Hier sterven was genadiger geweest.

Het is donker en stil, maar de pijn is niet weg. Het blijft door mijn lichaam stromen, blijft me overspoelen bij iedere beweging en iedere zwakke ademteug. Ik kan me niet eens bewegen in een poging de pijn te verlichten. Ergens wens ik dat het allemaal stopt, dat ik nooit meer iets hoef te voelen en dat ik gewoon uit kan rusten, maar ik ben niet dood. Terwijl de pijn aan lijkt te zwellen, keert langzaam mijn bewustzijn terug.

Het eerste wat ik merk, zijn de geluiden. Een trage hartslag en schokkerige ademteugen - de mijne? - luider dan ze zouden moeten zijn. Een bevende stem die van heel ver weg komt, die woorden fluistert die niet tot me doordringen, en af en toe mijn naam. Het klinkt als een smeekbede, steeds wat luider, tot ik ervan ineenkrimp. "Chris!"

Druk de wond dicht. Je leeft nog. Duf doe ik wat ik mezelf opdraag, en laat de woorden langzaam tot me doordringen. De pijn maakt het bepaald niet makkelijk. Ik leef nog, wat betekent dat de wond niet direct dodelijk is. Als ik hem dicht kan krijgen… Alles doet zeer. Laat het stoppen. Alsjeblieft. Als ik het dicht kan krijgen, kan ik dit overleven. Ik moet dit overleven. Ik verzamel al mijn kracht om mijn handen tegen de wond aan te drukken, en schrik van hoe nat alles voelt. Ik weet niet zeker of het bloed of mist is - waarschijnlijk allebei. Ik klem mijn kiezen op elkaar - ik wil niet meer schreeuwen, nooit meer - en open langzaam mijn ogen.

Het is nog altijd donker. Ik kan niet langer dat een minuut of twee buiten westen geweest zijn. Iedere seconde daarna zou de kans dat ik überhaupt nog wakker zou worden drastisch hebben verkleind. In het donker bewegen mistslierten zich traag om me heen, schijnbaar onschadelijk, onschuldig.

Als mijn beeld scherp genoeg is om in de mist een donkere schim te ontwaren, die over me heen hangt, krimp ik ineen. Reflexief kruip ik achteruit, druk mijn hand steviger tegen de wond, maar mijn ledematen lijken enkel in de knoop te raken en het lukt me niet om te gaan zitten. Als ik naar Day opkijk, barst ik opnieuw in snikken uit, terwijl ik me zo klein mogelijk maak. Beelden van de klap waarmee zijn bijl vlak naast me in de grond belandde, schieten door me heen. Hij wilde je dood hebben. Hij heeft je aangevallen. Of het nou was omdat hij je een genadigere dood gunde, of omdat hij zag dat je voor hem geen nut meer had. Hij wilde je dood hebben. "Alsjeblieft, doe me geen pijn." De smeekbede heeft mijn mond al verlaten, voor ik besef wat ik doe. Als het eenmaal tot me doordringt, stop ik echter niet. Ik wil niet dood, zelfs niet als het zorgt dat de pijn eindelijk stopt. Ik wil niet dat alle nachtmerries waarin hij zijn bijl opheft en met een harde klap op me laat neerkomen echt worden. Zachtjes snikkend laat ik mijn hoofd hangen, bang om naar hem op te kijken en tussen mijn tranen door die groengrijze ogen te zien. "Ik wil niet- Alsjeblieft, Day.” Als ik zijn naam uitspreek, breekt mijn stem in duizend stukjes. “Doe me niets. Alsjeblieft.” De jongen die ik gisteren was zou walgen van mijn houding, machteloos en zwak, van de manier waarop ik zonder nadenken aan zijn voeten blijf liggen en van de zielige wanhoop waarmee ik mijn eigen bondgenoot om mijn leven smeek. Die jongen zou beweren dat hij nog liever zou sterven dan ooit zo voor iemand te buigen. Hij had het mis. Alsjeblieft, laat me leven. Ik krimp verder ineen en fluister en snik en stamel iedere smeekbede die in me opkomt.

De jongen steekt zijn hand naar me uit, waarop ik onmiddellijk mijn ogen dichtknijp en wacht op de pijn. Er gebeurt niets. Als ik angstig mijn ogen weer open, torent hij als bevroren boven me uit, alsof hij degene is die alle pijn voelt. "Ik... wat?" Zijn stem is zacht, maar die warme klanken hebben me eerder kapot gemaakt.

Als hij zijn handen opheft, kruip ik verder bij hem vandaan. "Ik wil niet dood,” snik ik. Ik heb geen idee hoe ik hem kan vertellen dat ik dit kan overleven - dat ik hier bovenop zou kunnen komen, ook al zou het pijn doen, en dat ik hem nog steeds zou kunnen helpen. Ik blijf door ratelen, nauwelijks verstaanbaar, maar mijn woorden doen er eigenlijk ook niet toe. Ik heb ze vannacht al zo vaak uitgesproken, dat ze iedere betekenis verloren lijken te zijn. “Ik- Alsjeblieft, laat me leven."

"Chris, ik zal je niets aandoen. Ik wil je geen pijn doen.” Ondanks de ontzette, geschrokken blik van de jongen, die nog altijd boven me uit torent, lukt het me niet om hem te geloven. Alles aan de warmte en veiligheid die hij uit lijkt te stralen, waar ik me blindelings in zou willen storten, herinnert me aan de littekens op mijn rug en de nacht waarin ik die kreeg. Zijn hulp, zijn troost, brengt me alleen maar terug bij de herinnering aan nog meer felle pijnscheuten, nog meer angst, nog meer stomme fouten. “Het spijt me dat ik niet eerder kon helpen - ik had het eerder moeten stoppen. Ik-" Day slikt moeizaam en knippert tranen uit zijn angstige ogen. "Alsjeblieft, je hoeft niet weg te kruipen. Ik doe je niets." Hij steekt zijn handen verder de lucht in, en pas dan dringt het tot me door dat zijn handen leeg zijn. Jades messen hangen nog grotendeels aan zijn riem en ook de dolk zit weggestopt. Zijn bijl, het wapen dat hij in mijn meest duistere gedachten naar me opheft, waarvan ik dacht dat hij me er nu mee zou gaan vermoorden, steekt een paar meter verderop in de grond - ver buiten zijn handbereik en onschadelijk.

De herinnering aan de klap waarmee het wapen zich naast me in de grond boorde, de herinnering aan het moment waarop hij het wapen boven me ophief, klikt als een puzzelstukje tussen de herinneringen aan de rest van de nacht. De twee mutilanten, waarvan nu geen spoor meer te bekennen is, de omhoog kringelende mistslierten, de manier waarop de bijl niet mij, maar de grond raakte. Aderyn, die met die dodelijke glimlach op me neerkijkt, die mijn wond steeds groter en dieper maakt, en dan ineens verdwenen is. Het mes dat mijn kant op vloog en me miste, maar er wel voor zorgde dat er niets meer was dat me overeind hield. De aanvallen die zo dichtbij kwamen, waren niet op mij gericht. Met die aanvallen heeft Day mijn leven gered.

Ik geef al mijn pogingen om mezelf overeind te houden op, en laat mezelf op de grond zakken. Meteen gaat mijn snikken over in echt gehuil. Het is voorbij - mijn hemel, ik leef nog. Ik leef nog. Day heeft mijn leven gered. Hij is teruggekomen, heeft de monsters uitgeschakeld, heeft me opgevangen toen ik viel. Het is allemaal voorbij. En hoewel ik weet hoe kwetsbaar ik nu ben, huilend op de grond aan zijn voeten, hoewel iedere kleine beweging en ademteug een misselijkmakende golf van pijn door me heen stuurt, hoewel ik duizelig ben van het bloedverlies en wil overgeven, laat mijn lichaam alle spanning los. Day heeft mijn leven gered. Ik ben veilig.

"Ik ga je niet vermoorden, Chris." Days stem trilt, maar ieder woord is kraakhelder en plechtig. Het voelt als een belofte, en alles aan hem lijkt oprecht. "Het spijt me dat je dat dacht. Ik wilde niet-" De jongen slikt en stapt aarzelend wat dichterbij. Deze keer kruip ik niet weg.

Ik druk mijn handen stevig tegen de wond in mijn zij aan, waarbij tussen mijn snikken een gepijnigd gepiep aan me ontsnapt. Dan kijk ik langzaam naar de jongen op. Ik kan hem nauwelijks zien, tussen het donker en de mist en het vlekkerige beeld dat mijn tranen verzorgen, maar het is genoeg. Hij is hier. Hij is hier echt. "Alsjeblieft," fluister ik. Ik weet niet meer hoe ik iets anders kan zeggen. Ik weet alleen nog maar hoe ik moet huilen, hoe ik moet smeken, terwijl ik dat nooit heb willen doen. Ik weet alleen nog maar dat ik me nooit meer zo hulpeloos en alleen wil voelen als op het moment dat de jongen verdween. "Niet weggaan.” Ik doe geen enkele poging om de angst in mijn smeekbede te verbergen. Trillend steek ik een van mijn bebloede handen naar hem uit, terwijl ik met de ander probeer het bloeden te stelpen. “Laat me niet alleen."

Zonder zelfs maar naar het bloed te kijken, pakt Day mijn hand vast, en knijpt hij er zachtjes in. "Ik blijf bij je,” beloofd hij zachtjes. “Geen zorgen, ik ben hier.” Even is hij stil en blijft hij me enkel stevig vasthouden, blijven we enkel even zitten, ademen, leven. Maar dan dwaalt zijn blik naar mijn zij, en verandert zijn opgeluchte blik in een angstige, bezorgde frons. "We moeten iets aan je verwonding doen, maar daarvoor moeten we terug naar de hut, denk ik,” zegt hij zacht. Het lijkt bijna kalm - bijna - maar zijn stem beeft nog steeds. “Kun je overeind komen?"

"Ik weet het niet," geef ik toe. Ik haal diep adem en duw mezelf overeind, maar nog voor ik op mijn voeten sta, begeven mijn benen het en zak ik door mijn knie. Ik haal scherp adem en knijp mijn ogen dicht als de pijnscheut die volgt door me heen schiet, maar dan klem ik mijn kiezen op elkaar en probeer het nog eens. Het voelt alsof de grond onder mijn voeten golft en trilt en draait, maar hoewel alles lijkt te bewegen voelt Days hand stabiel. Het is genoeg om me overeind te helpen. Day steekt zijn andere arm naar me uit, maar die pak ik niet aan. Ik moet druk op de wond houden, zoveel ik kan. Ik ben al veel teveel vocht verloren. Als ik nu in shock raak, is de kans dat ik alsnog doodga heel groot. Dat moet ik koste wat het kost zien te voorkomen.

Heel even kijkt hij me peilend aan, maar dan bijt Day bezorgd op zijn lip en schudt hij kleintjes zijn hoofd. "Dat gaat dus niet echt werken."

"Jawel." Hoewel de pijn door me heen schiet alsof het zwaard nog steeds in mijn vlees gedrukt wordt, zet ik een wankelende stap vooruit. "Ik moet wel." Ik mag hier niet doodgaan. Ik wil hier niet doodgaan. Ik haal diep adem en zet nog een stap, en nog een. Heel even denk ik dat mijn koppigheid genoeg is, en dat ik voor één keer de wereld de baas kan zijn door te weigeren om toe te geven. Maar de wereld draait en donkere vlekken vullen al snel weer mijn blikveld, en als Day me niet vast had gehad, zou ik gewoon weer gevallen zijn. Gefrustreerd kom ik tot stilstand, hijgend, benauwd en duizelig.

Day kijkt me even aan, maar schudt dan zijn hoofd. "Nee, we gaan het anders doen," besluit hij. Voorzichtig laat hij mijn hand los, hurkt dan voor me neer en gebaart naar zijn rug. "Kom maar op mijn rug. Ik draag je wel." Hij werpt me een flauwe glimlach over zijn schouder toe. "Ik weet dat je het ongetwijfeld heel goed zelf zou kunnen, maar dit gaat waarschijnlijk wat sneller."

Mijn instinct schreeuwt om mijn kin in de lucht te steken en koppig nog een stap te zetten, maar mijn trillende, bonzende ledematen denken daar heel anders over. Ik knik en stap op de jongen af. "Oké. Ik-" Mijn gezicht betrekt meteen als ik mijn zij loslaat om mijn arm om Days nek te slaan, en ik het bloed over mijn heup omlaag voel stromen.

Voorzichtig komt Day overeind en hijst hij me wat hoger op zijn rug, waarna hij zijn armen achter mijn benen haakt om te voorkomen dat ik val. Zonder zijn ondersteuning, had ik mezelf onmogelijk langer dan een paar seconden aan hem vast kunnen houden. Ieder beetje kracht dat ik zet gonst door mijn lichaam heen. "Is het zo goed?"

Als mijn bondgenoot voorzichtig begint te lopen, krimp ik tegen zijn rug aan ineen. Iedere keer dat zijn voeten de grond raken, schieten de pijnscheuten als aardschokken door mijn lichaam. "Ja,” weet ik hees te antwoorden. Ook al is het niet helemaal waar, ik weet dat er geen betere optie is. “Als het niet lang duurt.” Ik kan de bloeddruppels voelen, ook al zijn ze overal. Ik heb niet veel tijd. Mijn wond moet zo snel mogelijk dicht.

"Ik doe mijn best," mompelt Day, terwijl hij zijn tempo voorzichtig iets opvoert. Ik haal diep adem en leg mijn hoofd in zijn nek, terwijl ik me uit alle macht aan hem vastklamp.

Hoewel ik probeer me te focussen op hoe warm en dichtbij hij is en op hoe veilig ik me ondanks alles voel, hoewel ik probeer te luisteren naar zijn ademhaling en ik zijn hartslag probeer te voelen, schiet mijn aandacht steeds weer terug naar het gevoel dat iets me nog altijd aan het openscheuren is. De pijn in mijn zij en in mijn arm brandt, en het gevoel van het omlaag lopende bloed maakt me nerveus.

Volhouden, beveel ik mezelf, en als dat niet werkt en ik merk dat de tranen opnieuw in mijn ogen schieten, probeer ik het op de manier die ik inmiddels gewend geraakt ben. Alsjeblieft, smeek ik mezelf, hou vol. Je moet dit overleven.

Reacties (2)

  • Duendes

    Als ik naar Day opkijk, barst ik opnieuw in snikken uit, terwijl ik me zo klein mogelijk maak.

    Gosh deze is gewoon zo heartbreaking like nee Chris nee Day komt je niet vermoorden buddy wth echt niet pls niet doen stil maar het is oké

    De jongen die ik gisteren was zou walgen van mijn houding, machteloos en zwak, van de manier waarop ik zonder nadenken aan zijn voeten blijf liggen en van de zielige wanhoop waarmee ik mijn eigen bondgenoot om mijn leven smeek. Die jongen zou beweren dat hij nog liever zou sterven dan ooit zo voor iemand te buigen. Hij had het mis.

    Het is zo pijnlijk want zijn trots is gewoon eh best wel onpraktisch groot, maar ook gewoon belangrijk voor hem oef hij hecht er waarde aan en zo voor iemand knielen en smeken is gewoon zo niet wie hij wil zijn maar hij is zo bang en het is zo pijnlijk gosh hij dachr dat hij hierboven zou staan maar beseft zelf hoe fout die inschatting was en auwtsj

    "Niet weggaan.” Ik doe geen enkele poging om de angst in mijn smeekbede te verbergen. Trillend steek ik een van mijn bebloede handen naar hem uit, terwijl ik met de ander probeer het bloeden te stelpen. “Laat me niet alleen."

    Honestly van al het smeken tot nu toe is deze misschien wel het pijnlijkste want hij is zó kwetsbaar en bang en straalt het allemaal zo sterk uit en gosh Chris lieverd

    als dat niet werkt en ik merk dat de tranen opnieuw in mijn ogen schieten, probeer ik het op de manier die ik inmiddels gewend geraakt ben. Alsjeblieft, smeek ik mezelf, hou vol.

    Correctie: deze is en blijft het pijnlijkste gosh het is zo heartbreaking hoeveel wanhoop en pijn erin klinkt like het level van verslagen salt door "op de manier die ik inmiddels gewend geraakt ben" is NAAR gosh arme schat

    3 weken geleden
    • Samanthablaze

      Het zou fijn zijn als hij dat kon geloven maar hij is echt heel diep van streek gebracht nu dus alles is een bedreiging
      Jep eh hij dacht dat zijn trots en waardigheid hem alles waard waren en wilde dat ook graag, maar vervolgens blijkt zijn leven hem toch veel meer waard te zijn en is hij bereid zich zo op te stellen en hij walgt er enorm van
      Hij wil heel graag dat Day hem gewoon even vasthoudt en liegt dat het allemaal goedkomt, hij heeft heel erg even een gevoel van comfort en veiligheid nodig en kan nu even niet alleen zijn in de mist, dus hij wil echt niet dat Day weer verdwijnt
      Hij is heel erg gebroken en zo dichtbij gewoon opgeven oeps

      3 weken geleden
  • ZainaSwift

    (Y)

    Alsjeblieft, smeek ik mezelf, hou vol. Je moet dit overleven.

    Dat moet gewoon.

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen