. . .


De twee waren onmiskenbaar broers – maar zeggen dat ze als twee druppels water op elkaar leken was een leugen geweest. Eigenlijk kon hij zich geen twee gevangenen indenken die meer van elkaar verschilden. Shades was onaantastbaar geweest. Geen bedreiging deed hem wat, er krulde altijd een uitdagende grijns om zijn lippen en de zelfverzekerdheid straalde van hem af. De blik in zijn ogen was altijd berekenend geweest, zijn stem schertsend, altijd bedoeld om anderen uit de tent te lokken.
      Isaiah had hem altijd om zijn houding bewonderd. Nachtenlang had hij gefantaseerd hoe het zou zijn om een cel met hem te delen, hoe eisend zijn stem zou klinken als hij Isaiah influisterde wat hij wilde wat hij zou doen. Vingers die over verhitte huid gleden, lippen die in het duister naar plezier zochten, gejaagde ademhalingen die ieder ander geluid overstemden…
      Het was altijd alleen bij een fantasie gebleven. Shades had nooit enige interesse in hem getoond en Isaiah had ook niet geweten hoe hij zijn interesse in hem kenbaar moest maken. Hij wilde immers niet dat iedereen hier wist dat hij op mannen viel. In gevangenissen heerste altijd de absurde gedachte dat een homoseksueel persoon wel met iedereen seks zou willen. Nou – niets was minder waar. Hij was behoorlijk kieskeurig en behalve in Shades had niemand hier ooit zijn aandacht getrokken.
      Hij wist wel wat er gefluisterd werd. Dat Shades het met zijn celgenoot deed. Dat dat zijn lief was. Of het waar was, had Isaiah nooit kunnen ontdekken. Er deden zoveel roddels de ronde, zeker over een man als Shades. Die leek te gedijen op roddels – hoe meer hoe beter. Hoe meer leugens er over hem verspreid werden, hoe moeilijker het was om de waarheid te ontrafelen. Een groot mysterie omringde de ex-gedetineerde. Dat de man een tweelingbroer bleek te hebben die werd overgeplaatst, had hem nauwelijks verbaasd. Níéts verbaasde hem wat Shades betrof.
      Hij richtte zijn aandacht weer op Juice. Door zijn hanenkam en de tatoeages zag hij eruit als iemand die zich stoerder voor had willen doen dan hij was. In tegenstelling tot zijn broer bezat hij geen greintje zelfverzekerdheid, zoals hij daar ineengekrompen op het bed zat. Isaiah twijfelde er niet aan dat hij zijn armen om zichzelf heen zou hebben geslagen als hij alleen was geweest. Hij was gebroken, zijn leven moest hard zijn geweest. Sommigen bezaten de kracht om daar sterker van te worden – anderen niet.
      Juice’ bruine ogen toonden niets dan verwarring. Dat hij een broer had, was blijkbaar moeilijk voor hem te verteren. Hoewel hij eerst vooral bang was geweest, flikkerden er nu ook andere emoties in zijn ogen. Onbegrip. Boosheid.
      De jongen boog zich voorover en wreef over zijn gezicht. Hij mompelde onverstaanbare dingen.
      Isaiah liet hem maar. Hij voelde de drang om een arm om heen te slaan, aangezien hij het gevoel had dat de tranen op de loer lagen. Toch had hij gevoeld hoe de man verstijfd was toen hij hem net had aangeraakt, en uit alle andere dingen die hij gezegd had, leidde hij af dat hij in zijn vorige gevangenis geen enkele bescherming had genoten. Wat er gebeurd was met een mooie jongen als hij, kon Isaiah zich wel indenken. Zelfs als Shades hem hieruit had gehaald, zou het waarschijnlijk lang duren voordat zijn broer zijn trauma’s verwerkt had.
      ‘Wie is hij?’ Juice’ stem klonk schor toen hij opeens weer begon te praten. ‘Ik snap niet – hoe kan hij de macht hebben om mij hiernaartoe te krijgen. En – en waarom? Waarom nu? Als ik had geweten dat ik een broer had dan was alles zo anders geweest… Dan hadden ze nooit… dan had ik nooit…’ Een snik rolde over zijn lippen.
      Weer kostte het Isaiah een bovenmenselijke inspanning om zijn armen niet om zijn huilende celgenoot heen te slaan. In plaats daarvan besloot hij maar te praten, hem af te leiden. ‘Zijn naam is Shades. Zijn echte naam weet ik niet. Eerlijk gezegd weet ik niet veel van hem – hij is machtig, heeft de juiste connecties… Maar hoe hij daar toe gekomen is, dat weet ik niet.’
      Juice snifte zachtjes terwijl hij langs zijn ogen veegde. ‘Iemand had al getekend voor mijn dood. Dit alles – dit zou over moeten zijn. Ik dacht… Ik dacht dat ik rust zou hebben. Wat heeft hij nou aan mij als ik in de gevangenis zit? Ik snap niet… Ik snap gewoon niet…’
      ‘Je hoeft hier niet lang te blijven, Juice,’ zei Isaiah. Hij schonk de ander een bemoedigende glimlach toen hij hem aankeek. ‘Ik weet zeker dat je broer je hier binnen een maand uit heeft gehaald.’
      Onbegrip vulde Juice’ ogen. Hij was bang. Bang om te hopen en weer bedrogen uit te komen. Heel voorzichtig legde Isaiah toch een hand op zijn schouder.
      ‘Ik weet niet wat voor afschuwelijke dingen je hebt meegemaakt, maar je staat er niet meer alleen voor, Juice. Je broer zal je straks opvangen, en zolang je hier bent zal ik je vriend zijn.’
      ‘Waarom – waarom zou je dat willen?’ mompelde hij.
      ‘Omdat je me een leuke knul lijkt. Zelf zie je het misschien niet, maar ik zie het wel.’ Hij gaf hem een knipoog. ‘En mijn mensenkennis heeft me nog nooit in de steek gelaten.’
      Toegegeven – zijn beweegredenen waren een beetje minder onzelfzuchtig dan hij het deed voorkomen. Een vriendschap met Juice zou garanderen dat hij Shades nog eens zou zien – en misschien zou zijn zorg voor zijn tweelingbroer er wel voor zorgen dat Shades hém ook eindelijk zag.

. . .


Isaiah was aardig – heel aardig.
      Misschien iets te aardig. Drie dagen nadat Juice in Seagate was aangekomen, spraken ze over relaties en gaf Isaiah opnieuw toe dat hij hem aantrekkelijk vond en het niet erg zou vinden om elkaar op lichamelijk vlak wat beter te leren kennen.
      Juice had het serieus overwogen. Tully was immers de laatste die aan zijn lichaam gezeten had en hij wilde die herinnering maar wat graag verdringen. Isaiah was aardig. Hij zou voorzichtig zijn. Juice viel dan wel niet op de mannen, maar ergens verlangde hij wel naar liefdevolle aanrakingen, naar geborgenheid. Of het nou van een man of een vrouw kwam kon hem op het moment niet eens zo veel schelen. Hij had met zoveel vrouwen seks gehad waar hij niets voor gevoeld had.
      Tegelijkertijd was hij ook bang. Bang dat zijn lichaam zou verstijven, dat hij het gevoel zou hebben terug te zijn in Tully’s cel. Hij wist dat hij getraumatiseerd was – misschien kon hij wel nooit meer seks hebben. Hij had altijd genoten van de warmte van een vrouwenlichaam, zelfs wanneer het voor slechts één nacht was, en de gedachte dat Tully op die manier voor de rest van zijn leven zijn eenzaamheid zou vergroten was verstikkend.
      Een paar dagen later vertelde hij Isaiah schoorvoetend over Tully. De man was niet achterlijk – hij had heus wel door dat er in zijn vorige gevangenis iets gebeurd was. Al vanaf het begin had hij respectvol zijn rug naar Juice toegekeerd wanneer hij zich aankleedde, nog voor Juice zich kon afvragen of hij het vervelend vond dat andere mannen hem naakt of bijna naakt zagen. Het had ervoor gezorgd dat hij zijn celgenoot ietsje meer vertrouwde. De gesprekken die ze voerden werden steeds dieper, en op een gegeven moment had Juice zich niet meer kunnen inhouden. Alles kwam eruit. Alle fouten die hij had gemaakt, de verwoestende gevolgen ervan – en uiteindelijk vertelde hij ook met neergeslagen ogen over het monster waar zijn club hem aan overgeleverd was.
      ‘Wat een hufters,’ zei Isaiah hoofdschuddend. ‘Sommige dingen doe je je ergste vijand nog niet aan – laat staan iemand waar je van gehouden hebt.’
      Juice boog zijn hoofd. ‘Hun liefde was al lang weg.’
      ‘Ze krijgen hun verdiende loon nog wel.’
      Verward keek Juice op. ‘Wat?’
      ‘Je bent de tweelingbroer van een van de beruchtste gangsters van Harlem,’ antwoordde Isaiah. ‘Denk je dat Shades dit onbestraft laat? Hij zal ze laten bloeden op plekken waar ze niet dachten ooit te zullen bloeden.’
      Juice kromp in elkaar. ‘Dat wil ik niet,’ mompelde hij. Hij wilde gewoon opnieuw beginnen en nooit meer aan Charming terugdenken.
      ‘Hij zal het wel willen. Zijn familie is schande aangedaan – zijn enige familie. Het schaadt zijn reputatie als hij dat onbestraft laat.’
      Juice boog zijn hoofd en tuurde naar zijn handen. Het was onvoorstelbaar dat er iemand was die zich zijn lot aantrok, die hem zelfs wilde wreken. Op de meeste dagen oversteeg het nog steeds zijn verstand. Het klonk allemaal te mooi om waar te zijn. Hij moest het eerst allemaal maar zien…

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen