Het is aan het einde van de middag, samen met mijn broer James kom ik thuis van school, het is mijn elfde verjaardag en als ik thuis ben zie ik dat mijn moeder bezig is met mijn lievelingsavondeten. Mijn vader is nog aan het werken in een van de boerderijen van het district. Ik ga naar de bovenverdieping en vanuit het raam kan ik het plein zien. Een vredesbewaker sleurt een jongen van ongeveer mijn leeftijd het plein op. Het is Ruben, hij zit bij mijn in de klas en is mijn allerbeste vriend, ook is hij de zoon van onze dorpsarts. De vredesbewaker bindt hem aan een ijzeren paal en pakt een zweep. Hij slaat Ruben op zijn rug, en nog eens, en nog eens. Totdat de jongen het uitschreeuwt van de pijn. Ik ren naar beneden en vertel James en mijn moeder wat ik zag. Met zijn drieën rennen we naar het plein, het halve dorp is ondertussen gekomen, want er zijn nog nooit lijfstraffen uitgevoerd op kinderen. Ook Rubens moeder rent het plein op. “Laat hem gaan, alsjeblieft laat hem gaan,” smeekt en schreeuwt ze. Maar de vredesbewaker schud zijn hoofd. “Dat krijg je ervan als je van de vredesbewakers steelt.” Zegt hij droog. Rubens moeder barst in tranen uit en probeert nog enkele keren de bewaker over te halen. Maar hij geeft geen krimp. Hij blijft hem slaan en het bloed komt uit zijn hele rug. Ik vind het verschrikkelijk dat zoiets gebeurd, en zelfs nog verschrikkelijker dat het bij mijn beste vriend gebeurd. Vanmiddag op school speelde we nog verstoppertje in de pauze en praatte we over van alles terwijl we eigenlijk stil aan ons werk moeste. En nu zit hij daar. Ik kan mijn ogen niet van hem af houden en sta verstijfd op de grond. Na nog een aantal heftige slagen stopt de vredesbewaker. “Ontruim het plein,” roept hij net zo droog als eerst. Heeft hij wel gevoel? Een gevoel van spijt voor zijn acties? Hij heeft net namelijk wel mijn beste vriend geslagen en niet zo’n beetje ook. Rubens moeder en een paar andere volwassenen maken Ruben los en nemen hem mee naar zijn huis. Ook mijn moeder en ik gaan mee. Rubens moeder maakt alles gereed om Ruben te verzorgen maar is te over stuur om dat daadwerkelijk te doen. Mijn moeder pakt alles over. “Laat mij het doen, ik heb al vaker geholpen en jij kan het echt niet” Langzaam knikt Rubens moeder. Ze gaat aan de andere kant van de kamer zitten om meer ruimte voor mijn moeder te creëren. Na een paar minuten kijkt mijn moeder op. Ze heeft een blik in haar ogen die ik niet kan lezen. “Hij is dood, Nathalie,” verteld ze met tanen in haar ogen. Het duurt even voordat ik besef wat er net is gezegd. Maar als ik het door heb gaan er verschillende emoties door me heen. Angst, woede, verdriet, medelijden. “Het kan niet!”, schreeuw ik. “Het mag niet! Ik kan niet zonder hem leven, ik… ik…” Maar verder kom ik niet want ik begin heel hard te huilen. Mijn beste vriend is dood. Ik voel twee armen om me heen. Die van Nathalie. Ze knuffelt me en ik probeer te stoppen met huilen, ik ben dan misschien mijn beste vriend verloren, zij is haar zoon verloren bedenk ik me. Mijn snikken verminderd en Nathalie laat me los. “Wil je even afscheid van hem nemen?” Vraagt ze en zachtjes knik. Mijn moeder en Nathalie verlaten de kamer. Ik loop richting Ruben en knuffel hem voor de laatste keer. “Ik ga je missen Ruben. En ik zorg ervoor dat Capitool betaald krijgt voor wat ze je hebben aangedaan. Ik beloof dat ik nooit zo’n stom en verschrikkelijk persoon wordt en ik beloof dat ik je altijd zal blijven herinneren en dat ik van je blijf houden.”
Het was de eerste dood die ik meemaakte en sinds dien veranderde mijn persoonlijkheid. Ik werd agressiever en begon meer regels te overtreden dan me lief was. Ik had al meerdere keren slagen opgelopen, maar ik voelde ze nauwelijks. Mijn gedachte bleven bij de ene jongen die iets verschrikkelijks had meegemaakt en daar zou het Capitool voor boeten.”
Plotseling zie ik mezelf, ik ben al ouder en sta in de arena. Ik zie hoe de oudere versie van mezelf de jongen uit district 11 zonder enige aarzeling vermoord en zijn spullen afpakt zonder schuldgevoel. En dat voelt als een steek in mijn maag. Bij deze moord ben ík de gevoelloze moordenaar en dat terwijl ik Ruben beloofde dat ik nooit zoals hen zou worden en het Capitool betaald zou zetten.


Badend in het zweet wordt ik wakker. Ik moest vast in slaap zijn gevallen toen mezelf zat op te warmen bij mijn kampvuur dat nog steeds aanstaat. Vlug doof ik hem. Gelukkig ben ik niet gevonden en vermoord. Al was dat waarschijnlijk beter geweest, denk ik erachter na met het mijn droom nog vers in mijn geheugen. Wat ben ik voor een verschrikkelijk mens, ik heb iemand vermoord zonder schuldgevoel. Ik mijn belofte aan mijn beste en enige vriend gebroken. Ik ben net zo’n stom persoon als de mensen uit het Capitool. Er loopt een rilling over me heen en ik besef hoe koud het is. Ik rol me in mijn deken en bedek met mijn handen mijn oren. Langzaam huil ik mezelf weer tot slaap.

Reageer (1)

  • Samanthablaze

    Natuurlijk overleeft een kind zoiets niet:|
    Ah, daar is het schuldgevoel. Welkom in de Hongerspelen meid
    Niet teveel huilen, daarvoor heb je niet genoeg te drinken beschikbaar denk ik

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen