. . .

Vanuit de schaduwen keek de zielloze naar het zwartharige meisje.
      Hoe ze voor de struiken neerknielde en inzoomde op een vlinder.
      Zijn huid jeukte, hij kon haar bloed horen gonzen.
      Hij slikte, al ging de schrijnende dorst daar niet mee weg.
      De dorst die er al sinds zijn ontwaken was en iedere dag heviger werd. Geen druppel water kon het lessen.
      Morpheus had gezegd dat hij haar ervan moest overtuigen om vrijwillig haar bloed aan hem af te staan. Pas dan ging de vreselijke dorst weg. Als hij het kwaadwillig probeerde, zou hij zich aan haar branden.
      De Zielloze wist niet beter dan dat het zo werkte.
      Hij deed wat hem verteld werd.
      Wie hij was, wát hij was – hij had geen flauw idee.
      Maar het meisje daar was heette Abigail en ze moest haar leven opgeven.
      Dat was alles wat hij wist.

. . .


De cursus fotografie had Abigail goed gedaan. Hoewel ze verschillende soorten fotografie had uitgeprobeerd – portretten, evenementen en natuur – beviel de laatste categorie haar het meest. Vroeger werd ze graag omringd door anderen, tegenwoordig vond ze alleen nog rust in de natuur.
Voor haar leven zo’n ommezwaai maakte, had ze zich nooit echt bekommerd om de natuur. Het had ver van haar afgestaan. Met deze nieuwe interesse was het alsof ze zich weer als persoon begon te ontwikkelen. Of ze pijn en verdriet achter zich kon laten. Beetje bij beetje, natuurlijk.
      Zou Juice van de natuur hebben kunnen genieten?
      Hij was opgegroeid in een grote stad en sinds hij op zijn achttiende van de mafia was weggevlucht was zijn leven een rollercoaster geweest. Zijn leven was een en al haast, met weinig tijd voor zelfontplooiing. Alles stond in teken van de Sons of Anarchy. De club waaraan hij zijn leven had toegewijd. Die dusdanig veel van hem geëist had dat ze uiteindelijk zelfs zijn leven hadden genomen.
      Had hij überhaupt van het leven kunnen genieten?
      Tweeëndertig was hij geworden – en veel van die jaren waren ellendig geweest, met een liefdeloos thuis en een clubleven waarbij hij constant het gevoel had gehad dat hij tekortschoot, dat hij er niet echt bij hoorde.
      En zij?
      Was zij hem tekortgeschoten?
      Had zij hem de ruimte gegeven om helemaal zichzelf te zijn?
      Had ze harder haar best moeten doen om hem weg te leiden van het leven waarvan ze vanaf het allereerste begin had geweten dat het eens zijn ondergang zou worden?
      Of had ze te snel toegegeven, omdat ze niet beter wist dan het biker-wereldje waarin ze was opgegroeid en het vertrouwd voelde, ondanks alle offers die iedereen bracht, ondanks alle verkeerde dingen die er werden gedaan, de pijn die ze elkaar en hun omgeving aandeden?
      De afgelopen jaren waren er zoveel mensen gestorven. Clubleden – hun familieleden…
      Waarschuwing na waarschuwing had ze gekregen en toch had ze het zo ver laten komen.
      Of hadden Juice en zij er te diep in gezeten?
      Was deze afloop onvermijdelijk?
      Ze slaakte een zucht en kwam overeind.
      Het had geen zin om in het verleden te blijven hangen. Wat was gebeurd, was gebeurd.
      Ze moest verder met haar leven.
      Dat voornemen verdween op slag toen ze een eindje verderop een bekend gezicht ontwaarde.
      Maar – dat kon toch niet?
      Haar hand schoot naar haar hals, opeens bonkte haar hart wild. Dat lange haar, dat vriendelijke gezicht…
      Maar dat kan niet, Abigail. Opie is dood.
      Maar ze was met de jongen opgegroeid, ze zou hem uit duizenden herkennen… Hij kon onmogelijk een tweelingbroer hebben die er zó uitzag.
      ‘Opie?’ fluisterde ze.
      De wereld duizelde. Ze knipperde met haar ogen, half verwachtend dat hij daarna verdwenen was.
      Was hij een geest?
      Was ze gek aan het worden?
      Haar handen beefden. Met onstabiele stappen liep ze op haar beste vriend af.
      Die staarde haar onbewogen aan. Zijn hoofd een beetje schuin, alsof hij haar bestudeerde.
      ‘Ope?’ voeg ze met trillende stem.
      Hete tranen gleden over haar wangen toe ze tegenover hem stond. Ze hief haar handen en legde die tegen zijn gezicht.
      Hij voelde koud.
      ‘Harry?’ vroeg ze dit keer – refererend naar zijn geboortenaam.
      Zijn lippen weken van elkaar, maar hij sprak geen woord.
      De altijd zo zorgzame blik was uit zijn ogen verdwenen. Hij staarde haar aan alsof ze een vreemde was.
      ‘Hoe kan dit?’ fluisterde ze vol ongeloof. ‘Ik dacht dat je dood was.’
      Ze hadden haar verteld dat hij in de gevangenis was gestorven. Doodgeslagen met een knuppel.
      Jax was gedwongen geweest om toe te kijken – hij was er nooit bovenop gekomen.
      Dat kon toch onmogelijk een leugen zijn geweest?
      ‘W-waarom zeg je niets?’ vroeg ze met een trillende lip. Ze begon te snikken. ‘Ik snap er niks van. Wat – wat is er gebeurd?’
      ‘Ik weet het niet.’ De woorden klonken aarzelend, alsof het moeite kostte ze te formuleren. ‘Ik weet niet wie jij bent. Wie ik ben.’
      Haar mond zakte open.
      Was hij zijn geheugen kwijtgeraakt?
      ‘Oh Ope…’ Ze wierp haar armen om de reus heen en trok hem tegen zich aan, begroef haar gezicht tegen zijn borst. ‘Je bent mijn beste vriend, Ope. Dat is wie je bent.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen