Vlug stap ik achteruit, terwijl ik een verdedigende pose aanneem. Zodra de mutilant, met het lichaam van een hele gespierde man, maar het hoofd van een stier, de hoek om komt, weet ik dat ik een fout gemaakt heb door voor de rest uit te lopen. Ineens ben ik in mijn eentje de frontlinie, besef ik, als de minotaurus zijn stierenkop mijn kant op draait en kwaad naar me briest. "Jongens, beetje hulp alsjeblieft," zeg ik zacht, zonder het monster mijn rug toe te keren, terwijl ik langzaam een paar passen achteruit zet.

De hulp komt snel, maar helaas is het minder behulpzaam dan ik gehoopt had. Een van Jades messen boort zich in de voet van minotaurus, die luid brult, en dan de aanval opent op zijn dichtstbijzijnde prooi - ik. Gelukkig weet ik de eerste aanval met zijn hoorns met mijn stok af te weren, maar ik word direct achteruit gedwongen, en het kost me al mijn kracht om het monster op afstand te houden. In mijn eentje kan ik deze strijd niet winnen. Zonder hulp van mijn bondgenoten, zou dit mijn einde zijn, gevangen ondergronds.

"Oh, sorry, Chris!" Hoor ik Jade achter me roepen, waarna ze iets tegen een van de anderen zegt en aan mijn zijde verschijnt. In mijn ooghoeken zie ik een zilveren flits, als Jade met een dolk uithaalt naar het monster - Augusts dolk, waarvan ik niet wilde dat zij hem in handen zou krijgen. Ik krijg echter geen kans om er iets van te zeggen, want de minotaurus brult en briest, waarna hij opnieuw op me afkomt om me aan zijn hoorns te rijgen.

Ik hef nogmaals mijn stok op, maar als de hoorns het hout raken, wankel ik op mijn benen door de kracht van de aanval. Achter me slaakt Amelia een verschrikte gil, wat haar een hele nijdige sneer van Ada oplevert, die haar het zwijgen oplegt, maar voor de verandering ben ik het met mijn districtsgenote eens. Ik moet me op de minotaurus focussen. Als ik me nu laat afleiden, ben ik dood - wij allemaal. "Nu graag, Day!" weet ik hijgend uit te brengen, als de minotaurus zijn aanval afbreekt en een paar stappen achteruit zet. Ik kan mijn bondgenoot niet zien, maar ik weet dat hij ergens achter me moet zijn - waarschijnlijk nog altijd verdoofd door het schokkende besef dat er al zoveel mensen dood zijn. Even doet dat er niet toe, en ik kan het niet helpen dat ik frustratie op voel borrelen. Als Day niet snel komt helpen, kunnen de spelmakers mij nog snel aan de dodenlijst toevoegen.

"Ja, sorry, ik ben er," antwoordt Day, maar daar is tot nu toe weinig van te merken. Amelia en Ada zijn al helemaal geen hulp - het meisje uit 9 heeft zich waarschijnlijk ergens verstopt, en Ada heeft niet eens een wapen waarmee ze zou kunnen helpen, voor zover ze daar de waarheid over gesproken heeft, wat ik betwijfel.

"Hé, stomme stierenkop, hier zo!" Jade rent uitdagend langs de minotaurus af, een kans die ik snel aangrijp om naar de knie van de mutilant uit te halen. Theoretisch gezien zou hij door zijn grote, zware hoofd makkelijk uit balans te brengen moeten zijn, maar dat valt vies tegen: in plaats van dat ik hem onderuit weet te halen, brult hij, terwijl hij met zijn voet over de stenen vloer schraapt en een doelwit uitkiest. Snel stap ik opzij, uit zijn buurt, ook al weet ik dat hij zich dan waarschijnlijk tot Jade zal richten. Ik heb een adempauze nodig.

Day rent me voorbij en haalt uit met zijn bijl, maar vlak voor hij zijn wapen laat neerkomen, wordt zijn aandacht weer getrokken naar de projectie op het plafond achter ons. De bijl mist en ketst met een harde klap af op de rotsen, terwijl de minotaurus steeds harder begint te brullen.

"Blijf opletten, Day!" Jade werpt haar districtsgenoot een korte, maar gefrustreerde blik toe, voor ze de dolk in de zij van het beest boort. Het bloed dat uit de wond stroomt, had net zo goed dat van een mens kunnen zijn, net als zijn gebrul, waarin haast menselijk geschreeuw lijkt te galmen. De gedachten aan hoe het Capitool dit monster überhaupt gecreëerd heeft, duw ik direct weer weg, als de gruwelijke mogelijkheden zich aan me opdringen. Hoewel het het lichaam van een mens heeft, blijft het een mutilant, die enkel als doel heeft om zoveel mogelijk van ons te doden.

Terwijl de mutilant met zijn hoorns naar Jade uithaalt, haal ik snel nogmaals uit naar zijn knie. "Day, focus," roep ook ik naar mijn bondgenoot, terwijl ik mijn kiezen op elkaar klem en de zwiepende staart van de mutilant ontwijk.

"Ik probeer het," antwoordt hij verontschuldigend, maar zijn blik begint alweer af te dwalen naar de projectie op het plafond.

Voordat ik er echter iets van kan zeggen, zie ik vanuit mijn ooghoek de minotaurus weer in beweging komen. Het beest is achteruit gestapt, briest luid, maar richt dan zijn hoorns op mij en rent op me af. Snel hef ik mijn stok op, waarmee ik de hoorns van richting weet te veranderen. De punten schrammen mijn huid, maar lijken me verder te missen, als ik achteruit wankel.

Net als ik denk dat ik de aanval echter heb afgeweert, voel ik twee sterke handen zich om mijn armen sluiten, terwijl scherpe nagels zich in mijn huid boren. De mutilant heeft armen, ijzersterke, menselijke armen, waar ik niet op gelet heb. Ik klem mijn kiezen op elkaar om niet te schreeuwen en probeer mezelf uit de stevige greep los te rukken. Het lukt me niet. De minotaurus brult in mijn gezicht, voor hij me van zich af smijt. Op het moment dat ik met mijn rug de stenen raak, lijkt het alsof alle lucht in één keer uit mijn longen geslagen wordt. Terwijl ik naar adem hap en probeer de stok verdedigend voor me te houden, zie ik de minotaurus boven me uit torenen. Even ben ik terug in de trainingszaal, terug in de lift, en kan ik de punt van Aderyns zwaard onder mijn kin voelen, kan ik Samuel boven me uit zien torenen. Alsjeblieft, laat me leven. Het heeft geen zin - een monster als deze zou al net zo min naar mijn smeekbeden luisteren als de andere twee gedaan zouden hebben. Ik ga hier dood.

"Chris!" Days stem klinkt ver weg, maar alsnog is de paniek hoorbaar. Hij is te ver om iets te doen, was net te veel afgeleid en kan nu alleen maar toekijken. Hij weet dat ik doodga. Ik knijp mijn ogen dicht, klamp me vast aan zijn stemgeluid, dat door de tunnels echoot, en wacht. Maar er komt geen pijn, geen kanonschot, geen verblindend licht of wat dan ook. Enkel het misselijkmakende geluid van een groot, lomp wapen dat iemands huid binnendringt. Als ik mijn ogen open, zie ik hoe Day zijn bijl weer lostrekt en de mutilant hard wegtrapt, zodat hij de andere kant op valt, terwijl het bloed uit de zij van de minotaurus golft. Meteen duikt Jade bovenop het beest om hem de keel door te snijden, terwijl Day zijn blik op mij richt. Snel laat hij zijn bebloede bijl zakken, terwijl hij zijn hand naar me uitsteekt om me overeind te helpen. "Ben je in orde?"

Even knijp ik mijn ogen weer dicht, terwijl ik al mijn aandacht op mijn hijgende ademhaling focus. Ik heb het overleeft. Ik leef nog. "Het gaat wel," weet ik uiteindelijk uit te brengen, maar als ik Days hand aanpak en half overeind kom, betrekt mijn gezicht meteen. Dat was een leugen.

Snel hurkt Day naast me neer en legt hij een ondersteunende hand op mijn schouder, waarop ik probeer niet ineen te krimpen van de pijn die dat doet. Het is waarschijnlijk niet heel ernstig, hoogstens wat blauwe plekken en misschien een kneuzing, maar niets dat me fataal zou kunnen worden. Toch kijkt Day me heel erg bezorgd aan. "Zeker weten?" vraagt hij. Als ik knik, werpt hij een blik over zijn schouder. "En jij, Jade, nog helemaal heel?"

"Yep, geen zorgen," antwoordt het meisje. Ze werpt me een peilende blik toe, maar port dan met haar voet tegen het lijk van de mutilant. "Wat een engerd."

"Zeg dat wel," mompel ik, terwijl ik even diep ademhaal. Days hand hou ik nog altijd stevig vast, als hetgene dat me overeind houdt, al doet het dat misschien niet fysiek. Het licht van de portretten is inmiddels verdwenen, waardoor het in de gang weer aardedonker is.

"Ada, Amelia, zijn jullie ook in orde?" Day draait zich om naar de andere meiden, die allebei mompelen dat ze oké zijn, en slaakt dan een zucht. "Wat doen we nu?" vraagt hij aarzelend.

"Nou, ik wil hier graag weg, maar nu door de gangen struinen is wat mij betreft nog een slechter idee dan eerder vannacht,” antwoordt Jade meteen. “Ik heb niet zoveel zin om de vriendjes van deze jongen tegen het lijf te lopen."

"Mythologisch gezien is er maar één," mompel ik, met een flauwe glimlach. Latijn is zowaar het enige vak geweest op school waar ik echt altijd op kwam dagen en actief meedeed, en hoewel ik geen bijzonder groot fan was van de klas zelf, zijn de lessen een fijne herinnering.

Jade blijft even bedenkelijk stil. "Ik geloof je meteen, maar ik vertrouw er niet helemaal op dat er Hongerspelisch gezien ook maar één is,” besluit ze dan.

"Laten we hopen dat de Spelmakers dicht bij het bronnenmateriaal blijven." Ik zucht. "Dus wat doen we? Gewoon weer proberen te slapen?" De gedachte dat ik hier langer moet blijven maakt me misselijk, maar ik weet op dit moment niet eens zeker of ik het lopend tot het einde van de gang zou halen. We kunnen nu niet weg.

Day knikt. "Ik denk het,” antwoordt hij bedenkelijk. “Willen jullie nog even slapen of doen we nu een wissel van de wacht?"

"Ik zou op zich nog wel even rust kunnen gebruiken." Ik wrijf even over mijn rug, waar ik meteen spijt van heb. Het mag dan niet ernstig zijn, dat betekent niet dat het geen pijn kan doen.

"Ik vind het goed.” Mijn bondgenoot knikt nogmaals en richt zich dan tot mijn districtsgenote. “Jij ook, Ada?"

Het meisje bromt instemmend, en gaat aan het gerommel en geschuif te horen weer in haar wachtspositie zitten.

"Fijn." Jade tikt nogmaals met haar voet tegen de minotaurus aan, voor ze zich tot ons richt. "Zullen we de minotaurus wat meer in het midden van de gang leggen? Als we hier dan toch blijven dan kunnen we hem in elk geval gebruiken als bunker.” Gezien de hele situatie klinkt ze nog behoorlijk opgewekt, en hoewel ik haar huidige optimisme niet echt kan beantwoorden, laat ik me door Day overeind helpen en help Jade dan het beest naar het midden van de gang te slepen. Het meisje knikt me dankbaar toe, waarna ze terugloopt naar onze spullen en tot mijn grote opluchting de dolk weer terug aan Day geeft, die alweer tegen de muur is gaan zitten. "Bedankt voor het lenen, trouwens,” zegt ze grijnzend, waarna ze simpelweg weer in haar slaapzak kruipt.

Even staar ik naar het wapen, dat inmiddels bedekt is met bloed. Hoewel ik heel goed weet dat het Days bloed had kunnen zijn als ik toen in het Bloedbad niets gedaan hebt, voelt het als een zwak excuus, gewoon een poging om een moord goed te praten. Er zijn hier vandaag zeven kinderen gestorven. Zonder mij hadden twee daarvan misschien nog geleefd.

Even overweeg ik om te vragen of iemand de laatste paar doden gezien heeft, maar eigenlijk is dat niet nodig. Ik heb vier van de zeven doden gezien. Ik weet dat Jamaia een van de laatste drie is, en het kan haast niet anders dan dat de jonge Alan uit District 12 het Bloedbad ook niet overleeft. Dan is er nog maar één dode over, en wij zijn het niet. Ik weet vrij zeker dat het Flynn en Florian ook niet zijn, dus dan blijven enkel Bo, Olive uit District 8 en Dahlia uit District 12 over. Bo is met gemak de sterkste van de drie - hij moet het wel gehaald hebben. De kans is groot dat het de kleine Olive is, of Dahlia, die immers een diepe onvoldoende haalde bij haar privésessies. Het is oké- nee, dat is het niet. Maar wij zijn wel oké, en Bo moet dat ook zijn. Er zijn zeven kinderen dood, en hoewel ik hun bloed nooit meer helemaal van mijn handen af zal krijgen, betekent het voor nu dat wij nog leven. Ik zucht zachtjes en rol me dan op op mijn deken, naast Day, op zoek naar een positie die mijn rug niet teveel belast. "Vrolijke Hongerspelen enzo," mompel ik.

Day werpt me een zwakke glimlach toe. "En nog iets met kansen en voordelen erbij." Hij kijkt even naar de dolk in zijn handen, maar bergt hem dan weer op en kijkt naar mij. "Welterusten."

"Welterusten," antwoord ik. Even overweeg ik om dichter tegen hem aan te kruipen, op zoek naar een klein beetje veiligheid, zelfs al is het niet echt. Maar in tegenstelling tot een paar uur geleden, lijkt er niets meer te zijn wat me tegen het donker kan beschermen.

Reacties (4)

  • Megaeraaa

    Day die zijn bijl gooit is zo iconisch (ik vond al dat hij dat moest doen maar dacht dat hij verstijfd zou staan van angst en dat Jade hem gewoon goed door steken of zo)

    Die berekeningen ook van wie er dood is, best erg eigenlijk:(

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Het is niet echt gooien, maar het werkt. Hij was dichterbij dan Chris dacht
      Tja, het is heel naar, maar dat doet hij toch haast automatisch want eh hij wil wel weten wie het zijn

      2 weken geleden
  • ZainaSwift

    Kudo!

    2 weken geleden
  • Incidium

    nou fuck de minotaurus klinkt eng gevaarlijk hoe jij een gevecht ermee beschrijft. Dat maakt het alleen maar indrukwekkender dat May zo'n ding in haar eentje heeft verslagen. Ik zou zoiets niet graag tegenkomen, iig.
    Chris maakt wel een hoop gevaarlijke aannames. Ik vraag me af hoe schuldig hij zich gaat voelen als door de spelen heen blijkt dat alle andere mensen met aldus Chris lagere kansen dan Bo, het langer overleefd hebben. T is niet jouw schuld Chris...
    als Chris wakker wordt en hij is in zijn slaap wel tegen Day aan geknuffeld word ik boos:D

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      May is er dan ook een Beroeps voor, technisch gezien
      Well hij heeft eerder tegen Bo gevochten dus hij weet hoe sterk hij is, hij houdt er alleen heel weinig rekening mee dat Cabe al dood is, dus dat letterlijk iedereen dood zou kunnen zijn, want eh de sterkste tribuut is dat ook

      2 weken geleden
    • Megaeraaa

      Wat, is Bo dood? Dat mag niet!!😭
      En bedankt voor de spoiler, ik was het alweer vergeten

      2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Het is nog niet duidelijk of Bo dood is - alleen maar dat Chris het niet weet en dus steeds aan de mogelijkheid denkt

      2 weken geleden
  • Duendes

    Zonder hulp van mijn bondgenoten, zou dit mijn einde zijn

    Christian 'ik wil geen bondgenoot' Swan die na nog geen 24 uur in de Arena al beseft dat hij echt wel zijn bondgenoten nodig heeft awhh - maar yepp zijn vechtstok is cool enzo maar niet echt ideaal voor een gevecht tegen zoiets als een minotaurus oef

    Hij is te ver om iets te doen, was net te veel afgeleid en kan nu alleen maar toekijken.

    Sorry Chris oeps Day doet echt zijn best te focussen oeps? Maar hij was niet van plan om alleen maar toe te kijken en kwam wel in actie sooo - laat maar wel op tijd?:Y)

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen