Na een halfuur zoeken zie ik een berichtje van mijn moeder verschijnen in mijn ooghoek. “Het eten is binnen vijf minuten klaar. Graag nu naar beneden komen.” Ik weet dat die vijf minuten altijd minstens tien minuten worden, dus ik zoek nog even verder.
Er is niet heel veel informatie over Luno te vinden. Het gene dat ik kan vinden is dat het de tweede stad van Moja is. Het telt ongeveer twee miljoen inwoners. Het is dus ongeveer qua inwoners de helft van Kadedorp. De oppervlakte is wel bijna net zo groot als Kadedorp. De rest van de informatie is niet zo interessant, dat er meer groen en veel strand is, is voor mij niet van belang.
Ik sluit mijn computer af, geeuw, rek me uit en loop naar beneden om te gaan eten.
Net op het moment dat het eten op tafel wordt gezet kom ik beneden. Aangezien het een feestdag is heeft mijn moeder zich in de keuken uitgesloofd.
Normaal is het een van de simpele recepten die elke week door Moja ter beschikking worden gesteld. Dat doen ze om te zorgen dat men gevarieerd eet. Zo kunnen ze de eventuele overschotten die er zijn makkelijk wegwerken.
Alleen vandaag heeft mijn moeder ervoor gekozen de recepten van Moja aan de kant te leggen, en het oude receptenboek van onze familie tevoorschijn te halen. De eerste voorouder die op Moja is komen wonen heeft het meegenomen van het vaste land. Aangezien het dus al zo oud is wordt het heel goed bewaard. Normaal staat het in een waterdichte kluis, maar bij bijzondere situaties haalt zij hem er soms uit.
Er staan daar ook gerechten in waar van ik denk, “werd dat echt vroeger gegeten?” gemalen schijven van rundvlees, blijkbaar heet dat hamburgers. Vlees gebruiken van een dier dat zoveel water en voer kost voor maar een kilo vlees, wordt hier als verspilling gezien.
Dat soort gerechten kunnen ook niet worden bereid, we hebben de ingrediënten niet. Eén van de recepten waar we wel de spullen voor kunnen krijgen is een visschotel. Vis is op Moja genoeg te krijgen, en de andere ingrediënten, rijst en groente hebben we hier gewoon beschikbaar.
Met volle mond zeg ik, “het is heerlijk, een keer iets anders.” Mijn vader is het er mee eens. Nadat we klaar zijn met eten vraag ik, “weten jullie iets over Luno, op de computer is er weinig tot niets over te vinden. Het enige dat ik kan vinden is dat het ongeveer de helft van Kadedorp is qua inwoners, en dat er veel strand is.”
Het enige dat mijn ouders weten is dat er in Luno meer ruimte beschikbaar is voor onder andere recreatie, en dat zou zelfs verouderd kunnen zijn. Dat is iets dat ze zelf hebben geobserveerd toen ze er waren op hun huwelijksreis. En dat is inmiddels ook al twintig jaar geleden.
“Dan zit er niets anders op dan de informatie van Tygo afwachten.”
Net als ik na het opruimen van de spullen van het eten op de bank plof zie ik een kort bericht van Tygo in mijn ooghoek. Door te knipperen opent het berichtje in het groot, “ik heb de mensen van de test een berichtje gestuurd. Ze gaan contact met je opnemen.”
Meer staat er niet. Door oogbewegingen stuur ik naar hem “wanneer dan?” Op dit bericht krijg ik geen antwoord meer terug. Hij heeft het wel gelezen maar laat niets meer los.
Ik kijk nog even met mijn ouders naar het journaal, en daarna naar en documentaire over tweehonderd jaar Moja. Halverwege de documentaire val ik bijna in slaap. “Ik ga maar naar bed.” Ik wens mijn ouders een goede nacht, en loop naar boven.


Reacties (1)

  • bels

    Hahaha die plek klinkt steeds erger

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen