Gedempte stemmen drongen mijn oren langzaam binnen. “We hadden nooit naar hem mogen luisteren. We hadden het haar al lang zelf moeten vertellen.” Mijn vader murmelde wat onverstaanbaars terug. Er ging een deur open en dicht. Iemand streelde mijn hand. Het waren zachte, warme handen. “Wanneer komt hij nu? Of is hij al onderweg?” Ik hoorde geen ja of nee, dus ik veronderstelde dat de persoon gewoon geknikt had of zijn of haar hoofd geschud had. Ik sliep nog deels, maar hoorde toch hier en daar flarden van de gesprekken rondom me. Mijn rug deed pijn. Ik lag alles behalve comfortabel. Ik had het warm. Veel te warm. En toch merkte ik dat ik rilde. Een bekend deuntje onderbrak mijn gedachten. Ik kwam er niet uit of ik het geluid droomde, of dat het er echt was. “Moet ik opnemen? Het is -” Er werd een zacht gefluister hoorbaar. Ik deed mijn ogen open uit nieuwsgierigheid. Alleen zo kon ik erachter komen of ik het echt gehoord had of niet. “Je bent wakker.” Ashley hield op met mijn hand te strelen. Om me heen zag ik de vertrouwde woonkamer. Dat verklaarde de pijn in mijn rug. Ik lag op de harde bank, met een deken over me. Daardoor had ik het vast zo warm. “Was dat mijn mobieltje?” vroeg ik. “Bill belde je.”

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen