De eerste opdrachten en beoordelingen waren simpel, de dingen die je zou verwachten in een spelletje ‘Schipper mag ik overvaren’. De Schipper, Mathieu, deed ook niet erg zijn best om deelnemers te vangen. Eén persoon van oranje had zich opzettelijk aan laten tikken, maar voor de rest kwam Mathieu niet echt in beweging.
Dus toen Erin voor de zesde keer het veld over was gelopen – en drie keer gewandeld, het lot stond niet aan haar kant hier – stond zij te puffen, terwijl Mathieu zijn kalme ademhaling had bewaard.
Hij was zijn energie aan het sparen. Dat had Erin ook kunnen doen, was het niet dat het haar team zuur zou komen te staan. Hoewel je het spel opzettelijk kon verliezen, was een groot deel ook afhankelijk van geluk. Joachims teamgenoot probeerde hem namelijk te pakken, maar Joachim kon hem ofwel snel voorbij lopen, ofwel was hij veilig om gewoon over te wandelen.
Joachim zag er een stuk minder uitgeput uit dan Erin. De groep begon het liedje te zingen. ‘Schipper, mag ik over varen, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?’ Erin spaarde haar stem en leunde voorover om wat op adem te komen. Langs haar stond Femke, die zowaar nog zwaarder was aan het hijgen dan Erin.
‘En jij wilde twee levens,’ snauwde Erin.
‘Dames,’ zei Rune op een geruststellende toon.
Erin maakte een ontevreden geluid.
‘Iedereen die niet direct verantwoordelijk is voor iemands dood, mag oversteken.’ De woorden kwamen traag uit Mathieus mond, alsof hij er zeker van wilde zijn dat iedereen het kon horen en ieder woord kon laten inzinken.
De woorden zonken zeker in bij Erin. Een paar seconden lang was haar hoofd compleet leeg. Daarna kwamen haar gedachten samen in een eindeloze spiraal. Ze was niet verantwoordelijk voor iemands dood, maar ze moest niet denken in haar eigen termen; ze moest denken in hun termen. Als ze dacht in hun termen, dan was ze waarschijnlijk wel verantwoordelijk voor iemands dood. Als ze nu echter rende, dan zou iedereen denken dat ze gelogen had toen ze zei dat ze niets had misdaan.
Blijkbaar moest ze er niet over nadenken, want slechts een paar tellen nadat Mathieu de zin had gesproken, werden er gekleurde lichten hun richting in geworpen. Sommige stralen waren groen, sommige rood. Ze zag Joachim, groen. Aaron, rood. Het grootste deel van team oranje, rood. Team blauw, volledig groen. Rune, rood. Femke, rood. Raph, groen.
Op haar eigen wangen rustte een rode straal.


***


Haar straal was niet roder dan de rest, maar toch voelde het zo. Raph stapte uitdagend over de lijn, zodat hij tegenover Erin kwam staan. ‘Ik heb niets misdaan,’ zei hij met een hoge stem.
‘Val dood,’ bromde Erin.
Hij wuifde haar opmerking weg, voordat hij naar de andere kant wandelde. Erin balde haar handen tot vuisten. Ze had Raph nooit in haar team mogen toelaten, dan was hij maar een hongerdood gestorven in station 0.
Mathieu zag eruit alsof hij nu wel klaar was om mensen aan te tikken, alsof de afgelopen rondjes niet meer waren dan een rustige opmerking. Waarschijnlijk was het dat ook.
Zijn helper tikte een paar mensen van team oranje aan. Op hetzelfde moment waagde Rune zijn kans en glipte hij langs de schipper en zijn hulpjes heen. Ook Femke had een goede timing, want de Schipper ging net op dat moment achter de oude oma van team blauw aan. Blijkbaar had ze geen extra leven gekregen, want ze voegde zich bij de helpers van de Schipper.
Het duurde niet lang voordat één persoon van team groen en Erin de enige waren die overbleven. Een deel van de hulpjes van de Schipper hadden het gemunt op het lid van team groen. Mathieu zelf hield zijn ogen op Erin.
Haar ademhaling was nog steeds gejaagd. Zelfs als ze langs hem zou kunnen glippen, dan nog zou hij haar kunnen inhalen. Terwijl ze op zoek ging naar een manier om hem toch te slim af te zijn, voelde het rode licht in haar gezicht steeds warmer en warmer.
Iedereen kon het zien, iedereen kon haar beoordelen om iets wat ze niet gedaan had.
‘Dit is niet eerlijk,’ zei ze met klem op het laatste woord. ‘Ik heb niets gedaan.’
Mathieu schudde zijn hoofd, alsof hij het jammer vond voor haar dat ze haar eigen fout niet in kon zien.
‘Ik zweer het.’
‘Ik geloof dat jij dat gelooft.’
Er zat een geïrriteerde frons op haar gezicht. ‘Ik meen het, ik hoor hier niet thuis. Er is niets-’
‘Eén minuut,’ werd er door een luidspreker geroepen.
‘Er zijn meerdere mensen zoals jij, mensen die denken dat ze niets gedaan hebben.’ Hij glimlachte verontschuldigend. ‘Maar dat denken verandert de realiteit niet. Ik zou lopen als ik jou was.’
Een mannenstem begon af te tellen. 30 seconden, 29 seconden. Erin moest echt lopen nu. 28 seconden.
Ze ademde diep in en uit, liep langs de lijn naar de ene kant om zich vervolgens om te draaien en aan de andere kant aan Mathieu voorbij te lopen. Het lukte om langs hem heen te glippen op die manier, maar ze was net aan hem voorbij toen haar schoenen hun grip verloren op het natte gras en ze met een harde klap op het gras terecht kwam. Een scherpe pijnscheut trok door haar heup. Ze slaagde er nog net in een kreet binnen te houden, maar haar poging was verloren. Mathieu raakte lichtjes haar schouder aan. ‘Gaat het?’
Erin sloeg met haar vuisten op de grond. ‘Nee, natuurlijk niet.’ Ze duwde zichzelf weer overeind en stormde naar de andere kant van het veld; hinkend. De val op haar heup had meer schade aangericht dan ze had verwacht. Het was waarschijnlijk niet gebroken, maar dat betekende niet dat ze geen pijn had bij iedere stap.
Dit was zo beschamend. En iedereen dacht dat ze een moordenaar was die gewoon loog, én iedereen had gezien hoe ze keihard op haar bek was gegaan, én ze had het eerste leven van haar team verloren – zelfs voor Femke dat had gedaan. Erins wangen voelden warm aan toen ze zich terug bij haar team voegde. Raph keek haar uitdagend aan, maar ze had geen zin om energie aan hem te verspillen.
Opnieuw werd het liedje gezongen en opnieuw zong Erin niet mee. Ze had het gevoel dat ze bekeken werd door de anderen, beoordeeld.
De opdracht was makkelijk en niet al te uitputtend deze keer. Om zichzelf niet uit te putten, deed ze wat er van haar gevraagd werd.
Toen ze weer aan de andere kant stonden, ging Erins hart als een razende tekeer. Wat als er opnieuw een vraag kwam over hun misdaden? En jawel hoor, toen ze Mathieus woorden hoorde, kon ze wel door de grond zakken. ‘Iedereen die de schuld voor zijn misdaad niet op een ander heeft geschoven, mag over gaan.’ Femke en Raph rood. Rune groen.
Zijzelf opnieuw rood.
Erin klemde haar kaken op elkaar. Hoe was het mogelijk? Deze keer wachtte ze niet totdat de rest over was, deze keer maakte ze als één van de eersten een poging – een succesvolle poging. Het ging iets minder succesvol voor Femke. Weer een leven minder voor haar. In team oranje was ondertussen al iedereen gepakt, op Joachim na. Team groen had één leven verloren, hetzelfde voor team blauw.
Het zag er niet goed uit voor Joachim.
‘Je zou je er geen zorgen over moeten maken,’ zei Rune, toen hij haar erop betrapte naar Joachim te staren.
‘Ben jij niet hier omdat je je geen zorgen maakte, terwijl iemand stierf?’
Rune kromp in elkaar.
‘Ons duidelijk maken dat iemand laten sterven slecht is door iemand te laten sterven.’ Erin rolde met haar ogen. ‘Denk jij dat een verkrachter het verdient om te sterven? Ik bedoel… Het is een vreemde mening, maar iemand verkrachten is minder erg dan iemand doden, toch?’
‘Zeer vreemde mening.’ Er trok een kleine glimlach over Runes gelaat. ‘Maar ik ben het waarschijnlijk eens.’
‘Dus waarom is een verkrachting hier opeens een doodstraf waardig, maar een moord niet?’
‘Omdat je een moord kunt verdedigen, een verkrachting niet,’ concludeerde Rune.
‘Ik denk niet dat we hier zitten omdat we de lijken in onze kast kunnen verdedigen.’
‘Heb je veel lijken in je kast, Erin?’
Erin beet op haar lip. ‘Geen idee, jij?’
‘Eéntje maar.’ Hij keek Erin intens aan, alsof hij dacht dat ze zou breken, als hij maar lang genoeg keek.
Ze vouwde haar armen over elkaar. ‘Ik blijf er nog steeds bij dat ik niets heb gedaan.’ Hoewel ze dat zij, trilde haar stem.
‘Is er geen enkele situatie die je je in kunt beelden, waarin jij verantwoordelijk was voor iemands dood, om dat vervolgens op iemand anders af te schuiven?’ Raph kwam iets dichter bij en lachte uitdagend. ‘Zoiets zou ik me anders wel herinneren.’
Erin keek naar Rune voor steun, maar de man hield zijn lippen stijf op elkaar.
‘Dat is hoe de wereld het ziet,’ hield Erin vol, ‘maar ik heb niets misdaan.’
‘Maar als iedereen het zo ziet… ben jij dan niet gewoon degene die in de fout is?’ Raph was nu zo dichtbij dat zijn neus bijna in haar oog prikte. Voor een jood had hij echter een vrij kleine neus.
‘Nee, ik…’ Ze slaagde er niet in om haar zin af te maken, want het lied werd alweer gezongen. Toch spookten de woorden door haar hoofd. Als iedereen zij dat ze in de fout was, was ze dan effectief in de fout? Of was iedereen gewoon bang voor de harde waarheid die ze hen vertelde? De frons op haar gezicht werd dieper en dieper. Ze had er nooit echt over nagedacht, dat die dood haar schuld kon zijn, ergens omdat de dood haar ook niets deed. Het was een ver-van-haar-bed show, een gekke man die iets geks deed in haar naam tegen een jongen die ze helemaal niet kende – en alles wat ze van hem had gehoord, zette hem in een slecht daglicht, waardoor de moord zelf niet eens zo slecht leek.
Ze keek naar haar voeten. Wat als die moord inderdaad haar fout was? Als de woorden die zij had gezegd iemand rechtstreeks geïnspireerd hadden?
Ze schudde haar hoofd. Nee, wat ze ook had gezegd; de daders zouden altijd wel een excuus hebben gevonden om te doen wat ze hadden gedaan. Als zij het niet was geweest, dan iemand anders.
Zij trof helemaal geen schuld. Natuurlijk niet.
Toch was er ergens in haar achterhoofd een fluisterstem die zij: Of wel?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen