26/06/10

Altijd heb ik al gedacht dat ik anders ben dan anderen. Dat ik niet in het rijtje thuishoor. Iedere dag boor ik mezelf de grond in met negatieve gedachten over mezelf. Telkens als mensen een kritische opmerking tegen of over me maken, wuif ik het met een glimlach op mijn gezicht weg. Doen alsof het me niks uitmaakt, daar ben ik goed in. Zo ik laat ik ze niet door mijn masker breken en hou ik ze op afstand. Op deze manier zien ze ook niet dat ik vanbinnen langzaam kapot ga. Ik wil ook niet dat ze het zien. Ik wil niet dat ze weten hoeveel pijn en verdriet ik eigenlijk heb. Laat ze maar lekker in de waan dat ik helemaal in orde ben.

Het liefste zou ik wegrennen iedere keer dat er iets naars gebeurd. Noem me maar een quitter, maar ik kan zulke dingen tegenwoordig niet meer aan. weglopen is voor mij geen optie, dus ik probeer mijn gevoelens zoveel mogelijk in mijn fictieve verhalen te stoppen. Helaas is dat niet altijd evengoed mogelijk. Ik ben nooit erg goed geweest in het verwoorden van mijn gevoelens en gedachten, dus ik krop alles op. Ook dit gaat op een bepaald moment niet meer. Is het dan toch zo raar dat ik na een lange tijd, na vele gebeurtenissen en veel opmerkingen knap?

Vandaag gebeurde het na lange tijd weer. Ik zag het niet aankomen, ik dacht dat het beter met me ging. Misschien wilde ik het ook wel niet zien. Ik wilde blijven geloven dat ik oké was. Het was stom. Al tijden was ik redelijk geïrriteerd door alles wat er in de afgelopen weken, misschien zelfs maanden, was gebeurd. Ik was vol. Ik was er gewoon helemaal klaar mee hoe mensen met me omgingen, hoe ze tegen me spraken en hoe ze over me dachten. Klaar, done, finito.

Één opmerking van mijn broers was genoeg. Nee, eigenlijk waren het er meerdere. Al tijden gaven ze me het gevoel dat ik niet goed kon doen. Ik voelde me nutteloos. Misschien komt het zelfs door hen dat ik nu zo negatief over mezelf denk. Hoewel, het zou oneerlijk zijn als ik alleen hen als de schuldigen zou aanwijzen. Het is al zo vaak gebeurd dat ik achter werd gesteld, maar niemand zag dat ik iedere keer een beetje meer brak.

Bestonden gevoelens en emoties maar niet. Dat zou alles alleen maar gemakkelijker maken. dan zou alles beter zijn en zou het leven niet zo verdomd veel pijn doen. Ook zou ik dan mijn masker niet te hoeven dragen. Al zo vaak heb ik gewild om mijn masker af te laten. Om gewoon mijn ware aard te laten zien. Om mensen te laten zien dat ik ook breekbaar ben. Ik ben niet zo sterk als ik me voordoe.

Vandaag heb ik het gezegd. Beter gezegd: geschreeuwd. Ik riep eindelijk naar mijn broers wat al tijden door mijn hoofd spookte: ik zei dat ik ze haatte. Daar bleef het echter niet bij. Ik vertelde ook dat ik hoopte dat ze dood waren. Op dat moment was ik zo ontzettend kwaad dat ik alles kapot zou willen slaan. Ik was boos op alles en iedereen, maar vooral op mezelf. Terwijl ik met tranende ogen verborgen achter mijn zonnebril met een schrijfblok in mijn hand naar een rustige plek beende, ga ik mezelf weer de schuld.

Misschien is het ook wel allemaal mijn schuld. Het is immers mijn leven. Ben ik dan toch zo raar? Hoor ik dan toch anders te zijn? Misschien is het ook wel beter dat ik me verander, zelfs al wil ik dat niet. Ik wil het masker niet meer dragen.

Nog steeds huil ik. Ik wil een knuffel van iemand die mijn pijn weg wil nemen. Ik wil deze woede niet meer. Ik wil niet meer boos zijn. is dat soms teveel gevraagd? Neem dit verdriet ook maar meteen mee, het verscheurt me. Ik wil niet meer teleurgesteld worden. Laat iemand mij ook eens voorop stellen en echt om me geven. Ik wil weten hoe het is.

Eigenlijk moet ik terug naar huis gaan, maar dan zie ik hen weer. Mensen die me samen met anderen kapot maken, beledigen en bovenal, me pijn doen. Het liefst zou ik hen nu laten voelen hoe ik me voel en dan een kijken hoe zij ermee om zouden gaan.

Misschien is het wreed van me om te zeggen dat ik mijn broers en mensen met wie ik omga, omging of zelfs bevriend was, dood wil hebben. Mensen zullen zeggen dat het komt doordat ik boos ben, maar dat zou betekenen dat ik altijd boos ben. Voor mijn gevoel is dat niet zo, al vertrouw ik dat ook niet helemaal. Ik voel alleen maar intense haat voor ze en tevens ook voor die achterlijke eendachtige beesten die voor me in het water zwemmen en zulk verschrikkelijk geluid maken.

Ik dwaal af. Het is tevens tijd geworden om terug te gaan. Terug naar mijn leven waar ik voor probeer te vluchten. Terug naar het leven waar iedereen doet alsof, waar ik doe alsof. Mensen compleet vertrouwen zal me nooit meer lukken, niet na alles wat er al gebeurd is. Ze vragen alleen maar wat er is en doen alsof ze bezorgd zijn om zich belangrijk en interessant te vinden, maar eigenlijk geven ze helemaal niks op me.

Dat heb ik nu wel weer gemerkt.

Reacties (3)

  • Reichenbach

    Zoals de andere al zeiden, knap van je dat je dit online zet. Ik zit hier echt met tranen in mijn ogen.

    De alinea's zitten goed en hier en daar een paar kleine schrijffoutjes.

    Veel succes verder.

    1 decennium geleden
  • Repent

    Wauw, deze is echt prachtig geschreven. Inderdaad, knap van je dat je dit online wilt zetten maar ja, dat was ook de opdracht, niet? Buiten een paar héél kleine schrijf foutjes heb je het geweldig gedaan, veel succes nog.

    x RepentRepent.

    1 decennium geleden
  • Whipple

    wow ik ben er stil van :3
    -en stiekem zit ik met tranen in mijn ogen-
    En ik vind het knap van je dat je dit online durft te zetten !
    :3
    xx

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen