Foto bij [SW] Miracles Happen

Voor de schrijfwedstrijd van Tranquillity. Artikel 1

Het kleine meisje keek met grote ogen om zich heen. De wereld was nog nieuw voor haar. Haar leven was pas een aantal dagen geleden begonnen. Alles om haar heen was groot. Nog niks voelde echt vertrouwd, behalve haar moeder.
“Ga maar lekker slapen, kleine meid,” glimlachte de vrouw die binnenkwam lopen. De baby begon te giechelen. Ze hield van de vrouw. Het was normaal dat een kind van haar moeder hield. De vrouw drukte een kusje op het hoofd van het kleine meisje en dekte haar toe met een dekentje. Een zucht ontsnapte uit de mond van het kleine wezentje en ze sloot haar ogen. Haar moeder keek nog even naar haar kind en liep toen glimlachend de kamer uit.
Toen begon de ramp.
De aarde begon te trillen en te schudden. Stenen brokkelden af. Van buiten klonk veel geschreeuw. Het kleine meisje werd wakker en begon te huilen. Haar moeder gilde toen het huis instortte. Even voelde de baby hoe het was om gewichtloos te zijn, maar die droom kwam snel tot een einde. Het bedje kwam met een klap terecht op de grond. Brokstukken werden erboven opgestapeld. Ze huilde en hoestte. Het stof prikte in haar ogen. Ze wilde dat haar moeder naar haar toe kwam en haar optilde. Ze wilde haar warme lichaam tegen zich aan voelen.
Maar haar moeder kwam niet. De duisternis bleef. De trillingen stopten net zo plotseling als ze waren gekomen.
Ook het huilen stopte. De tranen waren gewoonweg op. Versuft wreef het kleine meisje met haar handjes in haar ogen. Terwijl ze om zich heen keek, kwam er een naar gevoel in haar op. Het gevoel van alleen zijn. De stofwolken waren gaan liggen en om haar heen lagen grove stukken steen. Geen enkel lichtpuntje.
Weer begon de aarde te schudden. Ze jammerde en gilde, maar niemand kon haar horen. Van veraf hoorde ze ook andere mensen schreeuwen. Ze hoorde hoe alles kapot ging.

Mensen renden voor hun leven. Ze verstopten zich onder alle mogelijke middelen. Ze waren bang. Bang voor de dood. Bang voor pijn. Bang voor verlies. Een aantal mensen kwamen een gebouw uitgestormd. Een man stond nog in de kamer toen het huis instortte. Weg. Dood. De mensen huilden. Ze zagen hoe alles waar ze om gaven, alles wat ze hadden, hun hele leven, weggevaagd worden. Hun leven was verwoest, net als de hele omgeving.
De trillingen stopten. Niemand durfde nog te bewegen, bang voor de volgende schokken. Het bleef stil. Doodstil. Voorzichtig kwamen de eerste dapperen tevoorschijn en keken om zich heen. Alles was verwoest. Alles gebouwen waren ingestort. Overal lagen mensen te kermen van de pijn, te huilen van verdriet of te sterven. Even stond voor hen de wereld stil. Alles was in één klap veranderd. Niks zou meer hetzelfde zijn.

De baby huilde weer. Ze had honger en het was koud. Bang sloot ze haar ogen. Ze wilde de duisternis om zich heen niet meer zien. De duisternis de zie achter haar oogleden zag, was een stuk minder angstaanjagend. De geluiden van buiten de brokstukken maakten haar verdrietig. De kreten werkten aanstekelijk, al klonk het vanuit de verte. Het deed haar pijn.

Dagen verstreken. Reddingswerkers ruimden puin en groeven door de grote brokstukken, op zoek naar overlevenden. Toen een groepje langs een ingestort huis liep, verstijfde er iemand. Hij spitste zijn oren en hoorde gehuil. Een baby lag onder het puin. De anderen hoorden het ook. Ze keken elkaar even aan en stormden toen op de puinhoop af. Wie weet hoe die baby eraan toe was. Het kind lag er al een aantal dagen, waarschijnlijk zonder eten en drinken. Ze moesten snel en voorzichtig handelen.
Uren groeven ze. Inwoners kwamen helpen. Ze wilden graag nog iemand levend onder het puin krijgen, al was het maar een baby. Ieder levend wezen zou weer hoop en liefde brengen. Door deze samenwerking werd de band tussen de mensen wel sterker. Het was toch wel grappig hoe zo’n ramp voor zoiets kon zorgen. Eigenlijk was het wel wreed, onmenselijk. Duizenden mensen waren gestorven en tussen de overgeblevenen werd alleen maar de band sterker.

Het kleine meisje keek met grote ogen naar boven. Er klonk zoveel lawaai. Mensenstemmen, vallende stenen. Zou ze hier eindelijk weg mogen? Haar kleine lichaam deed pijn en ze had zo’n ontzettende honger. Verschrikt kneep ze haar ogen dicht toen een lichtstraal in haar holletje viel. Door de verassing begon ze te huilen. Boven haar klonk enthousiast geroep. Er klonk nog wat geluid van de brokstukken die weg werden gehaald en toen voelde ze twee handen die haar optilden. Ze opende haar ogen en keek recht in het gezicht van een breed glimlachende man.
“Zo, daar ben je dan. En dan gaan we je nu naar je moeder brengen.” Ze verstond niks van wat hij zei, maar begon vrolijk te lachen. Ze was eindelijk uit het donker. De frisse lucht deed haar goed. Een vrouw trok zich uit de menigte.
“Mijn kindje, mijn kindje,” gilde ze terwijl de tranen over haar wangen stroomden. De man overhandigde de baby aan de vrouw en nam met glinsterende ogen afstand. De vrouw drukte haar kind stevig tegen zich aan en huilde van geluk. De baby jammerde, zij wilde eten. Zij dacht niet na over dat ze nu weer herenigd was. Alles over de ramp was aan haar voorbij gegaan. Ze was nog te jong. Ze kon niet begrijpen hoeveel mensen er waren gestorven en hoeveel geluk ze had.
De vrouw wel. Ze wist dat er ergens iemand over hen waakte. Iemand die voor deze ramp had gezorgd, maar haar kleine meisje had gespaard.

Oké, hij is echt slecht x'D

Reacties (1)

  • Avengers

    Slecht???? Echt niet!!!!!

    Ksit gwn met trane in me ogen zo mooi!!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen