Als ik de Startkamer - de Drijfgang, zoals we het in de districten noemen, naar de laatste weg die dieren afleggen voor ze worden geslacht - inloop, de laatste plaats die ik te zien krijg voor ik in de arena kom, loop ik meteen naar het buffet. Helaas ligt de chocola die ik eigenlijk heel hard nodig heb er niet tussen, dus pak ik maar een paar crackers van het te gezonde buffet. Even overweeg ik om er straks wat in mijn zak te stoppen, zodat ik straks al met een kleine voorsprong begin, maar ik heb zo het vermoeden dat dat niet de bedoeling is - anders had Luna me dat advies wel gegeven. Ik heb nog nooit gehoord van een tribuut die dit geprobeerd heeft en gruwelijk vermoord is, maar dat zal waarschijnlijk ook komen doordat diegene het simpelweg niet kon navertellen - gruwelijk vermoord worden, enzo. Het blijven de Hongerspelen, en het blijft het Capitool. Waarschijnlijk is ‘geen eten meenemen’ een ongeschreven regel, maar hoewel ik vind dat ze dat duidelijker hadden moeten maken, ga ik niet degene zijn die het risico neemt en het niet kan navertellen. Als straks echter blijkt dat de rest dat risico wél genomen heeft, ga ik een erg slecht humeur hebben, en dan maar vragen of Day iets heeft meegenomen wat hij wil delen.

“Gelukkig heb je nog wel wat eetlust.” Julius, die bij me blijft tot de lancering, gaat op de sofa zitten. “Mijn vorige tribuut - Oliver, uit District 12, vorig jaar, weet je dat nog? - wilde echt helemaal niets hebben. De arme jongen zag eruit alsof hij al zou gaan overgeven als ik over het eten zou beginnen.” Hij zucht en staart even voor zich uit. “En toen had hij geen eten bij de Hoorn. Niet dat hij het echt nodig had, want eh, toen hij die eerste nacht ging slapen, werd hij gruwelijk vermoord.”

“Oh,” mompel ik, niet helemaal zeker of ik hem moet condoleren met waarschijnlijk zijn zoveelste tribuut. Ik heb de beelden van de Spelen van vorig jaar heel vaak gezien, maar bij de dood van de jongen, vijf Beroeps tegen een slapend kind, heb ik altijd weggekeken. “Dat is… naar.”

“Ja,” beaamt Julius, en hij zucht. “District 12, hè. Het grootste voordeel van een promotie naar District 11 is dat ik hopelijk minder vaak ‘s morgens wakker word met de de mededeling dat mijn tribuut ergens die nacht gruwelijk gestorven is.”

“Ik zal mijn best doen,” antwoord ik. Dat was ik sowieso al van plan, maar mijn stylist ziet eruit alsof hij dat toch ook graag even van mij wilde horen.

Hij knikt en haalt dan diep adem. “Dat is fijn om te horen. Nou, eh als je wilt, kun je daarachter douchen, dan ga ik ondertussen je outfit halen.”

Ik knik en stap de kleine badkamer in, die speciaal is ingericht om één keer gebruikt te worden, door mij. Iedere arena wordt maar één keer gebruikt, om vervolgens veranderd te worden in een toeristische trekpleister, waar je je favoriete Hongerspelen kunt herbeleven, inclusief de pijnlijkste momenten en gruwelijkste moorden. Wat ik hier achterlaat, wordt een vakantiebestemming voor honderen knettergekke Capitoolbewoners. Het idee is misselijkmakend. Het enige wat het idee nog erger maakt, is dat hoewel deze kamers speciaal voor mij hier zijn, er niets is wat echt van mij lijkt. De gloednieuwe spullen hadden voor iedere jongen uit District 11 kunnen zijn. Het had voor geen enkele bezoeker een verschil gemaakt.

Als ik even later weer onder de douche uitstap, pak ik mijn hoodie - nee, Days hoodie - op van de stoel waar ik hem net had neergelegd. Even laat ik de dikke stof tussen mijn vingers door glijden, en hou het kledingstuk stevig vast. Ik had het terug moeten geven, dagen geleden al, maar inmiddels is het daar veel te laat voor. En hoewel ik weet dat ik hem straks meteen weer uit moet trekken om mijn kleding voor de arena aan te trekken, trek ik nog heel even de hoodie over mijn hoofd en laat mezelf voor heel even verdwijnen in de warme, gele stof.

Eenmaal terug in de startkamer zelf, kijkt Julius van het stapeltje kleren in zijn handen op naar mij, dan even kort naar mijn hoodie en zucht hij zacht. “Ik zou willen dat we wat meer inspraak zouden hebben op je outfit in de arena,” zegt hij. “Van mij had je hem namelijk zeker aan mogen houden, als je dat zou willen. Maar de Spelmakers hebben de kleding bepaald.” Hij trekt een vies gezicht. “Ik hoop dat niet iedereen dezelfde kleuren heeft. Ik bedoel, maar weinig mensen kunnen roze zo goed hebben als jij. Het zou een doodzonde zijn als ze die Ediline uit District 4 net zo’n shirt zouden geven - het meisje is bloedmooi, maar dan moet je haar geen shirt geven dat zó erg vloekt bij haar haren.”

Ik staar hem even verbijsterd aan, en knipper een paar keer met mijn ogen. “Sorry, wat zei je net over roze?”

“Oh, ja. Kijk.” Julius houdt een magenta-roze shirt omhoog. “Gewaagde keus. Dat kan ik op zich wel waarderen en jij kunt het natuurlijk prima hebben, maar dat geldt echt niet voor alle tributen. En dat op nationale televisie nog wel.”

Hoewel ik niet bepaald enthousiast ben over de kleur, ook al staat het me dan best oké, is het niet mijn allergrootste zorg hoe ik eruit zie op nationale televisie - niet als ik ieder moment dood kan gaan. Ik had veel liever groen gehad. Niet alleen omdat dat een veel mooiere kleur is, hoewel ik niet kan ontkennen dat dat meespeelt, het is simpelweg in de meeste arena’s minder opvallend. Als ik de enige ben in een felroze shirt in een overwegend groene, gele of grijze arena, heb ik meteen al een enorm nadeel, en zelfs als iedereen zo erg opvalt is het niet ideaal. “Zit er ook nog iets subtielers bij?” vraag ik mijn stylist. “Voor de camouflage enzo.” Als ik dit geweten had, had ik gezorgd dat ik wel een beetje had opgelet bij dat onderdeel, in plaats van me alleen om het schilderen op Days arm te focussen.

“Jawel, maar…” Julius haalt zijn neus op. “Dit kan eigenlijk écht niet meer. Ik bedoel, ik begrijp dat de kleding in de arena praktisch moet zijn, maar dít-” Met een gezicht vol afgrijzen houdt mijn stylist een ogenschijnlijk normale, donkergrijze broek omhoog, wijst dan op een flapje iets boven de knie en ritst het grootste gedeelte van de broekspijp eraf. “- dit gaat echt te ver.”

Ik kan mijn lach niet inhouden. “Gelukkig zijn we dol op ‘praktisch’ in de districten,” grinnik ik, terwijl ik de broek van hem aanpak, aantrek en de broekspijp er weer aan vast rits. Tot mijn opluchting zitten er een hele hoop diepe zakken in de broek. Extra plekken om dingen op te bergen of te verstoppen zijn altijd handig. “Is er ook iets om, eh, te zorgen dat ik met mijn roze shirt niet al te veel opval?” Hoewel alleen een shirt een teken zou zijn van de relatief warme arena waar ik eigenlijk op hoop, zou ik in dit geval een jas erg waarderen, al is het maar om het roze shirt een beetje te verbergen.

De man knikt en tovert een grauwe, groen-bruinige jas tevoorschijn, dat helaas wel nog altijd een roze bandje over de schouder heeft lopen, evenals mijn districtslogo in dezelfde kleur op mijn borst en een kleine maar erg roze rits. “Hij is niet heel dik en zwaar, dus ik denk dat je niet op al te koude nachten hoeft te rekenen. Maar het zou je in ieder geval moeten beschermen tegen de wind en misschien regen.” Even blijft hij aarzelend staan, met de jas in zijn handen, maar dan zucht hij. “Ik vrees dat je hem zo toch echt uit moet doen, Chris. Dit zijn de voorschriften.”

Ik knik en sluit mijn ogen even. Ik weet dat deze hoodie me vooral heel veel vervelende vragen heeft opgeleverd, en dat ik alle reden zou hebben gehad om hem meteen na die eerste avond in een hoek te smijten. Maar zodra iedereen die vragen stelt verdwenen is, geeft de dikke, warme stof me steun en troost, alsof ik toch nog een heel klein beetje thuis ben. Het Capitool gaat er geen rekening mee houden. Ik haal even diep adem en trek de trui dan over mijn hoofd, maar blijf hem stevig vasthouden. Ergens heb ik nog steeds het gevoel dat ik hem terug moet geven aan Day.

Snel laat ik me door Julius in de rest van de kleding helpen, en trek de bijbehorende - uiteraard - roze sokken en stevige, zwarte wandelschoenen aan, die me het idee geven dat ons een flinke klim te wachten staat als we de eerste minuten overleven. Als ik alles aan heb, ga ik de tientallen kleine vakjes en zakken in mijn jas af, terwijl ik in gedachten de plaatsen noteer waar ik eventueel iets als een mes zou kunnen verbergen. Dan vind ik in één van de zakken een paar zwarte, vingerloze handschoenen, waarschijnlijk ook om klimwerk makkelijker te maken. Onder Julius’ gemompel over hoeveel eleganter ze die dingen hadden kunnen maken, stop ik de handschoenen weer terug. Ik vermoed dat ik ze niet meteen nodig ga hebben - dan waren ze minder verstopt geweest - maar het is goed om te weten dat ze er zijn.

“Oh, bijna vergeten. Ik heb deze nog.” Julius rommelt in zijn zak en haalt er een doosje uit, waaruit hij vervolgens mijn districtsaandenken - Luna’s ketting - pakt. “Het is zonder problemen door de keuring gekomen, uiteraard. Het zou vreemd zijn als ze hem vorig jaar goedgekeurd hadden, maar nu niet.” Hij hangt de ketting om mijn hals en als ik het koele zilver tegen mijn huid voel, kan ik niet anders dan zwakjes glimlachen. Hoe matig het geluk van dit aandenken misschien ook is, ik ga ieder beetje ervan nodig hebben.

Met één hand strijk ik over het medaillon, terwijl ik met mijn andere hand de hoodie weer pak en aan de stof wriemel, terwijl ik naar de lege grijze muren van de Startkamer staar. Ze gaan deze kamer nooit meer gebruiken, alleen maar om aan mensen te laten zien. Maar als er mensen zijn die dit te zien krijgen, moet ik hen laten zien dat dit wel degelijk míjn kamer was - de plek waar ik heb gewacht op mijn mogelijke dood, niet iedere andere jongen uit District 11. “Julius,” zeg ik zacht, terwijl ik op de muur af loop en kort een hand over de koele, grijze steen laat glijden. “Heb je misschien een dikke stift voor me?”

Even kijkt de stylist verbaasd op, maar dan loopt hij de kamer uit, om een minuutje later met een dikke, zwarte stift terug te komen, die hij aan mij geeft. “Wat ga je ermee doen?”

“Gewoon,” mompel ik, terwijl ik de op van de stift trek en een klein zonnetje op de muur teken. “Iets tastbaars achterlaten.” Het is niet genoeg.

Even denk ik terug aan Bo’s woorden, aan zijn angst dat wanneer hij sterft, er al snel niemand zal zijn die zijn naam nog weet. Niet als het aan mij ligt. Ik zal zijn naam bij me dragen zolang ik leef, maar ook iedereen die deze kamer bezoekt, zal hem herinneren. En niet alleen Bo, niet alleen mij - iedereen. Ik zet de stift nogmaals op de muur en begin de namen te schrijven.

Aderyn Caelie Dúfort, die het misschien wel verdiend om hier te zijn, maar niet om te verdwijnen.

Cabe Zedoary Flatway, die dan wel een Beroeps mag zijn, maar die me nooit heeft aangekeken met dezelfde minachting als zijn bondgenoten.

Naeve Cynara Divitae, van wie ik maar niet kan begrijpen dat ze hier wil zijn, maar over wie ik niet wil oordelen.

Samuel Selem Onys, die bepaald niet mijn favoriete persoon op aarde is, maar die me in ieder geval een keer heeft laten lachen, en op wat misschien een van mijn laatste dagen is, is dat heel wat waard.

Mary Jones, wiens uitstraling me aan mijn zusje doet denken, en waarvan ik spijt heb dat ik haar niet gesproken heb voor we elkaars vijanden zouden zijn.

Parveen Barleum, die zo ontzettend slim is en zoveel meer respect verdiend van iedereen.

Ediline Maiti Zosima, voor haar botte eerlijkheid op het moment dat ik écht de waarheid nodig had.

Sean Hawkings, die dan wel door en door getraind heeft als Beroeps, maar die ik ook heb zien lachen met zijn bondgenoten als hechte vrienden die elkaar al jaren kennen.

Bethany Morray, van wie ik eigenlijk niets weet, wat me enorm spijt.

Alex Mattew Williams, voor zijn tweelingbroer thuis, omdat ik weet hoe dit voor hen allebei is.

Caithlynn Whiteburg, die ik eigenlijk nog een schouderklopje had willen geven en had willen vertellen dat haar interview best goed ging, ook al zou dat niet helemaal eerlijk zijn.

August Shire, voor de manier waarop hij over zijn thuis praatte, waarvan ik weet dat de mensen die daar op hem wachten hem dankbaar voor zullen zijn.

Jade Hallows, omdat ze Jade is, de stoerste en sterkste meid die ik ken, die eigenlijk nog zoveel meer waardering verdient dan wat koekjes en een niet nagekomen belofte van een zekere jongen op haar hakken.

Daniel Ethan Hale, voor wie woorden nooit genoeg zullen zijn om te beschrijven hoe belangrijk hij is - voor zijn gezin, maar ook voor mij. Hij is Day, en alleen zijn naam kan nooit genoeg zijn om alles wat hij is te herinneren.

Olive Temmie en haar eindeloze geratel en ongezouten meningen, omdat de rest van de tributen al wel genoeg verwikkeld is in dubbelzinnige woorden en verscholen betekenissen, en er iemand moet zijn die zegt waar het op staat.

Flynn Fobe, omdat het ondanks alles ergens bewonderenswaardig is hoe weinig deze jongen zich lijkt aan te trekken van wat de wereld van hem denkt, en omdat hij zichzelf durft te zijn.

Amelia Alphys, wie ik een paar keer op het randje van tranen heb gezien, maar wie telkens weer haar rug rechtte en doorging.

Florian Maede, voor de aardbeving die hij met zijn interview veroorzaakt heeft, door alles te riskeren om een Beroeps onderuit te halen en dus eindelijk de kansen in ons voordeel te keren.

Jamaia Wedhern, die nog maar een kind is en hier niet had moeten zijn, maar van wie ik ook gezien heb dat ze probeerde de andere jonge tributen op te vrolijken, ook al was ze zelf nog zo nerveus en bang.

Bo Davids, omdat hij mijn vriend is, en omdat ik hem plechtig beloof dat ik zijn herinnering niet laat verdwijnen.

Ada Young, die ondanks alles toch uit mijn district komt, en omdat ik weet dat ik haar misschien niet persoonlijk kende, maar waarschijnlijk wel een aantal mensen die om haar dood zouden rouwen.

Ik, omdat ik het net zo min verdien om hier te zijn, en omdat ik het ook net zo goed verdien om onthouden te worden.

Dahlia Woods, voor alle mensen in Panem voor wie de Spelen een hogere overlevingskans bieden dan thuis de hongerdood trotseren.

En Alan North, die zoveel te jong is, zoveel te klein, en die het bewijs is van hoe ontzettend oneerlijk dit hele spel en al onze levens zijn.

Als ik alle namen heb opgeschreven, stap ik even achteruit, aarzelend, maar stap dan weer naar voren en onderstreep Days naam, die van Bo, en uiteindelijk die van mezelf. Nooit vergeten, schrijf ik dan in dikke letters boven de namenlijst, waarna ik de stift teruggeef aan mijn stylist.

Die kijkt me ontzet aan, waarschijnlijk niet heel erg blij met mijn vandalisme, maar dan zie ik de tranen in zijn ogen verschijnen, als hij zelf de dop weer van de stift trekt en in kleinere, sierlijkere letters op een ander stuk van de muur de namen op begint te schrijven van alle tributen waar hij stylist voor is geweest. Hij blijft schrijven, net zo lang tot een vriendelijke vrouwenstem aankondigt dat het tijd is om ons naar de platformen te bewegen.

Ik haal diep adem en trek nog één laatste keer de hoodie tegen me aan, maar geef hem dan aan Julius. “Zorg jij dat hij terugkomt waar hij hoort?”

Julius knikt, veegt snel zijn ogen af, pakt de hoodie dan aan en vouwt hem voorzichtig op. “Natuurlijk.”

“Bedankt,” zeg ik, terwijl ik op het platform ga staan. “Voor alles. Je hebt mijn overlevingskansen enorm vergroot.”

De stylist glimlacht zwakjes. “Hopelijk genoeg,” antwoordt hij. “Er liggen al ontwerpen klaar voor een mogelijke Zegetoer. En-” Even aarzelt hij. “Ik zou het heel naar vinden als je dood zou gaan, Chris.”

“Ik ook,” merk ik op. “Dus dat is niet de bedoeling.” Ik geef de man een hand, voor de glazen buis zich om me heen sluit en mijn platform begint te stijgen. Ik sluit mijn ogen, om nog maar heel even te vergeten dat het echt gaat beginnen, maar dan voel ik het licht op mijn gezicht vallen, en hoor ik de stem van de legendarische omroeper van de Spelen, Claudius Templesmith, overal om me heen galmen.

“Dames en heren, de negenenvijftigste Hongerspelen zijn begonnen!”

Reacties (5)

  • Megaeraaa

    Jammer, geen chocola:(
    Die hoody ga ik nog het meest missen

    Dat op de muur schrijven is zo mooi, hij weet gewoon over iedereen iets liefs te zeggen en dan Julian die gaat meedoen enzo...

    Ik heb nu enorm veel zin om te gaan schreeuwen of wenen of allebei maar aangezien hier nog andere mensen zijn toch maar niet

    1 maand geleden
    • Griekse_Apollo

      Ja, deze emotie herken ik ook bij dit hoofdstuk.

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Dat mag, ik begin wel
      AAAAAAAAAAAAAAAAAAHHHHHH(huil)

      1 maand geleden
  • Griekse_Apollo

    Oké, oh mijn god in dit hoofdstuk zit zoveel emotie. Hoe Chris alle tributen wil laten herdenken door de naam op de muur te schrijven, heel mooi gebaar. Wat ook heel mooi is is dat Julius de namen van al zijn tributen op de muur schrijft zodat ze nooit vergeten zullen worden. En nog steeds die trui van Day, het blijft een hele bijzondere manier van liefde maar wel heel mooi

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Ja, en het is helemaal heftig met de gedachten dat binnen een minuut of 5 een groot deel van de mensen die opgeschreven zijn dus dood zullen zijn. Hij laat in ieder geval een fysieke indruk achter.
      Hij associeert de trui heel erg met veiligheid en warmte en dat doet hij ergens ook met Day

      1 maand geleden
  • Marveldrake

    Zo mooi hoe hij zo respectvol alle namen opschrijft en zo positief over iedereen is

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Het is niet voor iedereen even makkelijk, maar hij doet zijn best

      1 maand geleden
  • Incidium

    chris denkt zo lang na over dat buffet pff, its not that deep bro

    Het is indrukwekkend dat Chris elke volledige naam kent wow. Luna's eis dat hij aantekeningen maakt heeft iets opgeleverd?

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Hij heeft ergens een punt. Wat houdt ze precies tegen om hun zakken niet vol eten te proppen?
      Tekeningetjes maken heeft geholpen. En idd Luna die haar best deed om te zorgen dat hij goed op zou letten

      1 maand geleden
  • Duendes

    Holyshit dammit man Chris die iedereens naam op de muur schrijft en bij iedereen ook echt even persoonlijk stilstaat en- shit
    Ik voel erg veel emoties en het zijn hele intense emoties en ik wil geen THG fanfic meer oeps ik wil niet dat ze doodgaan verdorie cancelled

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      En het zelfs voor elkaar krijgt om bij iedereen een reden te bedenken waarom het belangrijk is dat ze onthouden worden, ook al kent hij lang niet iedereen goed en zijn er ook een paar mensen die hij echt niet mag
      Ja valid, we stoppen ermee, hierbij schakelen we over naar een cute highschool AU waarin de games like een schaaktoernooi zijn

      1 maand geleden
    • Incidium

      als de games een schaaktoernooi zijn wint Parveen natuurlijk met een enorme voorsprong. Ik gun het hem tho

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen