chrysa experiences trauma and has no idea how to cope asmr

Mijn hart klopte ergens voorin mijn keel, mijn ogen bleven van links naar rechts schieten, en hoewel ik wist dat ik met mijn bondgenoten door de grote arena liep was mijn hoofd nog bij de hoorn. Ik keek naar een boom, maar ik zag Simon die me zijn laatste glimlach gaf. Ik keek de verte in, maar tussen de bomen zag ik Holly, haar mond wijd open en een speer door haar borst, en door de stilte in het bos weerklonk haar schreeuw weer in mijn oren. Ik keek naar de scheur in de grond maar voor me zag ik Sophie, die me heel kort aankeek terwijl de pijl haar hart doorboorde, waarna ze zich voorover liet vallen en stil bleef liggen aan mijn voeten. Ik kon de pees nog voelen trillen, zelfs al hield ik mijn boog zo stil hield als ik kon.
      Verkrampt klemden mijn vingers zich om het hout, maar ik durfde niet los te laten. Ik moest het trillen doen stoppen, alsof dat terug zou draaien dat ik die ene verdomde pijl had geschoten.
      Dat zou ik nooit gedaan hebben.
      Maar ik wist dat dat niet waar was. Het probleem was, hoezeer ik wilde die persoon niet zijn, ik was de persoon die had geschoten. Ik had het gedaan.
Ik voelde het nat worden achter mijn ogen, maar ik kon slechts slikken. Ik was niet alleen, en ik mocht noch iemand van deze mensen, noch het Capitool dat me bekeek, laten zien dat ik huilde. Waarom zou ik ook moeten huilen? Ik leefde, ik had niks om over te huilen, in tegenstelling tot de mensen die hadden gehouden van het meisje wiens bloed aan mijn handen kleefde.
      Ik liep samen met mijn bondgenoten door de arena, maar in mijn hoofd zat ik achter de televisie in de trein naar het Capitool, en zag ik Sophie weer voor het eerst. Ik had niet eens opgeslagen hoe die jongen die haar knuffelde er ook alweer uitzag, maar ik wist dat hij er was, en dat hij me eeuwig zou verachten. Hij zou vast niet de enige zijn geweest. Ik had geen woord met haar uitgewisseld, maar Sophie was gewoon een meisje, net als ik, met een familie, met vrienden, en een wil om te leven die ik volledig de grond in had gestampt. Op het moment dat ik de pijl schoot, was ze slechts een gestalte, niet eens een naam, maar hoe verder het moment zich van me verwijderde, hoe zwaarder het op me woog dat ik een persoon had vermoord, wat mijn twee handen in een kort moment van een adrenalinekick hadden aangericht. Hoeveel mensen nu achter de televisie zaten in Zes die huilden, schreeuwden, en allerlei soorten ongeluk uitspraken over mijn naam.
      En ik kon hen in geen mogelijkheid ongelijk geven. Hoe groot die kans was had ik nooit geweten, maar er was een kans dat ze zou overleven, dat ze het ver zou schoppen. Misschien kon ze wel vechten, had ze me wel aan die dolk gespietst als ik een seconde langer was blijven staan. En dan had ze zich misschien een weg naar huis gevochten, een weg die zij evenveel verdiende als ik. Maar ik, ik stampte die kans de grond in op het moment dat ik de pees losliet.
      Ik bad in stilte dat Kitty en Lucy weg hadden gekeken op dat moment, maar ik wist ook zeker dat ze niet weg hadden kunnen kijken, want dat kon ik ook niet. En Lucy zou met tranen in haar ogen een hand voor haar mond hebben geslagen, terwijl Kitty zou schreeuwen tegen de televisie vragend wat ze met haar zus hadden gedaan, dat ze haar zus terug wilde.
      Ik was geen slechte zus. Ik kon geen slechte zus zijn. Ik, ík, Chrysante Riverway, had me voorgenomen om mensen geen pijn te doen, dat kon ik immers niet, toch? Ik had onmogelijk die pijl kunnen schieten, iets in me had me tegengehouden, iets wat me zou vertellen dat Sophie niet slechts een gestalte was maar een persoon, net als ik. En dus kwam ik tot de conclusie dat ik de pees nooit had losgelaten.
      Ik was geen moordenaar, ik was geen slechte zus. Sophie liep rond in de arena, ze was weggerend, ik was blijven staan met de boog in mijn hand maar ik had de pijl nooit laten gaan. Dat zou ik nooit laten gebeuren, zo iemand was ik niet.
      Ik forceerde een glimlach, ik dacht er niet meer aan. Ik had het niet gedaan, dus ik hoefde me er geen zorgen meer over te maken. En toch, en toch klonk daar die spottende stem achterin mijn hoofd, en hoewel hij meters voor me liep met zijn rug naar me toe zag ik Revan op het dak van het Capitool, terwijl hij me recht in mijn ogen aankeek.
      “Niemand verandert in iets wat ze nooit geweest zijn.”

Reacties (3)

  • Megaeraaa

    Heftig.

    En dus kwam ik tot de conclusie dat ik de pees nooit had losgelaten.
    Logica?

    3 weken geleden
  • Duendes

    Gosh Chrysa awh arm kind oef she really needs a hug man awh

    3 weken geleden
  • Samanthablaze

    Ik was geen moordenaar
    Een interessant debat tussen Chrysa en Sophie - oh wacht, dat kan niet, want die heeft ze vermoord

    “Niemand verandert in iets wat ze nooit geweest zijn.”
    Damn pijnlijk

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen