Ik schoot overeind toen ik hard gekwaak hoorde. Ik probeerde te zien waar het vandaan kwam, maar het was al aan het schemeren, wat het zien moeilijker maakte. De kat kwam vrolijk op me afgehuppeld. Hij zou de eenden wel bang hebben gemaakt. Mijn ogen werden groot. Ik moest maken dat ik thuis kwam. Ik krabbelde overeind en keek wild om me heen. Gehaast probeerde ik me te bedenken waar ik nou precies vandaan kwam. De kat liep langs me heen en schoot de struiken in. Hij miauwde. Als versteend bleef ik staan. De kat kwam weer tevoorschijn en keek me aan. Een koude rilling schoot door mijn ruggengraat. Die kat probeerde me de weg te wijzen.
Ik dacht niet langer na en liep achter het dier aan. Het was lastig om me een weg te baan door de struiken in de schemer, maar gelukkig vielen de witte pootjes van de kat op. Angstig keek ik om me heen. Ik was doodsbang, maar toch weer niet. Alles in mij was in een tweestrijd, meer dan anders. Ik schudde mijn hoofd en concentreerde me op de kat.
Na een paar slopende minuten zag ik de geasfalteerde weg liggen. Een paar meter verderop was een bushalte en in de verte kwam er al een bus aanrijden. Toeval? Ik sprintte vlug naar de bushalte toe en bekeek de kat die rondjes om mijn benen draaide. Ik bukte me en tilde hem op. Thomas kon me wat, dit dier ging mee. Ik kon hem nu moeilijk achterlaten. Hij was toch een zwerfkat en hij was ontzettend lief. Hij werd mijn nieuwe beste vriend. Normaal zou ik hierom gelachen hebben met mijn vrienden, maar nu ging dat niet meer. Het was onmogelijk. De bus stopte en ik stapte vlug in. Ik kocht vlug een kaartje en liep met de kat in mijn armen naar achterin de bus. Er zaten nog drie andere mensen door de bus verspreid.
De hele busrit bleef de kat rustig op mijn benen liggen. Er was echt iets raars aan hem. Zo deden katten normaal toch niet? Ik staarde afwezig naar buiten, maar schrok op toen ik wat bekends voorbij zag flitsen. Ik reikte naar het rode stopknopje en drukte erop. Meteen begon een rood lampje voorin de bus te branden. Even later stopte de bus. Ik tilde de kat weer op en stapte de bus uit. Ik knipperde met mijn ogen om aan de plotselinge duisternis te wennen en keek om me heen. Meteen begon ik te lopen. Eigenlijk vond ik het enger om in het donker over straat te lopen dan in het bos. Daar was ik alleen, hier liepen de meest ongure mensen rond.
Eindelijk kwam ik bij het juiste huis aan. Met trillende handen belde ik aan. Even bleef het stil, maar daarna klonk er wat gestommel en ging de deur open. Een gestreste Thomas stond in de deuropening. Hij keek even van mij naar de kat en weer terug.
“Waar kom jij in Godsnaam vandaan?!” riep hij bezorgd. Ik kromp ineen door het stemgeluid. Lisanne duwde haar verloofde aan de kant en trok mij naar binnen. Ik schokte door de plotselinge aanraking en sprintte de trap op naar mijn kamer. De deur deed ik achter me in het slot. Langzaam liet ik me op de grond zakken en liet de kat ontsnappen. Mijn ogen waren groot en ik trilde van top tot teen. Een traan rolde verloren over mijn wang.

.

Reacties (1)

  • poisonthorn

    Zupahhh! Snel verder, want ik wil weten wat er nu gaat gebeuren. En je moet snel verder omdat dit een hip verhaal is!

    POK MOO IJS.
    X.

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen