HERE WE GO


Ik had verwacht verblind te worden door het licht, en eerst even te moeten knipperen voor ik snel de arena in me op zou proberen te nemen. Maar als ik mijn ogen open doe, is het een stuk donkerder dan verwacht: we staan in een soort grote grot, met kleine lichtvlekken die van boven op mijn gezicht vallen, en op de andere tributen en de spullen voor ons. De rest van de arena gaat gehuld in duister, en in muffe, warme lucht. Ik slik. Dit was niet waar ik op gehoopt had.

"Welkom, tributen, bij de negenenvijftigste Hongerspelen,” galmt de stem van Claudius Templesmith, overal om me heen, waardoor ik opschrik en moet uitkijken om niet mijn evenwicht te verliezen. Er hoort niet meer te zijn, behalve de aankondiging dat we begonnen zijn. Extra aankondigingen zijn zelden goed nieuws. “Dit jaar zullen jullie in duo's strijden om de winst. De duo's zijn te herkennen aan de overeenkomstige kleur van het shirt. Jullie kunnen niet meer dan honderd meter uit elkaar komen en wie zijn bondgenoot doodt, zal zelf ook een zekere dood sterven. Nog exact één minuut tot de Spelen beginnen, vanaf… Nu. Vrolijke Hongerspelen en mogen de kansen ímmer in je voordeel zijn.”

Net wat ik nodig had - verplichte bondgenoten. De Spelmakers hebben waarschijnlijk meegekregen dat ik geen fan was van het idee om samen te werken en hebben het heft in eigen handen genomen. En dat terwijl ik al veel meer bondgenoten heb dan aanvankelijk mijn bedoeling was. Het enige grote voordeel is dat je er in ieder geval op aan kunt dat je bondgenoot je niet vermoord, maar dat biedt geen enkele garantie dat je kunt samenwerken, of deze tribuut je kan helpen, of juist alleen maar af zal remmen. Het biedt niet eens de garantie dat je écht een bondgenoot hebt: als je partner meteen sterft, zul je het in je eentje tegen de andere duo’s op moeten nemen.

Terwijl ik in mijn hoofd af begin te tellen, kijk ik om me heen, op zoek naar de tribuut die het ongetwijfeld slechter getroffen heeft met het roze shirt. Laat het Day zijn, smeek ik in gedachten, of Bo. Iemand waarmee ik samen kan en wil overleven. Misschien Jade, of Parveen, of anders zelfs Florian, als Samuel daar niet bij inbegrepen is - ik zou veel meer kans maken als hij aan mijn kant zou staan, en niet tegenover me.

Heel even voel ik een golf van opluchting en hoop door me heen gaan, als ik zie dat Day naast me staat, maar dat verandert onmiddellijk in pijnlijke teleurstelling als ik in het doorschemerende licht de kleur van zijn shirt zie: het is veel donkerder dan de mijne, een bordeauxrode kleur. Day is niet mijn partner. Zo snel als ik de hoop gekregen had dat we hier misschien samen uit zouden komen, wordt die weer vernietigd. Het is niet eerlijk.

Als hij merkt dat ik naar hem kijk, en naar zijn shirt, zie ik heel even mijn eigen teleurstelling in zijn blik weerspiegeld, maar dan slikt hij het weg en glimlacht hij zwakjes naar me. Toch is er nog steeds een spoor van twijfel in zijn ogen te zien, als hij met een vragend gezicht naar de Hoorn gebaart.

Meteen knik ik vastbesloten naar hem. We gaan de spullen heel hard nodig krijgen. Met een beetje geluk zijn de Beroeps druk met elkaar, Florian en mogelijk Flynn bevechten, waardoor de rest wat meer tijd heeft. Als we hier de spullen kunnen krijgen die later onze levens kunnen redden, is het het risico waard. Met lege handen kun je het misschien wel even volhouden, maar dit ziet er niet uit als een arena waar de voedselvoorziening ook zonder het eten hier prima is. We moeten íéts zien te bemachtigen.

Day kijkt nog even peilend naar de Hoorn, maar knikt dan aarzelend terug. Als ik die kant op ga, kan ik erop rekenen dat hij met me meegaat. Verplichte bondgenootschappen of niet, onze eerdere afspraken zijn sterker dan dat. Day en ik tegen de rest van de arena. Day en ik tegen de wereld. Ik haal diep adem, en ga dan weer op zoek naar mijn verplichte teamgenoot. Nog maar zo’n 45 seconden.

Als ik naar de andere kant naast me kijk, voel ik mijn laatste beetje hoop op een goede bondgenoot verpletterd worden, en hoewel ik me er slecht over voel, lukt het me niet meteen om mijn teleurstelling te verbergen. Het is niet Bo die naast me staat, met een zenuwachtige glimlach en een roze shirt - het is Jamaia, zijn kleine districtsgenote, met haar dikke, bruine krullen. Het meisje is lijkbleek en trilt als een rietje, terwijl ze me met haar grote, donkere ogen nerveus aankijkt, alsof ze het liefst nu al in tranen uit zou barsten, maar haar shirt is overduidelijk dezelfde kleur als de mijne. Dit is mijn bondgenoot.

Ik weet het vloeken in te houden en probeer haar zo bemoedigend mogelijk toe te knikken, waarop ze een heel klein beetje lijkt te ontspannen. Heel veel weet ik niet van haar - alleen dat ze de een-na-jongste tribuut is, en dat ze vooral veel tijd met de andere jongere tributen heeft doorgebracht. Bo heeft haar naam een aantal keer laten vallen, maar hoewel ze het duidelijk beter kunnen vinden dan Ada en ik, zijn ze volgens mij niet heel erg hecht. Toch voel ik me ergens verantwoordelijk voor dit kleine meisje. In haar eentje had ze nooit een kans, maar met mij als bondgenoot ineens een heel stuk meer. Maar ook al zou ik heel graag een gezin hoop bieden door het meisje onder mijn hoede te nemen, ik ben niet bereid mijn eigen leven voor haar te riskeren. Ik moet naar de Hoorn. Ik zal haar niet meenemen dat geweld in, maar ik ga wat waarschijnlijk mijn enige kans op goede spullen is niet opgeven om haar te beschermen. De afstand tot de Hoorn is klein genoeg om het binnen het limiet te halen, als ze maar blijft staan. De plannen blijven staan. Nog een halve minuut.

Snel laat ik mijn blik even over de andere duo’s glijden. Een stukje verderop, aan mijn linkerhand, vind ik zowel Ada als Jade, allebei in een groen shirt. Het was al niet echt mijn plan om een bondgenootschap met Jade aan te knopen, maar nu lijkt dat helemaal van de baan. Toch hoop ik dat ze in ieder geval de komende minuten weet te overleven - en voor haar, maar ook vooral voor Luna, hoop ik dat voor Ada hetzelfde geldt.

De kansen zijn echter niet in hun voordeel: aan beide kanten worden de meiden geflankeerd door Beroeps. Hopelijk voor hen wordt Cabe uit District 1 genoeg afgeremd door zijn eigen bondgenoot, het meisje uit District 5, maar de echte dreiging staat aan de andere kant: zowel Aderyn als Naeve draagt een spierwit shirt. Ik slik. Dat lijkt een oneerlijk sterk duo. Het is wederom duidelijk waar de Spelmakers zelf hun geld op in laten zetten.

Samuel zie ik nergens, en hetzelfde geldt voor Florian. Die zullen dus vermoedelijk aan de andere kant van de Hoorn staan, en met hoeveel geluk ik heb, zijn ze waarschijnlijk een duo. In hun geval maakt deze belachelijke regel hen nog veel sterker, als dat het geval blijkt: ze hebben de garantie dat ze elkaar kunnen vertrouwen. Je bondgenoot iets doen, zou je alleen maar hinderen, zeker als je bondgenoot enorm sterk is.

Parveen staat een heel stuk van me af, aan mijn rechterkant. Naast hem, in hetzelfde blauwe shirt, staat het jongste kind in deze Spelen: Alan uit District 12, de kleine jongen die Day tijdens de trainingen getroost heeft. Ik begin steeds meer het vermoeden te krijgen dat de Spelmakers het écht op Parveen voorzien hebben, ook al heeft hij zover ik weet niets gedaan om dat te verdienen. Gebonden zijn aan een kind dat hij onmogelijk kan beschermen, maar dat hem waarschijnlijk wel enorm af zal remmen, is zo’n beetje het slechtst mogelijke scenario hier.

Ik heb niet de tijd om erover na te denken. Hoewel ik inmiddels niet meer volledig zeker ben over mijn telling, en een beetje bang dat ik te snel ga, heb ik volgens mij nog maar maar twintig seconden over. Negentien. Achttien.

Eindelijk vind ik Bo, als ik vlak langs de Hoorn af kijk. Hij staat bijna helemaal aan de overkant, in een felrood shirt. Zijn partner kan ik niet zien - de Hoorn blokkeert mijn zicht. Bo kijkt mijn kant op, en ik glimlach zwakjes naar hem, maar ik weet dat hij het niet echt kan zien. Ik kan zijn gezichtsuitdrukking ook niet lezen. Maar hoewel ik dus ook geen angst in zijn ogen kan zien, voel ik die zelf wel. Ik had hem nog zoveel meer moeten zeggen. Hem nogmaals moeten bedanken, voor we hierin terecht kwamen. Nog één seconde langer zijn hand vast moeten houden. Wat als dit het is?

Dertien seconden. Ik schud de gedachten aan lijken uit mijn hoofd voor ze zich überhaupt kunnen vormen. Straks ga ik er waarschijnlijk genoeg zien. In plaats daarvan kijk ik voor me, naar de Hoorn en naar de spullen eromheen. Sommige tassen en een enkel rondslingerend wapen liggen op de rotsachtige grond, verlicht door de zwakke zonnestralen die uit het plafond op ons neerdalen, maar ik weet dat ik niet alleen naar de Hoorn moet voor een goed mes, ik zal er daadwerkelijk naar binnen moeten. En als ik graag een zwaard wil al helemaal. Ik moet een plan hebben.

Nog elf. Als ik mijn ogen een stukje dichtknijp, om niet verblind te worden door de lichtstraal op mijn eigen gezicht, zie ik dat er ook buiten de paar vlekken licht spullen liggen, al kan ik niet goed zien wat precies. Dat is goed om te weten - al is het maar om te zorgen dat ik er niet overheen val. Ik probeer me zoveel mogelijk te focussen op de weg voor me, stippel mijn route uit en ga klaarstaan. Ieder moment telt.

Zeven. Ik werp een vlugge blik over mijn schouder, op de arena achter me, maar zie niets dan duisternis. Op enkele punten lijkt er wat licht uit de grond en het plafond te komen, maar het lijkt enkel meer steen te verlichten. We zijn misschien niet heel diep ondergronds, maar het gaat in ieder geval donker worden. Hopelijk ligt er iets van een zaklamp op mijn route naar de Hoorn.

Nog maar vijf. vier. Ik werp Day nog een hele vlugge blik toe, voor het geval ik nooit meer een andere kans krijg, maar dan scheur ik mijn blik weer van hem los, om me op de Hoorn te richten.

Twee. Eén. Een fractie van een seconde aarzel ik, bang dat ik te snel geteld heb. Maar dan laat ik die zorgen los, neem het risico, zoals ik dat telkens doe. Ik vertrouw op mezelf. En voordat de gong het begin van mijn Hongerspelen officieel inluidt, hebben mijn voeten mijn startplaat losgelaten. En voor één seconde kan ik vliegen.

Reacties (3)

  • Incidium

    oooohhh spannend. Tijd voor geweld? Tijd voor geweld.

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Ik weet niet hoe ik actie moet schrijven, send help

      1 maand geleden
  • Megaeraaa

    en hoewel ik me er slecht over voel, lukt het me niet meteen om mijn teleurstelling te verbergen.
    wat een verschil met het vorige hoofdstuk:(

    Ik kan niet wachten tot het echt begint!!!
    THE GAME IS ON

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Hij doet echt wel zijn best, maar het begint nu, en een goede bondgenoot had alles kunnen veranderen

      1 maand geleden
    • Megaeraaa

      Dat is ook waar

      1 maand geleden
  • Duendes

    AAAHH NU GAAT HET ECHT BEGINNEN NO
    Het moment van oprechte teleurstelling als ze ontdekken geen team te zijn is zo sad awh heel even was daar een kleine kans om dit echt samen te doen maar nope verpletterd en OEF

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Het was zo fijn voor ze geweest als ze dit écht samen hadden kunnen doen
      Nu staan ze er toch nog half alleen voor

      1 maand geleden
    • Duendes

      De spelmakers hadden de teams probably toch wel opgeheven uiteindelijk en dat zou echt naar zijn dan, maar awh het zou zo fijn zijn gosh

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Dan had het ze later pijn op geleverd maar in ieder geval in eerste instantie de zekerheid dat ze elkaar echt blind kunnen vertrouwen, en dat was voor Chris heel fijn geweest

      1 maand geleden
    • Duendes

      Ja valid gosh awh dat was echt wel beter geweest oef

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Nogal oef

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen