Het blijft veel te lang stil, voordat Jade haar keel schraapt. "Nou, ik ben een magiër, maar dat wist je ondertussen al,” zegt ze, met een flauwe glimlach. “En Day kan vliegen, toch, Danny?"

Day zwijgt even, maar glimlacht dan terug. "Dat was geheim, Jade." Dan vervaagt zijn glimlach weer, werpt hij een blik op mij en kijkt dan de meiden één voor één aan. "Het zou fijn zijn als iedereen hier open over is. Dat maakt het makkelijker samenwerken," zegt hij kalm, en hoewel het voelt alsof ik het mes in mijn eigen vlees aan het boren heb, zeg ik niets. Ook de rest zwijgt, totdat Day uiteindelijk zucht en zich tot mijn districtsgenote richt. "Ada, ben je gewond?"

Ik volg zijn blik naar het meisje, dat bedekt is met een laag opgedroogd bloed en een hoop vuil, maar op een paar schaafwonden na niet echt gewond lijkt. De opmerkingen die in me opkomen over dat haar gezicht nou eenmaal altijd zo is, slik ik in, bang om teleurstelling in Days blik te zien verschijnen.

Ada schudt haar hoofd, en begint de rest van onze vragen te beantwoorden voordat we ze kunnen stellen. "Het is niet mijn bloed,” zegt ze simpelweg, alsof dat geen zorgelijk antwoord is. Ik wil eigenlijk niet eens weten van wie dan wel, en wat ze gedaan heeft om er zo erg mee besmeurd te raken. “Dit diende als camouflage."

"En het werkte, alleen niet als je in teams werkt," mompelt Jade binnensmonds, terwijl ze haar teamgenote een gefrustreerde blik toewerpt.

Die kijkt snel een andere kant op, voor ze aarzelend weer terug naar Jade kijkt, met een verontschuldigende uitdrukking op haar gezicht. "Ik had er geen rekening mee gehouden dat jij dat niet weg kon."

Ik doe mijn mond al open om haar erop te wijzen hoe egoïstisch dat is, maar doe hem meteen weer dicht als ik Jamaia’s grote, lege ogen weer voor me zie, de zee van bloed om haar heen. Als er iemand is die egoïstisch geweest is, ben ik het wel. Een meisje, mijn teamgenote, is dood omdat ik haar verteld heb dat ze op me moest wachten, om vervolgens te verdwijnen, veel te lang weg te blijven en pas terug te komen toen het al te laat was. Ergens in District 10 is een familie aan het rouwen omdat ik hun dochter niet beschermd heb, terwijl ik dat wel had kunnen doen. Er zijn ouders die hun kind nooit meer vast kunnen houden, omdat ik haar de rug toegekeerd heb. Jamaia is dood vanwege mijn keuzes.

Jade knikt naar haar teamgenote en slaakt een toegeeflijke zucht, waarmee ze het onderwerp van zich af lijkt te zetten. Ik zou willen dat ik hetzelfde kon doen. "Oké, nu we toch bezig zijn met de praktische zaken…” vervolgt ze dan. “Wat is ons plan?" Even is ze stil, werpt ze een blik op mij, en dan praat ze snel verder. "Iets concreter dan alleen 'omhoog', bedoel ik dan."

"Overleven?" suggereer ik, terwijl ik een moeilijk gezicht naar haar trek. Het maakt me niet uit wat we precies doen. Ik wil hier gewoon weg. Ik wil naar huis. "Of is dat ook niet concreet genoeg?" Het klinkt aanzienlijk feller dan de bedoeling was, maar voor Jade kan reageren, legt Day bemoedigend en hand op haar arm.

"Ik denk dat dit voor nu het meest concrete is dat we ervan kunnen maken, Jade," zegt hij, met een blik op het plafond, waar de kleine beetjes zonlicht tussendoor sijpelen. "Laten we ons eerst maar focussen op wegkomen uit dit doolhof. Eén ding tegelijk."

Ik negeer Ada’s sceptische blik en raap snel mijn spullen weer bij elkaar. "Dan stel ik voor dat we weer gaan." Ik volg Days blik naar het zonlicht en haal even diep adem. "Ik ben niet van plan om hier dood te gaan." Niet hier, waar ik het gewicht van de wereld op mijn schouders kan voelen, en waar iedere hoek op de vorige lijkt. Ik moet zo dicht bij de zon zijn als ik maar kan, als ik dan toch moet vallen.

"Ja, wacht heel even." Day knikt, maar kijkt dan naar Jade, die met nodige moeite haar rugzak weer op haar schouders probeert te hijsen. "Zullen we de spullen verdelen over de tassen? Dat is misschien makkelijker dragen."

Jade aarzelt even, maar knikt dan dankbaar naar haar districtsgenoot. Als er iemand is waarvan we allemaal relatief zeker van kunnen zijn dat hij er niet met onze spullen vandoor zou gaan, is het Day wel - zelfs als hij het zou proberen, zou hij er door Amelia niet ver mee kunnen komen. Zonder het meisje is de afstand die hij af kan leggen nogal beperkt, maar met haar zou hij behoorlijk afgeremd worden. Daarnaast vind ik het eigenlijk een prettiger idee dat Day een deel van het eten heeft. Door mijn officiële bondgenootschap met hem is de kans dat ik voorlopig ook echt eten krijg een stuk groter dan bij Jade, ook al zegt het meisje dat ze bereid is te delen - met vijf man gaat een voorraad snel op. "Ja, goed idee." Ze laat ze tas weer van haar schouders glijden, wisselt met Day en laadt snel wat spullen over.

Als Day alles weer heeft opgeborgen en de rugzak op rug gehesen heeft, kijkt hij de groep rond. "Iedereen klaar?" Hij helpt Amelia overeind en als ik naar hem knik en zelfs Ada even niets te protesteren heeft, zet hij een stap naar voren en begint weer door de tunnels te lopen. "Op zoek naar een uitgang dan maar."

Ik laat de rest voor gaan en hou Day dan even tegen, zodat we samen achteraan lopen. "Kan ik even met je praten?" vraag ik zachtjes, hoewel wat ik wil bespreken niet echt geheim is - juist niet, eigenlijk. Toch voelt het gek om de meiden hierbij te betrekken. Dit gaat niet om hen. Dit gaat om mijn bondgenootschappen - mijn échte bondgenootschappen.

De verbazing is van zijn gezicht af te lezen, maar Day knikt meteen en glimlacht dan naar me. "Ja, natuurlijk. Altijd,” zegt hij. In de benauwde tunnel, waar ik Augusts bloed nog onder mijn schoenen kan voelen bij iedere stap, ook al is het er niet meer, en waar ik de ogen van heel Panem en de doden die ik nu al op mijn geweten heb op me gericht kan voelen, klinkt hij misplaatst maar aangenaam warm, en zoals gewoonlijk eindeloos vriendelijk. “Wat is er?"

Ik glimlach flauwtjes terug naar hem, hoe onwennig het ook voelt, en aarzel dan voordat ik verder praat. Een minuut geleden was het idee nog simpel: ik zou Day vertellen over mijn afspraak met Bo en hem vragen om hem niet aan te vallen. Maar nu gaan de beelden van Day die zijn bijl heft en op hem laat neerkomen, of Augusts dolk op zijn keel zet niet meer uit mijn hoofd, ook al kan ik ze niet rijmen met de warme lach op zijn gezicht, de manier waarop hij zachtjes een hand op mijn arm legt en de onschuldige pretlichtjes die telkens in zijn ogen schitteren. "Nou, het is-” begin ik stamelend. “Ik heb gisteravond met Bo gepraat. En we hebben een deal gesloten: tot het einde zullen we elkaar niets doen." Mijn stem sterft weg, als ik aarzelend opkijk om Days blik te peilen.

Zijn glimlach is verdwenen, maar tot mijn opluchting heeft het geen plaats gemaakt voor ergernis of woede, omdat ik hem hier niet bij betrokken heb. Hij heeft slechts een peinzende frons op zijn gezicht. "Dat klinkt goed," zegt hij dan, waardoor er een last van mijn schouders lijkt te glijden waarvan ik niet eens doorhad dat ik hem mee zeulde. Dan aarzelt Day. "Weet Bo van...?" Hij gebaart naar zichzelf en de meiden die voor ons lopen.

Snel knik ik. Dit is niet alleen maar mijn deal. "Hij heeft beloofd dat hij je niets zou doen,” antwoord ik. “En ik heb hem gezegd dat ik niet namens jou kon beloven dat jij hetzelfde zou doen, maar..." Weer zie ik Bo voor me, met een blik die nog wanhopiger is dan toen hij me op het dak vertelde dat hij naar huis wilde, en het volgende moment wordt hij op de grond gesmeten door mijn bondgenoot met zijn bijl, die zijn wapen gewoon nogmaals opheft en neer laat komen. Ik kan alles zien, van de tranen in Bo’s ogen, de doodsangst op zijn gezicht, tot de kille bloeddorst die niet thuishoort in Days stormachtige ogen, maar in die van Aderyn. Hoezeer ik ook probeer om mezelf te vertellen dat het niet klopt - dat dit Day niet is, niet de jongen die naast me staat, wiens naam ik gisteravond opschreef - het lukt me niet om de angst weg te drukken dat de jongen naast me mijn vriend aan zou vallen, die volgens zijn belofte niets zou doen. "Doe hem geen pijn.” Mijn stem trilt zoveel meer dan ik zou willen, klinkt zoveel wanhopiger en smekender dan zou moeten. “Alsjeblieft."

Day knippert verbaasd met zijn ogen, maar knikt dan naar me. "Ik zal Bo niets doen, Chris,” zegt hij zacht, en hoewel hij het niet letterlijk uitspreekt, is zijn toon plechtig als een belofte. “Geen zorgen." Glimlachend legt hij een hand op mijn arm, en de bloederige beelden vervagen alsof ze nooit bestaan hebben. Er is enkel nog het hier en nu, Day en ik, en zijn hand op mijn arm. "Fijn om te weten dat we nog een bondgenoot hebben."

Vlug veeg ik mijn ogen af en haal diep adem, terwijl ik vecht tegen de golf van opluchting die me alsnog bijna in een snikkend hoopje ellende verandert, en die ervoor zorgt dat ik me het liefste tegen Day aan zou willen laten vallen om hem in een knuffel te trekken die me overeind zou houden. Maar ik knik alleen maar hem en werp hem een waterige glimlach toe. "Bedankt."

Reacties (3)

  • Incidium

    wat een zooitje zeg deze mensen. Chris is zo gestresst arme jongen. Misschien helpt een boomhut bouwen met Day?
    Amelia is wel erg stil:|gelukkig heeft ze in Day een redelijke teamgenoot.

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Amelia is kinda geïntimideerd door al deze mensen met een vrij sterke en aanwezige persoonlijkheid, oeps

      3 weken geleden
  • Megaeraaa

    Chris' voorstelling van geweldadige Day is wel pijnlijk

    Er is enkel nog het hier en nu, Day en ik, en zijn hand op mijn arm
    #Chray

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Zeker omdat hij niet helemaal zeker kan weten dat het niet klopt. Stel dat Day doet alsof - hij moet overal rekening mee houden
      (cool)

      3 weken geleden
    • Megaeraaa

      Dat kan niet, het is Day

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Klopt, maar dat kan Chris niet zeker weten. En de Spelen verandert mensen

      3 weken geleden
    • Duendes

      En daarbij kent hij Day nog geen week oeps- like Day is een schatje, maar dat is best lastig in te schatten in een spelletje waar je elkaar moet vermoorden denk ikxD

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Precies, het is te onvoorspelbaar

      3 weken geleden
    • Megaeraaa

      MAAR HET IS DAY

      3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Klopt, maar Chris kent hem nog niet zo heel lang
      En door die logica weet Valerie ook iedereen de nek om te draaien; "Het is Valerie, die doet heus niets"

      3 weken geleden
    • Megaeraaa

      Ja het zou dom zijn om hem te vertrouwen MAAR DIT IS NOG STEEDS DAY

      2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Zover komt Chris nog wel jaxD

      2 weken geleden
  • Duendes

    Die spanningen in het bondgenootschap oeps like Day is een kneus maar hij is wel de verbindende factor hier want anders waren ze echt wel gaan ruziën allemaal ohno:X

    Chris' anxiety en angstbeelden van evil Day zijn intens man maar damn het is echt zo sterk geschreven en goed neergezet en holyshit het is echt heel heel erg nice en zijn opluchting als Day het oké vindt en zegt Bo ook niets te doen awh heel fijn

    En tot slot Chris baby misschien moet je deze emoties niet zo opkroppen, even huilen is misschien wel goed en Day geeft vast hele goede knuffels:9~

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Anders hadden Ada en Chris allang in een gevecht op leven en dood gezeten
      En gelukkig kan ik zelf wat comfort halen uit het feit dat Day ook echt wel een schat is, zelfs als Chris dat niet kan
      Sshh dit is nationale televisie en ik denk dat hij bluescreent als hij Day echt een knuffel zou geven

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen