Foto bij Hoofdstuk 2.

‘Leah!’ gilt mijn moeder naar boven. Ze staat onderaan de trap en probeert met een harde, schelle stem mijn kamer te bereiken die zich op de zolder bevindt. Ik zucht diep en zwaai mijn benen over de bedrand. Een uitgebreide geeuw verlaat mijn mond waarna ik de slaap die nog rest uit mijn ogen wrijf. Langzaam maar zeker zorg ik ervoor dat mijn kont zich losmaakt van mijn bed en sta ik op. In trek mijn pyjamabroekje goed dat omhoog is gekropen en haal snel een borstel door mijn haar voor ik naar beneden loop. Mijn moeder staat ongeduldig onderaan de trap te wachten tot ik beneden kom. ‘Is pa al werken?’ vraag ik en verberg een geeuw achter mijn hand. ‘Ja, vanmorgen vroeg is hij al weg gegaan.’ Ik knik kort en loop naar de keuken om een ontbijtje voor mezelf klaar te maken in onze nieuwe keuken. ‘Alice is met Jayden de stad verkennen.’ Alice is mijn jongere zus van 16. Jayden is haar tweelingbroer, hij is een half uur ouder dan hem. Ondanks dat ze een twee-eiige tweeling zijn, zijn ze onafscheidelijk. Naast de tweeling heb ik nog een jonger broertje, Kay. Kay is net 13 geworden voor we hierheen verhuisden. Het is een schat van een jongen, ondanks dat hij nu begint te puberen. ‘Ik heb iemand nodig die me wilt helpen. Kay ligt ziek op bed, maar ze hebben zijn pakken om te bezorgen al gebracht.’ Een diepe, geërgerd zucht verlaat haar mond. Ze heeft een hekel aan het werk van Kay, terwijl hij het eigenlijk wel best vindt om te doen. Ik denk dat hij de enige zal zijn in deze wereld, ieder ander haat het, net als ik. ‘Ik heb geen tijd om die pakken te bezorgen. Ik moet nog werken aan mijn artikel. De deadline is over een paar dagen en ik ben nog niet op de helft!’ Ik voel de vraag al aankomen. Mijn moeder is onwijs voorspelbaar. Ze schrijft voor een tijdschrift en moet vaak nog veel afhandelen op het laatste moment. Uiteindelijk komt alles goed, maar vaak pas op de laatste dag. Ze werkt thuis, daar is ze mee begonnen toen ze mij kreeg zodat ze op me kon passen en toch kon blijven werken. Mijn vader daarentegen vindt het niet erg om niet thuis te werken. Hij is graag op zijn werk en doet het met plezier.
‘Ik wil dat jij die pakken bezorgt hier in de buurt. Kay heeft koorts! Die is morgen nog niet beter.’ Ondanks dat ik de vraag al aan voelde komen kijk ik mijn moeder verbaasd aan. ‘Ben je gek geworden?! Ik ken de hele buurt hier nog niet! Ik verdwaal binnen 5 minuten! Ik weet nog niet eens hoe ik naar de stad of naar mijn school moet komen.’ Mijn moeder ademt diep in en uit en begint te zoeken tussen een stapel losse papieren. ‘Wat je school en de stad betreft, die kan je de rest van de week nog opzoeken. Wat het bezorgen betreft, hier heb je een papier waar alles opstaat. De instructies, de straten en welk gedeelte van de week.’ Ze duwt 3 blaadjes in mijn handen waarvan 2 vol met straatnamen, voor en achterkant. ‘Kan ik de auto gebruiken?’ Mijn moeder schudt haar hoofd. ‘Ik moet zo weg voor een interview.’ Een diepe zucht verlaat mijn mond. Een leuk begin in dit nieuwe huis. Mijn moeder drukt een kus op mijn wang. ‘De spullen liggen in de schuur. Bekijk het positief, dit is een goede manier om de buurt te leren kennen.’ Ik rol met mijn ogen. Mijn moeder weet best dat ik er een hekel aan heb. ‘Ik ga mijn spullen pakken en daarna ben ik weg. Probeer ook een beetje op Kay te letten als je tussendoor thuis bent, oké?’ ‘Oké,’ mompel ik met grote tegenzin.
Met een zucht loop ik de trap op. Ik neem een snelle douche trek wat simpele kleren en doe een dun laagje mascara op. Als ik langs een klok kom zie ik dat het al na 12 uur is geweest. Ik kijk nog snel in de kamer van Kay. Hij slaapt. Op zijn nachtkastje staat nog een glas water. Snel schrijf ik een briefje met erin dat ik aan het bezorgen ben en waar iedereen is. Ik leg het onder het glas water, dan zal hij het wel vinden als hij wakker wordt.

Reacties (1)

  • MrsGrey

    verder:D

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen