In het donker glipt dat ene anker als zand tussen mijn vingers door, en al gauw ben ik omringt door de stemmen van de doden. Ik zie August voor me, met het gapende gat in zijn hoofd waar zijn hoofd de stenen raakte, maar als hij zijn mond open doet om te praten, heeft hij Ada’s stem. Het zijn woorden die ik al keer op keer gehoord heb: “Jij bent nu al de winnaar die ze zoeken. Nou, gefeliciteerd. Ik hoop dat je blij bent als je met de kroon op je hoofd en het bloed van mij en alle andere tributen aan je handen door het Capitool paradeert.

De woorden echoën door mijn hoofd, maar als ik mijn eigen mond open doe in een poging me te verweren, schreeuwen dat ik enkel mijn bondgenoot wilde beschermen, komen er geen woorden uit - enkel een wanhopig, onverstaanbaar gegorgel, als ik de felle pijnscheut door mijn keel voel trekken en toekijk hoe talloze bloeddruppels uit mijn mond op de grond druppelen. Als ik met mijn handen naar mijn keel grijp, voel ik tot mijn afschuw niet mijn huid, maar een gat, waar een dikke warme vloeistof uitstroomt. Als ik weer naar mijn handen kijk, zijn ze bedekt met het bloed, mijn bloed, Jamaia’s bloed, dat over me heen druipt, en als ik opkijk, wanhopig op zoek naar iets, iemand, een glimlach, zie ik enkel dat August verdwenen is - Jamaia heeft zijn plek ingenomen. Het meisje zegt geen woord - dat kan ze niet; ook uit haar keel stromen golven van bloed - maar haar boodschap is duidelijk: we waren een team, en wat met haar gebeurd is omdat ik haar in de steek liet, is het karma dat binnenkort mijn schuld komt innen.

Ik zou weg willen rennen, maar mijn voeten blijven steken in plassen van bloed, terwijl Jamaia me hoofdschuddend aankijkt, glimlacht en op de hemel wijst. Het volkslied galmt door de lucht, en ik zie mijn eigen portret verschijnen, met een ernstig gezicht dat zo vervloekt veel op dat van mijn vader lijkt. Ik ben dood.

Ik was niet dood. Ik hoor niet dood te zijn. Er is niets wat me aangevallen heeft, er is niets gebeurd sinds het bloedbad. Ik ben veilig bij mijn bondgenoten, Bij Day-

De stekende, felle pijnscheut in mijn rug is het eerste wat ik merk. Ik weet niet hoe lang het wapen er al zat - misschien pas net, misschien al een eeuwigheid - alleen dat ik het niet zag aankomen. Toch weet ik welk wapen het is, nog voor ik hem uit mijn rug heb weten te trekken en in mijn handen hou. Mijn bloed druipt van de dolk af, vermengt met mijn tranen en het bloed dat nog altijd uit mijn hals stroomt. Het is het wapen wat ik gekregen heb omdat ik August vermoord heb, omdat ik Day wilde beschermen, en dat ik aan hem gegeven heb zodat ik niet hier zou eindigen, opgeslokt door de storm.

Ik ben dood, en ik weet door wie. Als ik me omdraai, zie ik nog net hoe hij zijn bijl opheft, en me met een ijskoude glimlach en de blik van iemand die me liever dan wat dan ook dood wil hebben in zijn grijsgroene ogen aankijkt, voordat het volkslied aanzwelt in mijn hoofd, en het wapen mijn hals en schouder raakt.

De realiteit is net zo donker, en alles blijft pijn doen, terwijl het volkslied door mijn hoofd blijft dreunen. De pijn in mijn schouder vervaagt echter, en het koude gevoel van metaal vervaagt, om plaats te maken voor de zachte, voorzichtige aanraking van een hand op mijn schouder. "Niet schrikken- er is niets mis,” hoor ik Day fluisteren, maar van de kille ondertoon die ik verwacht had, ontbreekt ieder spoor. De nachtmerrie verdwijnt uit mijn geheugen, terwijl herinneringen aan de afgelopen dag zijn plaats weer innemen. Ik zit in de Hongerspelen, in de arena, met mijn bondgenoot, die me niet vermoord heeft, maar juist over me heeft gewaakt. Ik leef nog. “Het is middernacht. Je mag blijven slapen, maar als je het wil zien..."

"Bo." Zijn naam heeft mijn mond al verlaten voor ik er verder over na kan denken. Snel schud ik de zorgen weer van me af. Ik ga Bo’s gezicht niet aan de hemel zien. Als er naast de Beroeps iemand is die zou kunnen overleven, is hij het wel - hij hoefde niet eens de Hoorn in om een wapen te halen. Hij is veilig. Hij is oké. "Ik moet zien wie er dood zijn," mompel ik, in een poging om de drie meiden, die ook rechtop zijn gaan zitten, af te leiden van het feit dat ik net een zwakke plek blootgegeven heb. Op Day na, weet niemand van mijn bondgenootschap met de herdersjongen, laat staan dat ze weten hoe ver ik bereid ben te gaan om hem te beschermen - dat weet ik zelf niet eens echt zeker. Hoewel ik niet denk dat ze iets zouden doen als ze zouden merken dat ik Bo als mijn vriend zie, blijft het riskant. Er zijn vast genoeg tributen die maar wat graag misbruik zouden maken van dergelijke kennis.

Cabe is de allereerste die verschijnt, met een op het plafond geprojecteerde foto en zijn districtsnummer. "Dat betekent dat Aderyn hem verslagen heeft, dus die leeft nog, maar de Beroeps zijn geen geheel," zeg ik, en ik bijt op mijn lip. Hoe fout het ook is, ik had gewild dat het andersom geweest was. Beroeps of niet, Cabe heeft me nooit iets misdaan. Zijn districtsgenote, daarentegen, wil maar wat graag mijn bloed zien, en heeft dat meer dan duidelijk gemaakt. "En het betekent dat de 'grootste kanshebber' van deze Spelen al meteen is uitgeschakeld." Cabe stond helemaal bovenaan bij de wedkantoren, dus zijn dood zou eigenlijk haast een opluchting moeten zijn: onze grootste, gevaarlijkste concurrent is uitgeschakeld. Het maakt me echter alleen maar nerveuzer. Aderyn was in staat hem uit te schakelen, één op één, wat betekent dat er niemand in de arena is die haar eventueel alleen uit zou kunnen schakelen - laat staan zolang haar teamgenote, Naeve uit District 2, in leven blijft. Ze zijn een veel te sterk duo, en Jade mag van geluk spreken dat ze een confrontatie met hen heeft kunnen navertellen.

Jade knikt bedenkelijk, terwijl Day ongemakkelijk naar het portret van de jongen blijft staren. "De teams hebben in elk geval de gewenste twist veroorzaakt, want alles lijkt nu al heel anders te zijn," merkt het meisje op.

"Dit was al langer gaande, denk ik," mompel ik. Samuel leek me niet echt deel van de groep, en zijn verhouding met Florian uit District 9, wat het ook is, lijkt dat alleen maar te bevestigen. Hoewel het beter is dan alle Beroeps tegelijk tegenkomen, als onverslaanbaar front, is de kans veel groter om een Beroeps tegen het lijf te lopen nu ze opgesplitst zijn. We zouden nauwelijks iets tegen Aderyn en Naeve kunnen beginnen, en ik kan ook niet met zekerheid zeggen dat we een duel tegen Florian en Samuel allemaal zouden overleven. De duo’s van de twee tributen uit District 4 lijken me minder sterk, maar in mijn eentje zou ik May niet aankunnen, en zonder plan Sean ook niet. "Volgens mij zijn de Beroeps dit jaar sowieso nooit een echt team geweest."

"Maar Aderyn en Naeve werkten goed samen,” antwoordt Jade, terwijl ze nogmaals bedenkelijk naar me knikt. “We moeten oppassen voor dat team." Ze kijkt weer op naar het plafond, waar het jonge meisje uit District 3, Mary, verschenen is.

"Samuel leeft dus ook nog,” zeg ik, ook al neem ik aan dat niemand van ons anders verwacht had - Aderyn leek immers te druk te zijn met haar vriend de nek omdraaien om zich te bekommeren om de jongen die de Beroeps verraadde voor een grote, waarschijnlijk sterke boer, wat op zich geen vreemde keuze is. “Als Florian ook nog leeft, zijn zij ook een heel gevaarlijk stel.” Mijn stem sterft weg, terwijl ik mijn blik op het portret focus. Niet Parveen. De jongen verdient zoveel meer, zoveel beter.

Tot mijn opluchting is het niet de jongen uit District 3 die verschijnt, maar het meisje uit District 5, Bethany. Meteen voel ik me slecht over mijn opluchting - ze was een kind met familie en vrienden, zelfs als ik niet de moeite genomen heb om haar te leren kennen. Het enige wat ik van haar weet is haar districtsnummer, en het feit dat ze een duo vormde met Cabe, die haar aan het begin van het Bloedbad bewusteloos sloeg. Hoewel dat dus waarschijnlijk niet haar dood betekent heeft, heeft het het haar moordenaar waarschijnlijk wel heel erg makkelijk gemaakt - alles wat diegene hoefde te doen, was een bewusteloos meisje de keel doorsnijden. Ik huiver bij de gedachte en merk hoe mijn hand zich naar mijn hals verplaatst, maar tot mijn opluchting voel ik geen bloed - enkel mijn huid en ademhaling.

"Allebei de tributen van 4 leven dus nog, natuurlijk,” somt Jade op. “En Parveen ook."
Naast me krimpt Day ineen en wrijft hij over zijn slapen, alsof alles teveel wordt. Nu ik erover nadenk, lijkt dat alleen maar logisch: met ieder portret dat tot nu toe aan de hemel gestaan heeft, heb ik hem wel een keer vriendelijk zien praten. Day kent alle tributen op een té persoonlijk level. Voor hem zijn ze écht meer dan een naam. Hij had hun nagedachtenis veel meer recht aan kunnen doen dan ik, met mijn stift en mijn muur en mijn namen.

Ik leg voorzichtig een hand op zijn rug, bang om hem ineen te laten krimpen onder mijn aanraking, maar dat doet hij tot mijn opluchting niet. "Gaat het?" vraag ik zachtjes, zonder de aandacht van de meiden naar ons toe te trekken.

Even zwijgt hij. "Jawel, ik-" begint hij dan, maar als hij me aankijkt, weten we allebei dat hij liegt. Hij maakt zijn zin niet af, maar haalt zijn schouders op en werpt me een hele waterige glimlach toe, waar de spanning vanaf druipt. "Zometeen wel. Geef me even."

Ik wrijf bemoedigend over zijn rug, maar voor ik iets kan antwoorden, wordt mijn aandacht getrokken door Ada, die overeind komt en stilletjes op haar hurken gaat zitten. Haar blik is niet langer op de hemel gefocust - ze kijkt naar de donkere gang. "Wat is er?" vraag ik zachtjes.

"Er is daar iets, volgens mij,” antwoord ze, met duidelijke spanning in haar stem, die aan alle kanten trilt. “Het lijkt deze kant op te komen." Ze gebaart naar ons om stil te zijn, terwijl ze haar ogen sluit en zich op het geluid focust.

"Weet je het zeker?" vraagt Jade zacht, terwijl ook zij hurkt en haar hand naar haar messenriem laat glijden, terwijl Ada knikt en ik mijn stok voorzichtig oppak, om geen geluid te maken."Dat lijkt me geen andere tribuut." Jade staat op en maakt haar eerste mes los, terwijl ze gespannen naar de tunnel staart.

Als boven mijn hoofd August verschijnt, slik ik, en klem ik mijn hand steviger om mijn vechtstok heen. Ik kan zijn priemende blik voelen, nu hij op me neerkijkt, en weet dat er door de hele arena nu mensen naar zijn portret staren en zich afvragen wat er met hem gebeurd is - ook Bo, ergens. Ik zou niet weten hoe ik hem de waarheid zou moeten vertellen: ik heb August vermoord. Ik ben een moordenaar.

Ik sta op en loop verder het duister in, bij de groep en Augusts beschuldigende ogen vandaan, terwijl ik me uit alle macht op de geluiden om me heen probeer te focussen. Zodra ik het geluid hoor, weet ik dat Jade gelijk had: dit is geen andere tribuut. De voetstappen zijn te zwaar en klinken zowel menselijk als monsterachtig. Ik hef mijn stok op, terwijl de puzzelstukjes in mijn hoofd in elkaar vallen. De voetstappen, het labyrint, het zachte gebries. Ik herken de minotaurus voor hij de hoek op komt, maar alsnog ben ik er niet op voorbereid.

Reacties (4)

  • Megaeraaa

    Wow wat een intens hoofdstuk
    Die nachtmerrie is echt verschrikkelijk, gelukkig maakt het Chray momentje het weer goed maar die foto's van de dode tributen blijven erg, zeker na het bloedbad. En bij elke tribuut wordt hij een beetje depressiever...

    MINOTAURUS!!

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Ze moeten zich ergens aan vastklampen, en in dit geval is dat elkaar
      Ja het zijn er meteen heel erg veel. En vm zelfs al minder dan in het origineel, of in ieder geval andere mensen

      2 weken geleden
  • Incidium

    zijn verhouding met Florian uit District 9, wat het ook is
    :D
    Wat een cliffhanger, ik haat je. De spanning is te snijden. Gelukkig heeft Chris een geheim mes.

    2 weken geleden
  • Duendes

    Holyshit intense nachtmerrie Chris gosh arme schat, maar logisch ook wel want eh intense dag, veel bloed en dood en daarnaast zijn de gang warm en kinda benauwd wat ook niet zorgt voor chill slapen oepsxD
    Maar like August en Jamaia zijn al heel intens en valid ehh maar oef dat hij in zijn droom vermoord wordt door Day is echt wel NAAR

    met ieder portret dat tot nu toe aan de hemel gestaan heeft, heb ik hem wel een keer vriendelijk zien praten. Day kent alle tributen op een té persoonlijk level.

    Turns out dat Mary best een punt had toen ze zei dat hij niet met iedereen moest gaan praten- but he did it anyway want niet eens expres maar Day is gewoon zo oeps maar dat backfired nu echt wel want iedere dode is eh oef naar

    Ik hef mijn stok op, terwijl de puzzelstukjes in mijn hoofd in elkaar vallen. De voetstappen, het labyrint, het zachte gebries. Ik herken de minotaurus voor hij de hoek op komt, maar alsnog ben ik er niet op voorbereid.

    Ik hou echt van dit einde WOAH nice, deze zinnen opbouw idk het is erg NICE

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Ja en hij ligt ook nog op de harde grond dus dan word je ook wakker met pijnlijke, stijve spieren. Het is een perfect recept voor hele nare nachtmerries
      Ja dat was erg onhandig Day, dat had je beter niet kunnen doen maar oeps zo is hij
      YES thanks(flower)

      2 weken geleden
  • ZainaSwift

    kudo!!

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen