De mist wordt langzaam maar gestaag dichter, waardoor het zodra je heel even niet oplet ineens lijkt alsof de wereld een heel stuk witter en vager geworden is. Waar we eerder vandaag eindeloos ver konden kijken, is het inmiddels onmogelijk geworden om zelfs maar te zien waar de dikke wortels de grond in verdwijnen. De ruimte om ons heen is opnieuw gekrompen, verduisterd, maar de mist is op een hele andere manier dan de muren van het labyrint verontrustend. De witte flarden lijken haast te leven, terwijl ze om ons heen kruipen, steeds dikker en steeds dichterbij.

Jade pelt nerveus kleine stukjes schors van de boom af, om maar iets in haar handen te hebben, terwijl ze fronsend naar de mist staart, alsof die uiteen zal wijken zoals de mensen tijdens de Boete dat doen - of, Jade kennende, zoals vrijwel iedereen waarschijnlijk doet als zij aan zou komen lopen. "Het wordt alleen maar erger - het lijkt haast massief."

"Ik ben niet van plan om dit te testen, maar het lijkt niet giftig te zijn,” merkt Day aarzelend op. Voorzichtig strijkt hij met zijn vingers langs het gras dat tussen de wortels groeit, dat inmiddels al een beetje nat geworden is. “Het gras ziet er normaal uit, ook dichtbij de mist."

Ada, die met haar rug tegen de stam gehurkt zit, blijft behoedzaam de omgeving scannen, totdat ze ineens met een ruk opzij kijkt. "Zagen jullie dat ook?" Haar ogen vernauwen zich als ze de mist in staart, in haar diepe, behoedzame en ontzettend onrustige focus.

Ik slaak een diepe zucht, terwijl ik haar blik volg en de mist in tuur. "Wat nu weer? Weer zo'n minotaurus?" De plek waar Ada naar keek, lijkt echter enkel een dikke, witte waas, met daaronder de hele vage contouren van het grasveld - leeg. Ik kijk het meisje sceptisch aan. "Of zit je ons gewoon nerveus te maken? Want dat lukt aardig."

"Ja, ik doe het expres, alleen om jou te stangen," snauwt het meisje sarcastisch terug, waarna ze haar kwade blik stug weer op de mist focust en haar schouders optrekt. Waar Jade echter nog best een kans zou hebben om de mistflarden te intimideren, lachen ze Ada waarschijnlijk alleen maar uit, terwijl ze steeds dichterbij kruipen. Als de mist echter echt zou leven, zou het waarschijnlijk snel weer opklaren - ik kan me niet voorstellen dat er iets is dat het lang met haar uithoudt, afgezien van Days engelengeduld misschien. "Ik dacht dat ik iets zag."

Day laat zijn blik rondglijden, vanuit onze half tussen de wortels verscholen positie, maar dan schudt hij zijn hoofd. "Volgens mij is er niets, maar ik kan me goed voorstellen dat het zo lijkt,” zegt hij kalmerend. “De mist laat alles er vrij spookachtig uitzie-"

Amelia slaakt een verschrikte kreet, waarna ze vlug een hand voor haar mond slaat. Rillend, lijkbleek en met tranen in haar ogen, staart het meisje in de verte, voor zover de mist dat toelaat - een volledig andere kant dan waar Ada net beweerde iets te zien. "Ik- ik dacht ook…” stamelt het meisje, “er was daar iets!" Maar als we zoekend haar blik volgen en niets dan mist zijn, verschijnt er naast angst ook verslagen aarzeling op haar gezicht. "Ik... Ik dacht echt..."

Ik vloek en sta op, terwijl ik een klein stukje begin te ijsberen, voor zover de wortels dat toelaten. "Vinden jullie dit soms grappig?” Ik kijk Ada en Amelia om beurten aan, waarbij het me niet lukt om mijn woede te verbergen. Als er echt iets is, dan zou het ofwel heel snel moeten zijn, ofwel vrijwel onzichtbaar en in grote getalen. Waarschijnlijker is dat de twee meiden in hun paniek vanalles denken te zien, terwijl er eigenlijk niets is, en daarin elkaar en ons steeds meer tot waanzin drijven. “Als je zoveel herrie maakt, is er straks inderdaad iets,” snauw ik Amelia toe, waarna ik me tot Ada richt, “en anders gaat straks iedereen hier nog dingen zien omdat jullie ontzettend je best lijken te doen om ons paranoïde te maken."

"Ja, echt hilarisch, ik kom niet meer bij." Met een schampere, humorloze lach - het enige soort lach waar ze waarschijnlijk toe in staat is - kijkt ze me aan, wat al snel weer in haar kwade, duidelijk niet geamuseerde blik veranderd. Dan wendt ze haar blik weer af, om opnieuw het eindeloze niets om ons heen af te speuren. Het was ook een stomme vraag van mijn kant, natuurlijk. Natuurlijk vindt Ada het het niet grappig. Dat is niet een emotie die zij lijkt te kunnen ervaren.

Amelia krimpt ineen onder de harde, felle woorden. "Nee, ik…” stamelt ze, nog altijd trillend, terwijl ze nog wat meer ineen duikt tegen de boom. “Ik dacht echt dat ik iets zag!"

"Kom op, jongens,” zegt Day kalm, terwijl hij een sussend handgebaar naar ons maakt. “Iedereen is gespannen en moe en dat zorgt er waarschijnlijk voor dat het lijkt alsof er hier dingen zijn." Hij richt zijn blik op mij, en hoewel hij niets direct tegen mij zegt, lijken zijn groene ogen te smeken om Ada’s reactie te laten gaan. Dit keer ebt de spanning in mijn lichaam echter niet weg. "Laten we nu niet gaan vechten en onze aandacht erbij houden - gewoon voor het geval dat," probeert hij. Ondanks alles lijkt hij ongelooflijk kalm en ijzersterk te blijven, hoewel ook zijn handen een beetje trillen.

"Alsof ik mijn aandacht ergens bij kan houden als zij steeds beginnen te piepen," mompel ik terug, maar ik laat me wel weer tussen de wortels zakken en kijk om me heen. Een fractie van een seconde denk ik vanuit mijn ooghoeken iets te zien, een vage schim in de mist, beweging in de verte, een teken van leven, maar als ik die kant op kijk, is er niets. Natuurlijk is er niets. Er is nooit iets geweest, op de waanbeelden van Ada en Amelia na. De enige reden dat ik dingen begin te zien, is dat zij zo paranoïde doen, waarmee ze met mijn gedachten spelen. Ik weet beter dan dat. Er is niets.

Mijn bondgenoot glimlacht, voor hij zich tot het kleine meisje richt, en een geruststellende hand op haar schouder legt. "Rustig blijven, oké?” zegt hij zacht. “Als je er zo bang voor bent, zie je juist alleen maar meer."

Heel even krimpt Amelia ineen onder zijn aanraking, maar dan klikt ze kleintjes naar hem. "Ik verzin het echt niet." Haar trillende stem klinkt alsof ze ieder moment in tranen uit kan barsten, en breekt dan, waarop het meisje zich nog kleiner maakt.

"Ah, ja, dat verklaart waarom alleen jullie twee iets 'zien'.” Het bittere sarcasme druipt van mijn stem af, maar tot mijn ergernis merk ik dat die veel meer trilt dan zou moeten. Er is niets om me druk over te maken. Het is niet echt. Er zijn geen schimmen in de mist, geen mensen, geen monsters, als je daar in de Spelen überhaupt nog een verschil in aan zou kunnen wijzen. “Het is helemaal echt en zeker niet je eigen angst die wordt opgefokt door dit zonnestraaltje hier." Ik knik naar mijn districtsgenote, die me een hele vuile blik toewerpt.

"Ja, het is duidelijk te merken dat jij er absoluut geen last van hebt,” kaatst ze net zo sarcastisch terug. “Gelukkig ben jij zo'n baken van rust."

“Jongens, toe nou," probeert Day nogmaals, maar hij wordt afgekapt door Jade, die tot nu toe in diepe focus op de omgeving en de mist gericht was.

"Gewoon koppen dicht als jullie alleen maar lopen bekvechten." Jades toon is scherp en resoluut, terwijl ze met mes in haar hand draait dat zojuist nog aan haar riem hing. Ook zij is duidelijk van streek, maar haar bazige, haast dreigende houding maakt me alleen maar kwaad.

"Sinds wanneer ben jij de baas?"

"Aangezien jullie je allemaa-"

"Jade, alsjeblieft." Day legt een hand op haar schouder, waarmee hij haar met zijn vriendelijke, warme toon, maar ernstige blik het zwijgen oplegt. "Probeer alsjeblieft niet steeds op elkaar te reageren."

Voordat ik iets terug kan zeggen, wordt mijn aandacht echter naar de hemel getrokken. Het volkslied galmt over het veld, dreunt door de stam van de boom heen, die net als de rest van de wereld zachtjes trilt. Tussen de mist door, in een spookachtig blauwe gloed, gloeit het logo van het Capitool, als voorbode voor het gezicht van de dode van vanmorgen. "We hebben de tweede dag overleefd," mompel ik, terwijl ik snel tot de goden die ik kan bedenken bid dat hetzelfde geldt voor Parveen en Bo.

"De tweede dag overleefd en uit het labyrint gekomen." Day werpt me een zwakke glimlach toe, die ik met een al net zo zwakke glimlach beantwoord. We zijn in ieder geval weg uit dat afschuwelijke labyrint - we hebben zelfs een boom gevonden met meer dan genoeg eten. "Dat is toch best een succesvolle dag, soort van." Dan richt Day zich weer op de hemel en volg ik zijn voorbeeld.

Het portret dat verschijnt lijkt klopt niet. Olive, het meisje uit District 8 dat zo’n grote mond had toen ik met haar in de lift stond verschijnt, maar haar foto laat een rilling over mijn rug trekken. Het is te echt, te levendig, en haar indringende blik lijkt een beschuldiging en een dreigement. Het is alsof ze me recht aankijkt, alleen naar mij, alsof ik haar moordenaar ben, of alsof ik haar dood had kunnen voorkomen. Heel even voelt het alsof ik weer een gezin van hun kind beroofd heb, en alsof ik de volgende ben die aan de hemel zal verschijnen - misschien niet vandaag, maar dan wel morgen.

Waarschijnlijk betekent het dat Dahlia inderdaad gisteren is overleden, en dat Bo in orde is. Parveen leeft sowieso nog, tot mijn opluchting, ook al weet ik dat ik die gedachte niet meer lang vol zal kunnen houden, naarmate de Spelen vorderen. Maar zolang ik daar niet aan probeer te denken, voelt dat nog heel ver weg. Tweederde van de groep is nog over. Er is nog tijd om de realiteit te negeren.

Jade blijft even stokstijf stilstaan, het mes stevig in haar handen geklemd, voordat ze langzaam weer ontspant en naar de hemel fronst. "Door de mist ziet het portret er best wel eng uit."

Ik werp een blik op Day, die zijn aandacht nog altijd met een gekwelde frons omhoog gericht heeft, en blijf dan nog even naar de foto van het meisje kijken, ook al zorgt alles aan haar blik ervoor dat ik mijn ogen snel weer neer wil slaan. "Het is maar mist," mompel ik, vooral om mezelf te kalmeren, hoewel Day ook langzaam knikt, alsof hij die bevestiging nodig had. Maar zodra ik die woorden uitspreek, begin ik eraan te twijfelen. Alles voelt vreemd, ongemakkelijk, angstaanjagend. Er klopt iets niet. Er is iets helemaal mis.

In de stilte en het duister dat het einde van het volkslied achterlaat, dwaalt mijn blik weer af omlaag. Nog een rilling trekt over mijn rug, als ik merk dat in de paar seconden dat we naar de lucht keken, de mist nog veel dichter is geworden. De takken boven ons zijn nauwelijks nog zichtbaar, en van de omgeving is al helemaal niets meer te zien.

"Het wordt erger," mompelt Ada, en voor de verandering heb ik geen antwoord. Ze heeft gelijk. Er is teveel mist, er zijn teveel gekke dingen. Het klopt niet. Dit kan niet normaal zijn.

In mijn ooghoeken blijf ik beweging zien, schaduwen, maar ik sluit mijn ogen. Er is niets. Alle tributen gaan nu slapen, en de minotaurus blijft in zijn doolhof. Het is maar mist, een stomme truc om ons bang te maken, die vervelend goed lijkt te werken. Het is niet echt. Er is niets. Alleen wij, de boom en de lege vlakte om ons heen.

Op het moment dat ik weer kijk, verwacht ik dat de schimmen verdwenen zijn, en dat de mist weer enkel een witte muur om ons heen is, waarin niets te zien is, behalve wat we er zelf op projecteren. Niets. Ik wil niets zien. Maar als ik mijn ogen open doe, is de beweging niet weg. In plaats daarvan lijkt de schim groter te worden, menselijker, terwijl het meer en meer vorm begint te krijgen. Dit is geen waanbeeld, geen projectie van angst, geen stomme truc van het Capitool of een mutilant. Dit is een andere tribuut, die recht op ons af komt lopen, door de mist heen. "Er komt iemand aan." Ik grijp mijn stok beet en sta langzaam en behoedzaam op, terwijl ik me uit alle macht probeer te focussen op de gestalte die onze kant op loopt.

Alles is vaag, nauwelijks zichtbaar, maar dat is genoeg. In de zwart-witte wereld om ons heen, zou ik dat rood overal hebben herkend.

Reacties (4)

  • Incidium

    Chris is goed in ontkenning, hij heeft het veel geoefend. Zonder Day hadden Chris en Ada elkaar waarschijnlijk helemaal vermoord damn. Amelia verdient het niet zo gedisrepected te worden door Chris. Stress nawh
    Ik moet toegeven dat ik helemaal vergeten ben wie er rood draagt in deze arena, oeps:D

    1 week geleden
    • Samanthablaze

      True, Chris moet meer lief gaan doen
      Tja, dan zul je moeten wachtenxD

      1 week geleden
  • Duendes

    Er zijn geen schimmen in de mist, geen mensen, geen monsters, als je daar in de Spelen überhaupt nog een verschil in aan zou kunnen wijzen.

    Oké maar even DAMN- ik was gisteravond te moe en heb toen over deze zin heen gelezen maar holyshit die is heel erg sterk en nu ga ik even huilen awh arme kids

    1 week geleden
    • Samanthablaze

      Awh thanks
      Yeah de Spelen zijn niet op leuk, waarom doen we dit ook alweer?

      1 week geleden
  • Megaeraaa

    "Ik ben niet van plan om dit te testen,
    goed zo, hij leert snel

    Er zijn geen schimmen in de mist, geen mensen, geen monsters, als je daar in de Spelen überhaupt nog een verschil in aan zou kunnen wijzen.
    er schoot me een verschrikkelijk gemene grap tebinnen:
    Er is daar wel een monster, Ada/Chris


    DIT HOOFDSTUK IS SO SPANNEND, IK WIST NIET DAT MIST ZO ENG KON ZIJN!!!
    Eerst dacht ik dat Samuel en Florian uit de mist gingen komen

    1 week geleden
    • ZainaSwift

      Ja dat dacht ik ook!:)

      1 week geleden
    • Samanthablaze

      Ada heeft theoretisch niet zoveel fout gedaan. Ze heeft niet eens een wapen (zegt ze)
      Dat zou niet best zijn

      1 week geleden
    • Megaeraaa

      Chris vind van wel. Je weet maar nooit...

      1 week geleden
  • Duendes

    Love it hoe Chris van iedereen hier duidelijk wel het meeste respect voor Jade heeft en like valid wel Jade is een freaking Queen maar het is echt heerlijk en cute awh like

    Waar Jade echter nog best een kans zou hebben om de mistflarden te intimideren

    LOVE IT

    Ondanks alles lijkt hij ongelooflijk kalm en ijzersterk te blijven, hoewel ook zijn handen een beetje trillen.

    Hij doet echt heel erg hard zijn best awh mijn kindje

    Alles is vaag, nauwelijks zichtbaar, maar dat is genoeg. In de zwart-witte wereld om ons heen, zou ik dat rood overal hebben herkend.

    Deze zinnen OHMYGOSH NO intens intens intens nooo

    1 week geleden
    • Samanthablaze

      Ja we houden van Jade. Ze is cool. En Chris weet ergens wel dat zij zijn grootste bedreiging is in deze groep. Ze is slim en nogal sterk
      We houden ook van Day, de hele groep eigenhandig tegelijk bij elkaar en uit elkaar houden is niet makkelijk
      Shit get's real wooo

      1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen