Alles lijkt te vertragen, en alsnog gaat alles te snel. August gaat Day vermoorden. Hij gaat hem écht vermoorden. Ik had mijn zwaard niet moeten laten vallen, ik had moeten zorgen dat ik altijd iets in mijn handen had om mezelf en mijn bondgenoten mee te beschermen. Jamaia is al dood, vanwege mijn verkeerde beslissingen. Ik kan hetzelfde niet nog eens laten gebeuren. Niet Day.

In mijn achtervolging gris ik een houten stok van de grond, het enige in de buurt dat me misschien kan helpen, en klem mijn vingers er stevig omheen, terwijl ik achter August aan sprint. “Day!” Mijn stem is één en al paniek, hoog en haperend, als ik zie hoe de jongen afremt en zijn arm opheft. Alles is rood. En dan raakt de stok met een misselijkmakende klap Augusts schedel.

Op het moment dat Day zich geschrokken omdraait, zakt de jongen in het oranje shirt in elkaar. De dolk glipt uit zijn hand en klettert naast hem neer. Als zijn hoofd tegen de rotsen klapt en een plas bloed zich begint te vormen, wankel ik achteruit. Ik hoef geen kanon te horen, ik hoef zijn lege blik niet te zien, ik hoef niet naar zijn verwonding te kijken om te weten dat zijn schedel doorboord is. Het geluid was genoeg. Hij is dood. August is dood. Ik heb iemand vermoord.

"Chris, je-” stamelt Day. Hij wendt zijn blik af van het lijk aan zijn voeten, en kijkt verdwaasd en geschokt naar mij. “Hij..." Zijn blik schiet nogmaals vluchtig naar de jongen, maar dan haalt hij diep adem en knikt naar me. Hoewel de opluchting en dankbaarheid in zijn stormachtige ogen af te lezen is, nemen de schok en zorgen de overhand, als hij vluchtig zijn blik over me heen laat glijden. "Alles in orde?"

Ik geef geen antwoord, maar staar naar de bloedplas, die inmiddels tot mijn schoenen komt. Alles is rood. Ik zou willen schreeuwen tot mijn longen het begeven. Misschien tegen de toeschouwers in het Capitool. Misschien tegen Ada. Misschien tegen de wereld. Is dit wat jullie wilden? Gefeliciteerd, want schijnbaar is dit wie ik ben. Ik wankel achteruit, knijp mijn ogen even dicht en probeer mijn ademhaling te beheersen. Het helpt niets. Alles is rood. Ik ben een moordenaar. Als ik me herinner wat ik tegen mijn vader gezegd heb, verspreid een bittere, misselijkmakende smaak zich door mijn mond. Ik leg mijn hoofd in mijn nek, weet niet meer of ik moet huilen of lachen. Ik had gelijk, vader, zou ik willen roepen, maar gelijk hebben heeft nog nooit zo afschuwelijk gevoeld. Ik ben nooit de zoon geweest waar je op gehoopt had. Nooit de jongen die levens zou redden. Mijn handen waren nooit gemaakt om te helen. Ik ben alles wat jij nooit als kind had willen hebben.

Het geluid van de brekende schedel tegen de rotsen galmt nog steeds door mijn hoofd, gonzend, alsof het wil aankondigen dat het nooit meer weggaat. Alles is rood, om me heen, in mijn hoofd. August is dood. Hij is dood.

En wat als hij dat niet is?

Ik probeer diep adem te halen en gris dan Augusts dolk van de grond, die doordrenkt is met zijn eigen bloed. Het had Days bloed kunnen zijn, vertel ik mezelf, je hebt gedaan wat je moest doen. Je hebt je bondgenoot gered. Het voelt niet beter. "We moeten hier weg,” weet ik uit te brengen, maar mijn stem is instabieler dan ooit. Ik kan mijn eigen wanhoop horen. Ik moet weg. Weg. “Nu." Ik steek de dolk in een van de diepe jaszakken, zodat ik hem even niet meer hoef te zien, en kijk om me heen, naar een uitweg. De zijkanten van de grot gaan nog altijd grotendeels in duister gehuld, maar de donkere tunnels zijn ene enige uitgang, en alles is beter dan hier. Toch werp ik nog een blik over mijn schouder, naar de gevechten rondom de Hoorn. Alles is rood. Bo zie ik nergens, of misschien dat ik hem simpelweg niet kan onderscheiden in de waas van tributen en bloed en lijken. Ik schud kleintjes mijn hoofd. Bo heeft geen wapens nodig en hij zou nooit lang bij de Hoorn blijven om te vechten. Als er iemand zou moeten weten hoe sterk hij is, en erop zou moeten vertrouwen dat hij zichzelf goed kan verdedigen, ben ik het. Waarschijnlijk heeft hij snel wat spullen gepakt en is er vandoor gegaan toen ik in de Hoorn zat, en hij mij dus nergens zag. Hij is in orde. Dat moet wel. Ik schud de angsten van me af, maar ze maken onmiddellijk plaats voor de herinnering dat ik iemand vermoord heb. Ergens in District 6 zit een gezin te huilen, een vriendengroep te schreeuwen tegen de televisie, tegen mij, omdat ik hun zoon, broer, vriend heb afgepakt. Door deze jongen te doden, heb ik heel veel gelukkige levens verwoest.

Ik heb Day beschermd, probeer ik mezelf nogmaals te vertellen, het was August die als eerste aanviel. Oog om oog. Tand om tand. Een leven voor een leven. Maar ik weet heel goed dat het niet aan mij is om te beslissen wie leeft, wie sterft.

Day knikt naar me, wat me voor heel even uit de oceaan van bloed in mijn gedachten weet te trekken. "Waar is Ada?” vraagt hij dan, om zich heen kijkend. “Ze leeft nog, dus Jade kan niet weg." Hij knikt naar zijn districtsgenote, die zwaar ademhalend een paar meter verderop staat, met een paniekerige blik op haar gezicht.

Ik vloek zachtjes en draai me dan om, om de cirkel rond de Hoorn af te speuren. Als Jade niet weg kan, betekent dat dat Ada hier ergens in de buurt moet zijn, maar ik heb haar sinds het begin van de Spelen niet meer gezien. Iets in mij wil niet langer wachten, wil Days arm vastpakken en hem meetrekken richting de gangen. Ik moet hier weg. Maar ik weet heel goed dat mijn bondgenoot Jade niet zo achter zou laten, en ik weet ook dat ik dat zelf niet wil. Jade is sterk, en ze zou uiteindelijk een bedreiging worden, maar de gedachte dat ze hier vast zou zitten omdat Ada zich ergens verstopt heeft, net zolang tot de Beroeps merken dat ze gevangen zit en haar komen vermoorden, zorgt ervoor dat mijn maag zich nogmaals omkeert. Dat is niet eerlijk. Dat verdient niemand, en zeker niet stoere, ijzersterke Jade.

Als ik een glimp van een bloedrood shirt opvang vanuit mijn ooghoeken, schrik ik op, en draai ik me direct om. Bo. Maar het is Bo niet: het is mijn districtsgenote, van top tot teen met bloed besmeurd. Haar jas en groene shirt zijn volledig besmeurd. Alles is rood. “Hier,” zegt ze, haar stem stabiel, maar afstandelijk. Gespannen blijft ze op een paar meter staan, terwijl haar blik van mij naar de jongen op de grond flitst, en dan weer terug naar mij. Ze zegt niets, maar dat hoeft ook niet. Het oordeel is van haar gezicht af te lezen. Voor haar ben ik definitief de Beroeps die al die tijd al in me zag. Ik klem mijn hand steviger om de stok en wendt dan mijn blik af, maar blijf haar vanuit mijn ooghoeken in de gaten houden. Voor iemand die beweerde het overleven opgegeven te hebben, lijkt ze net veel te hard haar best gedaan hebben om levend bij het bloedbad vandaan te komen.

Day staart haar even zwijgend aan, duidelijk geschrokken door haar plotselinge verschijning, maar dan richt hij zich tot mij. "Oké, goed. Chris-" Hij kijkt me vragend aan, en als ik Amelia uit District 9 een paar meter achter hem zie staan, in een matchend bordeauxrood shirt, weet ik waar hij op doelt.

Ik trek wit weg, als ik het meisje opnieuw voor me zie - haar handen besmeurd met haar eigen bloed, van haar vergeefse pogingen haar eigen leven te redden. Jamaia is dood. Maar ik krijg de woorden niet over mijn lippen, en dus schud ik enkel mijn hoofd.

Even sluit Day zijn ogen, terwijl hij diep in- en uitademt, maar als hij zijn ogen weer opent, recht hij zijn rug. "Oké, we moeten hier weg," besluit hij resoluut, terwijl hij rondkijkt en naar de dichtstbijzijnde tunnel gebaart. Hij wisselt een korte blik met Jade, die ook even diep ademhaalt, maar dan knikt en meteen op de tunnel af stapt.

Mijn blik schiet nogmaals naar August, alsof ergens de hoop nog leeft dat de jongen kreunend overeind komt - weerloos, maar in leven. Maar ik weet beter, en met iedere seconde dat ik naar de jongen kijk, ga ik me zieker voelen. Ik zet een stap achteruit, voel hoe mijn schoenen slippen in het bloed, en wendt snel nog even mijn blik over mijn schouder, ook al weet ik dat ik Bo niet zal zien. Hij is allang weg, en wij moeten hier ook weg. Ik kijk Day aan, probeer een vonk van kracht te halen uit het onweer in zijn ogen, en knik dan naar hem.

"Amelia, kom." Days stem is verrassend zacht en warm als hij zich tot zijn kleine teamgenote richt, maar het meisje schrikt alsnog op. Ze knikt echter meteen, en loopt dan met Ada achter Jade aan richting de tunnel.

Hoe graag ik ook weg wil, ik blijf als aan de grond genageld staan, terwijl ik uit alle macht probeer niet meer naar het lijk aan mijn voeten te kijken. Als ik een hand op mijn schouder voel, schrik ik op en grijp de stok stevig vast, maar dan ik kijk ik recht in Days ogen. De storm van eerder is bedaard, en zijn aanraking voelt als een gebaar van troost en bemoediging, een heel klein beetje steun waar ik me aan vast kan klampen alsof er nooit meer iets anders zal zijn. In zijn blik kan ik mezelf weerspiegeld zien, de vermoeidheid, de angst, de realisatie dat we begonnen zijn, dat we doodgaan. Het liefst zou ik me tegen hem aan laten vallen, doen alsof de wereld al geëindigd is en niets er meer toe doet, en huilen tot zelfs dat verdwijnt. Maar daar is geen ruimte voor, en dus laat ik me met hem meevoeren, weg van het bloedbad, weg van August, weg van alles dat rood is. Het helpt niet. Samen met het geluid van Augusts val, zit de oceaan van bloed voor eeuwig in hoofd gekerfd. Alles blijft rood.

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    De shock als hij iemand vermoord heeft...
    In mijn hoofd was Ada eigenlijk altijd moordzuchtiger dan Chris maar nu dus niet meer
    Als ze Chris en Day lieten doen, waren de helft van de tributen nu al hun bondgenoten

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Ada heeft in het origineel in de ruzie heel duidelijk gemaakt dat ze niet van plan was om te moorden, en dat heb ik erin gehouden. Chris daarentegen, voelde zich niet écht heel slecht over zijn eerste moord in de oude versie, en al helemaal niet over Jamaia. Eigenlijk is het dus andersom: Chris was eerst de grote boze moordenaar, en nu veel minder - ook al heeft hij nog dezelfde doden op zijn geweten
      Chris wilde dit helemaal niet maar ze zitten er een beetje aan vast

      1 maand geleden
    • Megaeraaa

      Idk waarom ik dat dacht, misschien van: Ada < ruzie < moordenaar of zo
      Tja, er is wel meer dat Chris niet wil

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Die ruzie was ook voor zeker 60% Chris schuld, het was alleen Ada die begon met schreeuwenxD
      "Hier zijn" staat hoog op die lijst

      1 maand geleden
  • Incidium

    shit Chris
    de gedachte dat terwijl Chris zocht naar eten, Day een grotere groep semi-bondgenoten bij elkaar zoekt, is best wel accurate:D
    Ada die onder het bloed zit is... interessant. Heeft ze teveel zombie films gekeken? En van wie komt dat bloed uberhaubt vandaan, ik ben bezorgd.
    Op zoek naar de boom dan maar?

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Het ging per ongeluk - ze zitten vast aan Amelia, hij ging Jade niet laten stikken en oh shit nu hebben ze Ada er ook bij, great
      Het is probably Alans bloed. Of dat van een zeker ander minder levend iemand - yikes. Die tactiek komt uit het origineel. En well, het geeft Jade een reden om zich bij het team aan te sluiten, want dat was niet echt het plan
      Hell yeah

      1 maand geleden
    • Megaeraaa

      Ada is waarschijnlijk gewoon gevallen in een plas bloed (oké, dat klinkt smeriger dan de bedoeling was)

      1 maand geleden
  • Duendes

    Holyshit man dit is INTENS gosh deze omschrijving van het bloedbad maakt eindelijk duidelijk waar ze de naam vandaan hebben gehaald ohhemel shit
    De realisatie van alles wat er in zo'n korte tijd na de gong al is gebeurd en de impact die het heeft is echt heel erg intens ohgosh en het is also echt heel erg sterk en goed hoe dat zo duidelijk invloed heeft op Chris maar also holyshit de heftigheid van de Spelen dringt gewoon weer even door en damn-

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Yay thanks dat was de bedoeling(yeah)
      Ja ze zijn pas een paar minuten bezig en er zijn al zoveel mensen dood. Twee daarvan had hij kunnen voorkomen, en hij weet niet zeker of Caithlynn zijn plan overleefd heeft
      En de realisatie dat hij iemand vermoord heeft, niet per se gepland maar wel in de wetenschap dat dat heel goed kon gebeuren, is even heel pijnlijk. Tijd voor een existentiële crisis enzo

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen