De gangen zijn een eindeloos doolhof. Hoe lang we ook lopen, ik heb niet het gevoel dat we verder van de Hoorn verwijderd raken. Het is alsof we ieder moment een gang in kunnen slaan, om ons te realiseren dat we op exact dezelfde plaats geëindigd zijn als waar we begonnen - alsof ik straks de hoek om loop, en Augusts lijk weer zie liggen.

Al snel weet ik niet meer hoe lang we aan het lopen zijn - minuten, uren - maar het voelt als dagen, hoewel er geen teken komt dat het Bloedbad is afgelopen. De muren schuiven, draaien. Dat moet wel. Het voelt alsof ze me insluiten, de gangen steeds een beetje smaller worden. Alsof ik nooit meer buiten ga komen, nooit meer de zon ga zien. Op dit moment zou ik alles doen voor zelfs maar de illusie van frisse lucht en zonnestralen op mijn gezicht.

Het enige beetje licht, letterlijk, zijn de kleine vlekjes die af en toe door het plafond vallen, smalle lichtstralen tussen de rotsen als bewijs dat er niet alleen maar aarde en steen boven ons is, en smalle scheurtjes in de grond, waaruit een klein beetje licht, maar vooral veel hitte opstijgt. Het is warm en benauwd in de gangen, meer zelfs dan ik gewend ben van thuis, maar daar lijkt de rest van de groep - op Ada na - aanzienlijk meer last van te hebben. Niemand klaagt, maar Amelia begint steeds vaker achterop te raken, en zelfs bij Day staat het zweet op zijn voorhoofd. Toch stappen hij en Jade stevig door, de groep door het gangenstelsel leidend.

Waar Day echter met iedere bocht minder zeker lijkt, lijkt Jade zich meer en meer te herpakken. Haar paniekerige uitdrukking en gespannen houding van tijdens het bloedbad zijn vervaagd, en hebben plaats gemaakt voor een verbeten, maar vastberaden uitdrukking, waarmee ze voor ons uit loopt. "Laten we daarheen gaan." Ze knikt naar een andere gang dan die waar Day in wilde lopen, maar glimlacht flauwtjes naar hem. Hoewel ze het niet zegt, is haar toon resoluut genoeg om me meteen te laten geloven dat we meer kans hebben om hieruit te komen als we haar volgen.

Ikzelf heb geen idee waar we zijn, of waar de gang die Day in wilde slaan heen gaat, maar ik heb het gevoel dat het ons terug gaat leiden naar waar we waren, en dat is het laatste wat ik wil. "We moeten omhoog," zeg ik, maar mijn stem trilt meer dan zou moeten. Ik kijk naar de verschillende gangen, maar ze lijken hetzelfde, afgezien van de richting. Er is geen enkel teken te zien dat er eentje is die ons naar boven zou brengen - voor hetzelfde geldt sluiten ze gewoon op elkaar aan, zodat we in cirkels blijven lopen. Blijven staan en rustig nadenken is geen optie - zodra ik tot stilstand kom, wordt ik ingehaald door de gedachten aan het Bloedbad, aan August, aan Jamaia. De angst dat de Beroeps zich achter elke muur kunnen verschuilen, klaar om me tegen de grond te werken, tegen de muur te rammen en me ijskoud aan te kijken terwijl hun wapens mijn huid doorboren, laat me niet los. We moeten weg. Hier worden we ingesloten, en ik kan hier niet ademen. "Er moet een manier zijn om bovengronds te komen."

Jade knikt instemmend naar me en glimlacht flauwtjes, maar de gebruikelijke uitdagende twinkeling in haar ogen is gedimd. "Als ik een trap of een lift zie, ben je de eerste die het hoort, Chris,” antwoordt ze, maar dan gebaart ze weer naar de gang voor ons. “Maar nu moeten we eerst zo ver mogelijk weg van de Hoorn en dat is deze gang."

"Laten we die gang dan volgen." Day knikt naar zijn districtsgenote, die meteen verder loopt. Terwijl zij en de andere meiden doorlopen, houdt mijn bondgenoot echter even zijn pas in, om naast mij te komen lopen. "Zodra we de kans krijgen, gaan we meteen naar boven," zegt hij geruststellend, zoveel kalmer dan mogelijk lijkt onder deze omstandigheden.

Ik knik dankbaar en volg hem dan de gang in, bij iedere stap een beetje meer steunend op de stok in mijn hand. Het voelt alsof zodra ik loslaat, de grond onder mijn voeten verdwijnt en de rotsen om me heen allemaal inzakken, zodat ik samen met de wereld om me heen zou instorten.

Focus. Vlug laat ik mijn blik even over Day glijden, en klamp me vast aan de realisatie dat hij écht in orde lijkt - geen verwondingen, op een enkele oppervlakkige schaafwond na, en misschien een beetje benauwd en moe, maar niets dat erop wijst dat er echt iets mis is. We zijn het Bloedbad doorgekomen. We hebben de eerste stap overleefd. Omdat je iemand vermoord hebt. De woorden galmen door mijn hoofd in de stem van Ada, die van mijn vader, die van mij. Ik schud kleintjes mijn hoofd, in een poging ze weg te jagen, en vestig mijn aandacht op Day - hoewel ik Ada en Amelia niet uit het oog verlies. Pas als hij kort over zijn schouder naar me glimlacht, begint de storm in mijn hoofd te kalmeren. Hij is oké. We zijn oké. We gaan door.

Het eerste kanonschot galmt zo hard door de gangen, dat de stok bijna uit mijn handen glipt en ik steun moet zoeken tegen de muur om overeind te blijven. Amelia krimpt ineen onder de harde knal, en Jade en Day - en met enige ergernis op haar gezicht ook Ada - komen tot stilstand. In stilte luisteren we naar het aantal schoten, als saluut naar de dode kinderen en hun geliefden.

"Zeven," zegt Day zacht, met een korte blik op mij, als de laatste knal door de gangen galmt, en het geluid vervaagt.

Ik knijp mijn ogen dicht en hou me stevig vast aan de muur, in de hoop dat de rest van de wereld dan verdwijnt. Het is zoveel - zeven kinderen wiens naam ik vanmorgen nog opgeschreven heb, toen ze nog in leven waren. Het is voor hen zoveel sneller een monument geworden dan had gemoeten. "Dat is bijna een derde van groep." Als ik andere keuzes gemaakt had, hadden het er twee minder kunnen zijn - misschien zelfs drie. Als ik niet naar de Hoorn gegaan was, had ik Jamaia kunnen beschermen, zoals ik had moeten doen. Als ik niet in paniek geraakt was, had ik vast iets kunnen doen om August uit te schakelen zonder zijn schedel te breken tegen de rotsen. Als ik tegelijkertijd met Caithlynn de Hoorn uit gerend was, zoals de afspraak was, waren haar overlevingskansen groter geweest. Dat zou een held gedaan hebben, toch? Schijnbaar ben ik dan toch gewoon een idioot.

"Dat is-" Days stem trilt, maar dan kapt de jongen zichzelf af en haalt nerveus een hand door zijn haar, terwijl hij een vlugge blik op zijn lijkbleke teamgenote werpt.

"Dat betekent dat het vechten bij de Hoorn eindelijk gestopt is," concludeert Jade. Even is ze stil, maar dan haalt ze diep adem en richt haar blik op de gang voor ons. "Des te meer reden om door te lopen. Hoe verder we daar vandaan zijn, hoe beter."

Ik knik naar haar en werp even een blik over mijn schouder. Het bloedspoor dat ik en met name ook Ada achterlaten, begint steeds meer te verminderen, maar is nog wel aanwezig. Zelfs als de andere tributen niet in staat zouden zijn om ons ermee op te sporen, zouden veel mutilanten dat waarschijnlijk wel kunnen. "We moeten weg," mompel ik, voor de zoveelste keer vandaag. Als ik nog veel langer tussen deze muren gevangen zit, word ik helemaal gek. Ik moet weg. Ik moet weer kunnen ademen. Ik moet de zon weer zien.

Het heeft geen zin. Ik ga dood hier.

Ik knijp mijn ogen weer even dicht, probeer de storm in gedachten uit elkaar te laten drijven tot losse gedachten. Ik zou toe willen kijken hoe ze wegdrijven, tot ik de hemel weer kan zien, maar hoewel ze me niet langer verstikken, blijven ze aanwezig, donker en dreigend. Ergens in een verre hoek van mijn gedachten galmen de kanonnen nog steeds, en klinkt het geluid van brekend bot tegen de rotsen als een donderslag. Ik luister er niet meer naar. In plaats daarvan focus ik me op de voetstappen van Ada, die alweer verder loopt, en op de zware ademhaling van de rest van de groep, en laat me door die geluiden weer terug naar het hier en nu trekken.

Day knikt instemmend naar Jade, kijkt dan even bezorgd naar Amelia en richt vervolgens zijn blik op mij. Terwijl we weer verder lopen, legt hij zijn hand op mijn arm. Ik haal diep adem en kijk hem aan. Het lukt ons allebei niet om te glimlachen, maar dat is oké. Er is teveel gebeurd vandaag. Er is al te veel kapot.

Het stormt nog steeds, maar ik sta in het oog. Voor even ben ik veilig bij Day. We zijn oké.

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Jade die de weg veel beter weet dan Day is zo realistischxD
    Maar hij heeft geprobeerd
    Dit wordt echt erg. Claustrofobische gangen, luide kanonschoten en 7 doden

    wordt ik
    Shame on you!
    word ik
    Dat is al beter

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Ja het is geen goede tijd
      Oh ik maak zoveel spelfouten joh. Ik ken de regels maar een paar uur schrijven en mijn brein gaat gewoon uit

      1 jaar geleden
  • Incidium

    nawh al zoveel problemen en dan ook nog vastzitten in die leuke claustrophobische gangen. Jade is een levend kompas en het is cool. En natuurlijk laat Ada een bloedspoor achter tss, hoe erg stinkt ze wel niet. Gooi haar ergens in een rivier ofzo? Dan wordt ze weer schoon.

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Zonder Jade waren ze hier echt niet uitgekomen want Day heeft geen richtingsgevoel en Chris denkt niet na
      Oh heel erg. Chris zou haar maar wat graag in een rivier gooien, we laten het hem weten als we die een vinden

      1 jaar geleden
    • Duendes

      Well... er is soortvan een lava rivier als ze omlaag zouden gaan?

      1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Oh cool laten we Ada daarin duwen

      1 jaar geleden
  • Duendes

    Ohgosh het is zo intens awhh arme Chris shit
    Maar OEF ook heel erg logisch eh gosh de gangen zijn beklemmend en lastig inschatten waar je nou eigenlijk bent en niet te voorspellen wie er in de buurt is en dan ook nog de stress van het bloedbad AAHHH
    Honestly gelukkig hebben ze elkaar en met elkaar bedoel ik ook zeker heel erg Jade want ze is een QUEEN

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Yeah een doolhof is niet leuk als je weet dat je ieder moment vermoord kan worden

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen