Mijn bondgenoot knippert een paar keer met zijn ogen en staart me verward aan. "Maar- ik... Wat?" stamelt hij.

Ik heb geen antwoord voor hem. Want hoewel een deel van mij mijn hart uit zou willen storten, herinnert de pijn in mijn rug me eraan wat er de laatste keer dat ik dat deed gebeurde. De Hongerspelen bieden geen plek voor kwetsbaarheid. Ik bijt op mijn lip en probeer de tranen weg te knipperen. Ik gun het het Capitool niet om me nu te zien huilen.

Maar als Day zwijgt en het even volkomen stil blijft, lukt het me niet meer om me groot te houden. "Het spijt me," kraam ik nogmaals uit. Ik weet niet wat ik anders moet zeggen - dit voelt als het enige dat in ieder geval nog eerlijk is. Mijn stem breekt en ik veeg snel mijn ogen af, terwijl ik op mijn wang bijt om er niet meer uit te flappen. Ik ben sterker dan mijn emoties.

Maar als Day zich half naar me omdraait en voorzichtig en geruststellend een hand op mijn arm legt, weet ik dat dat niet waar is. "Excuses aanvaard," zegt hij zacht, terwijl hij met een scheve glimlach naar me knikt. "Het is oké. Het was ook niet bepaald mijn beste idee ooit."

Mijn zachte gesnik gaat al snel over in diepe uithalen, terwijl ik mijn knieën optrek en zoveel mogelijk van mijn tranen weg probeer te vegen. Als ik de onverwoestbare glimlach van de jongen zie, voelt het bizar, walgelijk zelfs, dat ik ooit aan hem getwijfeld heb, en nog veel walgelijker dat het me niet lukt om dat los te laten. Maar als Day echt de jongen is die hij beweert te zijn - en bij alle goden die ooit aanbeden zijn, ik hoop dat hij dat is - dan verdien ik hem niet. Niet na alles wat ik hem heb aangedaan, niet als ik alles steeds kapot lijk te maken en iedereen kwets. Het is gewoon de zoveelste reden dat ik zou moeten stoppen met denken aan zijn glimlach.

"Het was ongelooflijk dom," weet ik met een bittere lach uit te brengen. "Je was al zo gewond, en nu-" Ik had het moeten zien, en zelfs als ik het niet gezien had, had ik het moeten weten. Ik heb Florian tekeer zien gaan. Ik had Day meteen moeten helpen toen dat kon, in plaats van te verwachten dat hij het zelf wel op zou lossen. Ik had het hele gevecht moeten voorkomen. Vandaag zou anders gelopen zijn als ik ook maar één juiste keuze zou hebben gemaakt.

"Ik weet het." Day schudt zijn hoofd en slaat zijn ogen neer. "Ik... Ik had het eigenlijk ook helemaal niet moeten vragen nu."

Het is waar, maar ik zeg niets. Ik ben bang dat als ik instem, ik in Days ogen hetzelfde schuldgevoel herken dat door mij heen stroomt. Het is niet zijn schuld, en hoewel de held die ik had kunnen zijn dit allemaal voorkomen zou hebben, betekent dat ook niet meteen dat het mijn schuld is. Ook al fluistert een deel van me - misschien mijn angst, misschien mijn verstand, als dat überhaupt twee verschillende dingen zijn - dat het wel degelijk allemaal mijn schuld is, ergens diep vanbinnen weet ik beter. We blijven marionetten in het poppenspel van het Capitool. Er is niets dat ik kan zeggen om dat te veranderen, en er is niets dat ik kan doen om me beter te voelen. Zachtjes snikkend blijf ik zitten, totdat ik zelfs daar te moe voor ben.

Uiteindelijk duw ik zachtjes Days hand van mijn arm en veeg mijn ogen af, zodat ik de jodium weer op kan pakken en voorzichtig verder kan gaan met het enige wat ik kan doen om mijn schade te herstellen. In het schemerige avondlicht, ontsmet en koel ik in stilte Days rug, armen en gezicht, en hoewel ik uit alle macht Days blik probeer te ontwijken, dwalen mijn ogen telkens af naar de zijne.

Mijn bondgenoot klemt stevig zijn kiezen op elkaar als hij de jodium voelt prikken, maar hij geeft geen krimp en blijft doodstil zitten. Na een tijdje verschijnt er een flauwe glimlach op zijn gezicht. "Bedankt voor het helpen met... dit," zegt hij met een flauwe glimlach.

Ik trek een moeilijk gezicht en hou mijn blik strak op de schaafwond op Days elleboog gericht. "Ik heb niets aan mijn bondgenoot als zijn wonden gaan ontsteken." Meteen zou ik mijn tong er het liefste af willen bijten - hij is schijnbaar toch niet in staat iets goeds te zeggen.

Maar tot mijn opluchting verdwijnt Days glimlach niet. "Dat zou niet ideaal zijn, nee," beaamt hij, voor hij een opgeluchte zucht slaakt als ik mijn handen van de wond af trekt om een wondgaasje en een grote pleister uit de kist te halen. Even wacht hij in stilte af tot ik mijn werk af heb, maar dan verschijnt er een scheve grijns op zijn gezicht. "Dus... mag ik mijn shirt weer aantrekken?"

Meteen voel ik hoe ik weer knalrood wordt, maar het lukt me niet echt om niet hele betrapt te kijken. Voor de zoveelste keer dwalen mijn ogen naar Days spieren, maar ik wend mijn blik snel weer af. "Eh, ja," stamel ik, een halve octaaf hoger dan normaal, "doe dat maar." Vlug, om maar ergens mee bezig te zijn, begin ik mijn spullen op te bergen, terwijl Day moeizaam zijn donkerrode shirt weer aantrekt. Subtiel is anders. Ik zucht zachtjes, terwijl ik probeer om niet naar de jongen te kijken voor ik zeker weet dat hij zijn shirt weer aan heeft.

Als ik uiteindelijk mijn kist dichtklap en opkijk, deins ik geschrokken achteruit. Mijn blik dwaalt niet direct naar Day. In plaats daarvan kijk ik uit over de vlakte - over de enkele tientallen meters die ik kan zien. De mist is terug. "Wat-" Ik slik en kom langzaam overeind. "Maar het is nog helemaal geen middernacht geweest, dit-" Dit klopt niet. Dit is niet volgens de regels. Maar dit zijn de Hongerspelen - de regels zijn net als wij overgeleverd aan de genade van de spelmakers. Het was naïef om te verwachten dat ze hetzelfde patroon aan zouden houden. Op die manier raken de kijkers verveeld. Snel scan ik de omgeving, op gevaar en op mijn stok. Tot mijn grote opluchting vind ik mijn stok leunend tegen de boomstam, enkele meters verderop, en is er geen dreiging te zien. Nog niet.

Ook Day komt voorzichtig overeind en kijkt om zich heen. "Het begint heel vroeg vandaag," concludeert hij met een bezorgde frons. "Laten we maar snel naar de boomhut gaan, voordat het erger wordt."

Maar als ik opkijk naar de jongen, omgeven door mist, kan ik niet anders dan achteruit deinzen. Het is alsof ik nooit ontsnapt ben, alsof ons duel nog altijd bezig is. Alsof hij me tegen de grond zal drukken als ik zelfs maar durf te knipperen. Ik heb zijn wonden genezen, ik ben de bondgenoot geweest die hij nodig had. Maar nu dat achter de rug is, heeft hij geen reden om me nog bij zich te houden. Mijn vingers glijden naar mijn mes, terwijl ik langzaam een paar stappen achteruit zet. Niets hiervan is echt, toch? Niets hiervan is ooit echt geweest.

Als Day zich naar me omdraait, zie ik echter niet de meedogenloze grijns die ik verwacht had, niet de glinstering van arrogantie en van woede. Zijn ogen zijn diepgroen, en staan enkel bezorgd. Snel wend ik mijn blik weer af, draai me om, steek mijn stok onder mijn arm en begin met mijn spullen omhoog te klimmen. Het is gewoon Day. Het is gewoon mijn bondgenoot, die sowieso te gewond is om me iets te doen. Ik hoef niet bang te zijn. Toch flitst mijn blik keer op keer naar hem.

Als ik boven aankom, zet ik de kist neer en kijk de hut rond. Hoewel het enigszins chaotisch is en overal wel iets ligt, voelt het veel te leeg. Er klopt iets niet. "Waar is Ada?" vraag ik aan Amelia, die verward opkijkt van het vlechtwerken waar ze mee bezig was.

"Ada?" herhaalt ze, met een verwarde frons op haar gezicht. "Ik dacht dat ze bij jullie was. Ze is een tijdje geleden naar buiten gegaan."

"Ik heb haar helemaal niet gezien." Ik heb dan ook niet heel goed opgelet, maar het blijft vreemd. Als ze naar beneden gekomen was, had ik dat moeten merken - tenzij ze niet wilde dat ik dat zou doen.

"Ada?" Day klimt de hut in en kijkt verbaasd van mij naar Amelia, en kijkt dan met een frons de hut rond. "Misschien is ze gewoon een stuk wandelen," suggereert hij, terwijl de bezorgdheid meteen terugvloeit in zijn gezicht. "Ik hoop alleen wel voor haar dat ze dan snel weer terug is."

Ik trek een wenkbrauw naar hem op. "Wandelen," herhaal ik sceptisch. "In de Hongerspelen." Zonder op een verweer van Day te wachten, loop ik verder de hut in en kniel neer naast Days rugzak, die ik snel openmaak om de inhoud te controleren.

"Een ronde ter controle," suggereert Day. "Volgens mij doet Ada dat wel vaker."

"Nee," antwoord ik simpelweg, en ik schud mijn hoofd. Dat is het niet. Dat klopt niet. Onze vallen zijn al twee dagen leeg. Er valt niets te controleren. Ik scan de hut op de andere tassen, maar hoewel ik die van Jade in een hoekje zie liggen, is van die van Ada zelf geen spoor. Snel richt ik me weer op de inhoud van Days tas, op ons eten, onze kostbare spullen.

Day haalt zijn schouders op. "Wat zoek je?"

"Er missen dingen." Ik gebaar naar de inhoud van de rugzak, en controleer of die helemaal leeg is. De crackers ontbreken, en als ik om me heenkijk, zie ik dat ook Jades slaapzak mist. Ada is niet zomaar wandelen. Ze heeft onze spullen gepakt en is niet van plan om er nog mee terug te komen. Ze heeft ons bestolen. Ik klem mijn kiezen stevig op elkaar en bal mijn vuisten, als ik opkijk naar mijn bondgenoot. "Ze is weggegaan."

Reacties (2)

  • Duendes

    Want hoewel een deel van mij mijn hart uit zou willen storten, herinnert de pijn in mijn rug me eraan wat er de laatste keer dat ik dat deed gebeurde. De Hongerspelen bieden geen plek voor kwetsbaarheid.

    Dat is ook kinda sad want zelfs als hij dus kinda accepteert dat het dan misschien niet echt Day was, dan heeft het wel zoveel verpest awh ze kunnen niet zo close worden want te gevaarlijk

    Als ik de onverwoestbare glimlach van de jongen zie, voelt het bizar, walgelijk zelfs, dat ik ooit aan hem getwijfeld heb, en nog veel walgelijker dat het me niet lukt om dat los te laten.

    Gosh Chris schat het is oké maar aahh praat er nou over met Day en zeg hem waar je mee zit verdorie awhhh

    Maar als Day echt de jongen is die hij beweert te zijn - en bij alle goden die ooit aanbeden zijn, ik hoop dat hij dat is - dan verdien ik hem niet. Niet na alles wat ik hem heb aangedaan, niet als ik alles steeds kapot lijk te maken en iedereen kwets.

    Gosh Chris je maakt het ook niet makkelijker voor jezelf om like zo erg te wisselen van 'IK wil hem zoenen en wel nu' naar 'ik verdien hem niet' like buddy gosh

    Ik ben bang dat als ik instem, ik in Days ogen hetzelfde schuldgevoel herken dat door mij heen stroomt.

    Het is zo sneu pijnlijk hoe dit alles zo valid wel voor zoveel schuldgevoel zorgt want gosh ze hebben niet heel veel keuze en zitten vast in dit spel en toch voelt het zo erg als hun schuld en au

    Ik heb zijn wonden genezen, ik ben de bondgenoot geweest die hij nodig had. Maar nu dat achter de rug is, heeft hij geen reden om me nog bij zich te houden. Mijn vingers glijden naar mijn mes, terwijl ik langzaam een paar stappen achteruit zet.

    Holyshit Chris gosh deze angst zit zo diep like nee Day gaat je niet zomaar ditchen als je klaar bent met nuttig zijn want daarvoor is hij niet je bondgenoot udicisifisid verdorie gosh het feit dat hij het echt even verwacht en echt even klaar is om ondanks alles net toch weer te gaan vechten meteen is INTENS

    Ik klem mijn kiezen stevig op elkaar en bal mijn vuisten, als ik opkijk naar mijn bondgenoot. "Ze is weggegaan."

    OEF rip ja kinda valid wel want want moet ze bij de jongens maar also zo wordt hun bondgenootschap wel heel snel weer heel klein awh gosh

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Zelfs als hij rationeel weet dat het niet zo was, lukt het hem gewoon niet om Day te behandelen alsof het niet zo is. Want wat als de mist gewoon de keiharde werkelijkheid laat zien voor Chris? Dat was wel zo met Bo en Aderyn
      Chris en communicatie? Natuurlijk niet
      Ik bedoel die dingen bestaan naast elkaar. Hij wil Day nog steeds zoenen, hij durft het gewoon niet
      Ze kunnen er niets aan doen maar omdat er wel bloed aan hun handen kleeft, voelen ze zich toch schuldig
      Als de mist één angst van Chris triggert, is het deze wel. Zeker als Day zo dichtbij is en Chris al emotioneel is. En het is dat het Day is, maar bij een ander had het daar waarschijnlijk wel degelijk over gegaan. Als Chris dan niet meer nuttig zou zijn, was het gewoon over geweest en dat weet hij
      Bye Ada, you will not be missed. Maar de spullen wel

      1 maand geleden
  • Megaeraaa

    Concentreren, Chris. Wondes zijn interessanter dan Day's buik

    Ondankbaar kind. Maar straks staat ze daar terug, wacht maar

    1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Hmm maar die buik is wel beter uitzicht. Wonden zijn naar om naar te kijken

      Ze is echt een trut

      1 maand geleden
    • Megaeraaa

      Maar dan doet hij teminste nog iets nuttigs. Naar een buik staren terwijl je elk moment van alle kanten kan aangevallen worden en je bondgenoot ligt dood te bloeden is nu niet meteen wat ik zou doen

      1 maand geleden
    • Samanthablaze

      Chris staat dan ook niet bekend om zijn goede beslissingen

      1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen