Arthur werd vastgehouden, en werd meegesleurd naar een villa. Toen zag hij een troon. Op die troon zat een kerel, hij had grijs haar, en droeg een ooglapje. Wij hebben hier een erg rijke man, zeiden twee rovers. Wat zullen we met hem doen? Hmmmm... peinsde de man op de troon die kennelijk de roverhoofdman was. Laten we hem kennismaken met een van onze cellen. Nog voordat Arthur het wist, werd hij in een grauwe, grijze ruimte gestopt. Overal zag hij botten van dode mensen. En ratten. Arthur keek uit het gevangenisraam. Overal waar hij keek zag hij water. Arthur zuchtte. Nu was het nog moelijker om te ontsnappen. Zou hij hier ooit nog uitkomen?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen