Aderyn blijft de rest van de dag aanwezig. In het gebouw, maar ook in Samuels gedachten. Hij overweegt kort of Naeve gelijk had over een obsessie en veegt met zijn hand door zijn haar. Het is normaal je zorgen te maken over je grootste tegenspeler.

Het herkenbare geluid van een opengaande lift is in de werkkamer net hoorbaar. Pubert staat direct op en loopt naar de gang. Samuel neemt een moment om zijn hoofd op de tafel te leggen voor hij volgt.

In de gang ondergaat Florian de Pubert-belevenis. Een handdruk is uitgelopen op enthousiast geschud. “Welkom, welkom!" zegt Pubert opgewekt. Aan Florians verwarde gezichtsuitdrukking te zien, heeft Pubert het woord al vele keren herhaald. "Ik heb zo veel over je gehoord, kom verder, kom verder,” vervolgt hij uiteindelijk.

“Goede dingen, mag ik hopen?” zegt Florian terwijl hij een blik richting Samuel gooit. Die haalt zijn schouders op. Pubert heeft vast zijn bronnen.

“Zeker!” zegt Pubert. “Och, waar zijn mijn manieren? Ik ben Pubert, welkom op de tweede verdieping. Maak je het hier thuis.”

“Florian, aangenaam.” Een moment stilte. “Maar dat wist je al.” Florian lacht ongemakkelijk.

Samuel besluit medelijden te tonen. “We kunnen hier gaan zitten,” zegt hij met een knik naar de werkkamer.

“Natuurlijk,” zegt Pubert, “Kan ik iets voor jullie laten brengen?” Hij laat Florians hand los om de deur met een zwierig handgebaar open te maken.

“Nee, niks, dankje, komt goed,” zegt Samuel, “We laten het weten als we iets nodig hebben.” Hij loopt door de deur en gaat zitten. Puberts mening over sponsoren en wat ze graag zien in de arena zou best kunnen helpen voor het bondgenootschap, maar Samuel wil dit eerste gesprek privé houden.

Florian loopt de kamer in en kijkt rond. De witte muur, volle boekenkast, tafel met stoelen of de bank lijken hem geen wijsheid bij te brengen. Hij sluit de deur en op Puberts voormalige plek zitten. “Hier ben ik dan,” zegt hij.

“Hier ben je,” beaamt Samuel. “We hebben aardig wat je bespreken, jij en ik.”

Florian vouwt zijn handen in elkaar op tafel. “Luister, Samuel,” zegt hij serieus, “Je bent een Beroeps. Als je in de arena op jacht gaat naar andere tributen, begrijp ik dat. Maar ik doe er niet aan mee. In dat geval gaat een bondgenootschap niet werken.”

Gezien Florians persoonlijkheid is dit niet onverwacht. Het is goed dat hij bereid is zijn mening direct te delen, denkt Samuel. Hij heeft een vage herinnering waarin hij, waarschijnlijk op school, te horen krijgt dat dat noodzakelijk is voor een goede samenwerking. Hetzelfde geldt vast voor bondgenootschappen in de Hongerspelen. “Het jagen laten we over aan de andere Beroeps, zij mogen hun energie daar aan verspillen.”

Opluchting verspreidt zich over Florians gezicht. “Goed,” zegt hij, “Dat is goed.”

“Toch hebben we wapens nodig,” zegt Samuel nadenkend. “Anders wordt er op óns gejaagd.” En ze zijn nodig richting het eind van de Hongerspelen, als alleen zij twee en hopelijk zo min mogelijk Beroeps nog leven.

“Dus we moeten naar de hoorn.” Florian huivert. Een waas glijdt over zijn ogen, zijn stem klinkt afstandelijk. “Midden in het bloedbad.”

“Één van ons moet het bloedbad in.” Een moment stilte. Samuel wacht tot Florian terugkeert naar het heden. “Ik heb een wapenstilstand met May. En ik heb meer ervaring met wapens, ik weet waar ik naar moet zoeken.”

“Maar de andere Beroeps hebben het op je gemunt,” protesteert Florian.

“Ook op jou, op het moment dat jij en één van hen hetzelfde wapen proberen te pakken.” Samuel zucht. “Als je aan de rand van de hoorn blijft, en daar voedsel, water, een EHBO doos, je weet wel, verzameld, ben je veilig. Ik loop overal gevaar.”

“En wat als je doodgaat, Sam?” zegt Florian, “Wat moet ik dan doen?”

“Jij moet zorgen dat je genoeg voedsel hebt,” zegt Samuel. Het kost hem moeite zijn toon stabiel en redelijk te houden. “Of ik het nou overleef of niet.”

Florians vuist vliegt omlaag. Het tafelblad trilt na.

Samuel schuift naar achter in zijn stoel en trekt zijn wenkbrauwen op. Florian zakt ineen op zijn stoel en veegt met zijn andere hand over zijn vingers. “Sorry,” mompelt hij. “Waag het niet om te sterven.”

“Ik weet wat ik doe,” zegt Samuel zonder twijfel. “Ik ga winnen, dus doodgaan in het bloedbad zit er niet in.”

Florian kijkt hem aan. Samuel verzekert zichzelf dat er geen twijfel in zijn ogen te vinden is.

“Oké,” zegt Florian. Hij ademt bewust in en uit. “Jij regelt wapens, ik overige voorraden. Dan gaan we zo snel mogelijk weg van het bloedbad.”

Samuel knikt. “Precies.”

Een moment stilte. Samuel probeert de beste manier te vinden om over Aderyn te beginnen. Hij wil niet te beschuldigend klinken, maar hoe zeg je ‘waarom staarde je met hartjes in je ogen naar Aderyns zwaardspel’ op een andere manier ?

“Wat doen we als ons voedsel opraakt? Of ons water.” Florian leunt naar achter op zijn stoel. “Ik heb redelijk verstand van planten, maar wat als we in een woestijn zitten? Of een arena krijgen die niet eens op een natuurgebied lijkt.”

“Er is altijd wel ergens voedsel te vinden,” bromt Samuel. “En als dat niet zo is, zijn er alternatieven.”

“Alternatieven.” Florian klinkt ontsteld. “Als het is om een hongerdood te voorkomen, dan—” Hij zucht. “Dan accepteer ik dat.”

Aan Florians toon kan Samuel afleiden waar hij het over heeft. “We moeten in ieder geval niet teruggaan naar de hoorn.”

“Nee, dat is geen goed plan,” zegt Florian afgeleid. “Daar worden we opgewacht door de Beroeps. De andere Beroeps, bedoel ik.”

Samuel kijkt naar zijn bondgenoot. Florian staart naar de tafel, waar zijn handen tot vuisten geklemd liggen. Hij is moe, te zien aan de wallen onder zijn ogen en te horen in zijn stem. Samuel overweegt voor een half moment om stil te blijven en Florian terug naar zijn verdieping te sturen.

“Dan is er nog de situatie met Aderyn,” zegt Samuel. “Wat speelt er tussen jullie twee?”

“Aderyn is een wreed, onbetrouwbaar mens,” zegt Florian met haat in zijn stem. Samuel knikt. Wat hem betreft is dat de objectieve waarheid. “Wat er tussen ons speelt? Ze heeft me meerdere keren opgezocht, om mij en alles waar ik om geef te beledigen, en me daarna te zoenen. Dit alles is voor haar niet meer dan een leuk spelletje. Ik walg van haar.”

“Toch speel je mee,” zegt Samuel, denkend aan Florians suikerzoete toon toen hij Aderyn een schat noemde. “Waarom?”

“Stilte moedigt haar alleen maar aan,” zegt Florian hopeloos. “De enige keer dat ik het in mijn eentje voor elkaar heb gekregen niet weg te hoeven vluchten, maar haar weg te jagen, was toen—” Florian klapt abrupt zijn kaken op elkaar. “In elk geval, niks doen werkt niet.”

“Dat heb ik zelf ook ervaren,” zegt Samuel, denkend aan de liftrit de eerste dag dat hij hier was. “Ik zei niets en zij gooide een jas op me en verklaarde me tot kapstok.”

“Dat klinkt inderdaad als iets wat Adey zou doen.” Florian lacht hardop.

Samuel knijpt zijn ogen samen en opent zijn mond om zichzelf te verdedigen, al weet hij nog niet hoe. De harde klap van de deurklink tegen de muur onderbreekt hem. Naeve heeft de deur open geschopt. Ze leunt tegen de deurpost en onderzoekt haar nagels, alsof ze toevallig langsliep. "Ik dacht dat het een noodplan was, ofzo, maar nee. Je werkt écht samen met een boer. Laag, Samuel, laag."

"Zeg," begint Samuel, maar hij wordt opnieuw onderbroken.

"Ik werk inderdaad op het land," zegt Florian, "Vraag je je misschien af in welke weercondities graan het best groeit? Want daar kan ik mee helpen."

"Wat is het plan als er geen graan in de arena is, huh?" zegt Naeve tegen Samuel. Ze werpt een blik op Florian. "Hij is een acceptabel vlezen schild, op zich. Maar verder? pff." Ze schudt met haar hoofd.

"Net na de eerste grote regenval van de lente is een belangrijk moment," zegt Florian. "Het water trekt diep in de grond, en vult het natuurlijke grondwater aan. Dan moet je de grond—"

Naeve rolt zo hard met met haar ogen dat Samuel zich zorgen maakt dat ze in haar hersenen verdwijnen. "Niemand vroeg jou wat, klompen. Je moet eens weten wat Adey over je zegt als je er niet bij bent."

"Precies hetzelfde als ze over mij te zeggen heeft als ik er wel bij ben, vermoed ik zo," zegt Florian neutraal. "Adey is veel dingen, maar voorzichtig met haar mening is daar niet één van."

Samuel kan alleen maar grijnzen. Florian heeft duidelijk ervaring in het omgaan met vijandige Beroeps.

Naeve grijpt naar de klink. "Whatever," zegt ze, "Vergader vooral door als jullie je hopeloze levens graag met vijf minuten verlengen." De deur sluit met evenveel kabaal als waar Naeve hem mee open gooide.

Samuel ademt in. Ze zijn hier voor een reden. Een enkele onderbreking, hoe leuk het ook is om naar te kijken, mag zijn aandacht niet afleiden. “Luister, Florian. Er vanuit gaand dat Aderyn een zwaard in handen krijgt, kan ik haar niet alleen verslaan. Tegen de andere Beroeps heb ik een kans, maar geen garantie. Welk van hen ook het onvermijdelijke instorten van hun bondgenootschap overleeft, ik heb jouw hulp nodig om zeker te zijn van een overwinning. Ben je voorbereid op moord?”

Een aantal woorden beginnen en eindigen halverwege Florians mond. “Dat kun je me niet zomaar vragen!” brengt hij uit.

Florian is verre van dom, hij moet hier al over na hebben gedacht. Maar aan zijn reactie te horen heeft hij het nog niet eerder hardop gehoord. Samuel haalt zijn schouders op. “Iemand moet erover beginnen.”

“Is dat zo?” zegt Florian, “En jij, Sam? Kun jij iemand van het leven beroven? Ben je daar op voorbereid?”

Samuel haalt een hand door zijn haar. “Ik weet al langer dan jij dat ik de arena in ga,” zegt hij kalm, hopend dat hij het gesprek kan kalmeren. “Ik leef er al jaren naartoe. Ik kan je niet vertellen hoe ik me gedraag nadat ik iemand dood, dat weet je nooit van tevoren. Maar ik beloof je dat ik van te voren geen seconde zal twijfelen.”

Florians ogen focussen zich op de tafel en blijven daar. Hij antwoordt niet. Dat is redelijk, herinnert Samuel zich. Als zijn bondgenoot een paar minuten stilte nodig heeft om alles te laten bezinken, dan kan dat. Samuel is in staat tot geduld, al heeft hij er een hekel aan.

“Ik kan je niet dezelfde belofte teruggeven,” zegt Florian uiteindelijk. “Ik denk—Nee, ik weet wel zeker dat ik ga aarzelen. Maar ik zet door. Als het is om mezelf of jouw leven te redden, dan—”

“Meer vraag ik niet,” zegt Samuel kort. Hij leunt zijn hoofd achterover op de rugleuning van zijn stoel en sluit zijn ogen. Dit gesprek is vaker onderbroken dan hij had verwacht, zowel door Naeve als door emotie. Toch kan hij over het resultaat niet klagen.

“Het is tijd dat ik terug naar verdieping negen ga,” zegt Florian. “Of is er nog iets?”

“Nee, niks,” zegt Samuel. “Dat lijkt me een goed idee. Ik kijk uit acht uur buiten bewustzijn.”

“Inderdaad,” zegt Florian, en hij staat op. “Ik zie je nog wel.” Hij lacht onovertuigend.

Samuel neemt het hem niet kwalijk en knikt. “Tot later.”

Hij sluit zijn ogen opnieuw en wacht op het geluid van opengaande liftdeuren. De gang is stil terwijl Florian vertrekt, dat is goed. Pubert is behulpzaam, en Samuel stelt zijn aanwezigheid op prijs, maar nu snakt hij naar stilte. Pubert krijgt morgen de volledige update. Robert en Valentina willen vast ook weten wat ze besproken hebben, bedenkt hij met een zucht. Hij moet hetzelfde gesprek drie keer voeren.

Één van Florians uitspraken waart rond in Samuels hoofd. Hij is bereid om te moorden, om zijn eigen leven te redden, of dat van Samuel. Dat is in essentie waar een bondgenootschap om draait, maar het voelt als meer dan dat.

Zou hij zelf een tribuut die Florians leven bedreigt vermoorden? Samuel eerste gedachte is ja, natuurlijk. Dat is één bondgenoot meer en één tegenstander minder, het is een simpele rekensom. Maar heeft hij het tijdens hun gesprek niet hardop gezegd. Hij hoopt dat Florian het toch weet.

Reacties (2)

  • Duendes

    Ik hou zoveel van Pubert ohmygosh wat een cutie wat een held alle love naar Pubert(H)
    Maar Samuel en Florian krijgen ook wel wat want ze zijn echt super cute awhh Florian die stug tegen Naeve gaat praten over graan? Iconic. Samuel die er zo cute blij bij zit? Adorable. Love them awhh

    5 dagen geleden
    • Incidium

      Naeve staat daar zo en denkt, wtf, ik was hier om mensen boos te maken, houdt je mond over graan dude, wat is dit. En ja Samuel geniet:D

      4 dagen geleden
  • Samanthablaze

    In het gebouw, maar ook in Samuels gedachten
    Oef, rip

    “Sorry,” mompelt hij. “Waag het niet om te sterven.”
    AWHH dat is stiekem best wel lief - like ook gewoon begrijpelijk dat hij zijn bondgenoot niet kwijt wil maar op deze manier is het gewoon cute dat hij er zo emotioneel van wordt

    Naeve, ik kan niet vinden waar iemand om je mening gevraagd heeft. Shut up
    Gelukkig weet Florian hoe hij ermee om moet gaan

    En jij, Sam?
    Hij... verbetert hem niet? Dus van Florian kan hij het wel hebben pff

    Florian en Samuel zijn echt een heerlijke combinatie. Zeker als Pubert ook nog in de buurt is

    1 week geleden
    • Incidium

      Ja alleen Florian heeft afkortrechten haha. Bondgenoot-privileges.
      Florian is echt de persoon die hier niet wilde zijn en in supersnel tempo alles moet doen waar Samuel zijn hele leven voor heeft gehad :/ en Samuel zit daar like, ja dat doen we wel ff in een avond, komt goed. En toen kwam Naeve nog irritant doen pff arme Florian, hij verdient beter.
      Florian, Samuel én Pubert is wel leuk maar ugh, een gesprek van drie mensen die alledrie een hij zijn? Een nachtmerrie om te schrijven.

      1 week geleden
    • Samanthablaze

      Awh Florian verdient het ook niet om hier te zijn. Gelukkig heeft hij wel iemand gevonden die zijn best doet om hem te supporten, zelfs als hij de niet-Beroeps ervaring niet helemaal kan begrijpen
      Oh true dat is afschuwelijk

      1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen