Tegen beter weten in kijk ik in de EHBO-kist, haal er verband en koelspray uit, graaf door de spullen op zoek naar iets dat het meisje zou kunnen helpen. Een of ander wondermiddel uit het Capitool, iets dat zorgt dat alles goedkomt. Maar in de spullen in de kist vind ik alleen Luna's eigen diagnose. Als zij en Mary hadden kunnen helpen, hadden ze dat gedaan. Maar in de kist zit niets voor Jade.

Day aarzelt, maar kijkt me dan weer aan met die hoopvolle blik, die nu nog veel meer pijn doet. "Is... zit er iets in waarmee we Jade kunnen helpen?" vraagt hij zacht, terwijl hij naast me komt zitten. "Ik kan helpen, als je dat fijner vindt."

Ik schud langzaam mijn hoofd en staar in de kist, ook al vertroebelt mijn zicht. "Het is voor jou," antwoord ik, gebarend naar het flesje jodium en de koelspray. Als deze spullen iemand kunnen helpen, is het wel Day. "Weet je hoe je wonden moet ontsmetten?"

"Ik- wat?" De jongen knippert verward met zijn ogen en schudt zijn hoofd, maar ik krijg niet het idee dat het een antwoord op mijn vraag is. "Het- nee, maar Jade heeft het harder nodig. Ze... Ik..." stamelt hij. Zijn lip trilt als hij probeert de tranen in zijn ogen weg te knipperen. "We moeten haar helpen. Ze-" Zijn stem sterft weg als hij nogmaals zijn hoofd schudt en trillend ineen krimpt.

"Wat hier in zit, kan op langere termijn jouw leven redden, Daniel," leg ik de jongen zachtjes, hoofdschuddend uit, terwijl ik mijn hand op zijn arm leg. Ik weet niet of hij de steun nodig heeft, of vooral ikzelf. "Dat van haar niet." Ik kijk naar het meisje, naar de gekwelde uitdrukking op haar gezicht en onregelmatige ademhaling. Het is een kwestie van tijd voor ze sterft, maar tot die tijd voelt ze niets dan pijn. Ze verdient dit niet. Zo hoort dit niet te gaan. Dit is meer dan wreed.

Ergens in onze kliniek, hoog en verborgen, achter slot en grendel, staat een klein doosje met daarin gedroogde, gitzwarte besjes. Ik heb mijn vader ze slechts één keer tevoorschijn zien halen. Er was die dag een patiënt binnengebracht die in een oogstmachine terecht gekomen was. Mijn vader had ons de zaal uit geduwd zodra hij de patiënt zag, maar het had me er niet van weerhouden om nieuwsgierig mijn nek uit te steken. Ik zag niets dan bloed en bot, en hoorde niets dan gekweld gekreun. Het klonk alsof het nooit zou stoppen, maar na een minuut werd het stil.

Toen mijn vader die avond zijn jas uitdeed en het doosje weer veilig opborg, had hij mij en Luna bij zich geroepen en ons laten zweren om nooit, maar dan ook nooit iemand over het doosje te vertellen. Hij had het niet hoeven vragen. We wisten wat nachtschot was, en wat het deed. We wisten wat er die dag achter de gesloten deuren van mijn vaders operatiekamer gebeurd was. We wisten dat in ons district iedere vorm van euthanasie als moord gezien werd, en als zodanig werd bestraft. We wisten dat één woord van ons zijn dood zou kunnen betekenen. En dus hadden we het nooit meer over die dag, en deden we alsof we het vergaten.

Hier heb ik geen doosje met gitzwarte besjes. Hier heb ik enkel een dolk, een mes en medelijden. Het is niet genoeg.

"Maar-" Als het tot Day doordringt dat ik echt niets meer kan doen om zijn districtsgenote te redden, lukt het hem niet meer om zijn tranen weg te knipperen. "Dat is niet eerlijk," zegt hij zacht, hees. "Jade... ze..." Zijn stem gaat over op een trillende, scherpe ademhaling, terwijl de jongen zijn hoofd laat hangen en zijn knieën optrekt.

Ik zou met de jongen mee willen huilen, willen schreeuwen en de wereld vervloeken. Ik wil hem tegen me aantrekken, en hem zachtjes toefluisteren dat het echt goedkomt, ook al zou het een leugen zijn. Maar daar is niemand mee geholpen. "Daniel," zeg ik dus alleen maar. Mijn stem is vlak, in een wanhopige poging het enigszins stabiel te houden. "Ga voor je wonden zorgen." Hoewel zijn bloedneus gestopt is, heb ik niet het idee dat hij verder zelfs maar naar zijn schrammen en kneuzingen gekeken heeft. Het is het dat levens zou kunnen redden, ook al is het op lange termijn. Ook al is het niet Jade. "Het enige dat we voor haar kunnen doen is zorgen dat-" De woorden blijven steken in mijn keel, gesmoord door mijn tranen, die ik snel wegveeg.

Day bijt hard op zijn lip en pakt dan Jade's hand stevig vast, terwijl hij met betraande wangen naar het meisje kijkt. Dan slikt hij en kijkt hij op, naar mij, voor hij zachtjes mijn zin afmaakt. "-Is zorgen dat ze zo min mogelijk pijn heeft, of niet?"

Ada kijkt even van mij naar Day en knikt, waarna ze haar blik weer op Jade richt en in een respectvolle, haast plechtige stilte haar hoofd buigt. Dan draait het meisje zich om en loopt richting de boom. Ik roep haar niet na. Ik schreeuw niet dat ze haar teamgenoot niet zo de rug toe mag keren, dat ze bij haar zou moeten blijven tot het einde. Ik heb geen enkel recht van spreken op dat gebied.

Ik negeer mijn districtsgenote, knik naar Day en bijt op mijn lip. "Ik doe niets wat jij niet wilt," zeg ik heel zacht tegen hem, "maar-" Maar hoewel ik weet dat het ontzettend veel genadiger is dan niets doen en wachten, hoeft Day zijn hoofd niet te schudden om me een antwoord te geven. De paniek in zijn blik bij de gedachte dat ik de dolk zou pakken en haar die genadeklap zou geven, bevestigt wat ik eigenlijk al wist. Zelfs als hij in zou stemmen, zou ik het niet kunnen. De paniek in zijn ogen, is dezelfde paniek als die in mijn hoofd.

De jongen haalt hoofdschuddend zijn schouders op, maar haalt dan diep adem en begint het ene na het andere doosje, flesje en potje uit de kist te halen. "Zit er dan niets in om haar te helpen?" vraagt hij, zijn toon ineens scherp en hard, maar als ik hem aankijk, zie ik hoezeer hij op instorten staat.

Ik knijp zachtjes in zijn arm, in een poging hem te kalmeren, en kijk mee over zijn schouder naar de spullen die hij in het gras legt. "Niets om haar te redden, maar..." Mijn oog valt op een ingepakte injectienaald en een klein buisje met een doorzichtige vloeistof. Vlug gris ik de beide dingen uit het gras, op zoek naar een etiket dat me vertelt dat dit inderdaad is wat ik denk - hoop - dat dit is.

Day veegt ruw de tranen van zijn wangen. "Maar?"

"Morfine." Ik hou de spuit omhoog, terwijl ik in gedachten mijn zus bedank. Dit is geen goedkope sponsorgift geweest, maar ze heeft er duidelijk voor gezorgd dat iedere cent op de best mogelijke manier besteed is. We hebben exact wat we nodig hebben. Maar hoewel ik weet dat dit mijn enige manier is om Jade te helpen, word ik licht in mijn hoofd als ik eraan denk om de injectie te geven. Wonden controleren is één ding. Actief hulp verlenen is iets heel anders. Na jarenlang me hiertegen verzet te hebben, lukt het me niet om die gewoonte in één keer los te laten. Alles hieraan voelt verkeerd. "Als we-" begin ik, vaag om me heen gebarend, terwijl ik uit alle macht probeer niet de controle over mijn ademhaling te verliezen, "als ik-" Alles in me schreeuwt om het niet te doen - om de spuit weg te smijten, de kist dicht te slaan en weg te rennen. Om op zoek te gaan naar een camera en naar mijn vader te spugen. Om te doen alsof ik trots ben op het feit dat ik iemand heb laten lijden omdat ik graag een punt wilde maken.

Maar mijn instinct wordt gestuurd door jaren aan foute beslissingen, die ik uit naam van de vrijheid, maar beheerst door mijn vader genomen heb. Hij zou willen dat ik dit zou doen. Dat is genoeg om ervoor te zorgen dat iedere vezel in mijn lichaam schreeuwt om het niet te doen. Maar dat hij zou willen dat ik haar help, wil niet zeggen dat ik dat niet ook kan willen. Want als ik het niet doe, wie dan wel?

"Pijnstilling?" Day kijkt naar zijn teamgenote, met hun bebloede vingers verstrengeld, en slikt. Maar dan, ondanks de moeite die het hem duidelijk kost, knikt hij langzaam naar me. "Doe dat dan maar," fluistert hij hees, zonder zijn blik van haar af te wenden. Hij laat zijn schouders hangen, en ineens is het niet meer de sterke en kalme, veel te volwassen jongen die naast me zit. Het is gewoon een kind, wiens grootste zorg een onvoldoende op school of een kapotte relatie zou moeten zijn. Hij zou niet belast moeten worden met dingen die zelfs de meeste volwassenen niet zouden trekken. Hij zou niet moeten bepalen over hoe de laatste minuten van een vriendin eruit zien. Hij zou niet moeten toekijken hoe ze sterft, en hij zou zich niet af moeten vragen of hij dit had kunnen voorkomen. We zouden hutten moeten bouwen en moeten picknicken en onbezorgd moeten zijn. Maar hier doen we enkel alsof.

Het verandert niets. Het wensen, het dromen, het schreeuwen om verandering. De arena om ons heen verdwijnt niet en Jade wordt niet wakker. Het zijn alleen maar seconden die wegtikken. Seconden waarin zij pijn heeft, maar ik te verdoofd ben om iets te doen.

"Ik denk niet dat ze ons nu kan horen, maar als ik…" Ik gebaar naar de injectienaald en kijk dan naar mijn bondgenoot. "Nou ja, dan zeker niet meer. Dus als je nog iets wil zeggen..." Mijn stem sterft weg en ik haal mijn schouders op. Er is veel te veel wat nog gezegd zou moeten worden.

Heel even aarzelt Day, maar dan ademt hij diep in. "Ja," besluit hij dan met haperende stem. "Als ze het wel kan horen, wil ik niet dat het zo-" Hij maakt een wanhopig gebaar, waarna hij zijn ogen nogmaals afveegt. Hij richt zijn blik weer op het meisje en knijpt in haar hand. "Jade, ik…" zegt hij tegen haar. "Je bent zo sterk geweest en hebt zo ijzersterk gevochten. Het had niet zo moeten gaan, ik-" Days stem breekt en hij begint te snikken. "Het spijt me zo."

Terwijl hij tegen haar praat, sta ik op en ga een eindje verderop in het gras zitten om de injectie klaar te maken. Maar hoewel ik uit alle macht me daarop probeer te focussen, voelt het alsof iets binnenin me breekt, telkens als ik Days gesnik hoor.

Als hij na een tijdje mij aankijkt en knikt, kom ik weer naast hem zitten en wrijf zachtjes over zijn rug, niet wetende hoe ik hem anders moet troosten. "Als ik haar dit geef, raakt ze waarschijnlijk in een coma," leg ik zachtjes uit. "Het is een kwestie van tijd voordat ze-" Ik schud mijn hoofd. Nee. Nog niet. Jade mag nog niet doodgaan. Ik heb haar nog veel te veel te zeggen. "Wil je weggaan?" vraag ik aan Day. Ik moet even alleen zijn met haar.

"Nee, ja-" De jongen haalt wanhopig zijn schouders op, en veegt zijn ogen af. "Nee, ik blijf," besluit hij dan, maar zijn stem beeft bij iedere klank.

"Oh," antwoord ik na een korte stilte, terwijl ik in mijn hoofd op zoek ga naar een manier om hem te vertellen dat dat niet is wat ik bedoelde. Als ik die niet vind, laat ik mijn hoofd hangen. "Oké," zeg ik, hoewel de onuitgesproken woorden me misselijk maken. Dit mag niet zo eindigen.

"Sorry, ik-" Als het tot Day doordringt wat ik bedoelde, maakt hij een vaag gebaar en verschijnt er een zwakke glimlach op zijn gezicht die een rilling over mijn rug laat glijden. Het is geen echte lach, niet eens een beetje. Natuurlijk niet. Er is niets om te lachen. Niet na alles wat er vandaag gebeurd is. "Ik zal even ruimte maken." Heel even aarzelt de jongen en blijft hij gespannen zitten, maar dan laat hij het meisje los en loopt bij ons vandaan.

Ik werp hem een dankbare blik toe en richt me dan op het meisje voor me. Haar hand is nog warm, maar hoewel het waarschijnlijk deels door Days handen komt, biedt de warmte van haar vingers toch een klein beetje troost. Jade leeft nog, en hoewel het onwaarschijnlijk is in haar huidige toestand, hoop ik dat ze me kan horen. Ik heb haar nog veel te veel te zeggen.

Maar als ik diep ademhaal en mijn mond open om zachtjes tegen haar te praten, komt er alleen een gesmoorde snik uit mijn keel. En nog voor ik ook maar een woord heb uitgesproken, begin ik te huilen.

Reacties (1)

  • Duendes

    Ik zag niets dan bloed en bot, en hoorde niets dan gekweld gekreun. Het klonk alsof het nooit zou stoppen, maar na een minuut werd het stil.

    Gosh dat is intens oef like soms is het ook wel even een pijnlijk besef van hoeveel te veel nare dingen Chris en Luna al hebben gezien hierdoor en awh

    Wonden controleren is één ding. Actief hulp verlenen is iets heel anders. Na jarenlang me hiertegen verzet te hebben, lukt het me niet om die gewoonte in één keer los te laten.

    Ja logisch wel gosh maar awh Chris lieverd nooo

    Het verandert niets. Het wensen, het dromen, het schreeuwen om verandering. De arena om ons heen verdwijnt niet en Jade wordt niet wakker.

    Damn deze zinnen zijn like heel erg sterk en heel confronterend wel gosh ik wil het cringy romcom high school AU waar ze niet doodgaan verdorie

    En nog voor ik ook maar een woord heb uitgesproken, begin ik te huilen.

    Awh gosh zo valid maar shit aahh ik doe meer eh gosh wat naar shit niet Jade aaahh oh arme kindjes

    1 week geleden
    • Samanthablaze

      Ze hebben het zelf ook niet zo door want zij zijn het wel gewend
      Echt ook, lekker dramatische high school musical vibes, dan hoeven ze hier niet mee te dealen

      1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen