Foto bij de verandering

het tweede einde,
Toen het paard zo dichtbij was dat ik het aan kon raken stak ik onbewust mijn hand uit. Ik keer ernaar alsof het niet van mij was en op het moment dat ik de prachtige neus van het paar aanraakte…

ontstond er een warm vuur in de hand waarmee ik haar neus had aangeraakt, dat vuur kroop op en verspreidde zich over mijn hele lichaam. Toen de warmte over mijn hele lichaam lag, werd het vuur heter, gloeiend heet. Mijn ledematen verkrampten en ik viel op de natte bosgrond. Op het moment dat mijn lichaam de grond raakte, draaide het paard zich om en galoppeerde het weg. Nu was ik alleen, helemaal alleen met de helse, brandende pijn in mij die steeds heter werd. Ik wou dood, ik wou mijn keel dicht knijpen tot ik stikte, ik wou mijn borst openscheuren en mijn hart eruit rukken, ik wou alles doen om de pijn te laten stoppen. Maar ik ken mijn armen niet bewegen, ze verkrampten steeds meer en een vreselijk krijsend, hijgend geluid drong mijn oren binnen. Het duurde even voor ik besefte dat het uit mijn mond kwam. Het vuur werd heter en heter, ik was verkoold, dat wist ik zeker! Net toen het vuur op zijn hoogtepunt was en ik me erover verbaasde dat ik nog helder kon denken nam er een razendsnelle verandering plaats. Het voordeel; het vuur verdween, maar er kwam een ijzige koude voor in de plaats, die mijn lichaam in bezit nam. Het ijs nam ook mijn hersenen in beslag en ik kon niet meer denken, te moe om te vechten gaf ik het op, hopend dat de dood snel zal komen.
Misschien duurde het maar een seconde, misschien een eeuw, misschien verbeeldde ik het me, maar misschien was het echt. Ik rilde nog steeds van de kou en ik kon mijn ledematen nog steeds niet voelen, maar het ijs in mijn hoofd werd minder, ik kon weer nadenken, al voelde de gedachtes wel anders, ik dacht aan de brandende pijn en voelde die, al was ik nog steeds van ijs. Ik dacht aan het paar den rook haar al was ze al een hele tijd weg. Al mijn gedachtes waren levendiger, helderder, mooier. Nu ik zo verbaasd was over deze verandering in mijn hoofd dacht ik minder aan de pijn en merkte ik niet dat deze afnam. Pas toen ik erachter kwam dat ik aan veel dingen tegelijkertijd kon denken ging ik me ook weer op de pijn richten. Een schok van verbazing schoot door me heen toen ik merkte dat ik mijn ledematen kon bewegen en zelfs op kon staan als ik dat wilde. Dit deed ik en toen ik overeind stond deed ik ook voor het eerst mijn ogen open. Snel kneep ik ze dicht en ik wreef hardhandig over mijn oogleden. Toen ik ze weer voorzichtig opende zag ik hetzelfde beeld als toen ik her was met het paard, de bomen, de mosgrond, de troebele lucht alles, maar anders… het was veranderd, of nee, ik was veranderd. Alles was veel helderder. Ik focuste op de grond en als vanzelf zoomden mijn ogen in, ik zag miljoenen waterdruppels en minuscule insecten tussen het mos. Ik zoomde verder in op een waterdruppel en zag de moleculen waar het uit bestond. Ook mijn reukzintuig was verscherpt, ik rook alles om me heen heel duidelijk en toen ik me op de dennenachtige geur van een boom concentreerde viel deze uiteen in duizenden kleinere geurextracten. Trillend van verbazing over deze vernieuwing zakte ik door mijn knieën. Daar bleef ik zitten, opnieuw op de natte bosgrond verdwaasd denkend over wat er gebeurd zou kunnen zijn. Maar mijn gedachtes van voor de pijn waren een grote wazige vlek, alsof ik een beslagen zonnebril op had. Ik was er net over uit dat het iets met het paard temaken moest hebben toen mijn verscherpte gehoor vleugels hoorde, het was een vertrouwd geluid en ik moest de neiging onderdrukken erheen te rennen. Het gefladder kwam steeds dichterbij en ik bleef verstijfd zitten, hopend op iets wat niet al te vreselijk was. Een prachtige gedaante kwam tussen de bomen door zweven, zo’n meter boven de grond. Hij deed me denken aan Legolas uit de films van Lord of the Rings. Mijn adem stokte in mijn keel van zoveel schoonheid en toen hij begon te praten werd ik duizelig van zijn stem. Toch verstond en begreep ik ieder woord dat hij zei; ‘Luella, eindelijk ben je veranderd, ik dacht dat het nooit
zou gebeuren, dat Ashwini je nooit te pakken zou kunnen krijgen. Ik ben zo opgelucht, misschien zijn we nu wel niet verloren.’ Ik begreep dan wel wat de woorden betekenden, ik begreep niet wij hij bedoelde. Wie was Luella, en Ashwini en wie was hij! Hij zag de verwarring op mijn gezicht en liep langzaam naar me toe, hij ging tegenover me zitten en praatte weer, dit keer gaf hij meer uitleg; ‘Om te beginnen vertel ik eerst maar eens wat er met je gebeurt is nadat je Ashwini hebt aangeraakt.’ Ik knikte en huiverde bij het idee aan de pijn die mijn lichaam had geteisterd. ‘Als het goed is kan je je niets meer herinneren van je menselijk leven, het leven voor je verandering.’ Hij wacht tot ik instemmend heb geknikt en vervolgd dan zijn verhaal; ‘Nou, nadat Ashwini, het paard, jou hand had aangeraakt moest je helse pijnen doorstaan. Doordat je zo gericht was op de pijn had je niet door dat deze gepaard ging met een verandering. Die verandering was niet alleen zintuiglijk, niet alleen in je hoofd, ook je lichaam is veranderd, op een andere manier dan je waarschijnlijk verwacht.’ Hij hief zijn hand op en knipte met zijn vingers. Een luchtspiegeling ontstond voor me, een spiegel omringt door een rokerige groene mist. Ik keek nieuwsgierig naar mijn spiegelbeeld en geschrokken zoog ik een hap lucht naar binnen. Het spiegelbeeld was niet mij, of wel eindelijk alleen dan duizend maal mooier. Mijn gezicht was tot in de uiterste details geperfectioneerd, ik was mooi op een exotische manier, een lichte huid, mijn blauwe ogen heel helder, als diepe zeeën. Mijn haar was de kleur van pure chocolade en viel als een waterval naar beneden. Van mijn huid scheen een lichtblauwe gloed en achter op mijn rug zaten twee uitstulpingen die beiden bestonden uit twee delen, de bovenkant was eer soort waterdruppel en de onderkant een onregelmatige cirkel. Voorzichtig raakte ik een van de uitstulpingen aan, het voelde als een koude vloeistof. De jongen knipte nog eens met zijn vingers en grinnikte om mijn verbaasde blik. ‘Dat,’ zei hij wijzend op de dingen op mijn rug, ‘zijn je vleugels, ik heb ze ook.’ Hij draaide zich om en ik zag vier bloembladvormige “vleugels”, wit en licht oranje van kleur. ‘Dus ik ben een elfje, of zo?’ vroeg ik verdwaasd.
‘Tja, wij noemen het anders, maar daar komt het wel op neer, hij behoort tot het seizoen winter, ik ben lente.’
‘Maar waarom ik?’ vroeg ik hem, ‘waarom moest Ashwini juist mij vinden?’
‘Ik hoop dat je niets tegen geschiedenis hebt want wij hebben een hele uitgebreide en nu je tot ons volk behoord moet je dit ook weten. Zonder de geschiedenis kan ik ook niet goed uitleggen waarom jij uitverkoren bent.’ Hij keek me aan met een vraag in zijn ogen die sprankelend groen waren. Ik glimlachte en knikte, toen sloeg ik mijn armen om mijn knieën. Klaar voor een lang verhaal. ‘Ik ben trouwens Dalvin,’ grinnikte hij, ‘sorry, dat ik me niet even beleefd had voorgesteld.’ Ook ik grinnikte; ‘Ik zou me ook graag voorstellen maar ik weet mijn naam niet meer.’ Hij glimlachte verontschuldigend naar me, ‘Luella, zou heet je nu.’ En toen begon hij met de geschiedenis van mijn nieuwe volk.

Reacties (1)

  • Novemberdag

    Leuk idee trouwens, vier eindes schrijven aan een stukje.

    8 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen