De ochtend kwam wel, wat mogelijk het meest lullige is dat de wereld me ooit geflikt heeft. Afgezien van het hele ‘jij en je zus mogen allebei aan de Spelen meedoen, veel plezier!’-gedoe en het hele ‘oh trouwens, je moeder is dood en nu zijn jullie alleen met je vader, die het speciaal voor jou presteert om een nog grotere klootzak te zijn’-ding, tenminste. Oké, misschien is het niet het allerergste dat me ooit is overkomen, maar het staat zeker hoog op de lijst.

Ik zou willen dat ik de interviews van gisteravond ook op die lijst zou kunnen zetten, maar ik weet heel goed dat net zozeer door mij is veroorzaakt als door de wereld. Ik zou een pauze moeten krijgen na alles wat er gebeurd is, een moment om op adem te komen, om mijn fouten te herstellen. Om na te denken over alles wat ik voel, alles wat er is gebeurd en alles wat ik nu kan doen. Maar er is simpelweg geen tijd, en dus doet het er allemaal niet toe. Misschien is Day over twee uur dood. Misschien ben ik over twee uur dood. Misschien wij allebei.

Ik haal diep adem, maar deze keer druk ik de bloederige beelden die zich aan me opdringen niet weg. In plaats daarvan kijk ik naar de lijken, het bloed en de lege blikken, die me in al hun levenloosheid alsnog lijken te beschuldigen, en hoop dat ik er ooit aan zal wennen dat ik nooit meer iets anders zal kunnen zien als ik mijn ogen sluit. Over een paar uur is dat simpelweg de realiteit.

“Ademen, Chris.” Ik kijk verbaasd op als ik voel hoe Luna’s hand aarzelend langs de mijne strijkt, waarna haar vingers zich met de mijne verstrengelen. Ze ontwijkt mijn blik, maar haar vermoeide gezicht verraadt dat ze nog minder geslapen heeft dan ik. “Blijven ademen,” mompelt ze, volgens mij minstens zoveel tegen zichzelf als tegen mij.

“Ik weet het,” zeg ik zachtjes. “Luna, ik…” Ik zou haar alles willen vertellen wat ik Bo verteld heb, alles wat ik heb opgeschreven, maar mijn stem sterft weg als ik zie waar mijn zus haar blik op gericht heeft: het is Daniel, die onze kant op komt lopen en groetend naar ons glimlacht.

Luna laat mijn hand weer los en zet een kleine stap achteruit, de afstand tussen haar en de jongen vergrotend. Ze slaat haar ogen neer, waarbij ze de blikken van ons allebei ontwijkt, maar gebaart dan kleintjes dat ik met hem moet gaan praten.

Ik wil niet met hem praten. Inmiddels heb ik er veel te lang over nagedacht en het is nog steeds niet genoeg. Ik heb geen idee wat ik hem zou moeten vertellen. Ergens fluistert een stem dat ik hem alles moet vertellen, dat ik moet opbiechten hoe ik me voel en dat ik mijn excuses moet aanbieden. Dat ik tegen hem moet vertellen dat ik begrijp dat hij waarschijnlijk niet kan wachten tot hij tegenover me staat met een wapen in zijn handen. Dat ik hetzelfde gedaan zou hebben, als zou blijken dat mijn bondgenoot al die tijd naar me had zitten staren zoals ik dat gedaan heb. Als hij ervoor gezorgd zou hebben dat ik het onderwerp zou worden van roddels die me mijn leven kunnen kosten, en als ik door hem alle oordelende ogen van de wereld op me gericht zou krijgen.

Maar als ik opkijk, zie ik geen woede in zijn ogen, geen spoor van haat. Ik zie de aarzelende glimlach die hij ook op zijn gezicht had toen we elkaar voor het eerst spraken, alsof we hier opnieuw kunnen beginnen, en ik zwijg.

“Hé, ben je er een beetje klaar voor, Chris?" vraagt hij me. Hij blijft op een kleine afstand staan, maar het voelt te dichtbij.

"Dat blijven mensen vragen, maar het is niet alsof het antwoord iets veranderd, of wel?" antwoord ik mompelend, terwijl ik een glimlach op mijn gezicht weet te toveren, maar erg overtuigend is het niet - mijn handen trillen en ik schuif onrustig heen en weer op mijn benen. Dan wendt ik snel mijn blik af. Ik mag niet staren - het zou alles alleen maar ingewikkelder maken.

"Echt klaar hiervoor zijn lijkt onmogelijk," zegt hij. Niets over gisteravond, niets om te laten weten dat ons bondgenootschap over is. Toch voel ik zijn blik branden. "Chris, straks in de arena-" zegt hij dan, maar zijn stem trilt en hapert, als hij duidelijk de juiste woorden niet meer kan vinden om me vriendelijk te vertellen dat het voorbij is. Hij schudt zijn hoofd, haalt diep adem en kijkt me dan aan. Als hij weer begint te praten, is zijn stem een onzekere fluistering. "De Bosjesmannen staan nog steeds, toch?"

Ik kijk verbaasd op, naar zijn nerveuze houding en haast angstige blik, terwijl ik zijn woorden tot me door laat dringen. "Ik-” stamel ik. Dit is niet de manier waarop dit gesprek vannacht keer op keer gelopen is in mijn hoofd. Hij zou me vertellen dat hij de Beroeps nog meer vertrouwd dan mij, dat hij liever met hen samenwerkt, of dat hij het nog liever in zijn eentje tegen alle andere tributen op zou willen nemen dan met mij als bondgenoot. In sommige nachtmerries zou ik dan mijn hoofd laten hangen en mompelen dat ik het begreep, en in de donkerste nachtmerries zou ik zijn handen vastpakken en hem vertellen dat ik dit niet wilde, en hem smeken om me niet alleen te laten. Maar in allemaal zou hij me aankijken met de blik van walging en haat die iedereen me in mijn thuisdistrict altijd lijkt te geven, niet met de glimlach die me op dit punt gebracht heeft. “Natuurlijk,” fluister ik. “Ik bedoel, als jij nog wilt- Ik..." Zonder erbij na te denken, steek ik mijn hand naar hem uit. "Minstens voor altijd, toch?"

Zonder ook maar een moment van aarzeling schudt hij mijn hand. "Zeker weten," zegt hij zacht. Zijn schouders ontspannen en hij glimlacht warm naar me. "Bedankt."

Even wil ik hem in een knuffel trekken, zoals Bo deed, maar ik ben me heel goed bewust van alle andere tributen en hun teams om ons heen, en van het feit dat hij me misschien wel meteen wegduwt als ik zoiets zou doen, dus ik blijf staan en schudt kleintjes mijn hoofd. "Jij bedankt, antwoord ik. “Ik dacht dat- Na gisteren-" Ik zucht zacht en haal diep adem. "De Bosjesmannen staan nog steeds." Pas als ik de woorden hardop uitspreek en de kleine glimlach van mijn zus zie, weet ik dat het echt is. Day en ik hebben nog steeds een bondgenootschap. Day en ik.

Day knikt geruststellend naar me, met een scheve glimlach op zijn gezicht. "Zo makkelijk kom je er niet onderuit, hè?" zegt hij plagerig, maar dan werpt hij een blik over zijn schouder, richting Mary, die haar blik strak op ons gericht heeft. Inmiddels is iedereen die er moet zijn gearriveerd, wat betekent dat we nog maar heel weinig tijd hebben voor afscheid. "Ik ga nog even terug naar team 7, denk ik," zegt Day dan. Hij glimlacht en knikt nogmaals naar me, en richt zich dan tot mijn zus. "Luna, zet hem op, oké?" Hij werpt haar een bemoedigende blik toe, stapt op haar af en legt een hand op haar schouder. "Je hebt het goed gedaan."

Even verwacht ik dat Luna zijn hand weg gaat duwen, bang om nogmaals het middelpunt van de aandacht te worden, maar hoewel ze hem verbaasd aankijkt, knikt ze, en laat zijn hand op haar schouder liggen. "Ik doe wat ik kan."

"Pas goed op jezelf." Day aarzelt even, maar dan stapt hij achteruit, knikt nog even naar ons en loopt dan naar zijn districtsgenoten.

Luna haalt even diep adem en kijkt om zich heen, naar Ada, maar als ze ziet dat het meisje vrij rustig lijkt, in gesprek met haar styliste, richt ze zich tot mij. “We hebben nu niet de tijd om alles uit te praten,” zegt ze dan. “Maar ik heb je wel nog heel veel te zeggen. Dus je moet terugkomen, oké?”

Ik knik, maar wend mijn blik dan af. “Het spijt me,” zeg ik dan. “Van gisteren en van alles en-”

Maar mijn zus onderbreekt me door haar hoofd te schudden. “Niet nu,” mompelt ze. “Als je terugkomt. Je moet terugkomen.”

“Dat weet ik.” Ik zucht, laat de beelden van bloed en pijn weer even aan me voorbij flitsen, kijk in mijn eigen dode ogen en duw de gedachte dan weg. Het idee dat ik doodga, zonder haar echt verteld te hebben hoeveel het me spijt, maakt me misselijk. “Ik heb het opgeschreven,” flap ik er dan uit. “Alles. In mijn kamer hier.”

Luna kijkt me even verbaasd aan, maar knikt dan. “Zorg dat ik het niet hoef te lezen, oké?” zegt ze dan. “Ik wil het van jou horen. Ik wil alles van jou horen. Wat de andere mensen zeggen doet er niet toe.” Ze haalt diep adem en pakt mijn handen dan vast. “Het doet er nooit toe. Jij bent Christian Solis Swan. Er is niemand die jou kan vertellen wat je moet zijn.” Ze rommelt in haar zak, trekt er dan een dikke, zwarte stift uit en pakt mijn onderarm beet. Dan tekent ze er in een paar lijnen een zon op en glimlacht zwakjes naar me. “Dus niet nadenken over wat er buiten de arena gebeurt, over wat mensen vinden en denken. Jij weet heel goed wie je bent. Jij bent mijn zon, en de zon komt altijd weer terug.”

Ik knijp in haar hand, terwijl ik met mijn andere hand snel mijn ogen afveeg. “Jij let op me, toch?” vraag ik zacht. “En op wat er buiten de arena gebeurt. Jij gaat me hier doorheen helpen, toch?” Ik hoor de wanhopige toon in mijn eigen stem, die trilt en overslaat, als ik me besef dat hoeveel pijn dit haar ook doet, er geen enkele mentor is die me een grotere kans zou bieden dan zij.

Ze knikt, pakt mijn andere arm dan vast en zet de stift erop. “Je weet ook wie ik ben,” fluistert ze, terwijl ze begint te tekenen. “Ik ben jouw maan. Ik wijs je de weg als het donker is. Ik zal alles doen om je te helpen thuis te komen.” Ze tikt zachtjes op de tekening van de maan die ze gemaakt heeft, en stopt de stift dan weg. “Maar je moet zelf ook blijven opletten.” Luna glimlacht flauwtjes. “Laat je niet zomaar uit bomen vallen, oké?” waarschuwt ze me dan. Hoewel ik wist dat ze me zou gaan vertellen om geen stomme, roekeloze dingen te doen - dat doet ze altijd, en ik weet dat het terecht is - had ik niet verwacht dat ze me terug in de tijd zou trekken.

Even ben ik weer een kind met een hele hoop schaafwonden en een gebroken arm, dat zijn bezorgde zusje aankijkt en tussen al zijn tranen door vooral opgelucht is dat zij wel in orde is. “Die idioot ben ik allang niet meer,” lieg ik, en hoewel Luna ook wel beter weet, wordt haar lach iets breder.

“Dat ben je nooit geweest, sukkel,” zegt ze, terwijl ze me in een knuffel trekt. “Je bent altijd al een held geweest. Mijn held.”

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Dan tekent ze er in een paar lijnen een zon op

    DIT IS ZO CUTE!!!
    Chris heeft eigenlijk echt geluk met Luna en Day
    Alleen jammer dat ze in de hongerspelen zitten:(

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Ja het is heel gezellig. Los van het pijnlijk doodgaan enzo

      1 maand geleden
  • Incidium

    Minstens voor altijd
    bij deze verklaar ik u tot bosjesman en bosjesman. U mag de bondgenoot kussen.
    “Je bent altijd al een held geweest. Mijn held.”
    nawh
    Chris en Luna zijn super cute dit hoofdstuk. Chris' schuldgevoel doet wel pijn. Poor guy. En Day die onzeker is over het bondgenootschap doet óók pijn, ik haat jullie.

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Chris zou volledig bluescreenen als hij dat zou horen
      Thanks wij ook van jou(flower)

      1 maand geleden
  • Duendes

    Oké, misschien is het niet het allerergste dat me ooit is overkomen, maar het staat zeker hoog op de lijst.

    Ga je deze lijst de komende dagen nog aanvullen, Chris? Want eh dan mag je mogelijk wel wat extra papiertjes meenemen OEF

    Dat ik hetzelfde gedaan zou hebben, als zou blijken dat mijn bondgenoot al die tijd naar me had zitten staren zoals ik dat gedaan heb. Als hij ervoor gezorgd zou hebben dat ik het onderwerp zou worden van roddels die me mijn leven kunnen kosten, en als ik door hem alle oordelende ogen van de wereld op me gericht zou krijgen.

    Gosh Chris is zo hard aan het oordelen over zichzelf awh Chris lieverd nee nee nee het is niet ideaal enzo en Day is niet echt blij met dat interview, maar hij haat je niet honey gosh

    of dat hij het nog liever in zijn eentje tegen alle andere tributen op zou willen nemen dan met mij als bondgenoot.

    Chris babe Day heeft ook issues buddy, hij wil er echt niet alleen voor staan en zou het nog geen seconde uithouden dan oeps

    “Jij let op me, toch?” vraag ik zacht. “En op wat er buiten de arena gebeurt. Jij gaat me hier doorheen helpen, toch?”

    Dit klinkt zo ongelofelijk kwetsbaar en ik kan het horen en ik ga huilen man dit doet PIJN gosh en hun gesprek is zo adorabel en fijn en dat praten over vroeger heel kort is ook zo sweet en shit dit afscheid doet pijn en ik ga oprecht huilen en even buikpijn hebben hierover man mijn hart kan dit niet aan shit

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Die moet Luna dan maar opsturen
      Ja maar Day is vreemd tolerant enzo
      True true maar zo ver heeft Chris er nog niet over nagedacht
      Ja dat is een mood. Au

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen