zijn allebei te druk met zorgen dat ik niet doodga, denk ik." Het is een slap excuus en een leugen. Als ik vanmorgen niet zo moeilijk had gedaan om weg te zijn voordat iedereen aan het ontbijt zat, was dit nooit gebeurd. Het is mijn eigen stomme fout.

"Begrijpelijk," antwoord Day na een korte stilte.Ik voel zijn blik branden, en als ik eindelijk opkijk, glimlacht hij naar me. "Maar ik denk dat Luna ook graag wil weten hoe je privésessie is gegaan." Hij gebaart naar de lift. "Kom je mee, of wil je liever nog even hier blijven?"

Ik wil écht niet terug, maar de gedachte aan hier alleen zijn, zorgt er meteen voor dat mijn gedachten weer beginnen te razen. Hoe graag ik ook zou willen blijven, of wegvliegen, of gewoon verdwijnen, ik weet dat dat nooit echt opties geweest zijn. "Ik ga wel mee," mompel ik, terwijl ik een glimlach op mijn gezicht forceer. "Ik weet niet wat ik zou moeten doen, in mijn eentje."

"Misschien kun je nog wel iets te schreeuwen verzinnen?" oppert Day, terwijl hij op me blijt wachten.

Ik kijk nog even om, naar de zon, die inmiddels achter de gebouwen begint te zakken en alles in warme, oranje tinten hult. De laatste restjes van mijn drang om te gaan schreeuwen en vloeken verdwijnen, en ik voel me alleen nog maar heel erg moe. Er is niets dat ik tegen de wereld kan schreeuwen dat er niet alleen maar voor zorgt dat ik me nog slechter voel, als die wereld er zo uitziet. "Nee, dat hoeft niet,” zeg ik, terwijl ik de zonsondergang de rug toe keer en met Day richting de lift loop. “Ik denk niet dat ik zoiets kan improviseren."

Even kijkt Day me peilend aan, maar dan knikt hij. "Zoiets vraagt natuurlijk een zorgvuldige voorbereiding," zegt hij ernstig, maar dan glimlacht hij weer, terwijl hij de lift in stapt en onze knopjes indrukt. "Wanneer vereffenen we eigenlijk de schuld van de weddenschap?" vraagt hij dan ineens.

"Je mag de koekjes komen brengen als je tijd hebt," antwoord ik met een grijns, en ik voel hoe mijn lichaam zich iets ontspant. "De eer wil ik wel graag meteen innen."

"Natuurlijk." Day schudt grijnzend zijn hoofd. "Prima, maar het plan is meer dat jij degene bent die de koekjes mag komen brengen."

"Komen halen, bedoel je," kaats ik snel terug, maar dan komt de lift al tot stilstand om mijn verdieping. Meteen voel ik weer de neiging om weg te rennen, maar in de lift kan ik nergens anders heen dan door de deur die nu naar mijn verdieping leidt. Ik zucht en loop naar buiten, maar kijk in de deuropening nog even om naar Day. "Zie ik je straks nog, dan?"

"Vanavond na de bekendmaking, met koekjes." Hij glimlacht en knikt naar me. "Tot vanavond. En succes, Chris."

"Jij ook." Ik tover ook nog een zwakke glimlach op mijn gezicht, haal dan diep adem en stap de lift uit. Zodra de deuren sluiten, vormen zich in mijn hoofd meteen de plannen om met de eerstvolgende lift of zelfs de trap weer weg te gaan, naar de zevende verdieping of terug naar het dak, maar voor ik iets kan doen, verschijnt Luna in de deuropening. Nog voor ze iets zegt, kan ik de frustratie en opluchting al van haar gezicht aflezen, alsof ze ieder moment in tranen uit kan barsten. Ik kan nu echt niet meer terug.

Reacties (3)

  • Incidium

    Ze kunnen ons niet in een arena zetten als ze niet weten waar we zijn.
    dit is een fantastische set-up voor een grap hoofdstuk pfffft
    Nawh Chris en Day hebben een knuffel nodig, arme jongens. En een betere toekomst, waarom is dit ook alweer een Hungergames verhaal?
    De banter (TM) is van topkwaliteit, als altijd.
    Oeh Luna. Ik lees snel verder^^

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Tbh we hebben die macht. We kunnen zeggen: het Capitool was zo ontroerd door al het romantische drama dat ze besloten die jaar de traditionele games te vervangen voor een soort Big Brother
      En eyy thanks

      3 weken geleden
    • Incidium

      wegens een plotselinge verandering in public opinion, worden dit jaar de Hongerspelen vervangen door een episch potje monopoly:D
      ik ben voor

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Tbh monopoly spelen met Adey lijkt me al intens genoeg, geen wapens nodig

      3 weken geleden
  • Megaeraaa

    Wow wat een paniek! Ik wil Chris en Day nu echt chocolate chip cookies geven

    Och arme Luna!! Waarschijnlijk de laatste dagen dat hij leeft en dan blijft Chris haar ontwijken

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Hij verdient het
      Oké misschien verdient hij het toch niet want dat is inderdaad erg lullig

      3 weken geleden
  • Duendes

    Chris' zorgen voor de Spelen zijn zo valid logisch en terecht maar toch echt wel zó intens gosh awh het doet PIJN

    En het is beter dat hij niet meer terug kan stiekem want met Luna praten is echt wel belangrijk maar awh gosh die arme jongen heeft écht een hele zware dag vandaag oeps zoveel intense gesprekken gosh

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Jep eh het is heel naar dat hij al zoveel paniek heeft voor er iets is gebeurd
      True ergens wel maar awh hij kan ook echt geen pauze krijgen

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen