Foto bij 136 - Say Goodbye

Zodra je je moeder in de hal beneden ziet verschijnen, weet je direct dat het mis is. Jouw blik kruist de hare en ze knikt enkel. Je snelt naar haar toe en ze sluit je kort in haar armen.
“Kom,” weet ze uit te brengen. “Als je nog gedag tegen oma wil zeggen, moeten we snel zijn.”
Je voelt je lichaam verstijven, maar laat haar je achter haar aan slepen. Bill volgt je op de hiel, maar je kan het niet opbrengen om je om te draaien en aan hem uit te leggen wat er gebeurt. Terwijl jullie de trap op schieten, praat je moeder je kort bij.
“Oma heeft nog een hartaanval gehad vanochtend. De arts komt zo om haar dormicum te geven en daarna beginnen ze aan palliatieve sedatie. Ze is nog wel bij, maar ze heeft ontzettend veel pijn en de verlamming is door haar hele lichaam verspreidt. Ze kan haar hand nog een klein beetje bewegen en ze probeert nog te praten, maar dat kost haar heel veel moeite.”
Je voelt de tranen in je ogen branden, maar je houdt je sterk. Je moet wel, bedenk je, terwijl jullie door de gangen racen. Je moet er nu voor je moeder zijn. En voor oma. Voor één van de kamers blijft je moeder staan.
“Hier ligt ze,” prevelt ze. “Ga maar even zelf naar binnen. Ik wil haar zo niet meer zien.”
Je knikt, ademt diep in en uit en loopt de kamer in. De moed zakt je in de schoenen als je ziet hoe je oma erbij ligt. Ergens snap je nu ook wel dat je moeder niet meer terug naar binnen wilde. Je kent haar als geen ander, en dit is niet het beeld dat je van je oma wilt onthouden. Je moeder heeft daar alleen net iets meer moeite mee dan dat je dat zelf hebt. Of misschien is het eerder dat je bang bent dat je het jezelf nooit zal vergeven als je geen afscheid zou nemen. Je schuifelt langzaam richting het bed en tot je verbazing zie je een brede glimlach op je oma’s gezicht verschijnen zodra ze je ziet.
“Hey Maudje,” weet ze uit te brengen, waarna ze naar adem snakt.
“Hoi oma,” fluister je, terwijl je naar haar toebuigt om haar een kus te geven. Je streelt zacht door haar haar. “Hoe voel je je?”
“Kut.” Jullie schieten beide in de lach, maar het lachen vergaat je snel als ze begint te hoesten en opnieuw naar adem snakt. Ze wil nog iets zeggen, maar je schudt je hoofd.
“Zeg maar niks. Het is goed.”
Ze kijkt je eigenwijs aan en even zie je haar zoals je je haar kan herinneren. Dan pakt ze je hand vast en knijpt er zacht in. Je glimlacht dapper.
“Ik hou van je, oma.”
“Ik van jou.” Ze snakt nogmaals naar adem en zegt dan nog iets, wat je niet goed kan verstaan. Je buigt naar haar toe om haar beter te kunnen horen. Uiteindelijk kan je met moeite uitmaken wat ze zegt: “Bill…”
“Bill staat op de gang,” leg je uit. Ze blijft je vragend aankijken. “Wil je dat ik hem haal?”
Ze knikt en sluit dan even haar ogen. Je laat haar hand los en loopt terug naar de gang. Het begint je steeds meer moeite te kosten om de tranen tegen te houden, maar je moet sterk zijn van jezelf. Je ziet dat Bill naast je moeder op een bankje is gaan zitten.
“Bill?”
Hij kijkt direct op van zijn telefoon. “Yes?”
“Gran’s asking for you.”
Hij staat direct op, alsof er geen twijfel is dat hij nu naar je oma moet gaan, al hebben ze elkaar amper in het echt gezien. Hij slaat even zijn armen om je heen en drukt een kus op je voorhoofd, voordat hij de kamer van je oma in loopt. Zelf kan je het benauwde gevoel dat het je gaf om in de kamer te zijn maar met moeite los laten en dus besluit je even op de gang te wachten. Je loopt nerveus heen en weer.
“Hoe laat is de arts er?” vraag je uiteindelijk.
“Ieder moment.”
“En dan?”
“Dan krijgt ze dormicum en-“
“Nee, ik bedoel, wat doen wij dan?”
“Ik denk dat ik dan naar huis ga. Het kan zo nog een dag duren voordat ze er echt niet meer is.”
“Moeten Floris en Wouter geen afscheid nemen?” In gedachte vul je aan dat Anne, je zusje, er eigenlijk ook had moeten zijn, maar tegelijkertijd kan je haar missen als kiespijn. Ze heeft geen moment contact meer gezocht met jullie oma sinds ze, inmiddels alweer vijf jaar geleden, bij jullie vader is gaan wonen.
“Wouter was net weg toen jullie aankwamen,” verzucht je moeder. “En Floris wilde niet.”
Je perst je lippen op elkaar, maar knikt dan. “Dat kan ik hem eigenlijk niet kwalijk nemen, met hoe oma er nu bij ligt. Hij is tenslotte pas net 16.”
“Daarom. Hij vindt het al moeilijk genoeg. Ik wil hem niet met dit soort dingen lastig vallen.” Je moeder werpt een blik op iets achter je op de gang. “Daar komt de arts aan, geloof ik.”
“Oh.” Je bijt vertwijfeld op je lip. “Ik wil oma niet alleen laten.”

Reacties (1)

  • Luckey

    Ahw:(
    Vind zo zielig

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen