De mist wordt alleen maar dichter, alsof dikke, witte muren zich om me heen vormen en me steeds verder insluiten. Het is alsof ik wederom gevangen zit ondergronds, in grotten en gangen tussen de wortels, omringd door zand en duister. Wat Jade ook aan het doen is, het helpt niet. Niet genoeg.

Ik zou haar uberhaupt niet moeten vertrouwen met de veiligheid van de hele groep - niet in haar eentje. Wat ze zei over mijn gebrek aan bereik mag dan waar zijn, dat is geen reden om er blind op te vertrouwen dat ze dit wel voor ons oplost. Vertrouwen is in de Hongerspelen sowieso maar een illusie. Die schitterende bubbel heeft ze daarstraks voor ons allebei al doorgeprikt. Misschien heeft ze na mijn reactie op haar dreigement wel besloten dat ons losse bondgenootschap ten einde is. Misschien gebruikt ze de dekking van de mist om via de verscholen achteringang van onze hut Ada op te halen, en gaan ze ervandoor. Misschien vallen ze ons in de rug aan, nu ze erachter gekomen is dat ik me niet door haar laat manipuleren. Misschien lokt ze de mistmonsters dichter naar ons toe - het lijkt alleen maar erger te worden. Dit is waarom we de wacht in tweetallen houden. Ik had haar nooit in haar eentje weg moeten laten gaan, naar waar ik haar niet kan zien. Ik moet dit rechtzetten.

Snel loop ik de boomhut in, waarbij ik snel even rondkijk. Al onze spullen liggen er nog, en hoewel Ada nog half wakker lijkt, wekt ze niet de indruk dat ze ieder moment op kan springen voor een verrassingsaanval of vluchtpoging. Amelia lijkt al helemaal weerloos, en ook Day is diep in slaap. Op de deken en zijn vuile kleding na, verraad niets aan hem dat hij in de Hongerspelen zit. Met een kalme uitdrukking op zijn gezicht, ademt de jongen diep in en uit, nu de vermoeidheid van afgelopen nacht hem duidelijk diep onder zeil getrokken heeft. Het voelt verkeerd om hem wakker te maken en dit ene kleine momentje van rust dat hij zo verdient van hem af te pakken, maar hem onbeschermd en slapend achterlaten, is een nog veel slechter idee. Zachtjes, om Amelia niet ook wakker te maken, kniel ik naast hem neer en schud voorzichtig aan zijn schouder. Ik negeer de rilling die over mijn rug trekt, op het moment dat ik de schede van mijn mes tegen mijn arm voel. Ik speel gewoon het spel. Jade bepaalt de regels niet. Dat doet het Capitool- nee, dat doe ik.

"Er is veel mist in de buurt,” fluister ik. “Jade en ik lossen het op, maar blijf ondertussen op je hoede.” Alsof het meisje buiten op me wacht, alsof er niets gebeurd is. Zodat er geen uitleg nodig is.

Day komt overeind, terwijl hij met een glazige blik de slaap uit zijn ogen wrijft. "Mist?" mompelt hij, alsof hij zich de betekenis van dat woord niet echt meer kan herinneren. Dan vallen de puzzelstukjes op zijn plek en knikt hij naar me. Hij werpt me een bezorgde glimlach toe, terwijl hij de deken wat verder over zich heen trekt. "Wees voorzichtig, Chris."

Ik sta op en kijk naar buiten, waar de mist over de takken zweeft. "Natuurlijk," antwoord ik dan, hoewel we allebei weten dat daar waarschijnlijk niet heel veel van terecht gaat komen. Als het Day geruststelt, al is het maar voor even, dan is dat voor nu goed genoeg.

Zodra ik naar buiten loop en naar beneden klim, verdwijnt mijn kleine beetje kalmte als sneeuw voor de zon. De kleine druppels voelen ijskoud tegen mijn huid nu het razendsnel af begint te koelen. Al snel ben ik omringd door de dikke mist, waarin ik nauwelijks kan zien waar ik mijn voeten neerzet. Van Jade is geen spoor - natuurlijk niet. Als het meisje al in de buurt is, zou ik haar pas zien als ze vlak naast me zou staan. En aangezien Jade bepaald niet erg lawaaiig is, betwijfel ik of ik haar van een grotere afstand zou kunnen horen. Hier in de mist ben ik alleen, gevangen door een muur van dreiging, dat van alle kanten kan komen.

In mijn poging om overeind te blijven, staar ik naar de grond, zodat ik voorzichtig over de boomwortels heen kan stappen. Wat overdag voelt als een extra bescherming, voelt nu enkel als meer gevaar. Hoewel mijn instinct me toe schreeuwt om te gaan rennen, blijf ik langzame, behoedzame passen zetten om niet te struikelen, om niet uit balans te raken door iedere keer dat ik in mijn ooghoeken een flits van een rood shirt denk te zien. Bo is hier niet. Hij was hier gisteren ook niet. Hij is hier nooit geweest. Niets hiervan is echt. Ik klem mijn hand om Bo's aandenken en haal diep adem. Voor heel even sluit ik mijn ogen en is de mistige wereld verdwenen.

"Lekker aan het wandelen, 11?" De scherpe stem schalt door de nacht, alsof ze alle kraaien in Panem jaloers wil maken met haar veel te zoete, schelle stemgeluid. Als ik geschrokken mijn ogen open, staat ze op slechts een meter of twee van me af, met haar slagzwaard losjes in haar hand. Ik had haar eerder moeten zien - haar donkere haren hadden op moeten vallen in de witte zee - maar het is alsof ze uit het niets verschenen is. "Ik had niet verwacht dat je zelfs 'lopen voor dummies' nodig zou hebben, maar meestal is het verstandig om te kijken waar je heen gaat." Aderyn glimlacht en maakt een nonchalant gebaar met haar zwaard, waardoor het kleine beetje maanlicht in het wapen weerspiegelt en het bloed dat er vanaf drupt verlicht.

Ik deins achteruit, waarbij ik bijna over een wortel struikel en snel op mijn stok leun. Mijn blik zit vastgekleefd aan het bloed op haar wapen. Er is geen kanon geweest - wiens bloed het ook is, diegene leeft nog. Het kan iedereen wel zijn - ik heb niet gezien waar ze vandaan kwam. Wie weet loop ik hier al een eeuwigheid rondjes, terwijl zij onze hut gevonden heeft, iedereen daar verminkt heeft en daarna mij is gaan zoeken. Wie weet is Days bloed.

Als de Beroeps de paniek op mijn gezicht ziet, schudt ze met een brede glimlach op haar gezicht haar hoofd. "Tong verloren? Toch ineens niet meer zo'n stoere jongen, nu het echte spel begonnen is, of wel?" Ze draait het zwaard rustig om in haar hand en kijkt me quasi-nieuwsgierig aan. "Of komt het doordat je vriendje er niet is?"

"Rot op," snauw ik haar toe, terwijl mijn stem overslaat. Ik hef zo dreigend mogelijk mijn stok op, maar mijn vingers trillen zo hevig dat ik bang ben dat hij tussen mijn vingers door glipt.

Aderyn klakt misprijzend met haar tong, terwijl ze haar blik over mijn stok laat glijden. Haar ogen zijn kil en grijs, alsof ieder beetje kleur eruit gezogen is door het bleke maanlicht, en ik ze weer begint te praten, is haar stem volledig bevroren. "Ik had toch al gezegd dat een bezemsteel ver beneden mijn stand is." Met een snelle beweging haalt ze naar me uit, maar als ik mijn stok hef om de aanval af te weren, sluit ze haar vrije hand eromheen en rukt hem uit mijn greep. Met een brede grijns op haar gezicht, maakt ze nog een schijnbeweging met haar zwaard. Dan heft ze mijn stok op en slaat ermee naar mijn knieën.

De doffe pijn die door me heen schiet, zorgt ervoor dat mijn knikkende knieën het begeven, zodat ik aan de voeten van het meisje in het gras zak. Snel probeer ik achteruit te schuiven, maar de wortels blokkeren iedere vluchtmogelijkheid. Ik kan alleen maar opkijken naar Aderyn, naar de meedogenloze grijns op haar gezicht en het bloed aan haar zwaard. Mijn controle op mijn ademhaling en hartslag ben ik allang verloren, en die op mijn gedachten ook. Er is nog maar één gedachte die zich in mijn hoofd blijft herhalen: alsjeblieft, laat me leven.

Achteloos gooit ze mijn stok aan de kant en buigt ze over me heen. Met de punt van haar zwaard tilt ze mijn kin op. Tranen schieten in mijn ogen als ik het koude metaal voel, het bloed, dat zich met een paar druppels van het mijne vermengt. Het heeft geen zin om te smeken, hoewel iets in me wanhopig schreeuwt om het op zijn minst te proberen, om íéts te doen. Alles behalve de dood gewoon afwachten. "Alsjeblieft," weet ik verstikt uit te brengen. Meer niet. Maar het heeft geen zin. Ik ga hier dood.

Het meisje lijkt enkel geamuseerd door mijn wanhoop, mijn paniek, de tranen in mijn ogen. Ze tilt mijn kin nog een stukje verder op en glimlacht zoet naar me, met nog altijd die wrede, kille blik in haar ogen. "Je hebt me nog niet gevraagd wiens bloed dit is," zegt ze zachtjes, alsof ze een geheimpje met me deelt. "Ik denk dat je het dus eigenlijk wel weet. Als hij je naam wat harder geschreeuwd had, had ik zijn keel door moeten snijden, maar gelukkig kon hij na de eerste paar steken niet veel meer dan zielig piepen om zijn vriend. Het is veel leuker zo - en hij heeft het me meteen een stuk makkelijker gemaakt door erop te wijzen dat je in de buurt was."

"Day." Mijn stem is een gesmoorde snik als ik zijn naam zeg, terwijl mijn keel wordt dichtgeknepen door mijn emoties en het zwaard. Ik zie hem in de boomhut liggen, op de plek waar ik hem net achterliet, de plek waar hij net nog zo vredig lag te slapen, maar in mijn hoofd zie ik hem snakken naar adem, kermend van de pijn, terwijl zijn bloed alles in de boomhut doorweekt. Ik zie de tranen in zijn groene ogen en hoor hem mijn naam fluisteren met het kleine beetje kracht dat hij nog heeft. Ik zou het uit willen schreeuwen, haar willen slaan, krabben, spugen, wat dan ook. Maar ik kan me niet bewegen. Ik kan haar alleen maar aanstaren.

"Kom, kom, geen reden om er zo'n drama van te maken, 11." Ze zucht overdreven. "Je wist toch al dat het zo zou gaan? En bovendien, hij leeft nog. Niet lang meer - hij zou een goede dokter nodig hebben om dit te kunnen overleven - maar als je hier vlug genoeg weet weg te komen, kun je hem misschien nog even zien voordat de drone hem afvoert. Wat laatste woorden uitwisselen, of een afscheidskusje." Ze maakt een wuivend gebaar en glimlacht, terwijl ze heel voorzichtig een kleine beweging maakt met haar zwaard, die een felle pijnscheut door mijn keel laat trekken en ervoor zorgt dat ik mijn kiezen op elkaar moet klemmen om niet te gaan schreeuwen. "En je hoeft hem echt niet lang te missen. Ik mag dan wel van plan zijn mijn tijd nog wat meer te nemen bij jou, maar dat zal geen kwestie van dagen zijn." Ze trekt haar zwaard terug, waardoor ik naar adem snakkend voorover val. Dan zucht ze nogmaals, zet haar zwaard op de rug van mijn hand en maakt er een snee in. "Een klein beginnetje," kondigt ze met een glimlach aan, die al snel weer vervaagt als ze me overeind sleurt en haar gezicht vlakbij het mijne brengt. "Jouw Danny is aan het leegbloeden, Chrissie, en jij binnenkort ook. Ik ben benieuwd om wie jij roept als je zo wanhopig bent - heb je nog wel iemand over? Over een paar minuten is je dierbare vriendje dood, net zoals die andere - je herdersjongen, hoe hij ook heette." Ze maakt nog een wegwuivend gebaar, pakt de mouw van mijn jas en veegt haar zwaard eraan af.

"Bo," fluister ik, maar in mijn stem is een kille, kwade toon geslopen. Ik kan me niet voorstellen dat er überhaupt iemand is die zich morgen nog mijn naam herinnert. Ik bal mijn vuist en klem mijn kiezen op elkaar. Ze moeten het zich herinneren. Ze moeten zijn naam onthouden. Ze moeten zich hém herinneren. Allemaal.

"Wat?"

"Zijn naam was Bo, vuile trut." Mijn stem is een harde, grauwe grom, als ik mijn vuist tegen haar schedel plant - en niets dan water en kou voel. Mijn hand gaat door de Beroeps heen, die voor mijn ogen in mistslierten opgaat, met de verbaasde uitdrukking nog op haar gezicht. In enkele seconden is ze opgegaan in de nacht, en als de galm van mijn eigen stemgeluid wegsterft en mijn woedeuitbarsting wegebt, ben ik alleen in de stilte.

Opnieuw begeven mijn knieën het en zak ik in het gras in elkaar. Ik trek mijn knieën op en begraaf mijn hoofd erin, laat mijn emoties los, terwijl al Aderyns woorden - nee, die van de mist, of wat het ook was - door mijn hoofd stormen. Haar dreigement, het ijskoude gevoel van haar wapen op mijn keel. Het besef dat ik haar om genade gesmeekt zou hebben als ik het gekund had, ondanks dat ik wist hoe zinloos het was. Day, gemarteld en zwaargewond, die om mij schreeuwt, zonder dat ik hem ooit zal horen. Het idee dat in zo'n geval enkel een goede dokter hem zou kunnen helpen. Enkel mijn vaders perfecte zoon.

"Niets hiervan is echt," fluister ik, in een poging mezelf ervan te overtuigen. "Niets hiervan is echt." Aderyn was niet echt en haar zwaard en woorden net zomin. Het bloed dat ze aan mijn mouw had afgeveegd, is niet langer rood - het is alsof ze haar natte handen ermee heeft afgedroogd, wat een vlek van water achtergelaten heeft. Het is geen echt bloed, nooit geweest. Day is niet echt aan het doodbloeden in de hut. Niets hiervan is echt.

Ik veeg mijn ogen af en dwing mezelf om diep adem te blijven halen, terwijl ik uit alle macht probeer niet te denken aan het feit dat ik nog steeds omgeven ben door mist. Het lukt me niet om op te staan, dus kruip ik een stukje richting mijn stok. Het hout in mijn handen biedt me houvast en steun, maar ik tril nog steeds. Hoezeer ik mezelf ook influister dat het voorbij is, mijn hoofd weigert het te geloven. De mist is nog altijd overal.

"Chris!" De bekende, warme, bezorgde jongensstem ontwaakt me uit mijn gemompel tegen mezelf, en zorgt ervoor dat ik onmiddellijk weer begin te trillen - dit keer van opluchting. "Chris, hier ben je, ik- oh, gelukkig," verzucht de jongen, terwijl hij uit de mist opdoemt. Van verwondingen of bloed is geen spoor. Niets daarvan was echt. Day is hier, bij mij. We zijn veilig.

Reacties (2)

  • Incidium

    Chris loopt de boomhut binnen om te controleren of hij verraden wordt en is meteen afgeleid door Day haha, mood.
    En wie verschijnt uit de mist als niet de vrouwe des doods zelf? Prachtig dramatische cameo, love it

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Ik bedoel, mist-Samuel zou een stuk stugger zijn. Minder mindfuck, meer daadwerkelijk gevechtxDEn Adey schrijven is ook oprecht erg leuk

      3 weken geleden
  • Duendes

    Dit is waarom we de wacht in tweetallen houden. Ik had haar nooit in haar eentje weg moeten laten gaan, naar waar ik haar niet kan zien. Ik moet dit rechtzetten.

    Holyshit Chris intens damn hij heeft echt wel last van de prikkels van de mist oef hij wordt er intens argwanend en geprikkeld van awh schatje al dat wantrouwen naar Jade damn

    Jade bepaalt de regels niet. Dat doet het Capitool- nee, dat doe ik.

    Die doet ook pijn shit heel nice maar AU- Like Chris wil zo graag de touwtjes in handen houden en zelf kiezen maar ze zijn nu tegelijkertijd gewoon zo erg in handen van het Capitool en de spelmakers auwtsj

    "Lekker aan het wandelen, 11?"

    Holyshit oké in alle eerlijkheid ik schrok net zo goed want damn Adey fuck off- ik vind het ergens wel stiekem gewoon grappig dat mist-Adey helemaal niet echt verschilt van echte Adey op het feit dat ze in mist kan opgaan na like mist-Adey tegenkomen is probably best case scenario van alle mogelijke Adeys maar ze is TERRIFYING

    "Alsjeblieft," weet ik verstikt uit te brengen.

    Holyshit man dit is zo intens damn shit arme Chris ohmygosh

    "Je hebt me nog niet gevraagd wiens bloed dit is," zegt ze zachtjes, alsof ze een geheimpje met me deelt. "Ik denk dat je het dus eigenlijk wel weet. Als hij je naam wat harder geschreeuwd had, had ik zijn keel door moeten snijden, maar gelukkig kon hij na de eerste paar steken niet veel meer dan zielig piepen om zijn vriend. Het is veel leuker zo - en hij heeft het me meteen een stuk makkelijker gemaakt door erop te wijzen dat je in de buurt was."

    Holyshit man wtf dat is zo intens en oprecht zo geloofwaardig Adey en holyshit? Ik ga even huilen brb

    "Zijn naam was Bo, vuile trut." Mijn stem is een harde, grauwe grom, als ik mijn vuist tegen haar schedel plant

    HELL YEAH GO CHRIS

    terwijl hij uit de mist opdoemt

    Sounds suspicious wel tho like medium scary holyshit maar het feit dat ze gewoon nog wel in orde zijn is een opluchting maar awh Aaaahh?

    Holyshit man dit hoofdstuk was heftig intens maar ZO GOED DAMN LOVE IT

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Jade is nou eenmaal niet de meest betrouwbare teamgenoot, en nu heeft ze Chris onder druk gezet dus vertrouwt hij het helemaal niet meer
      Jep en hij wil graag blijven geloven dat hij het zelf in handen heeft
      Het enige wat deze vorm van Adey enger maakt, is dat ze veel meer kennis heeft van Chris' angsten, omdat het Capitool al die informatie heeft. Deze vorm van Adey heeft veel meer manieren om hem te ontwapenen en op te breken ter beschikking
      Mist-Adey schrijven was ook oprecht heerlijk want yeah Chris nog wat meer laten crashen is leuk en dit is een hele effectieve manier om dat te doen
      Jep, eventjes op adem komen

      3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen