Jaela pov:


Alles leek zo vaag te zijn. Het laatst wat ik me nog kon herinneren was dat iemand mijn naam riep. Ik wilde reageren, maar het geluid kwam niet door mijn keel.
Allee herinneringen van vroeger kwamen weer naar boven.
Ik was als klein meisje wel eens in de kleedkamers geweest waar mijn moeder zich opmaakte voor de balletvoorstelling. Maar in de loop der jaren kon ik me daar erg vaag van herinneren, alsof de herinneringen helemaal op de achtergrond zaten.
Ik keek om me heen. De lampen boven mijn hoofd hingen door de gangen waren de kleedkamers bevonden. De kleedkamers van de Oostenrijkse Ballethuis in Wenen.
De ballerina's hadden allemaal van de witte kostuums aan voor de rol als vrouwen die als zwanen vervloekt waren door één of andere kwaadaardige toveraar. Volgens het verhaal van de zwanenmeer.

De vrouw die mij het meest bekend voorkwam had haar blik op mij gericht. Mijn moeder keek me stralend aan.
Zij was degene die de hoofdrol speelde in het balletstuk. Odette of Oditte. Ik wist het niet meer. Ze had wel genoeg hoofdrollen gespeeld als balletdanser. Volgens mijn grootouders dan. Giselle, Assepoester en de notenkraker. De laatste twee was voor mijn geboorte zelf.
'Kom je, liefje?'
Ik knikte.
Ze liet de andere balletdansers in de kleedkamers achter. We liepen door de hal langst het trappenhuis.
Ze hurkte voor me.
Ik besefte dat bij het trappenhuis een grote spiegel was. Onze spiegelbeeld was duidelijk te zien. Ik keek mezelf in de spiegel. In de spiegel was een paar jaar jongere versie van mij.
Ik keek mijn moeder weer aan.
'Mijn lieve Jaela. Ik hoop dat je ooit in de voetsporen van mij komt te zitten,' zei ze.
'Een ballerina zoals jij, mama?'
'Het maakt niet veel uit, liefje. Zolang jij je passies na gaat. Ik had van je tante gehoord dat je voor het eerst ritmische gymnastiek had gedaan. Ze zei dat je daar goed in was,' zei mijn moeder, terwijl ze mijn neus bijna troetelend aantikte.

Ze omhelsde me. 'Ik hou van je, Jaela.'
'Ik jou ook, mama.'
De lampen bij de gangen leken te verdampen. Alles om me heen vervaagde langzaam in de duisternis. Zelfs mijn moeder voor me. Voor ik het weest was er helemaal niks dan duisternis. Een verstikkend gevoel dat ik niet wilde. Ik huiverde.
Ik opende mijn ogen. Mijn ogen leken nog wat zwaar om ze helemaal open te houden. Ik kreunde. Ik probeerde te oriënteren waar ik precies was. De felle lampen dat boven me hing had me volledig wakker gemaakt. De muren om me heen waren wit.
Ik besefte dat ik op het bed lag. Mijn achterhoofd bonkte van de pijn. Ik wilde recht op het bed zitten, dat niet een goed idee was. Ik werd plots duizelig. Een wazig blik verscheen voor mijn zich.
Er lag rondom mijn pols een lichtblauw plastic bandje. En een één of ander doorzichtige slangetje van een infuus was met mijn arm verbonden.
Het beseft moest nu wel bij me doordringen. Ik was in het ziekenhuis. Ik keek goed de kamer rond. De kleding die ik laatst aan had hingen over een stoel. En dat was niet de enige. Nog iemand was in de slaapkamer.

Jake pov:


Ik was al opgelucht dat ze langzaam bij kwam.
Ik slikte de brok in mijn keel weg. Ze was er slechter aan toe. De kriebels probeerde ik te onderdrukken dat de laatste tijd moeilijk werd.
Ik had haar hand beet, waarvan haar vingers langzaam op mijn had bewoog.
'Jake? Wat is er gebeurd?'
'Je was flauwgevallen, en...'
'Was meteen met spoed naar het ziekenhuis gebracht,' viel iemand mij in de reden. Ik had me meteen omgedraaid. Iemand vermoedelijk een arts aan zijn witte jas te zien stond bij me. 'Het is goed dat je op tijd hierheen gebracht was.'
'Hoezo?' klonk ze schor.
Zijn naamkaartje stond Dr. Wansons
'Tijdens de ambulance rit waren er paar complicaties geweest met je ademhaling,' zei dokter Wansons. 'We hebben snel een onderzoek gedaan. Uit jouw dossier blijk je longontsteking te hebben. Ook is er bloedarmoede bij jou gesteld is.'
Ze keek mij aan. De tranen brandde in haar ogen. Ze leek bijna geen woorden te hebben. Haar onderlip trilde bijna.
'De bloedarmoede was zo te zien erg laag toen je tijdens de ambulance aankwam.'
De arts had jammer genoeg gelijk.

De verpleegkundige in de ambulance hadden gisteravond duidelijk aangegeven.
De tranen stonden bijna in mijn ogen tijdens de rit in de ambulancen.
De rit in de ambulance was vreselijk. Een dag gelden die avond toen de ambulance ploeg haar bewusteloos op de brancard legde spookte al veel scenario's bij me door.
Die eikel Dennis was me voor om met het ambulancepersoneel naar het ziekenhuis te gaan.

Wat dacht die hufter wel niet?
'Je kan niet mee,' had één van de ambulance ploeg gezegd. Ze hadden me ook bijna tegen gehouden.
'Ik ben familie van haar,' loog ik.
Ze zuchtte, maar liet me wel in de ambulance in.
De hele rit hadden Dennis en ik niks gezegd.
Dat was maar beter ook. Het zal meer gaan excelleren.
Volgens mij had die gast niet eens gehoord dat ik tegen één van de ambulancepersoneel loog dat Jaela familie van me was. Waarschijnlijk durfde hij dat niet eens, aangezien hij wist dat ik zonder reden kon gaan snitchen.
De rest van de rit was gewoon rampzalig.
De scenario's kon ik niet zo snel vergeten. Ik dacht echt dat ik haar kwijt zal raken, toen een van de ambulancen ploeg aangaf dat haar hartslag heel laag bleek te zijn.

Zelf Dennis huilde bijna tijdens dat moment.
Ik wilde dat er niks ergs met haar overkwam.
'De twee aandoeningen kunnen de longontsteking ernstig maken.'
'Ik wil nog niet dood.' Ze snikte bijna.
'Dat gaat ook niet gebeuren,' stelde de arts haar gerust. 'De antibiotica dat je in je infuus toegenomen krijgt en de moderne aanpak tegenlongontsteking sterft er tegenwoordig nauwelijks mensen aan longontsteking.'
Een traan rolde over haar wang.
'Daarom is het ook beter dat je de komende twee weken in het ziekenhuis blijft. De verpleegkundige komt regelmatig langs om te kijken hoe het met jou gaat.'
Dokter Wansons verliet de ziekenhuiskamer.
Ze snikte op een gegeven moment.
Het leek haar echt niet gerust te stellen. Ik ging bij haar op de rand van het bed zitten.
Er waren meer tranen die over haar gezicht rolde.
'Hey, Jaela rustig maar.' Ik veegde de tranen van haar gezicht deels weg. Dat niet veel zin had. Meer tranen rolde over haar wang. Ze hoestte en kuchte door het huilen door.
Ik aaide over haar hoofd. 'Ik meen het, Jaela. Het komt heus wel goed.'
'Dat wordt het heus niet.' Haar groene ogen keken recht in mijn ogen aan. 'Ik wil niet zoals mijn moeder op die manier sterven.'
Op die manier sterven als haar moeder? Was haar moeder soms door longontsteking gestorven?
'Dat gaat heus niet gebeuren, de arts had het zelf gezegd en...' Ik maakte mijn zin niet af.
Ze leek door de pijn bij haar borsten moeilijk te kunnen ademen. 'Je snapt het niet,' zei ze, terwijl ze haar tranen van haar wang droog veegde. 'Je moet eens weten dat ik als klein meisje bang was hetzelfde mee te maken zoals mijn moeder.'

Ik stond op 'Ik begrijp het nu wel.'
Er knapte bij mij iets op. Ik leek van binnen in vuur en vlam. Ik baalde mijn handen tot vuisten. Mijn spieren spande zich. Die vuillakken hadden nooit die watermarteling moeten doen. Haar zelfs niet lastig vallen 's nachts en vervolgens haar opsluiten in dat verlaten schuur.
Door het winterweer buiten en het water had ze dat stomme longontsteking opgelopen.
Ik had te veel aan mijn hoofd. Ik had ook heel slecht kunnen slapen na dit alles.
Jaela keek me niet begrijpend aan.
'Ik belooft het Jae. Degene die dit bij jou aangedaan hebben zullen er niet ongestraft mee wegkomen.'
Soms begreep ik niet waarom ik om iemand als haar gaf. Ik gaf niet om meiden, op uitzonderingen van familie en een buurmeisje uit de kindertijd na dan. Jaela was echt anders. Ze had iets dat de andere meiden niet hadden.
Ze deinsde er niet voor terug om zichzelf te verdedigen op een brutalen manier. Ze was pittig en tegelijkertijd wat stoerder dan de meeste tuttige rijkelui ballerina's waren. De meeste meiden waren nogal te makkelijk.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen