“Nance, kom je eten?” Mijn neef stond in de deuropening. Ik keek op van mijn boek en knikte. Nadat ik me had omgekleed, was ik een paar uur gaan lezen. Ik wilde niet alleen beneden zijn. ik was bang. Ik voelde me net een klein meisje. Ik legde mijn boek weg en volgde Thomas naar beneden. In de keuken zette Lisanne net het eten op tafel. Verse wafels. Ik hield van wafels, dat wisten ze. Ik vond het lief dat ze me zo op mijn gemak probeerden te stellen, maar ik kon geen woord over mijn lippen krijgen. Ik kon ze gewoon niet bedanken.
“Goedemorgen Nancy, lekker geslapen?” vroeg Lisanne met een glimlach op haar gezicht. Ik haalde mijn schouders op en ging zitten. Thomas en Lisanne wisselde wat blikken uit en gingen ook zitten. Ik deed alsof ik het niet had gezien en pakte een wafel. Zwijgend begonnen we te eten. Er hing een ongemakkelijke sfeer, maar die had ik altijd al om me heen. Niemand wist wat ze moesten zeggen met mij in de buurt. Ze wilden altijd vrolijk doen, me sterkte wensen, maar na één blik van mij, zwegen ze altijd. Ze kwamen niet meer uit hun woorden. Misschien was het ook wel een beetje mijn eigen schuld, maar ik kon er gewoon niet tegen.
“Zal ik je vandaag anders Berlijn laten zien?” opperde Thomas na aandringen van zijn verloofde. Ik schudde mijn hoofd en slikte de laatste hap wafel door. Ik stond op en keek naar de grond.
“Ik ben op mijn kamer,” mompelde ik en liep vlug weg. Mijn nieuwe kamer voelde veilig. Het was van mij en van mij alleen. Een plek waar ik me gewoon kon verbergen, zonder gevaren. Gelukkig respecteerden ze mijn privacy. Mijn tekenblok kwam tevoorschijn en gedachteloos begon ik wat lijnen te trekken. Ik hoefde me amper te concentreren. Tekenen was iets wat ik goed kon, maar ook iets wat niemand van me zou verwachten. Het beeld werd steeds duidelijker, maar ik wilde niet toegeven voordat ik klaar was. Ik moest de tekening afkrijgen voordat ik in tranen zou uitbarsten. Als hij af was, dan zou het goed zijn.
Het gezicht van mijn tweelingzus keek me aan. Haar blik was liefdevol, maar angstig en bedroefd. Precies zoals de laatste keer dat ik haar zag. De laatste keer voordat -
“Lisanne en ik gaan even boodschappen doen.” Ik schrok op en keek voor één seconde mijn neef aan. Meteen wende ik mijn blik weer af. Hij merkte het. “Jij red je wel, toch?” ging hij onzeker door. Zelfs hier voelde ik me nu niet meer op mijn gemak.
“Ja hoor, ga maar,” mompelde ik schor.
“Als er iets is, mijn nummer hangt op de koelkast.” Ik knikte, in de hoop dat hij snel weg zou gaan. Ik wilde niet dat hij in mijn buurt was. Hij sloot de deur en liep de trap af. De derde trede van boven kraakte, merkte ik op, net als de tweede van onder. Even later hoorde ik buiten de motor van de auto startten en mijn huisgenoten weggaan. Eindelijk was ik alleen. Ik stond op en pakte wat slaappillen. Ik was doodmoe en wilde graag wat slapen. Nu kon ik tenminste net zo hard gaan gillen als ik wilde en niemand die me zou storen.

.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen