Nogmaals de disclaimer dat ik verre van een medisch expert ben en dat je Chris' diagnoses dus beter niet als referentiekader voor medische kwesties kunt gebruiken

Ze moeten hier weg. Het is de enige heldere gedachte in mijn hoofd, als de rest in een paniekerige storm verandert. Dit gevecht moet nu afgelopen zijn. Mijn blik flitst heen en weer tussen de twee jongens. Samuel kijkt met een verwrongen gezicht naar de wond, terwijl op zijn broek een nieuwe bloedvlek uitvloeit. Florian, daarentegen, is fysiek grotendeels ongedeerd - het bloed dat van zijn knokkels af druipt, is niet van hemzelf - maar staart ongelovig naar het meisje dat door zijn vuisten gebroken op de grond ligt. Ondanks zijn grote ogen en geschrokken blik, doet hij niets om haar te helpen, hoewel zijn hangende schouders en trillende vingers verraden dat hij niet van plan is nog om zich heen te gaan slaan. Het was waarschijnlijk niet zijn bedoeling om zoveel schade aan te richten - althans, niet bij Jade - maar hoewel hij ziet wat hij gedaan heeft, doet hij geen enkele poging om op het meisje af te stappen, haar te helpen. Iedere seconde in de arena, zorgt ervoor dat onze menselijkheid verder wegrot. Uiteindelijk is enkel de eigen overlevingsdrang nog over. Dit is hoe het spelletje werkt. Jade en ik zijn niet de enige die de regels kennen.

"Ben je nou tevreden?” snauw ik de jongen toe, hopend dat zijn schuldgevoel genoeg is om ervoor te zorgen dat hij vertrekt. “Ga weg, of jullie zijn de volgende die neergaan."

Maar de jongen schudt zijn hoofd, terwijl zijn ademhaling zwaarder wordt en hij naar het meisje blijft staren. “Dit is de arena,” mompelt de jongen, “dit is wat er altijd gebeurt, ik-” Hoewel hij het meer tegen zichzelf dan tegen mij lijkt te hebben, maakt zijn opmerking me kwaad. De jongen, die doet alsof hij perfect doorheeft hoe de Spelen werken, heeft eigenlijk geen idee. Hij heeft geen idee van wat dit met mensen doet, en hij heeft geen idee van wat Luna heeft verloren om te winnen. Hij gebruikt het enkel als excuus om zijn eigen geweld goed te praten.

"Denk je soms dat ik dat niet weet?” snauw ik hem toe. Hij weet niet wie ik ben. Hij weet niet wat mijn familie al heeft meegemaakt. Hij weet niets, doet alleen maar alsof. Hij kan erin stikken. “Rot op met je 'leren delen'." Het liefste zou ik de jongen in zijn gezicht slaan, maar dat zou het gevecht hervatten, en we zouden het niet kunnen winnen - niet zonder Jade, en terwijl er bloed over Days gezicht druipt en mijn rug in brand staat. Ik klem mijn vingers steviger om mijn stok, maar haal er niet mee uit. In plaats daarvan spuug ik naar de jongen. "Amelia had het mis,” bijt ik hem toe. “Er is niets over van de 'oude Florian', of wel?"

Florian kijkt met grote ogen op als ik zijn districtsgenote noem, maar voor hij iets kan zeggen, hinkt Samuel naar voren en werpt een blik op Jade. “Ze is niet dood, alleen bewusteloos,” zegt hij op een vlakke toon die ervoor zorgt dat ik zou willen dat ik met mijn goede aanval zijn hoofd geraakt had, in plaats van zijn been. “Laten we hier weggaan voor ze weer wakker wordt.” Hoewel hij een stuk zekerder klinkt over het idee dat Jade zo weer wakker wordt dan ik me voel, spreek ik mijn twijfels niet uit. Ik kijk de jongens enkel vuil aan, mijn stok nog altijd stevig - dreigend - in mijn hand, en wacht tot ze vertrekken.

Maar hoewel de jongen uit District 9 uit zijn shocktoestand lijkt te ontwaken, stapt hij niet hij ons vandaan. In plaats daarvan staart hij me aan, verward, terwijl zijn blik naar Day en zijn bordeauxrode, bebloede shirt glijdt. “Amelia?” stamelt hij. Hij haalt scherp adem, terwijl de paniek in zijn ogen toeneemt. “Oh god, Amelia. Is ze-?”

"Ze is veilig,” antwoord ik meteen. Dan besef ik me dat het tij ineens gekeerd is, in ons voordeel. In tegenstelling tot Samuel, lijkt Florian wel degelijk aan zijn districtsgenote gehecht te zijn - een meisje dat aan onze genade overgeleverd is. Als we haar iets zouden willen doen, zou ze nergens heen kunnen. Dat weet Florian ook. Mijn mondhoek trekt een stukje omhoog, maar ik weet een tevreden grijns te onderdrukken, en werp Florian in plaats daarvan mijn beste imitatie van Aderyns tevreden, maar dreigende blik toe. “Tenminste, als jullie nu vertrekken." Ik kan alleen maar hopen dat de suggestie genoeg is, want als ze door mijn bluf heen zien, hebben we een probleem. Ik ben niet van plan het meisje écht iets aan te doen. Of we erom gevraagd hebben of niet, ze is een lid geworden van ons team - en tot nu toe heeft ze meer bijgedragen dan Ada, al is het maar dat doosje pleisters uit haar heuptasje. Haar overlevingskansen zijn aan die van Day gekoppeld: als hem iets overkomt, verdwijnt vrijwel iedere kans dat ze hier levend uitkomt. Florian hoeft alleen maar te geloven dat ik bereid ben daar hoogstpersoonlijk voor te zorgen als hij Day ook maar met één vinger aanraakt.

Als mijn woorden tot hem doordringen, loopt Florian rood aan en balt hij zijn vuisten weer, maar zijn ogen glimmen. “Als jij-” begint hij dreigend, maar dan breekt zijn stem en klemt hij zijn kiezen op elkaar, terwijl hij me razend aankijkt. Hij is niet in een positie om te onderhandelen.

“Florian, kom op.” Samuel zet een stap in de richting van zijn vriend, maar als hij zijn voet neerzet, grimast hij en verplaatst hij zijn gewicht snel naar zijn andere voet. Zijn been is inmiddels bijna helemaal rood, en er gutst nog altijd bloed uit de wond. Zijn speer is inmiddels meer een wandelstok dan een wapen. Hij gaat dit gevecht niet opnieuw starten, al verraadt zijn zichtbare frustratie dat hij dit gevecht - mij - maar wat graag af zou willen maken. “Dit is niet ons probleem.”

Zijn vriend slaakt een gefrustreerde, kwade kreet in het niets, die over de doodstille vlakte galmt, maar laat zich dan door de Beroeps meevoeren, zachtjes in zichzelf mompelend. Het sterkste tweetal in de arena vertrekt half strompelend van onze confrontatie, zonder het eten waar ze voor kwamen, maar toch voelt het niet alsof wij gewonnen hebben.

Als ze uit mijn zicht verdwijnen, richt ik mijn blik snel op Jade. Het meisje ligt nog altijd bloedend op de grond, hoewel op een deel van de schrammen inmiddels een korst is ontstaan. Het is ook niet het bloeden waar ik me zorgen over maak. Het is de plek waar Florian haar geraakt heeft, op haar slaap. Als haar schedel gebroken is, is het een kwestie van tijd voordat haar kanon door de arena galmt.

Day is naast haar neergeknield, zijn handen bedekt met haar bloed, terwijl hij hulp oerend van haar naar mij kijkt. "Jade-" stamelt hij. Zijn stem beeft. "Dit is niet goed."

Ik zet een stap zijn kant op, maar bevries dan, voordat ik bij het meisje neer kan knielen. Ik ben niet de jongen die meteen in actie komt, die eerste hulp verleent. Ik ben niet de jongen die exact weet wat hij moet doen in een crisis en dat met ijzeren kalmte perfect uitvoert. Ik ben niet de jongen die zijn hoofd buigt en doet wat er van hem verwacht wordt. Ik ben niet de jongen die in zijn toekomst arts is, een eigen praktijk heeft, een vrouw en kinderen, en die zijn zoon dan vervolgens zijn vak leert. Ik ben niet de zoon die mijn vader gewild had.

Ik ben de jongen die weet wat hij zou moeten doen, maar zijn hakken in het zand zet. Ik ben de jongen die weet hoe hij zou kunnen helpen, maar het niet doet. Ik ben de jongen die nooit die toekomst zal krijgen. Die dat nooit gewild heeft. Die alleen maar wil dat die andere jongen hem weer aanraakt, hem zoent, bij hem blijft. Maar ik ben de jongen die helemaal geen toekomst heeft. Wij allemaal niet.

Nee. Eén van ons wel. Het moet één van ons zijn. We moeten in leven blijven. In een automatisme glijden mijn ogen over het meisje heen, maar ik kan niet zien hoe erg de schade is. Als Day haar bebloede haren uit haar gezicht strijkt en zachtjes tegen haar wang tikt, geeft ze geen enkele reactie. Het enige teken van leven is het trage, diepe op-en-neergaan van haar borst en het feit dat er geen kanon geweest is.

Day kijkt over zijn schouder naar mij en bijt op zijn trillende lip. Na al het glimlachen, alle bezorgde blikken, zie ik nu voor het eerst echt angst in zijn ogen. Het is dof en grijs en het laat een rilling over mijn rug lopen, maar het is niet wanhopig. Maar dat kleine beetje hoop waar hij zich aan vastklampt, is op mij gericht. "Wat moeten we doen?"

Ada, die aan komt rennen, vloekt als ze haar teamgenote ziet liggen, maar komt dan zwijgend dichterbij. Als ook zij haar blik op mij richt, is het vele malen minder paniekerig, minder hoopvol, maar nog altijd vol verwachtingen.

Ik bijt op mijn lip, maar stap dan dichterbij en leg mijn hand op zijn rug. Voorzichtig duw ik hem een stukje aan de kant, zodat ik naast Jades hoofd neer kan knielen, maar wrijf dan troostend over zijn rug heen. Ik weet niet wat ik anders kan doen. Het voelt niet als genoeg. "Ga iets aan je eigen verwondingen doen," zeg ik tegen de jongen, als een druppel bloed van zijn gezicht op het gras drupt. Ik kijk hem niet aan, bang voor de hoop in zijn ogen, maar richt mijn blik strak op het meisje in het gras. Hoewel de wond op haar hoofd niet heel hard meer bloedt, ziet het er gezwollen uit. Meteen schieten tientallen instructies door mijn hoofd, in de stem van mijn vader en in de woorden van talloze boeken. Ik negeer ze allemaal, terwijl ik naar het meisje blijf staren.

Day trilt onder mijn vingers, haast uit balans gebracht, maar blijft zitten en schudt kleintjes zijn hoofd, in een zwakke poging tot protest. "Ik moet bij haar blijven," weet hij hees uit te brengen. "Ik..." Zijn stem sterft weg, terwijl hij diep in- en uitademt, haperend en instabiel. De jongen staat op instorten.

"Je moet voor jezelf zorgen en me de ruimte geven," antwoord ik scherp, puttend uit ieder beetje autoriteit dat ik in me heb. Ik heb gezien hoe hard hij geslagen werd. Hoewel hij zichzelf bij bewustzijn heeft weten te houden, moet het wel slecht met hem gaan. "Ga je wonden controleren en probeer je bloedneus te stoppen."

"Maar... ik-" Day raakt voorzichtig zijn neus aan en kijkt verbaasd naar het bloed op zijn vingers, alsof hij in al zijn emoties nog niet eens gemerkt had dat hij bloedt. Dan schudt hij zijn hoofd en wendt zijn blik af, maar zonder op te staan of iets aan de bloeddruppels te doen die tegen de grashalmen tikken. Even is hij stil, voor hij zachtjes en met bevende stem de verkeerde vraag stelt. "Hoe erg is het?"

Ik heb geen antwoord voor hem. Ik wil hem geen antwoord geven. Misschien weet ik het simpelweg niet. Instructies stormen nog steeds door mijn hoofd, maar ik druk ze zo ver mogelijk weg en raak het meisje niet aan. Misschien wil ik het niet weten. Ik gebaar dat de jongen weg moet gaan, laat mijn hand op zijn rug zakken en geef hem een zachte duw, weg van haar, weg van mij. "Daniel, je verwondingen," zeg ik alleen maar.

Als ik vanuit mijn ooghoeken naar de jongen kijk, zie ik dat hij zijn ogen gesloten heeft, zijn kiezen stevig op elkaar geklemd en zijn trillende handen tot vuisten gebald. "Ja, oké," zegt hij dan. Van de warme klanken van zijn stem is niets over. "Goed." Met de nodige moeite en duidelijke tegenzin weet Day zichzelf overeind te hijsen, waarna hij even wankelend en trillend blijft staan. "Als ik ergens mee kan helpen dan moet je het zeggen," zegt hij, terwijl hij een paar stappen bij ons vandaan zet. "Ik... Ik wil graag iets doen."

Het liefste zou ik opstaan, zeggen dat hij het vooral mag proberen, en dan zelf weggaan. Dan zouden de verwachtingen voor hem zijn, en zou iedereen met die pijnlijke hoop naar hem kijken, in plaats van naar mij. We zouden voor even van leven kunnen ruilen. Maar ik weet heel goed dat het niet zo werkt.

Zodra ik mijn hand uitsteek naar het meisje, om voorzichtig te voelen hoe erg de zwelling is, is het alsof ik mijn vaders stem kan horen, alsof hij achter me staat en over mijn schouder meekijkt. Met die kenmerkende teleurstelling in zijn stem vertelt hij me wat ik moet doen, wat ik niet goed doe. Mijn hand blijft stil in de lucht hangen, centimeters van het meisje af. Alsof wanneer ik haar aanraak, ik een onzichtbare grens over ga. Alsof ik dan ineens de jongen ben die levens redt, gewoon omdat hem verteld is dat dat is waarvoor hij geboren is. Alsof ik dan ineens de jongen ben die die toekomst heeft die ik nooit gewild heb. Alsof ik dan ineens mijn vaders perfecte zoon ben.

Ik trek mijn hand weer terug en bal mijn trillende vingers tot een vuist. Ik kan mijn vaders spottende blik zien, van die ene keer dat een jongere ik hem vertelde dat ik liever in een van de boomgaarden zou willen werken dan dat ik de kliniek over zou nemen. Ik kan me zijn woede herinneren tijdens mijn afscheid, zijn geschreeuw toen hij me vertelde dat ik dit nooit zou overleven, de harde duw die hij me gaf. Als ik Jade nu zou proberen te helpen, zou ik hem na alles wat er gebeurd is gewoon gelijk geven. Ik zou toegeven dat ik wel degelijk kan zijn wie hij wil dat ik ben. Misschien zou ik zelfs welkom zijn thuis, als ik daar ooit terug zou komen, en als een marionet vast komen te zitten in het leven dat hij voor me heeft uitgestippeld. Het leven dat hij had, maar dat hij vergooit heeft.

"Het lijkt erop dat jullie een cadeautje krijgen, jongens." Ondanks de vlakke toon in haar stem, is Ada's sneer onmiskenbaar, maar hoewel ik normaal tegen haar zou schreeuwen, wil ik nu alleen maar huilen.

"Wat is het?" vraag ik op dezelfde vlakke toon, terwijl ik uit alle macht probeer te voorkomen dat mijn emoties me overmannen en mijn blik strak op Jade gericht hou.

"Water." Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe het meisje de zilveren parachute opvouwt en een doos open klikt. "En een doos met medische spullen voor Christian," haar stem klinkt droog, maar beschuldigend. Ze schuift de doos mijn kant op en bergt dan de parachute op.

"Wat?" Ik kijk verdwaasd op, maar zie dan de EHBO-kist en klem kwaad mijn kaken op elkaar. Mijn zus zou beter moeten weten. Zij, van alle mensen, zou dit moeten begrijpen. Maar deze sponsorgift straalt een hele andere boodschap uit. Snel scan ik de omgeving op zoek naar een plek waar een camera zou kunnen zitten, en kijk recht die kant op. "Bemoei je er niet mee, Luna," snauw ik. Ik weet dat ze me hoort. Dit is gewoon haar zoveelste poging om te zorgen dat ik de dingen op haar manier doe, niet op de mijne. Ik ben het zat. Ik trek mijn knieën op en blijf in het gras zitten, zonder nog een vinger uit te steken naar de kist, of naar het meisje dat naast me in het gras ligt. De brandende blikken negeer ik. Heel Panem kijkt toch al mee. Laat ze dan maar zien dat ik genoeg gehad heb.

"Chris," zegt Day na een tijdje zacht, "er zit ook een brief bij, denk ik. Wil je...?" Een zacht geritsel klinkt, als hij het papiertje naar me uitsteekt.

Ik gris het uit zijn handen en vouw het open, ook al vertel ik mezelf dat ik niet wil weten wat ze schrijft. Toch beginnen mijn vingers al te trillen als ik het getypte briefje zie - niet haar elegante, maar slordige, half onleesbare handschrift, waar ik zonder dat ik me er bewust van was op gehoopt had. Ik bijt op mijn lip, en laat mijn blik dan over de woorden glijden.

Je weet dat je nooit gelukkig zult zijn als je hem je leven laat beheersen. Waarom doe je het dan toch? - L

Mijn eerste instinct is het briefje te verfrommelen, weg te smijten en te schreeuwen. Ik zou naar haar willen snauwen dat ik dat niet doe, dat ik juist uit alle macht probeer om eraan te ontsnappen, en dat zij het niet begrijpt. Ik wil schreeuwen dat ik nooit zal doen wat hij van me wil, dat ik nooit die zoon zal zijn. Ik wil schreeuwen dat ik dat al bewezen heb, toen ik August doodde. En ergens diep vanbinnen wil ik schreeuwen dat ik verliefd ben op een jongen. Meer bewijs is er niet nodig.

Maar nog voor het briefje echt een prop in mijn hand geworden is, heeft mijn vechtlust plaats gemaakt voor frustratie en vermoeidheid. Langzaam daalt de betekenis van haar woorden op me neer, zorgt ervoor dat ik mijn schouders laat hangen en dat mijn zicht wazig wordt. In al mijn pogingen om te bewijzen dat ik niet die jongen ben, denk ik bij alles wat ik doe eerst aan hem. Door telkens bewust te doen wat hij niet wil, beheerst hij nog steeds al mijn keuzes. Telkens als ik dacht mezelf vrij te vechten, liet ik me eigenlijk net zo goed door hem beheersen. Alleen ging die manier met meer geschreeuw, met meer geweld gepaard.

Het gaat er niet om wat hij niet wil. Het interesseert me helemaal niet wat hij niet wil. Het gaat erom wat ík wil. En dat is niet hetzelfde.

Ik wil Jade redden. Ik haal diep adem en steek het briefje in mijn zak, waarna ik voorzichtig mijn vingers tegen Jades hoofd leg. Maar als ik de zwelling voel, beginnen mijn vingers, die normaal altijd stabiel zijn als ik dit doe, te trillen. Het is zoveel erger dan zou moeten. Dit is geen simpele hersenschudding, niet iets waar ze zometeen kreunend weer van bijkomt. Haar schedel is beschadigd, misschien zelfs gebroken. Jade heeft een hersenkneuzing.

In mijn hoofd wordt het ijzingwekkend stil. Er zijn geen instructies meer. Ik weet niet wat ik moet doen.

Er is niets dat ik kan doen. Jade gaat dood.

Reacties (2)

  • Duendes

    Gosh dit hoofdstuk is zo intens shit oef like Chris heeft zoveel last van alle verwachtingen van zijn vader en dat is oprecht wel heartbreaking, juist omdat hij weet dat hij er op letterlijk alle vlakken niet aan voldoet nu en gosh au?
    En dan dat briefje van Luna shit man, die is ook echt wel pijnlijk want ze heeft gelijk maar OEF juist door alles bewust tegen zijn vader te kiezen, is het alsnog niet zijn eigen keuze en shit dat is confronterend??? Maar het is vooral enorm pijnlijk dat hij dan besluit dat hij Jade wil helpen om meteen te beseffen dat het te ernstig is en dat hij niet kan helpen shit ik wil niet dat Jade doodgaat dhsjufisidiejr ik ga even huilen

    1 week geleden
    • Samanthablaze

      Hij dacht dat hij er ook helemaal niet aan wilde voldoen, maar in die poging om zich tegen hem af te zetten, is hij behoorlijk doorgeslagen en het resultaat is dat hij alsnog niet voor zichzelf leeft
      Jep, de eerste keuze die hij echt voor zichzelf maakt pakt meteen slecht uit. Wat een start

      1 week geleden
  • Slughorn

    Oh wauw, Florian lijkt wel iets meedogenlozer hier dan in mijn eigen verhaal... Zo gemeen is hij niet (': Zijn boosheid had een reden...😜
    En ik denk dat Florian Chris aanvliegt als hij Amelia bedreigd en nog steeds zo boos is. Het was niet voor niets dat alleen Amelia hem kon stoppen😇. Sorry dat ik het zeg, maar het Amelia stukje (dat ze er is) was in mijn verhaal nogal cruciaal. Vandaar dat ik het toch niet kon laten, dit even te zeggen. Zij was de enige die zijn woede kon stoppen en waardoor hij dus ook af druipt.

    (Als dat niet past btw in je verhaal, mag je ook doen dat Floor hem aanvliegt en Chris hem om zeep helpt. Geen idee wat je plan was met de story, maar dat voelt meer Florian 😇)

    1 week geleden
    • Slughorn

      Ik vind trouwens wel dat je Chris echt prachtig neerzet! Erg mooi dat gevecht in zijn hoofd (:

      1 week geleden
    • Samanthablaze

      Het is vanuit Chris' perspectief, en daar is bijna iedereen gemeen, whoops. Alleen Day komt er goed mee weg, en zelfs dat niet altijd(zip)Natuurlijk is Florian niet echt zo gemeen en heeft hij zijn redenen voor wat hij doet, maar het enige dat Chris echt ervan meekrijgt is dat hij zijn crush bijna vermoord, dus bestempelt Chris hem automatisch als een klootzak
      Het probleem is een beetje dat dat allebei niet echt past:XWe hebben Jade langer laten leven dan in het origineel, en wilden haar graag haar momentje geven. Zij zou zich eerder met het gevecht bemoeien dan Amelia. We dachten dat als Florian voor het eerst iemand vermoordt, dat hem ook dusdanig zou laten schrikken dat zijn ergste woede wegebt en dat hij soortvan verdoofd zou reageren, zeker omdat hij dus geen koelbloedige, gemene moordenaar is enzo. Dat moment zou verdwijnen als Amelia zich er ook mee zou bemoeien:X
      Maar we kunnen Florian hier ook niet dood laten gaan. Niet alleen hebben we hem verder in het plot nog nodig, het zou helemaal super onhandig zijn voor Irene, die Samuels verhaal parallel aan dat van ons aan het herschrijven is. Daarnaast kunnen we hier ook helemaal niet met nog een moord voor Chris dealen. We willen de focus graag op Jade houden hier, omdat ze gewoon een erg belangrijk personage binnen ons verhaal is en omdat dit moment een enorme character development trigger is. Het aanpassen naar waar Florian Chris aanvliegt en doodgaat, werkt dus niet echt, maar bedankt voor de suggesties, en voor je compliment(flower)

      1 week geleden
    • Slughorn

      Oké, bedankt voor je uitleg. Ik vind het nog steeds jammer dat Amy er niet is, maar ik snap je uitleg. Ik viel ook niet perse over het gemene, (dat leek me idd iets voor Chris 😜) meer over Florians boosheid. Aangezien dat zo past bij zijn karakter. Ik denk alleen dat de verdoving van het moorden pas later komt, en niet direct zoals je nu schrijft. Hij heeft zeg maar even het vingertje nodig dat hij slecht bezig is (': aangezien zijn boosheid straks ook de trigger zal zijn voor Samuel en hij hem dan niet heeft. Maar goed (:

      Ik lees gewoon stiekem mee hoe jullie verder schrijven (:

      1 week geleden
    • Samanthablaze

      Bedankt voor je begrip!
      We zijn van plan om Amelia haar eigen character arc te geven, die wat meer los staat van Florian, aangezien ze die eigenlijk in ons stuk van het verhaal niet had. We kwamen erachter dat we in onze oude versies Amelia sowieso anders hadden neergezet dan jij in jouw verhaal, dus we hebben een beetje moeten zoeken wat we daarmee aanmoesten:XUiteindelijk hebben we maar besloten om haar karakter en verhaal grotendeels vanaf de grond opnieuw op te bouwen, gebaseerd op de dingen die we in onze oude versies hadden, met wat aanpassingen om het beter in het nieuwe plot te passen. En daarin paste het niet echt meer goed om haar hier in te laten grijpen, en leek het ons beter voor ons verhaal om hier puur Jades moment van te maken.
      Ik kan me heel goed voorstellen dat het vreemd is om te lezen als je anders gewend bent, maar in de herschrijving hou ik het verhaal vooral op Chris gericht. We hebben daarom best wel wat aanpassingen gemaakt - in mijn oude versie zaten best wel veel fragmenten die voor andere verhalen best belangrijk waren, maar die in Chris' verhaal vooral afleidden van het plot. Dat wilde ik in de nieuwe versie voorkomen, dus vandaar dat sommige dingen afwijken van de officiële TQG canon.
      We proberen zo dicht mogelijk bij de originele personages te blijven en te zorgen dat het passend gedrag is, maar dat vonden we zeker in het geval van Florian best lastig, dus is het goed als we jou benaderen als we later in het verhaal hem nog nodig hebben en we er niet helemaal uitkomen?

      1 week geleden
    • Slughorn

      Natuurlijk! Je mag altijd vragen ^^
      Vind ik erg fijn zelfs (:

      1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen