Foto bij Chapter 1

Terug van weggeweest! Na een drukke tijd hebben we besloten een vervolg deel te maken!

Verstrooid stond ik met drie verschillende truien in mijn handen.
‘’Tessa, sinds wanneer doe je zo moeilijk? Kom op, trek gewoon zo’n ding aan!’’ mijn moeder stond in de deuropening. Snel trok ik een trui over mijn hoofd maar was toch niet vertrouwen.
‘’Tess, we moeten gaan!’’ riep mijn moeder, en geïrriteerd keek ik om. Ik had er altijd een hekel aan als ze dat deed.
Al weken lang had ik tegen deze dag opgezien. Terug naar vorkje, Ugh!
Maar natuurlijk waren er ook een paar dingen in Vorkje die me konden opvrolijken. Eén daarvan was Nikita, mijn beste vriendin sinds de kleuterklas. En dan nummer twee, Jasper. Mijn beste vriend waar ik de grootste lol mee had.

--

‘’Zo erg is het toch niet in Fork?’’
‘’Maak je een grapje?’’ ik kijk mijn moeder aan die glimlacht.
‘’Tuurlijk niet, je hebt Nikita, en Jasper!’’
‘’Ja, en het enige om me heen is dat groene zompige spul dat langzaam naar je hoofd stijgt en je hersenspoelt.’’
‘’De natuur is hier hartstikke mooi!’’ verstrooid kijk ik mijn hippie achtige moederfiguur aan.
‘’Ja, en jij stapt straks met je ogen dicht een vliegtuig in en je ziet wel waar je uit komt om vervolgens mede hippies op te zoeken!’’
‘’Je bent nog te jong om mee te gaan!’’
‘’Het is onmogelijk. Ik ben echt geen kind van jullie.’’
‘’Jammer voor je, dat ben je wel.’’ Verslagen schud ik mijn hoofd en sluit mijn ogen.

Het leek allemaal echt. In het begin dacht ik dat ik gek was geworden, maar het was gewoon een realistische droom. Toch? Ik bedoel, dat hele vampier/weerwolf gebeuren, de volturi.
Ergens ben ik er alsnog heilig van overtuigd dat de Cullens ook echt vampieren zijn.


‘’Hé Tess, doe je die deur nog open of wat?’’ ik schud mijn hoofd.
‘’Laat me je niet dwingen..’’ Ugh, altijd die loze bedreigingen van mijn vaderfiguur. Ja, ik noem hem gewoon mijn vaderfiguur, onmogelijk dat ik een kind van hem ben.
‘’Tessa, mijn vliegtuig vertrekt over een paar uur, ik moet gaan.’’ Ongeduldig tikt mijn moeder met haar nagels op het stuur. Met tegenzin stap ik uit en pak mijn spullen uit de kofferbak.
‘’Ik hou ook van jou!’’ schreeuwt mijn moeder uit het raampje, ik wuif wat met mijn hand en loop mijn verblijf binnen. Ik weiger dit mijn huis te noemen. Noem me maar koppig, ik laat dat groene zompige spul niet mijn hoofd overnemen.
‘’Het is alweer een tijdje dat ik je voor het laatst zag!’’ breed glimlachend staat mijn vader me aan te gapen.
‘’Ik ben niet veranderd hoor. Maar ik heb het gevoel dat, dat groene zompige spul je heeft gehersenspoeld.’’ Het lijkt alsof hij uit zijn gedachte schrikt.
‘’Je bent maar een jaartje weggeweest. Daarvoor heb je hier altijd gewoond.’’
‘’Tot mijn grote spijt.’’ Grinnik ik.
‘’En je geloofd nog steeds heilig in je alien theorie.’’ Zegt hij met een zucht.
‘’Ja, en ik ben niet de enige!’’
‘’Zet je spullen nou maar in je kamer, je moet morgen weer naar school.’’ Ik glimlach breed, mijn vaderfiguur kan er niet tegen als ik tegen hem in ga.

--

Hand in hand lopen Jasper en ik door het bos heen. Wat we hier doen dat weet ik niet precies.
We praten en we hebben het super gezellig.
'Kom, ik moet je iets laten zien.' zegt Jasper opeens en hij trekt me mee, steeds dieper het bos in, ik herken dit stuk niet.
Al snel komen we op een onwijs mooie open plek uit, met een beekje en super mooie planten.
'Tessa, ik moet je iets vertellen.' Jasper zijn gezicht staat opeens serieus.
'Wat is er?' vraag ik dan.
Ik zie dat hij zoekt naar de juiste woorden om het te zeggen, maar niks komt uit zijn mond. Opeens geeft hij een diepe zucht.
'Tess, ik zie meer in je dan alleen een goede vriendin, ik... ik hou van je.' zegt hij in één zucht, en gespannen wacht hij op mijn reactie.
Het lijkt net alsof mijn hart stopt met kloppen. Langzaam loop ik naar hem toe en voorzichtig, komt hij naar mij toe.
We staan vlak voor elkaar en ik voel zijn ijzige adem tegen mijn huid aan, wat me de rillingen geeft. Maar diep, heel diep van binnen heb ik het super warm.
Ik zie Jasper's hoofd dichterbij komen en dan voel ik zijn ijzige lippen op de mijne. Voorzichtig, alsof hij me met één hand kan doden kust hij me. Maar opeens draait hij zijn hoofd en loopt hij een stuk terug.
'We kunnen niet samen zijn. We kunnen eigenlijk niet eens vrienden zijn.' zegt hij dan.
'Hoe bedoel je?' vraag ik dan.
'Ik ben geen mens, ik ben een monster.' zegt hij met walging. Langzaam loopt hij weer naar voren, waar de zon schijnt, en hij gaat in het licht staan. Zijn huid begint te schitteren, alsof hij een swarovski beeldje is, of alsof hij glitterspray heeft uitgevonden..
'Ik ben geen mens Tessa. Ik ben een vampier.'

‘’Tessa, je moet naar school!’’ roept mijn vader voor de 465e keer.
‘’Jahaaa!’’ ik gooi mezelf uit bed en begin met mijn routine voor de ochtend.

Zodra ik klaar ben en mijn schoenen en jas heb aangetrokken gaat de deurbel.
‘’HAAAAAI!’’ Nikita staat breed grijnzend voor de deur.
‘’Kind, je hebt zo veel gemist!’’ zegt ze terwijl ze me een knuffel geeft.
‘’Ohjee, hier komt het.’’ We lopen naar mijn auto toe en stappen in terwijl ze al uitgebreid alles begint te vertellen.
‘’Sinds jij weg bent hè, praten Jasper en ik veel meer met elkaar. Nou, eerlijk gezegd praat hij alleen over jou.’’ Ik werp een kleine blik op haar en richt me dan weer op de weg.
‘’Hij heeft dezelfde droom gehad als jij, de dag toen jij wegging.’’ Ik verslik me in mijn eigen speeksel en Nikita wacht rustig tot ik weer op adem ben.
‘’Je hebt hem verteld over mijn droom?’’
‘’Nee, tuurlijk niet! Maar hij vertelde over zijn droom en het was gewoon precies hetzelfde!’’ ik staar een lange tijd voor me uit.
‘’Ehm Tess, ben je nog van plan om uit te stappen? We zijn er al hoor!’’ ik knik vluchtig en we stappen uit.
Terug in Vorkje, terug op die stomme school met leuke mensjes, en ik heb het gevoel dat de drama nu alweer begint.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen