Als Aderyn achteruit stapt om haar werk te bewonderen, laat ik hijgend mijn hoofd hangen. Niet alleen mijn arm brandt van de pijn, waardoor ik niet meer helder na kan denken - mijn keel steekt en schuurt bij ieder geluid dat ik maak, bij iedere piepende ademhaling en angstige snik. Ik ga hier dood, en het gaat een eeuwigheid duren.

Ook zonder het mes op mijn huid, ondanks dat het enorm veel pijn doet, zou ik willen schreeuwen. Het egoïstische deel van mij wil niets liever dan dat Day verschijnt, met zijn bijl stevig in zijn handen geklemd. Ik wil dat hij me hier vandaan haalt, ik wil zijn zwakke glimlach zien als hij fluistert dat het allemaal goed komt. Ik wil dat hij bij me is.

Toch stop ik met schreeuwen zodra ze haar wapen van mijn huid haalt. Als Day me al gehoord heeft, kan ik daar niets meer aan doen, maar dan gun ik Aderyn in ieder geval niet die macht over mij. Zolang ik kan, zal ik me tegen haar blijven verzetten. Ik weiger als een marionet te sterven.

In de seconde van rust die het meisje me gunt, schiet mijn blik haast automatisch naar de wond. Hoewel haar wapen niet echt was, is het bloed dat over mijn arm stroomt dat zeker wel. Toch lijkt de wond niet op een snijwond - het is meer een bloedende, brandende blaar, ondiep en niet dodelijk, maar ongelooflijk pijnlijk. En hoewel ik zeker weet dat het monster met Aderyns gezicht wel degelijk de intentie heeft om me te vermoorden, weet ik dat dit niet de efficiënte manier is. Op deze manier zou het een eeuwigheid duren voordat mijn bloedverlies dodelijk wordt. Ze wacht tot Day hier is, en doet me zoveel mogelijk pijn in de tijd die het hem kost om hier te komen. Ze wacht tot hij me kan zien sterven - dat is het verhaal dat de Spelmakers vandaag aan hun publiek willen laten zien.

Als ik uiteindelijk hijgend mijn hoofd weer op til, besef ik meteen dat ik een vergissing gemaakt heb. Als ik oogcontact met Aderyn maakt, wordt haar grijns breder, en schiet de pijn weer door mijn arm. Met een gekwelde kreet sla ik mijn ogen weer neer en krimp ineen, zover de greep van Sean dat toelaat.

De pijn maakt me wazig en het schreeuwen put me uit, waardoor uiteindelijk al het andere lijkt te vervagen. Ik denk niet langer aan het mes op mijn arm, dat steeds nieuwe, rode strepen maakt, en ik denk niet meer aan hoe ik weg kan komen van de monsters om me heen. Ik denk niet meer aan Day, ergens in de mist, en aan hoe graag ik wil dat hij Aderyn van me af duwt en me uit Seans armen trekt, weg van hier. Als al het andere wegvalt, denk ik aan Luna.

Vijftien jaar naast iemand spenderen, is genoeg tijd om iedere nuance van diens stem te leren. Ik ken iedere klank die ze kan maken, van haar schelle stem als ze me terecht wijst en de tonen die ze zingt, altijd net onzuiver, tot het gegiechel toen we jonger waren en haar gesnik het laatste jaar. Ik ken de stem waarmee ze me beloofde dat ze naar me terug zou komen, en ik ken de stem waarmee ze me verweet dat ik er niet was, het afgelopen jaar. Ik ken haar vermoeide gezucht, heel goed zelfs, want ik heb haar meer dan genoeg redenen gegeven om vermoeid te zuchten, en ik ken haar schaterende lach van de keren dat ik grappen maakte die alleen wij snapten. Maar hetgene dat ik zelfs in mijn dromen nog hoor, is het geluid van haar schreeuw, het moment waarop ze door de wolvenroedel gebeten werd. Ik kende dat geluid al, lang voordat er briefjes met onze namen in de Boetebol zaten. Mensen schreeuwden dagelijks in de kliniek, en ik kende de klank van doodsangst. Ik had alleen nooit verwacht het uit haar mond te horen - niet Luna, die altijd al sterker was dan ik, sterker dan de meeste mensen. Maar vanaf het moment dat ik het geluid hoorde, zo echt en alles vernietigend en angstaanjagend en verkeerd, is het nooit meer uit mijn hoofd gegaan.

Is dat wat dit geluid voor anderen is? Voor iedereen die ooit van me gehouden heeft, voor iedereen die hoopt dat ik terugkom, zelfs als dat maar een handjevol mensen is. Opnieuw zou ik willen dat ik het geluid weer in zou kunnen slikken - dat ik mijn mond dicht zou kunnen klemmen, dat vanaf het begin gekund had, en dat niemand van hen dit ooit zou hoeven horen. Ik gun het niemand om iemand van wie ze houden ooit zo te horen schreeuwen.

"Chris!" Als een mes snijdt de stem door de nacht, door de mist, door de pijn en door mijn gedachten, waardoor ik in één klap weer terugkeer naar het hier en nu. De pijn die door me heen trekt maakt me misselijk.

Ik zou zijn naam terug willen schreeuwen. Ik zou willen roepen, gillen, huilen dat ik hier ben, dat hij weg moet blijven, dat hij me moet helpen, wat dan ook. Maar als ik de tevredenheid op Aderyns gezicht zie, weet ik mijn kiezen stevig op elkaar te klemmen.

Het is verspilde moeite. Als Aderyn de stem hoort, schenkt ze me een kille glimlach. "Kijk eens aan, je grote, stoere ridder is in aantocht,” sneert ze zachtjes. “Wat aandoenlijk." Ze zet haar mes opnieuw op de rug van mijn hand. "Zorg maar dat hij weet waar hij moet zijn, want hij heeft niet heel veel tijd meer."

Ik werp haar een kwade blik toe en spuug naar haar, maar meteen drukt ze haar wapen dieper in mijn huid. Het piepende geluid dat over mijn lippen komt, verandert al snel weer in schel gegil. In al mijn zinloze geworstel om bij het mes vandaan te komen, om de pijn te laten ophouden, kijk ik op, op zoek naar het enige dat nu nog kan zorgen dat ik niet gek word en doodga hier. Day. Ik kan de jongen nauwelijks zien, in het donker en de mist, en wat ik van hem kan zien is wazig en draaierig door de tranen in mijn ogen en het bonzende gevoel in mijn arm. Toch herken ik hem, en ik weet dat ik hem altijd zou herkennen. Ik twijfel niet eens of hij het wel is, ook al weet ik dat de Spelmakers deze aanpak eerder gebruikt hebben in een poging me te doden. De mist werkt meestal in paren, en er zijn al twee monsters hier. Dit is Day, dit is mijn bondgenoot, en hij is echt. En als hij niet echt zou zijn, zou het me even niet kunnen schelen - ik sterf liever in zijn armen dan hier, in handen van de Beroeps. Ik ben allang blij om het geluid van zijn stem te horen.

"Chris, daar be-" De opgeluchte toon van mijn bondgenoot verdwijnt meteen en de woorden blijven steken, als de jongen de monsters die me vasthouden ziet.

Aderyn draait zich met een dramatisch gebaar om, het mes nog altijd in haar hand, en ik hap naar adem als ik het koude, inmiddels enorm bebloede wapen niet langer voel. "Daar zullen we onze grote held hebben." Met haar valse glimlach op haar gezicht, veegt ze haar mes aan mijn shirt af en geeft het dan aan Sean, die het met een hand aanpakt, terwijl hij me met zijn andere arm nog altijd stevig vasthoudt.

Onmiddellijk probeer ik van de verzwakte greep gebruik te maken om me los te rukken, maar de jongen slaat zijn arm weer terug om mijn middel en tikt waarschuwend met het mes tegen mijn zij. Ik slik en staak mijn ontsnappingspoging. De mutilant weet net zo goed als ik waar hij zou moeten steken om mijn vitale organen te beschadigen. Hij heeft me net zo goed schaakmat gezet als wanneer hij het mes op mijn keel had gelegd, maar dit keer is het niet de bedoeling me het zwijgen op te leggen. Juist niet. Nog niet.

Ik slik als ik me besef waarom Aderyn haar wapen heeft afgegeven. Het mes is nog altijd een dreiging, maar de Beroeps heeft nu haar handen vrij. Ze werpt me een uitdagende, demonstratieve glimlach toe als ze haar zwaard trekt. Het echte werk is begonnen. Ze richt zich weer tot Day, en klakt hoofdschuddend met haar tong. "Jullie leren het ook nooit." Ze laat haar zwaard achteloos langs haar zij hangen en kijkt Day uitdagend aan, ook al heeft hij zijn bijl in zijn handen geklemd. De Spelmakers weten dat hij niets zal doen - niet meteen, niet als hij hetzelfde ziet als ik. "Wat is je plan, Day? Vriendelijk om een wapenstilstand vragen? Gewoon toekijken?” De manier waarop ze zijn naam uitspreekt, maakt me misselijk. Uit haar mond, spottend, klinkt het niet als daglicht, als een zonsopkomst, als nieuwe kansen of als thuis. Het klinkt als een scheldwoord. “Het maakt voor hem niet uit." Ze gebaart mijn kant op, en alsof het een afgesproken teken is, drukt Sean hard op mijn schouders en rug.

Met een harde klap geven mijn gewrichten mee, waardoor ik voorover op mijn knieën in het gras zak. Voor ik me echter kan beseffen dat de Beroeps me losgelaten heeft, grijpt hij me alweer vast - bij mijn armen. Opnieuw schreeuw ik het uit, als ik zijn stevige greep om de wonden heen voel klemmen, en nogmaals als hij ruw mijn armen op mijn rug draait. Het enige wapen dat ik nog kon gebruiken, mijn vuist, is acuut buiten werking gesteld. Eén hand van hem is genoeg om om mijn polsen te klemmen en die omhoog te duwen, in een positie waar ik er niets meer mee kan, zelfs als de pijn genoeg zou stoppen. Met zijn andere hand duwt hij de rand van mijn shirt aan de kant. Er trekt een siddering door me heen als ik het koude metaal van het mes tegen mijn blote huid voel. “Stop,” fluister ik, hopend dat Day mijn wanhopige smeekbede niet kan horen. “Alsjeblieft. Laat me gaan. Laat me los. Ik kan je vast helpen, ik kan-” De jongen prikt me met de punt van het wapen en mijn stem gaat over op onverstaanbaar snikken, terwijl ik zinloze pogingen blijf doen om iemand die niet echt is vanalles te beloven, in de hoop dat hij me laat gaan.

"Nee, ik…” stamelt Day. De onzekerheid in zijn blik laat mijn laatste beetje hoop vervagen. Ik wist dat ik hem een val in lokte. Mijn hoop dat hij me hieruit zou kunnen redden, was simpelweg naïef. “Ik had niet..." Nerveus verstevigt hij zijn grip op zijn bijl, maar dan verandert zijn angstige blik in die ijzeren kalmte die me bang maakt. "Laat hem met rust, Adey."

"Oh, is dit dan het moment waar je jezelf dramatisch voor hem op probeert te offeren?" Aderyn rolt met haar ogen en lacht één keer, kort en schel. "Ga je voor mijn zwaard springen?” Ze gebaart met haar wapen naar mij en kijkt hem dan uitdagend aan. “Toe maar. Hij is dood voordat je me kan raken - je weet inmiddels wel hoe dat gaat, toch?"

Days kalmte wankelt als het meisje verbaal naar hem uithaalt. Hij krimpt ineen en wendt zijn blik af, maar dan, ondanks alles, verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. Niet de echte, warme lach die ik zo graag weer wil zien, nee, het is geforceerd en verre van echt, wanhopig zelfs, maar het is wel een glimlach. "Ik dacht er eigenlijk meer aan om niemand op te offeren." Hoewel hij zijn schouders recht en zijn blik weer opheft, verraadt de trilling in zijn stem zijn angst. Hij heeft geen plan - natuurlijk niet. Ik wist dat hij niet echt iets zou kunnen doen, en dat hij alleen zichzelf in gevaar zou brengen. Dat is waarom ik zo hard geprobeerd heb om te voorkomen dat ik hem hierheen zou leiden.

Aderyn slaakt een geërgerde zucht. "Vriendelijk om een wapenstilstand vragen, dus." Ik verstijf als ze zich omdraait naar mij, met een spottende blik op haar gezicht. "Werkelijk waar, Chrissie, je hebt een afschuwelijke smaak. Geloofde je echt dat dit jochie je zou komen redden?"

Ja. Nee. Ik geloofde het niet, niet echt. Maar ondanks alles had ik toch gehoopt dat hij me zou redden. Ik heb om hem geschreeuwd, ook al vertelde mijn verstand me om mijn mond te houden. Ik laat mijn hoofd hangen en geef me over. Ik kan niet meer ontkennen dat ik verloren heb.

"Kijk dan naar hem.” Hoewel Aderyns stem meer dan duidelijk maakt dat het een bevel is, weiger ik mijn hoofd op te tillen. Ik wil niet dat hij mijn teleurstelling ziet, mijn angst, mijn wanhoop. We gaan hier dood, allebei. Er is niets dat hij kan doen. Maar het feit dat ik me gewonnen geef, is niet genoeg voor Aderyn, voor de Spelmakers, voor het publiek dat zich hiermee vermaakt. Sean verplaatst het mes naar mijn hals, en duwt met de punt mijn kin omhoog. De tevredenheid op Aderyns gezicht laat een koude rilling over mijn rug kruipen, maar het is nog honderd keer erger om Day te zien, net zo verslagen als ik me voel, net zo trillerig en bang. “Hij is volledig ongevaarlijk. Hij is gewoon een puppy.”

Nu ik eenmaal oogcontact met Day heb, kan ik niet meer wegkijken. Ook al zie ik allang niet meer scherp, doordat de tranen die ik niet weg kan vegen mijn zicht vertroebelen en de pijn in mijn arm me duizelig maakt, ik kan zijn wanhoop zien. Zijn bijl hangt slap in zijn trillende handen. Hij weet dat hij in een val gelopen is waar we niet meer uitkomen. Misschien dat het Capitool gehoopt had dat hij zou breken - dat hij zou schreeuwen, zou vloeken, en in een golf van angst, woede en bloeddorst naar het meisje uit zou halen. Maar in plaats daarvan blijft hij roerloos staan. Hij had net zo goed zijn wapen kunnen laten vallen en zijn handen in de lucht kunnen steken, kunnen knielen voor de gedaante van Beroeps.

Aderyn kijkt hem even peilend aan, maar lijkt dan tot dezelfde conclusie te komen. "Als je toch niets gaat doen, kun je nu beter weggaan,” zegt ze. Mijn ogen worden groot. Ze kan niet van plan zijn hem te laten gaan. Dat kan niet, dat klopt niet. Het is de bedoeling dat we hier allebei sterven vannacht. Als ze hem laat gaan, is dat enkel omdat ze wil jagen, of enkel omdat ze met haar prooi, met mij, wil spelen. Ze is niet van plan om een van ons te laten gaan, en de uitdagende blik die ze Day toewerpt, bevestigt dat. Dan gebaart ze naar mij en haar handlanger. “Tenzij je graag wil toekijken."

Sean trekt meteen het mes terug, waarbij hij een kleine snee achterlaat op mijn hals. Voor ik erop kan reageren, voel ik zijn ijskoude hand weer tegen mijn huid strijken. Aderyn kijkt me aan, met de spottende lach die al deze monsters maakten voordat ze me aanvielen. Nog voor de betekenis van haar woorden tot me doordringt, steekt Sean het mes in mijn zij.

Ik heb me talloze keren afgevraagd hoe het zou voelen. Toen er iemand de kliniek binnengedragen werd die tussen een ploeg terecht gekomen was, toen iemand aan zijn zweepslagen overleed. Toen de wolven Luna beten, toen hun tanden en klauwen door haar vlees sneden. Ik heb talloze keren geprobeerd me in te beelden in hun pijn, in hun doodsangst. Maar zelfs in mijn donkerste, meest lugubere voorstellingen, kwam ik niet eens in de buurt van wat ik nu voel. De wereld had kunnen eindigen, en ik zou het niet eens merken. Ik kan niet meer denken. Er is alleen nog de pijn in mijn zij, alsof mijn lichaam in stukken gescheurd wordt.

Ik schreeuw het uit, knijp mijn ogen dicht en krimp ineen. Het helpt allemaal niets. De pijn verdwijnt niet, en uiteindelijk wens ik dat de mutilant hoger had gemikt, op mijn hart. Ik wil niet dat het zo eindigt, langzaam leegbloedend terwijl de mutilanten mijn lichaam verder open snijden tot het echt dodelijk wordt. Ik wil hier niet blijven zitten, hulpeloos door de pijn, huilend en wachtend op mijn dood. Als ik dood zou gaan, dan had dat op mijn voeten moeten zijn, met een wapen in mijn handen. Niet dit. Niet zo.

Ook al houdt de pijn niet op, ik dwing mezelf om mijn kiezen op elkaar te klemmen. Niet zo. Zo mag het niet eindigen. Ik open mijn ogen, op zoek naar Day, op zoek naar hoop.

Als ik hem niet vind, is het alsof mijn hart al gestopt is. Hij is weggegaan. Hij is echt weggegaan, ook al zouden de spelmakers hem nooit laten leven. Ik ben weer alleen, overgeleverd aan de genade van de monsters in de mist, terwijl ik alleen maar kan denken aan het feit dat hij weg is. "Day!" Tussen de huilerige, korte ademteugen schreeuw ik zijn naam, maar er komt geen reactie, hoe vaak ik ook om hem roep, hem smeek om terug te komen, om me hier niet alleen te laten sterven. Ik blijf om hem schreeuwen, totdat Sean het mes weer uit mijn lichaam trekt en het me niet meer lukt om nog woorden te vormen. Vlekken dansen voor mijn ogen en ik voel mijn lichaam verslappen, waardoor ik machteloos tegen Sean aan zak. Het is zinloos om nog te proberen om mezelf overeind te houden, of een poging te doen de wond dicht te drukken. Het is zinloos om me groot te houden, en het is zinloos om terug te vechten als Day me hier heeft achtergelaten. Als ik mijn bewustzijn zou verliezen, zou het allemaal alleen maar minder pijnlijk zijn.

"Wat maak je er weer een drama van, zeg." Ik ben me nauwelijks bewust van Aderyns zwaard op mijn keel, waarmee ze mijn kin optilt en me dwingt haar aan te kijken. Het meisje slaakt een geërgerde zucht en rolt met haar ogen. "Je gaat toch niet echt beweren dat je dit niet zag aankomen, 11?" Ze prikt in mijn huid met het wapen, maar de brandende pijn gaat op in al het andere. "Jouw Danny is gewoon een puppy. Hij wordt niet ineens een wolf. Als er gevaar dreigt, druipt hij piepend met zijn staart tussen zijn benen af." Ik zou willen ontkennen, willen schreeuwen dat ze het mis heeft en dat ze de jongen niet kent, dat ze hem allemaal niet kennen. Ik zou willen schreeuwen dat Day de held was die ik altijd al had willen zijn, die nacht in het labyrint, de keren dat hij over me gewaakt heeft, de keren dat hij mijn hand vasthield en naar me lachte alsof alles goed zou komen. Maar Day is weg, en niets daarvan lijkt nog echt. "Je hebt de verkeerde vrienden gemaakt, Chrissie,” verzucht Aderyn, terwijl ze haar zwaard weer laat zakken en haar hoofd vlakbij het mijne brengt. Haar stem verlaagt zich tot een grauwe, zachte toon. “Ik geef je wat tijd om dat tot je door te laten dringen voor ik het afmaak,” sist ze. “Het is leuker als hij een kleine voorsprong heeft.”

Trillend kijk ik op naar het meisje, naar het monster dat voor me staat. "Alsjeblie-" Ik weet niet eens waar ik om wil smeken. Om Day te laten gaan, om genoegen te nemen met mij pijn doen en hem te laten leven, om mij te laten leven, of misschien wel om het gewoon snel af te maken. Niet zo. Maar ik krijg de kans niet om mijn smeekbede af te maken, want Aderyn steekt de punt van haar zwaard in mijn wond en draait eraan.

Als Sean me niet vastgegrepen had om me overeind te houden, zou ik in elkaar gezakt zijn in het inmiddels rode gras. Alles voor mijn ogen draait en maakt me misselijk, maar de kalmte en duisternis waar ik naar verlang komt niet. Ik blijf bij bewustzijn, blijf huilen en schreeuwen, en nog altijd is het niet genoeg.

Aderyn klakt met haar tong, maar haar stem verraadt dat het precies gaat zoals ze wilde. "Is dat alles?" Ze draait haar zwaard nog een slag, en nog een, en glimlacht als ik ondanks mijn kapotte keel steeds harder schreeuw. "Je moet toch wel beter kunnen? Je bent vast niet in álles slecht - ik denk dat dit meer je forte is." Nog een slag, nog verder, nog meer pijn. "Met wat meer oefening."

Uiteindelijk begeeft mijn stem het, en blijft enkel wat gepiep over als ik keer op keer, bij iedere beweging van het zwaard, naar adem hap. Ik leg mijn hoofd in mijn nek op zoek naar zuurstof, maar mijn lichaam werkt niet meer mee. Vlekken dansen over mijn beeld, waardoor niets meer helder is.

De zilveren flits laat me schrikken, maar wat er gebeurt, dringt niet tot me door tot het enige wat me overeind hield wegvalt. Tussen de omhoogkringelende mist val ik op de grond, waar ik trillend blijf liggen. Sean is verdwenen. Het monster dat me vasthield, is weg, maar het lukt me nog altijd niet om me te bewegen. Mijn lichaam werkt niet langer mee.

"Stop hiermee." Ik ken de stem die door de stilte galmt, ik ken de kalmte die hij uitstraalt. De diepe, haast woedende klank die eronder schuil lijkt te gaan, ken ik niet, maar ik weet alsnog wiens stem dat is. Day.

Ik probeer mijn hoofd op te tillen, op zoek naar mijn bondgenoot. Hij is teruggekomen. Hij heeft Sean uitgeschakeld, en hij- Met een harde klap boort zijn bijl zich naast me in de grond. Instinctief krimp ik ineen, maak mezelf zo klein mogelijk, terwijl ik bij iedere kleine beweging piepend naar adem hap. Hij is niet terug om je te redden. Hoogstens om je uit je lijden te verlossen. Hoewel ik ergens zijn stem kan horen, de warme klanken die ik van hem gewend ben, hebben zijn woorden geen betekenis die tot me doordringt. Ik blijf liggen, blijf huilen, en wacht op de klap van zijn bijl die alles beëindigd.

En als al het andere wegvalt, denk ik aan Luna. Niet aan haar geschreeuw, niet aan haar lach en zelfs niet aan haar zachte snikken. Ik denk aan haar gemompel, als ze zonder het zelf door te hebben in zichzelf praatte. Ik denk aan de instructies die ze zichzelf gaf, toen ze zichzelf de dingen probeerde te leren die onze vader mij als dagelijks huiswerk gaf. Druk op de wond. Zorg dat de patiënt niet teveel bloed verliest. Zorg dat de patiënt niet in shock raakt. Haast automatisch volg ik de instructies op en druk mijn handen tegen mijn zij, ook al wil ik schreeuwen als het meteen een nieuwe golf van pijn door mijn lichaam stuurt. Ik laat niet los. Ik ben nog niet dood. Zo mag het niet eindigen.

Een zachte aanraking op mijn schouder laat een rilling door mijn hele lichaam trekken, en hoewel mijn instinct is om ineen te krimpen, vloeit de spanning weg uit mijn lichaam als ik zijn stem weer hoor. "Chris, ik ben het," zegt Day zacht. Zijn stem lijkt te dansen, te galmen, en lijkt met ieder woord verder weg te zijn, ook al kan ik zijn aanwezigheid voelen. "Ik... Ik ben er nu."

Met mijn allerlaatste beetje kracht weet ik mijn hoofd op te tillen en hem aan te kijken. Niets wat ik zie is scherp - de wereld draait en is bezaaid met steeds meer zwarte vlekken, die mijn beeld langzaam overnemen. Ondanks dat herken ik het groen van zijn ogen. Ik steek mijn hand naar hem uit, klem mijn vingers stevig om de stof van zijn shirt om mezelf overeind te houden. Het helpt niet. Nu de adrenaline uit mijn lijf vloeit, kantelt mijn beeld en voel ik mezelf wegglijden in het donker.

Ik hoor alleen nog zijn stem, van steeds verder weg. "Je zou bij me blijven, weet je nog?" fluistert hij, trillend en bevend en net zo bang voor alles als ik me voel. "Alsjeblieft, Chris."

Maar ik kan geen antwoord meer geven, ik kan geen belofte meer doen. Ik kan me niet bewegen, ik kan niet meer denken, en dan kan ik ook zijn stem niet meer horen.

Alles is zwart en alles is stil.

Reacties (2)

  • Duendes

    Als al het andere wegvalt, denk ik aan Luna.

    Dat is zo freaking precious tbh awh hou dat pls vast Chris
    Damn ik mis de Chris en Luna dynamic wel stiekem wat een schatjes en wat een sukkels

    Uit haar mond, spottend, klinkt het niet als daglicht, als een zonsopkomst, als nieuwe kansen of als thuis. Het klinkt als een scheldwoord.

    Die is heel naar yikes want tbh Adey bedoelt het ook echt alleen maar spottend en kleinerend enzo, helemaal niet als iets leuks oeps en het is naar want Day is niet opgewassen tegen haar - fysiek noch verbaal oeps
    Days kalmte wankelt als het meisje verbaal naar hem uithaalt.

    En hij doet erg zijn best maar daardoor wisselt hij vooral razendsnel tussen allerlei emoties en pogingen rustig te blijven whoops baby

    Als ik hem niet vind, is het alsof mijn hart al gestopt is.

    Die doet zoveel pijn man awh zelfs als hij weet dat Day hem niet echt kan redden zoekt hij hem alsnog om maar een beetje moed en hoop te krijgen awh en dan ziet hij Day nergens en dat is heartbreaking

    Ik zou willen schreeuwen dat Day de held was die ik altijd al had willen zijn, die nacht in het labyrint, de keren dat hij over me gewaakt heeft, de keren dat hij mijn hand vasthield en naar me lachte alsof alles goed zou komen.

    Gosh Chris is zo erg tot over zijn oren verliefd man maar dit?? Dit is zo enorm cute en mijnhemel ik ga huilen dat is zo lief en i cant

    En als al het andere wegvalt, denk ik aan Luna.

    OH WAT FIJN DEZE HERHALING die viel me de eerste keer niet bewust op maar ooohhh love it

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Jep, ze kunnen nu niet echt met elkaar communiceren, hoogstens hele korte dingetjes, en het helpt niet dat Chris ergens echt nog wel boos op haar was. Maar eh ze hebben hun hele leven samen gespendeerd en ondanks alle ruzie hebben ze toch altijd vooral elkaar gehad, dus natuurlijk dat zij zijn anker is
      True, ze kan zo makkelijk met hem spotten want Day is gewoon een hele makkelijke prooi, maar Chris wordt er zo boos van
      Day is net zo goed in paniek als Chris. Arme jongen
      Precies eh Day is altijd zo optimistisch, dus natuurlijk dat Chris naar hem kijkt voor hoop en steun en moed, maar dan is hij ineens verdwenen en is het net alsof hij Chris in de steek gelaten heeft en stort alles in
      Zijn parabatai, zijn zon, zijn storm <3
      Awh thanks honey(flower)

      3 weken geleden
  • ZainaSwift

    Maar ik kan geen antwoord meer geven, ik kan geen belofte meer doen. Ik kan me niet bewegen, ik kan niet meer denken, en dan kan ik ook zijn stem niet meer horen.

    Alles is zwart en alles is stil.

    Ik heb medelijden. Goed geschreven!:)

    4 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen