De kou komt als Jade en ik zwijgend onze wacht houden. Het is er plotseling, alsof iets de benauwde hitte die hier tot nu toe hing in één keer allemaal opgeslokt heeft. Ineens begrijp ik waarom we wel degelijk allemaal een jas gekregen hebben: hoewel de dagen bloedheet zijn, koelt het ‘s nachts zo hard af dat iemand zonder jas en zonder een dikke, warme deken het misschien niet zou overleven, of in ieder geval niet echt zou kunnen slapen.

Ik trek mijn deken wat verder over mij en Day heen terwijl ik, voorzichtig om hem niet wakker te maken, iets dichter bij hem ga zitten. De jongen lijkt ondanks de plotselinge kou heel diep te slapen, hoewel alles aan hem alsnog onrust uitstraalt. Heel vreemd is het niet - het lijkt onmogelijk om in de arena te slapen zonder nagejaagd te worden door de nachtmerries die zich overdag in ons brein genesteld hebben. Ik begraaf me iets verder in mijn jas, terwijl ik mijn vechtstok iets steviger vastgrijp en de gang afspeur naar meer tekenen van gevaar, nog een minotaurus, een tribuut, wat dan ook. Maar op onze eigen onrustige ademhaling na, blijft het doodstil, zodat ik ergens dankbaar ben dat de kou me wakker houdt.

Zo vlug als de warmte verdween, zo vlug keert hij weer terug als de eerste beetjes zonlicht terugkeren. Het is ochtend. We hebben de eerste nacht overleefd.

Nog even laten we Ada, Amelia en Day slapen, maar hoe lichter het wordt in de gangen - hoewel het nog steeds niet erg veel licht is - hoe nerveuzer ik word. Dat het ochtend is, betekent waarschijnlijk ook dat de andere tributen grotendeels wakker zullen worden en op pad zullen gaan. Het enige dat misschien nog wel vervelender is dan snel je bondgenoten wakker moeten maken omdat er een Beroeps de hoek om komt, is als die Beroeps in kwestie ook nog eens een ochtendhumeur is. Ergens hoop ik dat geen enkele tribuut een ochtendmens is, zodat we het hele deel van de Spelen waar iedereen elkaar probeert te vermoorden pas tegen de middag weer hervatten en we nog even uit kunnen rusten, maar ik weet eigenlijk heel goed dat ik het daar niet op kan gokken. De kans dat er inmiddels alweer tributen zijn die op jacht zijn, is best aanwezig, en in het doolhof kunnen ze haast uit het niets verschijnen. Ik huiver bij de gedachte. Aderyn heeft vast helemaal geen slaap nodig, dus ik zie haar er wel voor aan om Naeve voor dag en dauw uit haar slaapzak te trekken, omdat ze niet kan wachten om weer bloed te proeven. Ik ben niet van plan om op haar te wachten. We moeten in beweging blijven, het labyrint uit, dichter bij het zonlicht komen.

Gelukkig lijkt Jade het met me eens te zijn, want ze trekt een wenkbrauw naar me op en gebaart dan naar Day, terwijl ze zelf zachtjes Amelia wakker schudt. Even kijk ik aarzelend naar mijn slapende bondgenoot, wie ik het echt wel gun om nog ietsje langer te kunnen blijven liggen, maar ik weet dat het averechts zou werken als er dan inderdaad een andere tribuut zou komen. Daarnaast heb ik zo het vermoeden dat Jade hem wel wakker zou maken, als ik het niet doe. Ik zucht, leg zachtjes een hand op zijn schouder en maak hem wakker.

Met een veel te lege maag en - op Amelia na - bij lange na niet genoeg slaap, lopen we even later weer door de gangen. Waar er gisteren nog wel af en toe gepraat werd, is het nu grotendeels stilgevallen. We zijn allemaal te moe voor inhoudsloze gesprekken, zeker met het vooruitzicht dat het heel goed mogelijk is dat we nog een hele dag, misschien zelfs meer, misschien de rest van onze korte levens, door deze gangen zullen lopen. Ergens is het ook gewoon praktisch: hoe stiller wij zijn, hoe groter de kans is dat wij hetgene dat ons dood wil hebben horen voordat het ons hoort.

Hoewel ik geconcentreerd probeer te luisteren, schrik ik enorm als na een hele tijd lopen ineens het geluid van een kanonschot door de gangen galmt, zoveel harder dan het op televisie altijd leek. Het geluid echoot door de gangen, blijft nog even hangen in de terugkerende stilte, alsof het ons de kans wil geven om te beseffen wat het geluid nou echt betekent. Acht. Er is weer iemand dood.

Hoewel ik er eigenlijk niet aan wil denken, ga ik in mijn hoofd af wie het zouden kunnen zijn. Theoretisch gezien is dat iedereen, maar in feite is die kans een stuk groter bij sommige mensen dan bij anderen. Het is onwaarschijnlijk dat het een Beroeps is. Als de duo’s van Aderyn, Samuel en May elkaar tegengekomen zouden zijn en er een gevecht losgebarsten was, hadden er waarschijnlijk twee schoten moeten klinken. Het is onwaarschijnlijk dat in een dergelijk duel een van de twee zou overleven, en zijn of haar teamgenote zou weten te ontkomen. De Beroeps doen hun werk meestal grondig, waar mogelijk. Het is waarschijnlijker dat het gaat om iemand wiens teamgenoot al dood is, maar ik kan me niet meer precies herinneren wie er nou precies allemaal een duo was met wie. Het zou Sean uit District 4 kunnen zijn - ik weet niet meer zeker wie zijn teamgenoot was, maar volgens mij was het Mary uit District 3 - maar ik heb hem zien trainen, en ik kan me haast niet voorstellen dat hij het af zou leggen tegen de meeste andere tributen - hoogstens tegen Aderyn en Naeve of Florian en Samuel. Een andere optie is dat het Olive uit District 8 of Dahlia uit District 12 is - hoewel ik vermoed dat één van hen in het bloedbad omgekomen is, zou in ieder geval de ander nog moeten leven, en misschien zelfs allebei nog - tot nu, als dit kanonschot voor één van hen was. Het zou misschien ook Caithlynn uit District 6 kunnen zijn, het meisje dat ik in de Hoorn tegen kwam. Zij heeft gisteren overleefd, tot mijn opluchting, ondanks dat ik haar behoorlijk in gevaar gebracht heb, maar dat wil niet zeggen dat ze net zoveel geluk heeft gehad in het labyrint. Ik denk dat vrijwel iedere tribuut die alleen is een probleem heeft, als diegene een sterk tweetal of een minotaurus tegen zou komen.

De andere opties die in mijn hoofd opkomen, duw ik vlug weer weg. Parveen. Bo. Het is niet onmogelijk, maar ik wil er niet aan denken. Parveen is ontzettend slim. Bo is sterk. Ze vinden wel iets. Zij leven nog. Dat moet.

Day huivert en Jade schudt haar hoofd. "En dat maakt acht," zegt ze zacht, maar haar blik verhardt zich meteen weer, als ze naar de gang voor ons knikt. "We moeten vandaag die uitgang vinden," gaat ze zakelijk verder. Niets in haar stem laat merken dat ze überhaupt denkt aan het kind dat zojuist gestorven is, iemand waar ze misschien wel mee gepraat heeft, met wie ze het misschien goed kon vinden. Iemand die het niet verdiende.

"Een derde van de groep is dood, écht dood.” Mijn stem is vele malen luider en instabieler dan ik graag zou willen. Ik bal mijn vuisten als ik aan de namenlijst op de muur van mijn Startkamer denk. Een derde van de namen die ik opschreef, behoren toe aan iemand die inmiddels alleen nog in herinneringen bestaat. Het is niet eerlijk. “Hoe kun je zo rustig blijven?"

Als Jade over haar schouder kijkt, lijken er jaren aan vermoeidheid in haar ogen te liggen. "Omdat ik wel kalm moet blijven en door moet gaan." Ze werpt me een flauwe glimlach toe, maar haar toon blijft ernstig. "Als ik er nu bij stil ga staan, ga ik mogelijk instorten en ik vind dit geen comfortabele plek om even te gaan huilen, eerlijk gezegd," zegt ze, gebarend naar de muren om ons heen.

Ik bijt op mijn lip, gefrustreerd door het feit dat ik weet dat ze gelijk heeft. We kunnen nu niet instorten, niet gaan huilen, maar het idee van nu doorgaan voelt volkomen harteloos. Degene die nu dood is, zou een vriend kunnen zijn, en we zouden niet eens de tijd nemen om voor hem te rouwen, terwijl dat in de Hongerspelen het enige is wat je voor iemand kan doen. Nu doorgaan is geen teken van kracht. Het is een teken dat we nu al zoveel van onze menselijkheid zijn kwijtgeraakt. Toch haal ik diep adem en loop met stevige passen Jade voorbij, zodat ik de groep door de gangen leid. "Oké. Prima,” zeg ik. Mijn stem vlakt af tot haar eigen kille toon. “We gaan door." Ik zucht en staar naar de weg voor me, de kronkelende paden waar ik de logica niet in kan zien. "We moeten hier weg.”

Iedere seconde in het labyrint is er één te lang, en ik heb geen idee hoeveel het er nou eigenlijk zijn. Het enige beetje hoop haal ik uit het feit dat met iedere gang die ik insla, een klein beetje meer licht naar binnen valt. Ik zoek de gangen omhoog, die ons een teken geven dat we in de buurt komen van een uitgang, maar ik ben doodsbang dat de wegen naar het licht simpelweg in een dood spoor eindigen. De gedachte dat er misschien wel helemaal geen uitgang is, en dat we zo de rand van de arena bereiken, maakt me benauwd.

Maar net als ik die angst uit wil spreken, voel ik de wind, een heel zachte, verkoelende luchtstroom. Snel ren ik de hoek om, zodat ik ineens op een kruispunt sta. Van de vele paden, is er één die duidelijk omhoog loopt, een steile, rotsachtige tunnel, waar de frisse lucht wel vandaan moet komen. Ik haal diep adem, voel hoe de verkoelende lucht mijn longen vult, terwijl ik snel mijn handschoenen aantrek. "Jongens, ik denk dat dit naar boven gaat,” zeg ik, zonder me überhaupt om te draaien naar de groep. Mijn blik is op de tunnel gefixeerd. “Dit moet een uitgang zijn. We zijn er." Mijn stem trilt, maar het kan me even niet meer schelen. Meteen zet ik mijn handen op de rotsen en begin door de tunnel omhoog te klauteren. Het enige waar ik nog aan kan denken is de zon.

"Ik hoop het zo," hoor ik Day achter me zeggen, gevolgd door het gerommel van de rest van de groep die achter me aan begint te klimmen. Ik kijk niet om, steek geen hand uit om te helpen - de meesten hadden dat toch niet nodig gehad. Ik kijk alleen vooruit.

Als de tunnel weer af vlakt, voel ik het licht op mijn gezicht vallen. Een meter of twintig verderop, houden de stenen muren op. Ik kan niet zien wat zich daar bevindt, en het maakt me niet uit. "We zijn buiten,” roep ik, tegen de rest van de groep, tegen Day, tegen de wereld, tegen mezelf. “We hebben het gehaald." En alsof het het enige is dat nog bestaat, ren ik op het zonlicht af.

Reacties (2)

  • Incidium

    Ergens hoop ik dat geen enkele tribuut een ochtendmens is, zodat we het hele deel van de Spelen waar iedereen elkaar probeert te vermoorden pas tegen de middag weer hervatten
    lol mood
    Iedere seconde in het labyrint is er één te lang, en ik heb geen idee hoeveel het er nou eigenlijk zijn.
    tsja chris dan had je maar een rekenmachine mee moeten nemen bij de hoorn
    tijd voor zonlicht whoo

    2 weken geleden
  • Duendes

    Ohmygosh Chris is zo intens aan het moodswingen zonder zijn momentje fotosynthese manxD
    Gelukkig kan hij nu even veel zonlicht absorberen enzo en ohmygosh Chris die kinda als een kleuter daar staat te schreeuwen van "we did it!" om meteen naar buiten te rennen is zo cute i cant

    2 weken geleden
    • Samanthablaze

      De claustrofobie en het slaapgebrek helpen natuurlijk ook niet, maar ja, Chris heeft zijn zonlicht nodig
      Hij is al lang genoeg in het doolhof geweest, hij wil nu weg

      2 weken geleden
    • ZainaSwift

      Ja dat denk ik ook! Hij wil er zeker wel uit...

      2 weken geleden
    • Samanthablaze

      Chris is gewoon een plantje, hij heeft zonlicht en water nodig

      2 weken geleden
    • ZainaSwift

      :)Ja je kunt hem daarmee vergelijken

      2 weken geleden
    • Duendes

      Freaking mood wel tbhxD
      En je vriendelijk tegen ze praten helpt ook right?

      2 weken geleden
    • ZainaSwift

      ;)

      2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen