Ik hoor Jacob tegen me praten. Wat hij precies zegt, krijg ik niet helemaal mee. Het voelt alsof mijn lichaam in brand staat. Wat was er ook alweer gebeurd? O ja, Jane kwam opeens binnen en beet me. Alex probeerde haar tegen te houden, maar dat lukte om een of andere reden niet. Verder weet ik niks meer. Ik kan me niet bewegen en hoe lang ik hier al lig weet ik niet. Een handje pakt mijn hand vast. Ik probeer me te concentreren op de geluiden om me heen. “Mammie?” Hoor ik Alex zeggen. “Word je snel wakker?” Ik hoor Fay de kamer in waggelen. “Papa? Dorst.” Ik hoor Jacobs zware voetstappen zich van me verwijderen. Alex mompelt nog wat. Langzaam aan voel ik de brandende pijn iets minder worden, hoewel het bij mijn hart juist erger lijkt te worden. Ik voel de controle over mijn lichaam stap voor stap terugkomen. “Hallo!” Hoor ik Alice’ stem. “Ze is bijna wakker hoor. Jacob, misschien is het slim met Fay en Alex naar huis te gaan. Je weet maar nooit wat ze gaat doen.” Even later hoor ik Jacob naar buiten lopen. Is mijn gehoor beter geworden? Ik kan mijn hart horen kloppen, maar het gaat wel erg snel. Het brandende gevoel trekt steeds meer weg, hoewel het nog erg langzaam gaat. En in mijn hart wordt het juist erger. Opeens is het weg, mijn hart stopt met kloppen. Ik open mijn ogen. Alles is opeens heel helder. “Eindelijk,” Hoor ik Alice zeggen, “Het duurde bijna vier dagen.” Ik kijk om me heen, ik ben niet thuis. Alles is zó enorm helder. In shock haal ik adem. Dat voelt verkeerd. O ja, ik hoef niet meer te ademen, ik heb geen lucht nodig. “Dit is echt heel vreemd.” Mompel ik. “Ja, daar wen je wel aan. Heb je dorst?” “Nu je het zegt, behoorlijk.” “Laten we dan maar gaan jagen.” “Waar zijn Fay en Alex? En Jacob?” “Die zijn bij thuis. We wisten niet of het veilig was ze in de buurt te houden.” Ze pakt mijn hand. “Kom.” We lopen naar buiten. “Oke, volg me.” Ze begint te rennen. Ik ren achter haar aan. Opeens stopt ze, dus stop ik ook maar. “Blijf stil staan en sluit je ogen.” Ik sluit mijn ogen. “Wat hoor je?” “Een groep dieren, in het westen?” “Ja, elanden. Wat ruik je?” “Ik heb geen idee, vijf dieren?” “Zes, bijna goed. Volg je instinct.” Ik loop stil in de richting van de dieren. Ik ren snel richting één van de elanden en grijp hem vast. Hij stribbelt weinig tegen. Ik zet mijn tanden in zijn keel. Wanneer ik zijn bloed drink, voel ik de warmte van het bloed door mijn hele lichaam vloeien. Ik laat hem los en kijk rond. De rest is weggevlucht. Waarom heb ik nog steeds dorst? Ik kijk naar Alice. “Ik heb nog steeds dorst..” “Ja, dat is omdat je jong bent.” “Dat eland smaakte vies.” “Vleeseeters zijn inderdaad lekkerder dan planteneters.” “Kunnen we teruggaan? Mijn kleding is behoorlijk vies geworden..” “Tuurlijk.”

Reacties (2)

  • DUNBAR9

    Verder !!!!!!!!!!!!!!

    1 decennium geleden
  • xoxPrisxox

    snel verder

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen