Katherine "Kate" Lancaster, 18 jaar, District 11
Wenen Wacht


Deel I.II: De zon en tijd en branden

"Katrien, schat, wat zie je er… enig uit." Vrijwel meteen als ik met mijn zussen het plein op loop, word ik begroet door een meisje op hakken waar de districtsbegleidster jaloers op zou zijn, in een groene jurk waarvan de hals zo diep is uitgesneden en de rok zo kort is, dat ze net zo goed helemaal niets aan had kunnen doen. Ze neemt me duidelijk oordelend in zich op, tovert dan een zoete glimlach op haar gezicht en buigt een stukje voorover - zogenaamd om mijn jurk beter te bekijken, maar we weten allemaal dat ze het vooral doet om zeker te weten dat de ogen van het voltallige mannelijke publiek op haar gericht zijn.

Ik negeer het feit dat ze de verkeerde naam gebruikt en onderdruk de neiging om mijn sleehakken in haar gezicht te planten en glimlach in plaats daarvan liefelijk terug, met een gebaar naar de diadeem op mijn hoofd. "Komt door de kroon - van mijn vriend gekregen. Je kent Rick wel, toch? Heb je hem ergens gezien?"

"Oh, hij is hier vast ergens." Ze maakt een vaag gebaar, waar ik alleen maar uit kan opmaken dat ze hem een paar minuten geleden nog gesproken heeft. "Hij zou de Boete zeker niet willen missen. Zeker niet als het zo'n… spektakel wordt."

"Dat betwijfel ik." Ik recht mijn schouders en probeer zoveel mogelijk autoriteit uit te stralen. Het meisje mag dan een kop groter zijn dan ik en graag doen alsof de wereld van haar is, maar tegen dergelijke arrogantie kan ik wel op. Dit is mijn district. "Niemand die hij kent en er toe doet loopt enig risico om getrokken te worden." Er zijn maar een paar briefjes met mijn naam, en hijzelf en al zijn vrienden zitten niet meer in de bol. De enige ander die ik kan bedenken waar hij iets om zou geven, is het meisje dat voor me staat - voor wat de verhouding die ze er met hem op nahoudt waard is. Toch zit haar opmerking me niet lekker - het suggereert dat dit geen normale Boete wordt, en dat zou betekenen dat ik ineens een risico loop. Ik schud de gedachte snel van me af, en blijf het meisje glimlachend aankijken.

"Anne, lieverd, mag je eigenlijk wel zo ver van het bordeel komen?" vraagt Mary, maar dan schudt ze haar hoofd. "Oh, sorry. Ik was even vergeten dat je niet betaald wordt om met iedereen te slapen."

Anne lacht, maar de blik in haar ogen maakt meer dan duidelijk dat ze mijn zus het liefst naar de keel zou vliegen. "Niet jaloers zijn, hoor. Die vriend van jou ziet er alleen maar vanuit bepaalde hoeken uit als een pad - je hebt er alles uit weten te halen."

Voor Mary iets terug kan snauwen, haak ik mijn arm door die van haar en leg een hand op de schouder van Hannah, die ongemakkelijk naar achter geschoven was, met haar blik op de grond gericht. "Ik denk dat ik mijn vriend nog maar even ga zoeken," zeg ik, met extra nadruk op 'mijn vriend'. "Als het een heel spektakel wordt, wil ik hem graag van tevoren nog veel plezier wensen."

Anne knikt, glimlacht en wuift naar ons, terwijl ik mijn zussen bij haar vandaan leidt. "Adieu, Katrien," roept ze me na.

Heel even gaat er een rilling door me heen. Adieu, niet au revoir. Niet 'tot ziens', maar 'naar God' - het voelt als een dreigement. Er klopt iets niet aan deze Boete, en ik ben er vrij zeker van dat zij en Rick daar mee te maken hebben. Als dat het geval is, heb ik des te meer reden om niets te laten merken. Met een grote nepglimlach op mijn gezicht wuif ik naar het meisje, waarna ik snel mijn zussen meesleep de menigte in.

“Als ze vandaag niet getrokken wordt, zorg ik er hoogstpersoonlijk voor dat er volgend jaar alleen maar briefjes met haar naam in de bol zitten,” briest Mary, maar ze laat zich wel meetrekken richting het gemeentehuis, waar mijn vriend zich waarschijnlijk ergens bevindt. “Er komt een dag dat zelfs de zon genoeg van haar heeft, en dat het zo warm wordt dat haar gezicht met make-up en al wegsmelt.”

Hannah knikt, afwezig voor zich uit starend. “And what lights the sun? Its own fire. And the sun goes on, day after day, burning and burning,” mompelt ze dan. “The sun and time. The sun and time and burning. Burning.

Ik fluit bewonderend en wrijf mijn zus bemoedigend over haar rug. “Ray Bradbury. Ben je mijn boeken weer aan het lezen?” De passage die ze citeerde, was er niet een waar ik zelf op gekomen zou zijn, maar ik weet dat het uit een van Hannahs favoriete boeken komt. De symboliek die eruit spreekt - door blijven gaan en jezelf kracht geven - is er een die ze de afgelopen jaren heel hard nodig heeft gehad.

“Ik begrijp niet hoe jullie die dingen onthouden.” Mary schudt haar hoofd. “Het is alsof jullie heel Kate’s boekenkast uit je hoofd kennen.”

“Alleen de hele goede en hele slechte passages,” protesteer ik zachtjes. “En het zijn meerdere boekenkasten. Jij zou het ook kunnen als je het een kans zou geven.”

Mary doet haar mond al open om antwoord te geven, maar dan grijpt Hannah haar arm stevig beet, met een verrassend heldere blik in haar ogen. “De Boete begint bijna. We moeten opschieten en Phil zoeken.”

Ik wissel een vlugge blik uit met Mary, en strijk dan sussend door Hannahs krullen. “Phil is er niet, lieverd. Ze kunnen hem niet meer trekken.” Het is al jaren zo, maar het is altijd maar de vraag hoeveel ze zich op ieder moment herinnert. Op sommige dagen, weet ze niets. Ze staart voor zich uit, verdwaasd door hoeveel tijd er verstreken is zonder dat ze het bewust meegemaakt heeft. Op de slechtere dagen, herinnert ze zich alles, zelfs de kleinste details, de bloedspetters toen een enorme, gemuteerde leeuw Phils borst open krabde, voor het zijn lichaam helemaal aan stukken scheurde. Als ik zie hoe haar ogen waterig worden, praat ik snel verder. “Maar we moeten wel Rick zoeken, want ik wil graag nog eventjes met hem praten voor het gaat beginnen. Is dat oké?”

Als Hannah niet meteen reageert, pakt Mary haar hand vast. “Ik ga wel even wat water met haar drinken. We zien je zo wel weer.” Ze kijkend me even peilend aan. “Of had je graag wat ondersteuning gewild als je met met die pestbuil gaat praten?”

“Oh, ik kan hem makkelijk in mijn eentje aan.” Ik wuif mijn zussen weg en werp hen een geruststellende blik toe. “Ik draag mijn goede hakken vandaag en ik weet waar ik moet trappen.”

“Laat je hem wel een beetje heel, schat? Er zijn iets te veel getuigen hier.” Ze knipoogt en knikt naar de mensenmassa - inmiddels is bijna iedereen aanwezig.

“Dat hangt volledig van hem af.” Ik haal mijn schouders op. “Maar ik speel zijn spelletje vandaag wel mee.” Ik geef Hanna een bemoedigend schouderklopje en glimlach naar Mary, voor ik me weer een weg door de menigte begin te banen.

Al snel zie ik Rick staan, met een onschuldige glimlach op zijn gezicht, alsof we niet allebei weten dat hij net heeft staan zoenen met die rat van een Anne. Hij heeft niet eens echt zijn best gedaan om haar lippenstift goed af te vegen. “Kate, gelukkig. Ik was al bang dat ik je niet meer zou zien.” Hij drukt een kus op mijn voorhoofd en slaat zijn armen om mijn middel, waarna hij me optilt en dramatisch een rondje draait. “Je ziet er heerlijk uit,” zijn blik dwaalt onmiddellijk omlaag, waardoor het me meer moeite kost om niet toch op trappen over te gaan dan ik gehoopt had.

“Komt door de kroon.” Ik giechel, in mijn beste imitatie van een meisje dat oh-zo-gelukkig is om met haar vriendje te zijn. “Mijn vriend weet precies wat me goed staat.”

“Oh, zeker.” Hij grijpt de kans om zijn ogen nogmaals over me heen te laten glijden, maar dan trekt hij me dicht tegen zich aan en fluistert in mijn oor. “Weet je, die jurk staat je super, maar ik zie je nog veel liever zonder.”

“Rick, alsjeblieft, niet hier.” Ik voel mijn gezicht rood aanlopen van woede, maar ik weet dat het door mijn donkere huid nauwelijks zichtbaar is, en dat hij het als verlegenheid op zou vatten als hij het wel zou zien.

“Weet ik, weet ik.” Hij heft verdedigend zijn handen op. “Je komt vanavond naar mijn huis, toch? Vieren dat je ook je laatste Boete overleeft hebt en dat we er de komende jaren niet meer aan hoeven denken.” Hij knipoogt. “Mijn ouders zijn druk vanavond.”

“Natuurlijk, maar ja, dan moet ik wel eerst de Boete overleven.” Een bezorgd gezicht trekken gaat veel makkelijker dan zou moeten. Anne’s woorden achtervolgen me, waardoor ik me inmiddels echt zorgen maak. Iets aan deze Boete klopt niet.

“Ah, prinsesje, maak je je zorgen?” Hij glimlacht en strijkt langs mijn hals. “Er is natuurlijk altijd een kans.”

Die was er niet. Niet echt, in ieder geval. Maar ondanks zijn glimlach, is Ricks blik ijskoud. Waar de rest van het plein gewoon ziet hoe het belangrijkste koppel van het district een gezellig momentje samen heeft, weten we allebei beter. We volgen gewoon het script van een slechte komedie. “Ik weet het niet,” antwoord ik. “Moet ik me zorgen maken?” Als hij ‘nee’ zegt, en ik in zijn blik een zeldzame waarheid herken, weet ik dat mijn zorgen voor niets zijn. Ik zou het van me af kunnen zetten, het vuur in mezelf weer aan kunnen wakkeren en vol moed door deze Boete heen kunnen branden. The sun and time. The sun and time and burning. Burning.


Maar Rick is lang stil, veel te lang, voordat hij met die misselijkmakende glimlach het verkeerde antwoord geeft. “Je weet maar nooit.”

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen