ja het is verwarrend

"Waarom doe je zo?", zegt Zijn stem uit het niets
"Dennis, wat bedoel je?", ik ga rechtop zitten.
"Je leek zo blij me te zien maar nu ben je om de vijf minuten zo", klaagt hij. Hij gaat naast me zitten en haalt mijn haar uit mijn gezicht. Lievelijk strijkt hij met de rug van zijn hand langs mijn kin.
"Zo wat?"
"Zo... verdrietig, zou je haast kunnen zeggen"
"Oh dat", ik heb inderdaad behoorlijke stemmingswisselingen. Alleen laat ik het liever niet zien. Zelfs ik wil niet weten dat ik ze heb, dus waarom zou ik er anderen lastig mee vallen?
"Ik ben hier nu al een aantal dagen. Steeds zie ik het gebeuren. Je lijkt zo blij en ineens weer niet. Dan trekt iets of iemand je aandacht en begin je weer te lachen", vertelt hij.
Ik zwijg en kijk hem niet aan.
"Is er iets dat je dwarszit"
Goh, Alec die zo dubieus doet, slechte cijfers, vervelende gedachten... nee hoor. Waarom zou ik me verdrietig voelen? Probeer het maar eens niet te zijn! Zeker als je op zo'n manier achter de ware aard van je vriend moet komen! Natuurlijk is Dennis daar, daar ben ik blij mee. Maar ik kan er niet van genieten omdat ik mijn kop er niet bij kan houden. Ik wíl aan Dennis denken en níet aan Alec. Het is jammer dat mijn hersenen het tegenovergestelde met mij willen.
"Het gaat wel. Ik leef nog", ik probeer te lachen. Lang blijft de lach niet.
Dennis wrijft over mijn armen; "Je weet dat je me alles kunt vertellen?"
"Dat weet ik", mijn stem slaat iets over.
"Hey, ik word niet boos. Kom, lucht je hart", fluistert hij met zijn zoete lage stem in mijn oor. Ik houd mezelf niet langer en grijp hem bij zijn vest en leg mijn hoofd tegen zijn borst aan.
"Het is goed, stil maar", hij klopt troostend tegen mijn rug.
Ik merk dat hij omlaag kijkt om mijn gezichtsuitdrukking te lezen maar het lukt hem niet. Rustig legt hij zijn hand onder mijn kin en heft hij mijn hoofd omhoog. We kijken elkaar recht in de ogen aan. Zijn gezicht is blanco, mijne waarschijnlijk vol van emotie.
"Je ogen zijn weer groen, weetje", mompelt hij. Het zal wel, opzich geen wonder.
"Nou vertel me wat je dwarszit en dan zul je zien dat het een stuk beter gaat"
Aarzelend kijk ik de kamer rond. Zal ik hem vertellen over de brief of niet? Hoe zal hij reageren? Hij heeft belooft niet boos te worden. Ik kan hem vertrouwen. Zijn ogen glimmen iets ongeduldig. Hij is nieuwsgierig, dat zou iedereen zijn in zijn positie. Ik ben nieuwsgierig! Maar zou ik het hem vertellen? Trillend hef ik mijn arm op in de richting van het bureau. Het lukt me amper de woorden over mijn lippen te krijgen. Mijn vingers vouwen zich zodat ik naar de brief wijst.
"Dat. De brief"
De spanning stroomt door mijn lijf. Hij staat op. Ik durf niet weg te kijken. De tijd lijkt te vertragen. Bijna heeft hij het. Zou hij het lezen? Hij pakt de brief op om de envelop te lezen. Hij draait hem om en ziet de zegel. Zijn vingers glijden er overheen. Zijn blik glipt even naar mij en dan richt hij zijn aandacht weer op de enevelop. Hij legt hem neer en pakt de brief. Wat zou hij doen?

Reacties (4)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen