Met een strak gezicht stapte ik de auto uit. Geen emotie, niks speciaals. Ik had ieder greintje gevoel al uit mijn lichaam verbannen. Ik kon het niet meer verdragen. Niet zo heel erg lang geleden was mijn leven verwoest, verscheurt, van me af genomen. Ik sprak amper nog, lachte niet meer, was vergeten hoe leuk sommige dingen konden zijn. Ik kon het gewoon helemaal niet meer. Telkens weer speelden stukjes van die nacht voor mijn ogen. Opnieuw en opnieuw. Er leek nooit een einde aan te komen en ik voelde me machteloos. Hoe erg mensen me ook probeerden te helpen, het bleef aan me knagen. Het gevoel zou niet weggaan.
“Kom je?” vroeg de vrouw naast me aan me. Ik knikte afwezig. Voor mijn bestwil moest ik bij mijn neef en zijn verloofde gaan wonen. Ik was dan wel al negentien, ik was psychisch niet meer in orde en werd dus onder toezicht geplaatst. Mij maakte het niks uit, zolang ik maar niet te veel moest nadenken. Mijn hoofd moest leeg blijven. Ik tilde een laaghangende schoudertas op en liep langs de mannen die met de rest van mijn spullen sjouwden in de richting van het grote huis. Bij de deur stonden mijn neef en zijn verloofde al op me te wachten. Beiden hadden ze een bezorgde blik in hun ogen. Ik had eerlijk gezegd niks anders verwacht. Het was misschien ook wel goed dat iedereen zo bezorgd was. Wat mij was overkomen, was niet heel erg normaal.
“Hé Nance.” Zo noemde hij me altijd, altijd al gedaan. Ik was altijd al zijn lievelingetje geweest. Altijd al konden we het ontzettend goed met elkaar vinden, vandaar dat ik nu ook bij heb ging wonen. Hij stond altijd voor me klaar. Een kleine glimlach speelde rond de lippen van mijn negen jaar oudere neef. Ik bleef op een afstand staan.
“Hé Thomas, Lisanne.” Mijn stem klonk al even emotieloos en oppervlakkig als altijd. Ik durfde ze niet in de ogen te kijken, net zomin als ik mezelf in de spiegel wilde zien. Ik zag telkens weer de gelijkenissen en dat deed pijn. Hij zette een stap naar me toe en meteen ging ik achteruit. Ik wilde niet dat mensen dichterbij kwamen, ik wilde niet aangeraakt worden. Ik wilde niets meer. Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar de straat waar ik ging wonen. Aan de overkant van de weg liet een vrouw haar hond uit, maar deed dat alleen maar om te kijken wie dat meisje met het blauw en zwarte haar was. Bij de buren zag ik ook verschillende nieuwsgierige hoofden naar me kijken.
“Kom je mee naar binnen?” vroeg Lisanne, proberend om dit pijnlijke moment tot een einde te brengen. Ik knikte. Het kon me allemaal al helemaal niets meer schelen. Als een zombie volgde ik ze naar de woonkamer. Mijn gedrag had een deprimerende werking op ze, dat merkte ik. Maar het was erger geweest als ik hier vrolijk binnen kwam huppelen, dan zouden ze meteen weten van mijn drugs- en alcoholgebruik. Ik moest op de een of andere manier mijn gedachten leeg maken en slaappillen hielpen alleen maar ’s nachts, en dan nog lang niet altijd tegen nachtmerries, maar daarvoor had ik kalmeringspillen, dus dat scheelde.

.

Reacties (1)

  • poisonthorn

    Hmm.. Interesting. Ik neem een abo (;

    POK MOO IJS!

    X.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen